Posts tonen met het label Reviews S. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reviews S. Alle posts tonen

SH.TG.N - Sh.tg.n (2012)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.shtgn.com

Running Time: 49:28
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score:

(out of 5 JoJo´s)


Het titelloze album van de Belgische band SH.TG.N, u mag dat gewoon uitspreken als 'Shotgun', is voor Moonjune Records binnen haar catalogus een a-typische release. Hoewel de missie van het label zegt dat men gericht is op het uitgeven van "non-over-produced music that cannot be easily categorized into any specific format or genre" is het toch vaak jazz-rock incl. belendende percelen dat de klok slaat. Vaak met referenties aan Soft Machine en aanverwanten. Van jazz-rock is geen sprake bij SH.TG.N. De door de toetsenist van The Wrong Object, Antione Guenet, opgerichte band valt echter wél binnen genoemde missie ...
Dit zestal maakt unieke, voor zover dat nog bestaat, snoeiharde en energieke muziek die weliswaar associeert met de latere generatie King Crimson, Zappa, Led Zeppelin, Faith No More en Scandinavische bands als Anekdoten en Anglagard maar in zijn uitwerking toch een behoorlijk eigen geluid oplevert dat past binnen de heavy progrock, ik probeer het voor de duiding toch maar te categoriseren. De vibrafoon is wezensvreemd in dat genre maar het spel van Wim Segers geeft juist daardoor een bijzonder karakter aan de composities van SH.TG.N. Bijzonder is ook de zang van Fulco Ottervanger. Velen zullen het typeren als 'ongecontroleerd schreeuwen'. Schreeuwen en gillen is het inderdaad, soms lijkend op Robert Plant, maar wel gecontroleerd. Het wordt mij soms ook teveel maar per saldo is het okay en past het goed bij de sfeer die agressief en dreigend is (zie ook de teksten en de hoes). De soms gebruikte Nederlandse teksten zoals in het politiek getinte 'Esta Mierda No Es Democracia' ("hersenloze ideeën" en de Cruyffiaanse wijsheid "door op te staan gaan we niet vallen") bepalen ten slotte ook de uniciteit van de band.
Het album opent weergaloos met het instrumentale 'Dead Baby' waarin de band direct het grotendeels unieke visitekaartje afgeeft met een randje Scandinavische prog á la Anekdoten. Gevolgd door het al even sterke en met een sterke drive gezegende 'Deejays Should Have Low Self-Esteem' waarin het gitaargeluid van De Pauw Robert Fripp in herinnering brengt. Hoewel ook 'Eyjafjallayökull' de aparte SH.TG.N -sound bevat kan ik niet heen om Frank Zappa. Vooral door de vibrafoon zie ik Ruth Underwood voor me. Ook de overige negen tracks zijn goed tot uitstekend, al moet ik zeggen dat het album naar het einde toe wat wegzakt. Maar dat kan ook aan mij liggen. De muziek vraagt namelijk nogal wat van de luisteraar. En ik ben toch wel wat gewend.

SH.TG.N heeft mij met dit debuut aangenaam verrast, hoewel dat een wat truttige omschrijving is bij deze keiharde, avant-gardistische progressieve muziek. Een album dat je niet iedere dag zal opzetten maar dat goed gebruikt kan worden om een argeloze geïnteresseerde te laten horen wat muzikaal gezien het zoeken naar innovatie en avontuur en het vermijden van platgetreden paden inhoudt. Graag meer van dit soort uitgaven Moonjune! Harry 'JoJo' de Vries (06-2012)

Personnel:
Antione Guenet - keyboards, vocals
Fulco Ottervanger - lead vocals

Wim Segers- vibraphones
Yannick de Pauw - guitars
Dries Geusens - bass
Simon Segers - drums

Discography:
Sh.tg.n (2012)

Seventh Wonder - The Great Escape (2010)

Label: Lion Music
Bandsite: www.seventhwonder.nu
Playing time: 67:58
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (uit max. 5 JoJo's)

Het papegaaien is weer begonnen in de progscene. Er roept iemand iets over een 'nieuwe' band uit Zweden, Seventh Wonder, en kritiekloos kwijlt iedereen er weer achteraan.
Mijn lijfblad iO Pages bombardeert het werk zelfs tot een 'Vette Krent' omdat de leden van Seventh Wonder progmetallisten zijn die in het geweld zo goed de melodie overeind weten te houden. De opmerking dat zij zelfs Dream Theater naar de kroon kunnen steken is volledig bezijden de waar- heid, voor zover er waarheid bestaat bij het luisteren naar en beoordelen van muziek. Ik ben dan wel geen op-en-top Dream Theater fan maar heb toch voldoende van deze band in de kast staan om te kunnen concluderen dat dat toch echt een andere kwaliteitscategorie is.

