Posts tonen met het label Week CD's 2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Week CD's 2010. Alle posts tonen

Wat een week ... CD

DUNCAN MACKAY - Chimera (1974/2009)

Geest uit het verleden ...

... die door een remaster terecht als muzikant weer uit de vergetelheid wordt gehaald. De Zuid-Afrikaanse toetsenist Duncan Mackay speelde met Kate Bush, Alan Parsons Project, Budgie, Camel en op het miljoenen- succes 'Bloody Tourists' van 10CC en was een gewild studiomuzikant. Daarna richtte hij zich vooral, tot op de dag van vandaag, op het maken van filmmuziek, muziek voor documentaires en voor games. In 1974 maakte hij tussendoor ook het solo-album 'Chimera'.
Mackay had even groot kunnen zijn als Keith Emerson, Rick Wakeman of Eddie Jobson, ware het niet dat hij nooit in grote bands speelde. Zijn spel doet er in ieder geval niet voor onder. Mackay was een keyboard- wizard die de meest vreemde geluiden uit zijn toetsen haalde en het hele analoge arsenaal in bezit had. En dat is in mijn ogen de waarde van deze heruitgave. Het is niet alleen een goed werkstuk maar het is historisch gezien ook aardig te horen wat er toen technisch al mogelijk was, mits bespeeld door een creatieveling.
Het album doet mij nog het meest denken aan Refugee en de uitspattin- gen van Patrick Moraz. Compositorisch zijn de drie originele tracks van gemiddeld dertien minuten plus een bonustrack goed maar niet bijzonder. De waarde van het album zit vooral in het virtuoze en briljante spel van Mackay. De in een mooie hoes gestoken heruitgave van 'Chimera' zou iedere progressieve toetsenfanaat dan ook in huis moeten halen. Ik heb hem lekker al! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 6)

Wat een week … CD

STEVE HILLAGE – Open (1979/2007)

Uniek gitarist …

… met een uniek geluid waarin de vervorming een bezwerend effect heeft. Dat typeert Steve Hillage, bekend van Gong maar later een interessant solo-artiest, vaak met zijn partner Miquette Giraudy, en producer.
De laatste jaren worden de solo-albums van Hillage met enige regelmaat geremasterd. Dat geldt ook voor het door Floyd's Nick Mason geproduceer- de ‘Open’, voorzien van een goed verzorgd boekje. Helaas zijn de op de LP-hoes opengesneden letters van ‘Open’ verdwenen. Zal wel te prijzig zijn geweest.
Ik heb dit album, samen met ‘Green’, altijd als één van zijn beste ervaren. En dat vind ik nog steeds, waarbij het prima opgepiepte geluid het nog mooier maakt. Het werk opent indrukwekkend met het dansbare en funky - toch al een kenmerk van de latere Hillage – ‘Talking to the Sun’ met strak drumwerk van Andy Anderson, een ploppende bas van John McKenzie, heerlijke solo’s van Hillage en een aanstekelijk refrein. Eenzelfde kwaliteit heeft het titelnummer en het vernuftig in elkaar stekende ‘Day After Day’. En zelfs de disco, natuurlijk op z’n Hillage, van ‘Definite Activity’ is erg sterk. Wat hij uiteraard achterwege had moeten laten is de uit de toon vallende Beatle-cover 'Getting Better'.
Later ging Hillage met System 7 op de electro-rock toer en dat vond ik maar zo zo. Zijn geremasterde solo-catalogus is echter van hoge kwaliteit en de aanschaf meer dan waard. Harry ‘JoJo’ de Vries (wat een week 5)

Wat een week ... CD

JOHN LEES - A Major Fancy (1977/2010)

Een lange weg ...