Je begint bij de stortvloed aan loftuitingen potdomme aan jezelf te twijfe- len. Veertig jaar ervaring met prog, symfo, progmetal en aanverwante stromingen lijkt bij al die euforie als sneeuw voor de zon te verdwijnen, te verschrompelen tot te lang geroerbakte spinazie, ineen te kakken als een soufflé door een te vroeg geopende oven. Zit ik er dan zo naast? Heb ik een progressieve burn-out en is het ingelasten van een muzikale sabbatical het beste? Of is een deel van de recensenten verworden tot kuddedieren waar de massapsychologie zich nog jarenlang mee kan vermaken? Sorry, colle- ga's maar ik hou het uit lijfsbehoud toch echt op het laatste.
Ik heb zelden een album gehoord dat zo de hemel in werd geprezen maar tegelijkertijd een stuitende aaneenschakeling van hardrock- en progmetal- clichés laat horen waar je onpasselijk van wordt. Een volkomen gebrek aan originaliteit en creativiteit teistert de oren. Met een tsunami aan gemeen- plaatsen en stereotiepe akkoorden kan dat ook moeilijk anders. En melo- die? Er komen inderdaad passages voorbij die uitnodigen tot meeneuriën maar dat doet de nieuwe van Jantje Smit helaas ook. Dus wat zegt dat?! Bovendien, zo melodieus klinken de dertien-in-een-dozijn composities van Seventh Wonder niet.
Is er dan niets goed aan dit album? De mannen zijn prima ingespeeld, beheersen hun instrument tot in de perfectie en Karevik bezit een goede strot. En toegegeven, het half uur titelnummer is aardig doordat het minder clichématig is en er behoorlijk wat afwisseling is tussen 'druk' en 'rustig'. Maar de andere zes tracks? Klinische koekoek ene dreun.
Ik denk dat de mannen van Seventh Wonder zo overtuigd zijn van zich- zelf - wat wil je als iedereen je neerzet als 'supercategorie'- dat ze het zelf niet eens meer doorhebben. Zoals recensenten het ook niet meer vatten. Wellicht dat mijn bescheiden aanval op hun kritiekarme gekwijl iets uit- haalt. Een Gelukkig Nieuwjaar gewenst! Ondanks alles. Harry 'JoJo' de Vries (01-2011)

Salim Ghazi Saeedi - Iconophobic (2010)

Label: Salim
Bandsite: www.salimworld.com
Duur: 37:33
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Salim Ghazi Saeedi
is een progressief muzikant uit Teheran (Iran). Het is opvallend dat de laatste tijd steeds meer albums van bands en artiesten vanuit dit afgesloten land doorsijpelen. Zo besprak ProgLog AFTERglow recent een album van Mehran, ook al uit Iran. Wellicht dat het ruimer beschikbaar komen van internet en van sociale media als Facebook en Twitter meehelpen het bastion te doorbreken. Laten we het hopen. Niet alleen omdat een open wereld de voorkeur verdient maar ook omdat de werkstukken van die artiesten zeer de moeite waard zijn. Zo ook het album 'Iconophobic' van Saeedi.
Dit album is opgebouwd uit dertien instrumentale stukken die niet langer duren dan een minuut of drie. Alles is gecomponeerd, gespeeld en geproduceerd door Saeedi zelf en wordt gedomineerd door gitaar en keyboards. En daarop staat hij zijn mannetje en ook het geluid is prima verzorgd. De korte muzikale statements doen mij denken aan wat John Zorn deed tijdens zijn 'Film Works'-cyclus. De muziek van Saeedi zou dan ook heel goed dienst kunnen doen als filmmuziek. Ook referenties aan Patrick O'Hearn, Sufjan Stevens en Mike Oldfield doen opgeld en in de relatief wat forsere, door klassieke muziek, beinvloedde stukken komt zelfs The Enid voorbij. 'A Satire on Hell' is daarvan een goed voorbeeld en een van mijn favoriete tracks. Maar wellicht is er in Iran nooit iets doorgedron- gen van The Enid, dat sluit ik niet uit, dus dit 'hineininterpretieren' is geheel voor mijn rekening.
'Iconophobic' is een heerlijk album om op weg te dromen, mijmerend over vrijheid, openheid en de mooie dingen van het leven. Al gaat het concept- album ook over zijn angst voor 'imagery' dat ik vertaal als 'verbeelding', de angst voor de beelden die opdoemen bij het lezen van boeken en luisteren naar muziek. Dat lijkt mij nogal lastig voor een muzikant.

Ik dacht eerst dat Saeedi niet direct als doel heeft een vuist te maken naar het regime in Iran. Een statement maken met instrumentale muziek is bovendien lastig. Of is misschien het benaderen van de Westerse markt als muzikant al een 'overtreding'? Tot ik in verband met de track 'Music is Haram' het woord 'haram' opzocht. Dat is een term uit de islam om goede- ren aan te duiden die niet door moslims gebruikt mogen worden. Muziek mag dus niet gebruikt worden. Dan weten we genoeg. Maar los van die impliciete betekenissen laat 'Iconophobic' prima muziek horen die meer dan voldoende aanleiding geeft Salim Ghazi Saeedi te blijven volgen. Harry 'JoJo' de Vries (11-2010)

Bezetting;
Salim Ghazi Saeedi - guitars, keyboards

Discografie:

Abrahadabra (2006, met band Arashk)
Sovereign (2007, met Arashk)
Ustuqus-al-Uss (2008, met Arashk)
Iconophobic (2010 )

Soft Machine Legacy - Live Adventures (2010)

Label: Moonjune Records

Bandsite: www.johnetheridge.com/softmachinelegacy/
Duur: 58:21
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Het beheren van de erfenis van Soft Machine kun je passief doen via het uitbrengen van remasters en oude opnames. Maar je kunt de erfenis ook actief beheren door een selectie van de discografie live op de planken te brengen. En als dat dan ook nog gebeurt door een collectief waar drie oud-leden deel van uitmaken, John Etheridge, Roy Babbington en John Marshall, zodat er geen sprake is van de zoveelste cover- of tributeband, dan kunnen we spreken van een respectvolle omgang met het legaat. Toevoeging van de uit andere circuits bekende blazer Theo Travis verhoogt de feestvreugde alleen maar. En als dan Leonardo Pavkovic van Moonjune Records als katalysator fungeert, dan kan dat alleen maar leiden tot kwaliteit.
En van kwaliteit is sprake op 'Live Adventures' van Soft Machine Legacy, een band die zich niet alleen beperkt tot het spelen van oude tracks maar ook de arrangementen vernieuwt en er improvisaties aan toevoegt. Er is zelfs sprake van een nieuw nummer, 'The Last Day', gecomponeerd door Theo Travis.
Dit live-album is opgenomen tijdens de Europese tour in 2009 in Oosten- rijk en Duitsland, zo te horen in een niet al te grote zaal hetgeen de intimiteit hoorbaar ten goede komt. De band is zeer goed op elkaar ingespeeld. Wat opvalt is dat het geheel, ook in de geïmproviseerde delen, strakker klinkt dan de live-opnames uit de jaren '70. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan het excellente drumwerk van Marshall die hier meer in dienst speelt van de rest en de free-jazzachtige roffels doorgaans achter- wege laat. Ook Theo Travis speelt wat meer in de discipline van de compo- sitie dan de helaas overleden Elton Dean in het verleden.
Hoogtepunten vormen de ode aan Hugh Hopper door het spelen van zijn 'Facelift', het prachtige 'Song of Aeolus' van Karl Jenkins, de bewerking van Mike Ratledge's 'As If', hier getiteld 'Has Riff II', en 'Gesolreut' ook van Ratledge. Ook Etheridge staat op gitaar zijn mannetje, al vond ik hem altijd wat minder dan Allan Holdsworth, maar zijn gitaar klinkt in zijn van het eerste Legacy-album afkomstige eigen compositie 'Grapehound' wat overstuurd. Verder is hij overigens uitstekend op dreef.
De wijze waarop Soft Machine Legacy hier live acteert is een teken dat de muziek van Soft Machine nog steeds volop ademt en leeft. Een compliment voor deze oudgedienden die zich nog steeds volledig kunnen opladen om de prachtige erfenis van deze legendarische band niet alleen te beheren maar ook, zoals Soft Machine via haar repertoire- en bezettings- wisselingen altijd heeft gedaan, te laten evolueren. Een prima progressief jazz-rock album is het resultaat. Harry 'JoJo' de Vries (11-2010).


Bezetting:
John Etheridge - electric guitar

Theo Travis - tenor and soprano sax, flute
Roy Babbington - bass guitar
John Marshall - drums

Discografie:
Live in Zaandam (2005)
Soft Machine Legacy (2006)
Live at The New Morning (2006)
Steam (2007)
Live Adventures (2010)

Savoldelli & Sharp - Protoplasmic (2009)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.borisinger.eu / www.elliottsharp.com
Duur: 49:30
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Progressieve muziek doet zijn naam pas eer aan, de trouwe lezer zal het als mijn stokpaardje herkennen, als de grenzen van de muziek worden ge- vonden, als 'out of the box thinking' de componist gaat beheersen, als be- kende paden slechts als leidraad worden gebruikt en op het moment dat men nieuwe paden tegenkomt deze vanuit nieuwsgierigheid - een onmisba- re attitude voor een progmuzikant - inslaat.
Ik schrijf met opzet "grenzen die worden gevonden" en niet "grenzen die worden opgezocht". En "nieuwe paden die men tegenkomt" en niet "nieuwe paden die men ging zoeken". Dat zou voorbedachte rade zijn. Nee, het nieuwe, de innovatie, de progressie vinden de muzikanten in de studio, of tijdens het componeren, door een bundeling van creativiteit en energie en vaak bij toeval, in dit verband ook wel 'serendipiteit' genoemd.
Al eerder memoreerde ik: Richard Wright die verveeld zat te pielen op zijn nieuwverworven synths en Roger Waters die riep "speel dat nog eens?!" En de basis voor het in die tijd vernieuwende en revolutionaire 'Echoes' was geboren. Pink Floyd ging de studio niet in met het vooropgezette plan "zo we gaan de wereld eens even op 'n kop zetten en vandaag eens iets doen wat nog nooit gedaan is en dan laten we het ook nog een hele plaatkant duren". Nee, het ontstond.

En dat is nu juist wat ik bij het album 'Protoplasmic' van de Italiaan Boris Savoldelli en de New Yorker Elliott Sharp zo mis. Hoewel improviserende muziek - en daar hebben we het bij dit duo over - in zichzelf sterk leunt op toeval en daar hou ik dus wel van, komt dit album op mij over als experi- ment om het experiment. Het is te geforceerd, het kan niet gek genoeg zijn: laat ik nog eens schreeuwen, kom ik speel nog eens een valse noot op mijn gitaar, ik maak nog eens een 'pitch shifting wobble', ik draai nog eens aan de knoppen van mijn 'effect box' en wat zijn we dan lekker avant-gardistisch bezig.
Savoldelli & Sharp doen enigszins denken aan de legendarische band Henry Cow die experiment hoog in het vaandel had staan maar de rode draad echter nooit uit het oog verloor. Of aan John Zorn - die overigens dit jaar drie dagen lang 'Artist in Residence' is op North Sea Jazz is maar dit terzijde - maar Zorn had een visie, een groots plan en daar verdenk ik dit duo echter niet van.
Experiment is een kernkkwaliteit maar als je erin doorschiet beland je in de valkuil van 'bedoelde chaos' en chaos mag nooit de bedoeling zijn want als het de bedoeling is, is het geen chaos meer. Savoldelli & Sharp zijn in hun eigen valkuil gestapt. Harry 'JoJo' de Vries (07-2009)