... heeft dit solo-album van Barclay James Harvest's John Lees afgelegd. Reeds in 1972 opgenomen maar doordat de band het Harvest-label verliet was de vinylrelease echter pas in 1977. In 1999 volgde de CD-uitvoering met bonustracks. En dan nu een geremasterde '2CD-extended version', zoals altijd in professionele handen van Esoteric Recordings.
Als er iets is wat dit solo-album duidelijk maakt is dat John Lees een belangrijk deel van het BJH-geluid heeft bepaald, vooral door zijn unieke gitaargeluid, maar dat de unieke bijdragen van Les Holroyd en de helaas pas overleden Woolly Wolstenholme niet konden worden gemist. Er zit dus nogal wat licht tussen de BJH-sound en wat we hier horen.
Een lekker album is het, met uitschieters, goede tracks, op het oor onaffe nummers al worden ze zo niet gepresenteerd en op de tweede schijf vooral 'alternate mixes' en opvullers. Voor de geschiedschrijving is het bovendien aardig dat hier twee uitvoeringen van 'A Child of the Universe' zijn opgenomen, die ik hier beter vind dan de nogal gladde uitvoering van BJH in 1974. De absolute zeikcover 'Best of My Love' van The Eagles had in de prullenbak mogen worden gemikt. Uitschieters zijn opener 'Untitled No. 1 - Heritage', met een bijna vier minuten durende geweldige orgelsolo van Rod Argent, en de aan BJH referende tracks 'Witburg Night' en 'Long Ships'.
Voor de BJH-fan maakt dit solo-album van John Lees het plaatje com- pleet. Duidelijker wordt wie aan de touwtjes trokken binnen de band en ook wordt helderder wie de 'move' van de band eind jaren '70 in de richting van een gladder, commerciëler popgeluid op zijn geweten had. Muzikaal en zeker historisch is 'A Major Fancy' dus een aanrader. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 03)

Wat een week ... CD

BARCLAY JAMES HARVEST - Live (1974/2010)

Weer een held van weleer overleden ...

... toetsenist/zanger van Barclay James Harvest, Woolly Wolstenholme. Hij kon het leven niet langer aan, leed onder zware depressies en maakte op 13 december 2010 thuis een einde aan zijn leven. Wat een tragiek. Mensen zo hebben vermaakt tot op de dag van vandaag, zulke mooie muziek gemaakt en historische mellotronstrepen neergezet en dan zelf het plezier in het leven kwijtraken.
Ik schrok er van en heb direct de master- en vooral remasterverzameling van BJH uit de kast getrokken. De cesuur in het oeuvre van BJH ligt voor mij rond 1979/1980, niet toevallig de periode waarin Wolstenholme de band verliet. Daarna werd het mij te glad, te AOR. Al was er nog wel een opleving in 1999 met het album 'Nexus'. Ook niet toevallig deed Wolstenholme daar nog een keer op mee en toonde met de aldaar geboden kwaliteit aan een zeer belangrijke pijler in de band te zijn geweest.
Het voorliggende 'Live' is een document van jewelste. Een band in top- vorm met de tot klassiekers geworden tracks 'Galadriel' en 'Mockingbird' en wat te denken van de briljante uitvoering van 'She Said'! Zou Wolsten- holme er nog weleens naar hebben geluisterd? Kon hij er niet meer van genieten? Of had het hem zelfs kunnen troosten en helpen door de opko- mende gedachte "dat heb ik toch maar mooi neergezet?" Hij had trots mogen zijn, nog steeds, bijna veertig jaar nadien, maar het liep helaas anders. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 51)

Wat een week ... CD

CAPTAIN BEEFHEART - Trout Mask Replica (1969)

Als eerbetoon ...

... aan de vrijdag op 69-jarige leeftijd aan een spierziekte overleden Captain Beefheart draaide ik gisteren dit meesterwerk. Beefheart: feno- meen, kompaan van Frank Zappa, weirdo die het experiment nooit schuwde en conventies aan zijn laars lapte zoals op 'Trout Mask Replica', dat wordt gezien als een sleutelalbum in de geschiedenis van de progres- sieve muziek, juist door het negeren van de tot dan bestaande muzikale geschreven en ongeschreven regels.
'Trout Mask Replica' is een meesterwerk maar dat heeft mij ooit heel wat luistersessies gekost voordat ik dat kon toegeven. Geen gemakkelijke kost: springerige muziek, rafelig, lastige teksten die je slechts kunt begrij- pen door in de huid van Beefheart alias Don van Vliet te kruipen en je te verdiepen in zijn bijzondere belevingswereld. En dan, langzaamaan, vallen de puzzelstukjes op z'n plaats en ontvouwt zich een geniaal album. Ook nu weer, na jaren in de kast te hebben gestaan, moest ik die stappen weer nemen.
Weer een ikoon overleden die, ondanks zijn reeds in 1982 zelf verkozen vervroegde pensioen als muzikant, een uitgebreide catalogus heeft nagelaten, naast natuurlijk zijn bijdragen aan albums van Zappa. Laten we van die erfenis maar eens gaan proeven de komende tijd. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 49)

Wat een week ... CD

ZAPPA/MOTHERS - Roxy & Elsewhere (1974)

Terug naar het vinyl ...