Bezetting:
Boris Savoldelli - vocals, electronics
Elliott Sharp - electric guitar, sax (on track 10), electronics

Discografie:
Protoplasmic (2009)

simakDIALOG - Demi Masa (2009)

Label: Moonjune Records
Bandsite: http://www.myspace.com/simakDialog

Duur: 70:35
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

De dBase van ProgLog AFTERglow is rijkelijk gevuld met vele bekende en onbekende bands uit de traditionele en minder-traditionele proglanden. Indonesië ontbrak echter nog op deze progressieve landkaart. Dat onont- gonnen gebied heb ik nu ontdekt via de uitstekende jazz-rockband simakDialog.
simakDIALOG bestaat al enige tijd en wordt allerwegen geroemd om haar smaakvolle en sfeervolle jazz-rock met Canterbury-invloed (Egg, National Health, Hatfield and the North maar dan zonder zang). Deze associatie is vooral te danken aan het virtuoze spel op de elektrische piano van Riza Arshad waarmee hij met name door zijn aanslag het geluid van Dave Stewart en David Sinclair benadert, al is Chick Corea ook niet ver uit de buurt. Naast de uit duizenden te herkennen 'Canterbury-touch' moeten de logische referenties aan de Indonesische cultuur worden genoemd. Vooral in de ritmes en de percussiebijdragen op dit album waart de stille kracht van de Gamelan rond.
'Demi Masa' is het vijfde album van simakDIALOG en is ronduit sterk. Niet wereldschokkend maar met overtuigende, gelaagde composities maakt de band melodieuze jazz-rock die technisch virtuoos wordt uitgevoerd en helder geproduceerd is. En het zijn vooral de relatief lange solo's van gita- rist Tohpati en toetsenist Arshad die mij zeer aanspreken. De band schiet alle kanten op, gaat af en toe lekker loos, heeft ook oog voor de noodzake- lijke rustpunten en voorkomt oeverloos gefreak door altijd de rode draad van de compositie in het vizier te houden. Dit komt vooral doordat genoemde solisten het gehele muziekstuk goed overzien en aanvoelen wanneer het soleren genoeg is.
Hoogtepunten vormen vooral het vijftien minuten durende tweeluik 'Tak Jauh Pertama' en 'Tak Jauh Kedua' en het bijna tien minuten durende drieluik 'Trah Lor (Northern People)' waarin niet alleen het hele jazz-rock palet wordt gebruikt maar ook de smaakvolle integratie met de rijke Indo- nesische cultuur opvalt. Heel knap gedaan en in balans want anders zou het gevaar bestaan dat de gemiddelde Westerse progliefhebber zou afha- ken. Etnische jazz-rock van hoge kwaliteit is het resultaat.

Het uitstekende, enigszins extravagante label Moonjune Records heeft met 'Demi Masa' van simakDIALOG wederom een prachtige release op haar naam staan die nog regelmatig uit de kast zal komen. En het leuke is, het album doet mij ook weer grijpen naar het briljante 'The Rotters Club' van Hatfield en het sterke 'The Polite Force' van Egg. Draai ik die ook weer eens, na het stof te hebben weggeblazen. Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)

Discografie:
Lukisan (1996)
Baur (1999)

Trance/Mission (2002)
Patahan (2005)
Demi Masa (2009)

Bezetting:
Riza Arshad - Fender Rhodes electric piano, Yamaha acoustic grand piano, Oberheim OBX analog synth
Tohpati - electric and acoustic guitars
Adhithya Pratama - bass guitar
Endang Ramdan - lead Sundanese kendang percussion, tambourine, claps, toys, vocals
Erlan Suwardana - Sundanese kendang percussion, claps, toys, vocals
with guests:

Emy Tata - Sundanese kendang percussion, claps, toys, vocals
Mian Tiara - vocals
Dave Lumenta - soundscapes


Soft Machine - Drop (1971/2008)

Label: Moonjune Records
Bandsite: http://calyx.club.fr/softmachine/index.html
Duur: 62:09
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Hoewel Soft Machine er in mijn bewuste muziekleven altijd geweest is, bestaat de band als zodanig helemaal niet. In die zin was het schrappen van het lidwoord 'The' begin jaren 70, gestoeld op een vooruitziende blik, een schouw van een toekomst waarin het een komen en gaan zou zijn van bandleden. Natuurlijk waren er wat vaste waarden, Elton Dean en Hugh Hopper doken vaak op, maar per saldo was en is de band een duiventil. Ja ze bestaan weer, of nog, of misschien is de line-up alweer opgeheven. Om nog maar niet te spreken van 'afsplitsingen' als Soft Works of bezettingen die teren op de oude roem zoals Soft Machine Legacy. Daar is al helemaal geen touw meer aan vast te knopen.
En dan nu de eerste live-uitgave van een line-up die het maar een maand of vijf (van augustus 1971 tot januari 1972) met elkaar uithield te weten Mike Ratledge (keys), Elton Dean (saxes), Hugh Hopper (bass) en de door Ratledge en Hopper als querulant ervaren Phil Howard (drums) die de vertrokken Robert Wyatt verving. Botsende egoposities en een door Dean en Howard geprefereerde gang van (psychedelische) rock naar de free-jazz en geimproviseerde muziek, lieten al snel het doek vallen voor Howard die werd vervangen door de wat strakkere en in de discipline spelende John Marshall. Het Howard-tijdperk duurde zo kort dat het zich niet eens heeft vastgezet in mijn geheugen maar wellicht zegt dat meer over mij dan over de band.