... dat concludeerde ik wederom bij beluistering van het Zappaiaanse hoogstandje 'Roxy & Elsewhere'. Het geluid van de CD-uitvoering beviel mij niet en ik besloot de LP op te zetten. En dat scheelde een jas, zo niet een garderobe! Wat een heerlijk geluid - ruis en een enkele kraak daargelaten - en wat een dynamiek. Daar kan geen disc aan tippen. Al zullen de elitairen onder ons met een installatie van een duizendje of tien daar anders over denken. Ze weten niet beter. Vinyl maakt een comeback en luisterend naar dit meesterwerkje van Zappa geheel terecht.
Heerlijk album met het tekstueel en muzikaal geniale 'Penquine in Bon- dage' waarbij de typische Zappa gitaarsolo mij rillingen bezorgt, het hitpo- tentiële 'Village of the Sun', het bluesy en landerige 'Son of Orange County' en het meer dan een kwartier klokkende 'Be Bop Tango (of the Old Jazz- men's Church)'.
En dan de bezetting met de toen al legendarische George Duke, met Ruth Underwood, de gebroeders Fowler, Jeff Simmons, Don Preston, de knotsgekke maar subliem toeterende Napoleon Murphy Brock en niet te vergeten Chester Thompson, die toen nog niet wist dat hij later symfo ging spelen bij Genesis. 'Roxy & Elsewhere': één van de vele briljantjes uit de imponerende Zappa-catalogus. Zappa Forever! Vinyl Forever! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 48)

Wat een week ... CD

GUY MANNING - Charlestown (2010)

Zo 'progrockte' hij nog nooit ...

... de Britse Guy Manning. Want dat kan op 'Charlestown', zijn elfde album, worden vastgesteld. Er waren altijd al relaties met deze muziek- stroming, niet in de laatste plaats door zijn samenwerking met Andy Tillison's Parallel or 90 Degrees en zijn deelname aan The Tangent. Maar grosso modo maakte Manning rock met een folkrandje (of andersom), al wandelde hij met zijn laatsteling 'Number Ten' al op het progpad.
De zang van Manning moet je liggen. Ik maakte ooit al de vergelijking met Peter Hammill en zo'n stem en dictie vind je geweldig of vind je niks. Dat geldt ook voor Manning die overigens ook zijn mannetje staat op keyboards en gitaar.

De zes tracks op'Charlestown' zijn allen sterk en zullen vooral de adepten van Gentle Giant, Jethro Tull en VDGG aanspreken. De openings- en titel- track is voer voor progfans want deze klokt maar liefst 35 minuten! Toch vind ik dat Manning zich enigszins vertilt aan deze lengte. De vele over- gangen maken het fragmentarisch en zelfs meerdere luisterbeurten ont- hullen slechts tergend langzaam de coherentie. Maar er wordt geweldig gemusiceerd en de diverse onderdelen zijn goed genoeg om ervan te genieten. Ook 'The Man in the Mirror' spreekt mij zeer aan en 'Finale' is met recht een finale want daar komen de thema's van het album allemaal, in gemodificeerde vorm, nog eens voorbij.
Guy Manning heeft laten weten dat hij er nog is. En hoe. Het in een schitterende door Manning zelf ontworpen hoes gestoken 'Charlestown' behoort, naast 'The View from my Window' uit 2003, tot het beste uit zijn catalogus. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 47)

Wat een week ... CD

BRIAN ENO - Small Craft on a Milk Sea (2010)

Een vaste waarde ...