Deze met een uitstekend geluid gezegende release maakt duidelijk dat de bandleden de kwaliteiten van Howard schromelijk hebben onderschat want hij was een excellente drummer, in een andere klasse dan Wyatt en vele malen virtuozer en creatiever dan opvolger Marshall. De man heeft nadien nog even met Lol Coxhill, ook al Canterbury, gespeeld en schijnt sindsdien opgegaan te zijn in de uitgestrekte vergetelheid van Australië. Hij kan in ieder geval zeggen dat hij de transformatie van de psychedelische rock van de eerste lichting naar de jazz-rock van de latere lichtingen Soft Machine heeft ingeleid.
'Drop' is opgenomen tijdens een Duitse tournee in 1971 en bestaat uit twee composities die op 'Third' verschenen, vijf tracks van 'Fifth' en drie niet eerder officieel uitgebrachte tracks. Van deze laatste groep is 'Neo Caliban Grides' van Dean de free-jazz opener; geordende chaos zal ik maar zeg- gen. 'All White' van 'Fifth' vind ik briljant met Howard die de hele boel bij elkaar houdt en een heerlijk en langdurig solerende Dean.
Die kwaliteit vinden we ook terug in de dertien minuten 'Slightly All the Time', een Ratledge-compositie van 'Third'. Dean en Ratledge die op het eerste gehoor in de soms gelijktijdige solo's niets met elkaar te maken lijken willen te hebben, maar ondertussen .... het bekt, het klopt, het smelt samen, niet in de laatste plaats door alweer het verbindende drumwerk van Howard. Dit had Wyatt nooit gekund!
De titeltrack en 'M.C.' zetten dat typische, mystieke sfeertje neer van 'Fifth' en gaan over in de bijna twaalf minuten van 'Out-Bloody-Rageous' van het derde album, welke track de bezetting op zijn best laat horen. Een ondanks de korte periode zeer goed op elkaar ingespeeld of elkaar in ieder geval uitstekend aanvoelend viertal. En dan dat heerlijke, herkenbare geluid van Ratledge solerend op het Lowrey orgel, dat toch wel kan worden gety- peerd als het Canterbury-instrument. 'As If' en 'Pigling Band' bevatten de- zelfde hoge kwaliteit. De plaats die Howard mocht innemen wordt nog eens tragisch helder gemaakt door weliswaar een eigen compositie, 'Dark Swing', maar dan toch echt niet langer dan 1 minuut 47!.
'Drop' maakt de Soft Machine-levenslijn compleet en belicht een te korte periode met drummer Phil Howard die, gezien zijn kwaliteiten, meer tijd verdiend had. Lijden sommige live-uitgaven van Soft Machine nog weleens aan chaos en een matige geluidskwaliteit, dat is hier geenszins het geval en het album is ook nog eens mooi uitgevoerd met digi-pack en boekje. Het is een uniek livedocument dat rechtgeaarde fans van deze bijzondere band niet mogen missen. Harry 'JoJo' de Vries (01-2009)


Bezetting:
Mike Ratledge - Lowrey organ, Fender Rhodes electric piano
Elton Dean - saxello, alto sax, Fender Rhodes electric piano
Hugh Hopper - bass guitar
Phil Howard - drums


Discografie (selectief):
The Soft Machine (1968)
Volume Two (1969)
Third (1970)
Fourth (1971)
Fifth (1972)
Six (1973)
Seven (1973)
Bundles (1975)
Softs (1976)
Alive & Well Recorded In Paris (1978)
Land Of Cockayne (1981)
Rubber Riff (1994)
Spaced (1996)
Virtually (1997)
Noisette (2002)
Facelift (2002)
Soft Machine BBC Radio 1967-1971 (2003)
Soft Machine BBC Radio 1971-1974 (2003)
Drop (2008)

Chris Stassinopoulos – Light in the Dark (2008)

Label: Christass Records
Bandsite:
www.myspace.com/chrisstassinopoulos2
Duur: 65:58
Reviewer: Harry ‘JoJo’ de Vries
Waardering:
(uit max. 5 JoJo’s)