... vormt Brian Eno in het ambientteam. Want ook op 'Small Craft on a Milk Sea' imponeert hij weer, nu in een triade met toetsenist John Hopkins en gitarist Leo Abrahams. Een vaste waarde vanuit kwaliteit niet vanuit degelijkheid en voorspelbaarheid want dat zijn aspecten die Eno vanuit zijn oneindige creatieve en experimentele geest verfoeit. Deze man is 'progres- sief' in al z'n vezels.
Het in een werkelijk schitterende hoes gestoken album begint met drie ingetogen en prachtige door piano, gitaar en soundscapes vormgegeven tracks: 'Emerald and Lime', 'Complex Heaven' en de titelcompositie. En zo eindigt het album ook. Maar daar tussenin vinden we door percussie en stevige, zeer eigentijdse ritmes gedomineerde composities. Waarschijnlijk de reden dat Eno ook gewild is als producer van jongere muzikanten die zich in de hip hop sferen bewegen. Overigens doen die ritmes ook denken aan de Talking Heads, waar Eno ooit actief voor was, en aan zijn album samen met David Byrne 'My Life in the Bush of Ghosts', ook al zo'n klas- sieker. Maar die ritmes zijn dan wel vertaald naar deze tijd.
Ook de produktie van het album is subliem. Helder en warm waarbij de instrumenten en geluiden mooi en van elkaar gescheiden in het geluids- beeld staan. De creatieve geest van Eno die niet van gebaande paden houdt, tenzij hij de paden zelf getrokken heeft, lijkt onuitputtelijk. En is op die wijze een artistiek richtpunt en voorbeeld voor velen. Kijk via boven- staande link ook eens op zijn site naar het 'interview' met Dick Flash. Ik zal de grap niet verklappen ... Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 46)

Wat een week ... CD

THE LEGENDARY PINK DOTS - Seconds Late ... (2010)

"Some of the Most Enigmatic ...

... and Challenging Compositions in Modern Music". Het is nogal wat als het toonaangevende internationale muziekblad 'Rolling Stone' dat zegt over het nieuwe album 'Seconds Late for the Brighton Line' van een band die inmiddels zijn dertig jarig bestaan viert. En er is geen woord van gelogen. Wat hier voorligt is namelijk een briljant album.
The Legendary Pink Dots is een deels Engels, deels Nederlandse band die personele wisselingen onderging maar Edward Ka-spel (zo schrijf je het ...) en Silverman zijn nog steeds op hun post, aangevuld met gitarist Erik Drost. Al drie decennia maken zij psychedelische rock met een belangrijke ambient-inslag. De vroege 'Syd Floyd' is nooit ver weg maar de menging met ambient en de experimentele 'noises' geven de band een geheel eigen signatuur.
Briljant dus. Iedere track is raak, van het bezwerende 'Russian Roulette', via het beangstigende 'God and Machines' tot het mystieke 'Ascension'. Laten we ook niet de produktionele kracht van Raymond Steeg vergeten die, zoals altijd, de sound en genoemde signatuur van de Dots in grote mate beïnvloedt. Ik zeg er verder maar niet teveel over, luisteren is het devies! Het wordt dringen eindejaar in de Top 10 van 2010. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 45)

Wat een week ... CD

SYD BARRETT - An Introduction to ... (2010)

Ik heb alles al en toch ...

... schaf ik dit verzamelalbum van Syd Barrett's belangrijkste werk aan. Natuurlijk omdat Barrett een voorname plaats in de muziekscene en in mijn leven inneemt. Maar er zijn meer redenen.
Zo is het de eerste keer dat zijn Pink Floyd-composities en zijn beste solowerk op één schijf staan, zo heeft David Gilmour dit project geleid, zo heeft Gilmour een aantal stukken geremixt (waarom niet alles?!) en Syd's teksten zijn voor het eerst uitgeschreven. Dat was nog nooit gebeurd. En de twintig minuten durende, verloren gewaande compositie 'Rhamadan' is via de CD te downloaden.
De laatste reden voor aanschaf is de schitterende door Storm Thorgerson - wie anders - ontworpen hoes (zoek de verschillen!) en het zeer goed verzorgde boekje. Wel jammer dat ook hier weer niet, gelijk de studio-albums, de bezetting op de tracks is opgenomen. Het blijft nog steeds raden waar o.a. Soft Machine's Mike Ratledge en Hugh Hopper te horen zijn.
De remixen door Gilmour betreffen 'Matilda Mother', 'Here I Go' , 'Octo- pus', 'She Took a Long Cool Look' en 'Dominoes' en David heeft zijn werk niet alleen integer maar ook technisch uitstekend gedaan. Het geluid is namelijk aanzienlijk voller en harder dan op de originelen en de instrumenten zijn beter van elkaar te onderscheiden. Nee, de aanschaf met alle doublures vandien, is volledig terecht, zeg ik steeds maar tegen mijzelf en nu ook nog tegen u, houd ik mijzelf steeds maar voor, maak ik mijzelf wijs enz. Nee, alle gekheid op een stokje: Barrett verdient een document als 'An Introduction to ...' Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 44)