Chris Stassinopoulos is een voor mij volslagen onbekende artiest – zoveel prog en symfo komt er immers niet uit Griekenland – maar volgens de bij de promo gevoegde en handgeschreven (…) infoslip heeft hij zijn muzikale progressieve sporen ruimschoots verdiend in eigen land o.a. door samen- werking met Vangelis. Maar ook daarbuiten schat ik in want hij speelde niet alleen met Cyrille Verdaux’ Clearlight Symphony maar hij heeft op ‘Light in the Dark’ toch een aantal respectabele namen weten te strik- ken zoals David Cross op viool (ex-King Crimson), Hugh Hopper op bas (ex een heleboel maar in ieder geval ex-Soft Machine) en Barry Finnerty op gitaar (ex-Miles Davis). Stassinopoulos bespeelt zelf de drums en key- boards.
Op ‘Light in the Dark’ is sprake van gitaar- en toetsengeoriënteerde jazz en jazz-rock met af en toe invloeden vanuit de genoemde bands en in alge- mene zin, niet in de laatste plaats door de manier waarop Stassinopoulos de elektrische piano beroert, Canterbury-invloeden.
Tot zover het positieve. Nu de andere kant. Het valt mij allemaal niet mee. En voor zover ik het kan beoordelen ligt dat niet zozeer aan de techni- sche kwaliteiten van Stassinopoulos, al helemaal niet aan de competente bekende namen, zelfs de composities zijn acceptabel maar is het toch vooral te wijten aan de produktie en de mix. Die zijn namelijk rommelig. De drums staan onevenwichtig in het geluidsspectrum, de synergie tussen de drums en de rest van de instrumentatie lijkt regelmatig ver te zoeken en het geluid klinkt her en der blikkerig waardoor het allemaal wat amateuristisch overkomt. Terwijl de jarenlange ervaring van de projectleden hier haaks op staat. Kortom, het geheel geeft de indruk van een haastklus – studio- kosten? – dan wel een low-budget project.
En dat is jammer want er staat wel degelijk een aantal acceptabele tracks op zoals opener ‘Ancient Civilization’ dat een pakkend thema kent op synths maar zich thematisch verder nauwelijks ontwikkelt. Ook hier hebben de drums moeite de juiste kadans te vinden. Een metronoom zou er tureluurs van worden. Het antwoord van de artiest zal ongetwijfeld zijn dat dat de bedoeling was: a-tonisch, syncopatisch enzo. Dat zal dan wel maar het bekt niet. ‘Universal Harmony’ is goed vooral door de prima saxpartijen van Alex Foster (o.a. Paul Simon, Paul McCartney en tourde met Jaco Pastorius!!), waardoor er een Weather Report sfeertje ontstaat, en de gitaarlicks van Finnerty. Ook hier slaan de drums echter op hol of zijn zoekende en loopt de track uiteindelijk verkeerd af.
En zo zou ik wel door kunnen gaan. Rode draad in de kritiek is dat de composities aardig tot goed zijn maar dat de eindmix matig is en ik voorzichtig het gevoel opper dat er sprake is van niet zo goed uitgepakt knip- en plakwerk van op afstand aangeleverde partijen. Als dat beter zou zijn verzorgd, kwam ik waarschijnlijk op ‘goed’. Nu blijf ik steken op een schamele twee JoJo’s … matig dus. Sorry, Chris! Harry ‘JoJo’ de Vries (01-2009)


Bezetting:
David Cross - violin
Hugh Hopper - bass
Alex Foster - sax
Barry Finnerty - guitar
Joe Berger - guitar
Alekos Karandas - guitar, keyboards
Stelios Frederikos - guitar
George Gavalas - bass
Maria Kotsiri - xylophon
Kostas Karamitros - drums

Discografie:
Space Exploration (2004)
Space Exploration (Volume 2) (2004)
Space Exploration (Volume 3-The Voice Of The Rhythm) (2004)
From Ancient Civilizations To The Future (2007)
Light in the Dark (2008)

Spirits Burning - Alien Injection (2008)

Label: Black Widow Records
Bandsite: www.spiritsburning.com
Duur: 80:32
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Spirits Burning is een 'free-will multi-participant association' - wat dat dan ook moge zijn - opgericht en geleid door muzikant en producer Don Fal- cone. Het album 'Alien Injection' is inmiddels het vierde projectresultaat. Een waslijst aan grote namen staat vaak niet garant voor hoge kwaliteit. De sport levert doorgaans mooie vergelijkingen op. Is een gekocht voetbalteam bestaande uit gearriveerde vedettes ook direct een 'winner'? De praktijk wijst anders uit.
Ook in de muziek staan bekende namen niet garant voor een goed album of concert. Het voorliggende album is daarvan helaas een lichtend voor- beeld. Als je de uit veertig man bestaande crew van het spaceship op de hoes voorbij ziet komen dan bekruipt je al een angstig voorgevoel en het zijn toch niet de minsten: Daevid Allen (Gong), Captain Black (Hawkwind), Michael Clare (University of Errors), Karen Anderson (PsiClub), Adrian Shaw (Bevis Frond) en ga zo maar verder. Per saldo zijn veel gerenom- meerde spacebands wel vertegenwoordigd.
Het album zou ik grotendeels willen karakteriseren als koekoek ene dreun met matige composities die je meenemen in een soort draaikolk waarin elk onderscheidend vermogen tussen de tracks in de diepte, of in het licht van spacemuziek, in de hemel is verdwenen. Het gaat maar door en het gaat maar door. De openings- en tevens titeltrack gaat dan nog en het is met name de mooie mellotron van Falcone op de achtergrond die mij mild doet zijn.
Het wordt pas echt bedenkelijk als Karen Anderson de vocalen beroert. Haar intonatie en timing zijn niet al te best. Luister naar 'New Religion' en haak af! Als zij in het refrein "in the name of God" zingt dan is het ronduit vals. "Zoals te verwachten valt", zou een rechtgeaard atheïst als onderge- tekende concluderen. En op dat niveau sleept het gehele album zich moeizaam voort waarbij ook de speltechnische kwaliteit van die 'grote namen' tegenvalt en in ieder geval de synergie tussen de projectleden mij volledig ontgaat.
Voor goede spacemuziek moet ik blijkbaar niet bij Spirits Burning zijn. Ik blijf derhalve voorlopig maar shoppen bij Gong en alle afsplitsingen en ver- takkingen, Ozric Tentacles en Oresund Space Collective, welke laatste band met hun geïmproviseerde spacerock veel meer imponeert dan het bijelkaar geharkte en toch nog losse zand van Spirits Burning. Harry 'JoJo' de Vries (12-2008)

Bezetting o.a.
Daevid Allen
Karen Anderson
Captain Black
Michael Camaro
Michael Clare
Tom Dambly
Don Falcone

Discografie:
New Worlds By Design (1999 )
Reflections In A Radio Shower (2002)
Found In Nature (2006)
Alien Injection (2008)

Soft Machine – Third (1970)

Label: Sony/BMG
Bandsite:
http://calyx.club.fr/softmachine/
Duur: 76:07 + 38:35
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering:
(max.score JoJo’s)

Waarom een recensie van een plaat die in 1970 voor het eerst uitkwam? Ten eerste staat ‘Third’ bij mij al 38 jaar bovenaan de lijst met beste albums aller tijden. Ik laat dan ook geen gelegenheid onbenut dat uit te leggen. Daarnaast is het album in 2007 geremasterd uitgebracht met een subliem geluid vergeleken met de oude stoffige opnames. Wellicht haal ik een categorie muziekliefhebbers over om deze nieuwe uitgave alsnog aan te schaffen nadat zij eerder door de slechte geluidskwaliteit waren afge- haakt. En ‘Third’ mag niet ontbreken in de lijst legendarische klassieke albums die op ProgLogAFTERglow werden gerecenseerd.
Met de weinig originele titel ‘Third’ bracht de uit Canterbury afkomstige groep Soft Machine in juni 1970 haar derde album uit. Het was het eerste dubbelalbum van de band die voortaan zonder het lidwoord ‘The’ door het leven zou gaan. De vaste bezetting bestaande uit Ratledge, Hopper en Wyatt werd voor dit album uitgebreid met vijf andere leden van de Canter- bury scene: het muziekgezelschap The Wilde Flowers.
'Third' bevat vier composities die elk ongeveer negentien minuten duren. Net zoals een beeld ooit een brok steen zonder structuur is geweest, zo begint opener ‘Facelift’ van Hopper met een orkaan van ogenschijnlijk onge- structureerde geluiden welke niets, maar dan ook niets met muziek te maken lijkt te hebben. Ik herinner mij dat vele van mijn muziekvrienden hier al afhaakten. Ik prijs mij gelukkig dat ik mij door mijn nieuwsgierigheid heb laten leiden en ben blijven luisteren.
De ‘herrie’ start met een steeds luider aanzwengelende basdreun, spoe- dig opgevolgd door onheilspellende orgeltonen die imponeren als water- druppels die elkaar achterna gaan. Ondertussen vraagt het vervormde, valse orgelgeluid van Ratledge steeds meer aandacht: het geluid, sterk vervormd door booster, komt tot stand door ogenschijnlijk willekeurig op de toetsen te rammelen. Dan volgt een vals gestemde viool als inleiding op het binnenhalen van steeds meer valse maar tegelijkertijd mooie geluiden van saxofoon, trombone en fluit. Als deze geluidsmuur tot steeds grotere intensiteit is aangewakkerd, blijkt dat er zich in de voorgaande minuten toch iets heeft ontwikkeld wat enigszins doet denken aan een melodie: de eerste contouren van het uiteindelijke beeldhouwwerk beginnen zichtbaar te worden. Kort na deze constatering start het ‘melodieuze gedeelte’ van ‘Facelift’.

Het voert te ver om alle sferen te beschrijven die de luisteraar onderweg tegenkomt. Ik kan echter niet om de de prachtige, gevoelige fluitsolo van Jimmy Hastings heen. Het typische Soft Machine geluid - de basstijl van Hopper of het orgelspel van Ratledge of misschien toch het subtiele geroffel van Wyatt - houdt de zaak echter bij elkaar zodat er ondanks de hetero- geniteit aan sferen en stijlen voortdurend cohesie blijft. ‘Facelift’ eindigt met langzaam vervagende, door orgel geproduceerde geluidseffecten: alsof de laatste restjes steen er als rafeltjes en randjes afgevijld worden.
‘Slightly all the Time’ is de voorbode van de richting die men na ‘Third’ zou inslaan: pure jazz(rock) vanwege de typische jazz ritmiek en de bla- zers. Toch is het te kort door de bocht om hier van louter jazz te spreken. De track is het best te betitelen als ‘Soft Machine op ontdekkingsreis in jazzland’. Elton Dean zorgt op altsax voor de romantische, dromerige sfeer terwijl de andere blazers de luisteraar plotseling doen swingen in een typisch jazz ritme. Kortom, ook hier veel afwisseling en contrasten.
‘The Moon in June’ is een typische Wyatt compositie: veel aandacht voor subtiel slagwerk en zijn prachtige typische stem die regelmatig een ‘pas de deux’ maakt met de door Ratledge geproduceerde orgeltonen. Ik vind het een uit de hand gelopen, zwoel, dromerig liefdeslied. De tekst doet surrealistisch aan met name door de ‘positiewisselingen’ van de zanger: de ene keer verhaalt hij van zijn gevoelens jegens zijn geliefde om vervolgens plotseling op het ‘hier-en-nu-niveau’ van de song te zitten. Een truc die Wyatt in zijn latere groep Matching Mole ook veelvuldig heeft toegepast.
Het album eindigt met het psychedelische ‘Out Bloody Rageous’ dat zowel aan begin en eind als ’minimal music’ benoemd kan worden. Daartussenin worden prachtige ‘maximal music’ melodieën gespeeld, die ontroeren, laten swingen en van geheimzinnigheid blijk geven. Deze compositie is als het prototype van de Soft Machine Sound uit de periode 1970 te beschouwen. De Bonus CD bij de remaster is een heruitgave van de eerder uitgebrachte CD ‘Live at the Proms 1970’. Ook dit schijfje is de moeite meer dan waard omdat het een prachtig voorbeeld is van een Soft Machine concert uit die tijd.
Hierna wordt ‘Fourth’ uitgebracht waarop hoorbaar is dat de band een andere richting is ingeslagen waarin jazz een steeds voornamer bestand- deel zal gaan vormen. Het speelse zo kenmerkende karakter van de muziek komt daarmee stilaan tot een eind om steeds meer plaats te gaan maken voor een serieuze ondertoon. Henk Vermeulen (07-2008)