Wat een week ... CD

BARCLAY JAMES HARVEST - Once Again (1971)

Er is nog weinig aandacht gegeven …

... op ProgLog AFTERglow aan Barclay James Harvest. De Britse band moest het tot nu toe doen met slechts een vermelding in JoJo’s ‘Progtop 40 Aller Tijden’. Maar krijgt dan weer wel een stevige twaalfde plek met het album ‘Once Again.’
Ik moet eerlijk toegeven dat ik, op de single ‘Titles’ na, de muziek van BJH nooit serieuze aandacht gegeven heb. Onlangs kreeg ik echter de eerste twee albums in bezit, dus de schade kon ingehaald worden. Het debuut doet me qua sfeer en spel erg denken aan Moody Blues en het kent een strijkersbegeleiding die vergelijkbaar is met die van de eersteling van Genesis. Opvolger ‘Once Again’ is echter andere koek. Het blijft melo- dieuze pop met een symfonisch sausje (mellotron en thema-uitwerking), maar het zijn vooral de orkestraties die een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Die in ‘Mockingbird’ is zelfs geweldig en geeft het ‘gewone’ popliedje een dramatische diepgang.
En dan duikt de naam op van Robert John Godfrey als 'conductor/musi- cal director'. Dezelfde Godfrey die jaren later The Enid zou formeren en recent deze symfogroep pur sang nieuw leven heeft ingeblazen (zie WeekCD 2010-31). In iOPages nr. 96 is Godfrey aan het woord over zijn bemoeienis bij BJH en dat hierachter veel oud zeer schuilt wordt snel duidelijk. De wegen van de ingehuurde, klassiek geschoolde toetsenist en de band hebben zich na ‘Once Again’ gescheiden, waarna BJH zijn commerciële hoogtepunten enkele jaren later beleefde, en weer later als eerste Westerse popgroep een openluchtoptreden mocht verzorgen in de toenmalige DDR.
De vaste kern is nog altijd actief en schijnt vooral in Duitsland nog behoorlijk populair te zijn. In Nederland blijft het behelpen…
Peter Swart (wat een week 44)

Wat een week ... CD

WYATT/ATZMON/STEPHEN - ... Ghosts Within (2010)

De stem als instrument ...

... daar koos Robert Wyatt noodgedwongen voor toen hij niet meer kon drummen. Een unieke stem, te herkennen uit duizenden. Breekbaar, onvast maar vol emotie, met een bijzondere timing en een bereik van 5 á 6 octaven. Nu eens geen solo-album van deze sympathieke man die al vier decennia altijd wel op een of andere wijze rondwaart in mijn leven.
Want Wyatt werkt op '... for the Ghosts Within' samen met de Israëlische blazer en componist Gilad Atzmon en violiste Ros Stephen, tevens aanvoerder van het Sigamos String Quartet dat ook op dit album mee- speelt. Dit leidt tot enigszins andere muziek dan we van Wyatt gewend zijn - zo zingt hij 'What a Wonderful World' - en het komt zelfs in de buurt van easy-jazz gelardeerd met door Stephen aangebrachte klassieke elementen. Maar de sfeer is vergelijkbaar met Wyatt's solo-albums en dan vooral door die karakteristieke stem.
Het is een prima, enigszins laid-back album geworden waarbij het gevoelige en met een prachtige tekst getooide 'Lullaby for Irena', volgens mij een ode aan 'de moeder', eruit schiet. Zo ook de geweldige protestsong en titeltrack waarin het door Atzmon en Wyatt's muze Alfreda Benge terecht wordt opgenomen voor de verdreven Palestijnen: "We once lived on this land for ever. In the scent of our lemon trees. We once drank from our rolling river. For our land you gave us only dust". Een bijzonder album van een al even bijzondere man. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 43)

Wat een week ... CD

THE ORB - Metallic Spheres (2010)

In samenwerking met David Gilmour ...