Bezetting:
Robert Wyatt - drums, vocals
Hugh Hopper - bass guitar
Mike Ratledge - piano, organ
Gasten:
Nick Evans - trombone
Rab Spall - violin
Lyn Dobson - flute, soprano saxophone
Elton Dean - alto saxophone
Jimmy Hastings - flute, bass clarinet

Discografie (selectief):

Soft Machine (1968)
Volume Two (1969)
Third (1970)
Fourth (1971)
Fifth (1972)
Six (1973)
Seven (1973)
Bundles (1975)
Softs (1976)
Alive & Well Recorded In Paris (1978)
Land Of Cockayne (1981)
Rubber Riff (1994)
Spaced (1996)
Virtually (1997)
Noisette (2002)
Facelift (2002)
Soft Machine BBC Radio 1967-1971 (2003)
Soft Machine BBC Radio 1971-1974 (2003)

Solstice – Silent Dance (1984)

Label: Festival Music/Bertus
Bandsite: http://www.solsticewebsite.com/
Duur: 48:42 + 41:58
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

De reden dat ik dit album bijna 25 na dato toch heb aangeschaft is niet zozeer gelegen in het feit dat het een heruitgave en remaster betreft. De aanleiding is veel eerder dat de band Solstice volledig aan mij voorbij is gegaan in al die jaren en dat ik, als ik sommige kritieken moet geloven, daarmee een mijlpaal uit de proghistorie zou hebben gemist. Van de loftuitingen die ik her en der lees begrijp ik echter niets. Daar zijn, luisterend naar het toenmalige debuut van Solstice ‘Silent Dance’, de volgende argumenten voor te geven.
Ten eerste klinkt het geheel uitermate gedateerd en knullig. Hoewel er sprake is van een prima gitarist in de persoon van Andy Glass en de verdienstelijke violist Marc Elton, speelt de ritmesectie wel erg basaal en simpel en lijken de breaks van drummer Martin Wright niet altijd op zijn plaats en soms net uit de pas te lopen met zijn collega's. Ik vind het overkomen als een schoolbandje dat zich na vele optredens op bruiloften en partijen zonder enige vorm van zelfkritiek goed genoeg vindt om een plaatje op te nemen.
Ten tweede is de zang van zangeres Sandy Leigh hemeltergend slecht. Als een abominabele imitatie van Annie Haslam en zelfs Jon Anderson, toont zij aan een volkomen verkeerd gebruik van haar stem uitstekend onder de knie te hebben. Onvaste tonen, uithalen die net te lang duren, verkeerde ademhaling, je zou het er benauwd van krijgen en dat gebeurde mij dan ook herhaaldelijk. "Ademhalen" dacht ik dan, "anders loopt het verkeerd met je af Sandy".
Ten derde de composities. De combinatie van folk en progressieve rock mag ik graag horen. Het geeft een bepaald soort romantiek die ik al eerder beschreef in de review van het meest recente album van Ritual (zie review). Solstice maakt die combinatie best verdienstelijk maar de kwaliteit van het gebodene komt toch zelden boven de middelmaat uit. Slechts in 'Earthsong' en 'Sunrise' hoor ik iets wat de toets der kritiek ook na zoveel jaar kan doorstaan.
Deze re-release bevat om het nog erger te maken een tweede schijf met opnames die dateren uit sessies in de studio dan wel slecht verwarmde oefenruimtes en opnames die al eens op cassette zijn uitgegeven. Alsof ze een topband zijn, zijn de leden van Solstice de rijke archieven ingedoken om de fans te plezieren. Gezien mijn eerdere woorden over het studio-album kunnen deze oefeningen en probeersels alleen maar slecht en overbodig zijn. En dat zijn ze dan ook. Je kan alles wel willen uitgeven. Wat een onzinnige exercitie.
Liefhebber van prog- en symfo zijn is tegenwoordig meedoen aan een soort ‘rat race’. Hoewel door de stortvloed aan releases en re-releases streven naar volledigheid sowieso onmogelijk is, proef ik bij mijzelf die ongemakkelijke ambitie echter wel. Zo’n beetje het gevoel dat ik vroeger weleens had als frequent cafébezoeker dat ik, ondanks dat ik geen zin had, toch maar naar de stad moest gaan want ik mocht eens iets missen. Het is die emotie waar platenmaatschappijen natuurlijk op inspelen, wetend dat de verstokte symfo- en progfan toch wel naar de winkel loopt of internet afstruint om dit vergeten of moeilijk te vinden puzzelstukje te bemachtigen. Ik ga daar selectiever in worden. Niet alles wat vroeger gemaakt is, is goed en waard om te worden heruitgegeven. Deze heruitgave van 'Silent Dance' van Solstice heeft mij dat eens temeer aangetoond. Om in termen van W.F. Hermans te spreken: Nooit meer Draaien. JoJo (11-2007)


Bezetting:
Andy Glass - guitar, backing vocals
Marc Elton - violins, backing vocals, keyboards
Mark Hawkins - bass, bass pedal
Martin Wright - drums, percussion
Sandy Leigh - lead vocals

Discografie:

Silent Dance (1984)
New Life (1993)
Circles (1996)
The Cropredy Set (2002)