... levert het ambient-techno gezelschap The Orb een nieuw album 'Metal- lic Spheres' af, hier aangevuld met een tweede schijf waarop een uitvoering in 3D60-geluid staat. Het zal wel aan mij liggen maar ik hoor het niet. Daar zul je wel een installatie van enige duizenden of wat voor nodig hebben of een zeer geavanceerde headset (...).
Wat is dat toch heerlijk. Je bent David Gilmour, hebt een prachtige geschiedenis achter je liggen die de progressieve muziek op z'n kop zette, doet verder solo waar je zin in hebt, remastert tussentijds nog een deel van de Barrett-catalogus en gaat, alleen als het je leuk lijkt, samenwerkings- verbanden aan, hier dus met The Orb. Geen verplichtingen, alleen maar eigen keuzes. Wat een weelde!
Het album bestaat uit twee delen: de 'Metallic Side' en de 'Spheres Side'. Er is zeker geen sprake van een gitaaralbum. Het zijn namelijk de keyboards en samples die de boventoon voeren. Toch is Gilmour overal aanwezig met ijle gitaarklanken en - strepen en dat maakt dit werkstuk toch anders dan de andere Orb-produkties. Het bevalt mij prima al val ik nergens van de stoel van verbazing maar dat zal ook niet de intentie zijn geweest.

'Metallic Spheres' is een lekker album om op weg te dromen, weg van de harde werkelijkheid, opgaand in een bedachte wereld waar alles mooi en rustig lijkt. En het kan ook nog eens gedraaid worden al pratend met vrienden tijdens een lang diner. Voor de Floyd- en Gilmourfan natuurlijk ook een 'must'. Dus aangeschaft! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 42)

Wat een week ... CD

CHROMA KEY - Graveyard Mountain Home (2004)

Obscuur project ...

... van Kevin Moore, ooit lid van Dream Theater en de helft van het duo OSI. Zijn Dream Theater wortels kan hij in OSI kwijt, zijn voorliefde voor weirde muziek verwerkt hij in Chroma Key. Hoewel 'Dead Air for Radios' uit 1998 mij ook zeer bekoort, is 'Graveyard Mountain Home' de absolute uitschieter in Moore's discografie, zo niet zijn meesterwerk.
Gestoken in een prachtige maar van het 'normale' afwijkende hoes, is dit
welbeschouwd 'countrymuziek'. De landerige en lome sfeer waarin de muziek voorbijtrekt, de bezetting waarin o.a. tokkelende gitaren zo her en der akkoordenschema's spelen die in countryrock gebruikelijk zijn en de wat slaperige manier van zingen overtuigen mij hier van. Maar natuurlijk is dat maar een deel van het verhaal. Want het geheel is gevat in een zetting van 'ambient music' met wat miniscule progressieve diamantjes die als experiment op de randen zijn vastgezet. Het is muziek die Moore schreef bij de film 'Age 13' , een surrealistische film uit 1955 die bij de speciale editie van het album als bonus DVD is bijgevoegd.
Een wereld om in weg te dromen, een wereld die leidt tot zelfreflectie en waarin de gedoseerde teksten aanzetten tot nadenken en u af en toe angstig achterom kijkt. Door de integratie van elementen uit verschillende muzieksegmenten - prog, ambient, filmmuziek, techno, vleugjes jazz en soul - kun je het 'fusion' noemen. Welbeschouwd is 'Graveyard Mountain Home' echter countrymuziek. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 41)

Wat een week ... CD

ANGLAGǺRD - Hybris (1992)


Donker weer, donkere muziek ...

... geen muziek zo passend bij regen, wind en vallend blad als de werken van Anekdoten en in dit geval van Anglagård, hier met 'Hybris' dat alweer bijna twintig jaar oud klokt. Sommigen zullen in combinatie met de weer- goden depressief worden van deze muziek. Ik laaf mij aan de muzikale herfst- en winterkleuren en voel mij dan juist op m'n gemak.
Openende mellotrons in starter 'Jordrok', pianothema's, zie ik daar een geest achter die boom, wat vliegt daar door de lucht, een eikeblad of een heks, is het een diffuse zonnestraal of beweegt er iets? Dat is zo'n beetje het sfeertje.

Sterk gespeeld, zoals altijd bij deze band waar we nog maar weinig van horen. Van der Graaf Generator komt voorbij, King Crimson en het oude Genesis maar dan ondergedompeld in de donkerte van de Poolnacht, de kou van Scandinavië en de mystiek van het Noorden. De gitaren en key- boards domineren en doen de rest. Heerlijk.
Anglagård, de laatste keer dat ik iets van ze vernam was met de recente release van remasters van o.a. het album 'Epilog' en ook van Hybris. Of dat veel toevoegt vraag ik mij af want het geluid is op de masters al prima. Wel de hoogste tijd voor een hereniging en een nieuw album lijkt mij. Als we de site moeten geloven zit dat er gelukkig aan te komen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 40)

Wat een week ... CD

AREKNAMĔS - In Case of Loss (2010)

Ooit in mijn Jaarlijst ...

... in 2006 met 'Love Hate Round Trip', een waar meesterwerk in de beste traditie van vooral Van der Graaf Generator. Met als aanvoerder Michele Epifani, die ook hier weer alle composities voor zijn rekening neemt, excelleert op keyboards en klinkt als Peter Hammill.
'In Case of Loss' van Areknamĕs is echter géén meesterwerk. Daarvoor bezitten de composities minder spanning en loopt mijn concentratie gaan- deweg een beetje weg. Misschien komt het ook doordat het vorige album de verrassing bevatte en die is nu logischerwijze weg. Toch valt er genoeg te genieten. De donkere sfeer, het geweldige toetsenwerk vooral op de Hammond en ook de poging om vanuit de basis, waarin VDGG dus een grote rol speelt, de sound te actualiseren met een opduikend Porcupine Tree tot gevolg.
Het album bevat zeven tracks waarvan het bijna eenentwintig minuten durende 'The Very Last Number' het meest opvalt. Een episch stuk dat uit acht 'parts' bestaat waarin zelfs jazz en free-jazz voorkomt. Jammer zijn wel de niet natuurlijke overgangen tussen de onderdelen. Intrigerend is ook de hoes waarop de bewoners van een plaatsje in Florida te zien zijn die in 1896 dachten een monster te hebben gevonden op het strand. Het bleek echter later het ontploffende karkas te zijn van een walvis.

Al is 'Case of Loss' dan geen meesterwerk, dat wil niet zeggen dat het album geen kanshebber is voor het 'Unevitable Orgasm' aan het einde van het jaar. Laat ik het werkstuk de komende eindejaarsmaanden de kans geven zich in het jaarlijstje te wringen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 39)

Wat een week ... CD

KING CRIMSON – Discipline (1981)

Een vierkwartsmaat kan vreemd aanvoelen …

… in de gecompliceerde structuren van de Engelse band rond gitarist Robert Fripp, die in 1969 op een baanbrekende manier was gelanceerd met ‘In the Court of the Crimson King’ (zie WeekCD 2007-23). Tussen ‘The Court’ en ‘Discipline’ tellen we dertien jaar, heeft Fripp wisselende band- samenstellingen versleten en is de lyrische mellotronsound ingeruild voor een meer experimenteel en minder melodieus geluid.
‘Disciplne’ is het eerste album van een nieuw hoofdstuk, waarin Fripp wordt geflankeerd door oudgediende Bill Bruford op drums, Tony Levin op bas en Adrian Belew met gitaar en zang. Voorwaar geen kinderachtige club! Het leverde een ‘classic album’ op met muziek in diverse stijlen, van pittige rockriffs tot ambiente verten vol gitaarelektronica.
Kenmerkend zijn repeterende gitaarthema’s in niet-alledaagse maatsoor- ten, en net op het moment dat je denkt de structuur door te hebben worden er accenten verlegd, waardoor je weer opnieuw kunt beginnen met analyseren. Zo kan het gebeuren dat in het titelnummer iets lijkt te wringen en dan blijkt het opeens een gewone 4-kwarts te zijn. Het houdt de luisteraar alert en de fans geboeid, terwijl anderen afhaken want het wordt af en toe wel wat klinisch. Gelukkig is er echter ook een briljant traag nummer als ‘Matte Kudasai’, waarin een prachtige melodie de boventoon voert en de langzame gitaar je kippenvel bezorgt. Een welkom tegenwicht. Peter Swart (wat een week 39)

Wat een week ... CD

THE FLAMING LIPS - Yoshimi Battles ... (2002)

Ooit een slechte plaat gemaakt? ...

... daar kan ik Wayne Coyne c.s. niet op betrappen in hun inmiddels toch omvangrijke catalogus. Ook 'Yoshimi Battles the Pink Robot', alweer acht jaar oud, is een werkstuk dat staat als een huis door z'n eigenzinnigheid, creativiteit, weirde teksten en niet te vergeten de onvermijdelijke en al even eigenzinnige hoes van George Salisbury.
Wayne Coyne is een fenomeen in de progressieve scene. Hij trekt zich van niemand wat aan, gaat met The Flaming Lips een eigen en eigenwijze weg en is wars van invloeden van bobo's van platenmaatschappijen. En, dat compliment moet gegeven worden, de multi-national Warner Bros laat dat ook toe en geeft Coyne die vrijheid. Hetgeen ook te maken zal hebben met de goede verkoopcijfers van de albums veroorzaakt door een select, trouw maar nog steeds uitdijend publiek.
The Flaming Lips: vreemd dat deze band zo lang in mijn verzameling heeft ontbroken. Ook 'Yoshimi' is immers een puur progressief werk - al zal Coyne uitslag krijgen bij een indeling in de progressieve rock - niet alleen door de instrumentatie maar ook door de op het eerste gezicht simpele maar op het tweede gezicht complexe songs. Waarin de invloed van de vroege Floyd en natuurlijk Syd Barrett rondwaart. Hun recente integrale cover van 'Darkside of the Moon' is daarvan ook een uiting. Dat kan ik ze als volleerd coverhater vergeven. Daar geeft hun kwalitatief hoogwaardige produktie van de afgelopen zeventien jaar immers alle reden toe. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 38)

Wat een week ... CD

FAELWA - Farewell Sun (2009)

Veelbelovend Nederlands duo ...

... bestaande uit Mark Kwint (guitar, bass, bouzouki, vocals) en Jasper Strik (piano, mellotron, whispers), aangevuld met Mirna's Flings Arjen Hoekstra op drums. 'Farewell Sun' is hun eerste release en is een 'EP' met vier tracks.
Faelwa beweegt zich in de hoek van de melancholische en donkere, door de bijbehorende jaargetijden gekleurde, progressieve muziek waarin folkinvloeden zijn verwerkt. De grote lijn van de composities wordt met name getekend door het pianospel van Strik. Het geheel klinkt warm, vol en is beeldend. Zo zie ik de wilgen buigen aan de rand van het weiland luisterend naar het met een prachtige titel getooide 'Wilgenwind'. Ik moet zo af en toe ook denken aan de Scandinavische band White Willow (let op hun naam!) die een soortgelijke sfeer weet neer te zetten, al gaat dat bij hen gepaard met wat meer elektronisch geweld. Faelwa is ingetogener, luister maar eens naar de subtiele mellotronstreepjes die her en der worden neergezet.
Het is het nog niet helemaal wat Faelwa laat horen, het is voor mijn gevoel nog niet af, maar het is veelbelovend en heeft ontegenzeggenlijk potentie. De prachtige thema's verdienen dan ook een nadere uitwerking tot volwas- sen composities. Maken die volwaardige CD! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 37)

Wat een week ... CD

CARAVAN - Cunning Stunts (1975)

Wij hadden ooit onze eigen Haagse popscene ...

... en in Engeland had men de Canterbury-scene. Jongens uit dezelfde stad en streek die met elkaar opgroeien, de muziek ontdekken, bandjes vormen, elkaar tot grote hoogten inspireren, uiteen gaan, om elkaar terug te vinden in nieuwe combinaties. Op
Proglog Afterglow heeft u al veel kunnen lezen over de Canterbury-scene, dat de lokaliteit ontsteeg en een subgenre in de progressieve rock is gaan vormen.
Caravan neemt een prominente plaats in binnen deze stroming. Eind zestiger jaren begonnen met een mix van eigenzinnige rock, jazz en psychedelica, later enigzins vercommercialiseerd. 'Cunning Stunts' bevindt zich op de breuklijn. Door sommigen verfoeid, want té soft en toegankelijk, door anderen gezien als het laatste goede werk dat de groep heeft uitge- bracht.
De diversiteit is groot: een popgeoriënteerde A-kant, met daarop de pittige single 'Stuck in a Hole', en een uitgesponnen georkestreerd werk op de B-kant: 'The Dabsong Conshirtoe'. Smaakvolle instrumentaties, key- boardsoli met zachte aangename sounds. Het wringt nergens en dat maakt het voor enkele Caravan-fans van het eerste uur waarschijnlijk een te weinig spannend album. Veelzeggend is het feit dat ikzelf de elpee nooit in mijn bezit heb gehad, maar enkele hoofdmelodieën toch terugvond in mijn geheugen.
Peter Swart (wat een week 36)