Posts tonen met het label Reviews O. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reviews O. Alle posts tonen

Odessa - The Final Day (2009)

Label: Lizard Records
Bandsite: www.odessazone.com
Duur: 48:52
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Het reeds in 1998 debuterende Italiaanse Odessa heeft naast een live- album toch pas twee studio-albums op haar naam staan, te weten 'Sta- zione Getsemani' uit het startjaar en nu dus 'The Final Day'.
Voorman van Odessa is Lorenzo Giovagnoli, die naast politicoloog, pro- ducer en toetsenist ook zangleraar is maar ook zangles krijgt van operazan- geres Letizia Sciuto "to widen the expressive means and capablities of his voice". Hij is inderdaad een prima zanger maar laat ik nu juist die, gelukkig spaarzame, fragmenten waarin hij die karakteristieke opera-uithalen fabri- ceert niet de meest gelukkige momenten op het album vinden. Ik vind het ook niet goed passen bij de overigens prima progressieve muziek met een lichte AOR-inslag.
Zoals vaker bij Italiaanse bands (zie ook de recente review van Sophya Baccini), wordt er afwisselend gezongen in het Engels en in het Italiaans, hier zelfs aangevuld met Frans en Grieks. Verder horen we zeer getalen- teerde muzikanten die hun instrumenten vaardig bespelen - drummer Marco Fabbri speelt bijvoorbeeld ook bij The Watch - en prog maken waarin invloeden van Led Zeppelin, Deep Purple, Jethro Tull, vleugjes PFM maar toch ook de AOR van Toto te herkennen zijn.
De zon komt op tijdens 'The Final Day' met het titelnummer dat lekker rockt op een sterk ritme, met een virtuoos scheurend orgel van Giovagnoli, een sterk fuzzende bas van Valerio di Angelis, accenten op elektrische piano en een jazzy intermezzo met op elkaar inhakende gitaar- en key- boardsolo's. Een sterk begin al hadden de theatrale, vocale uithalen aan het einde voor mij dus niet gehoeven. Giovagnoli houdt hier de tonen duide- lijk te lang aan en dat past absoluut niet bij deze muziek.
De geëngageerde Giovagnoli laat in het stevige 'Compra' zijn licht schij- nen over de bedenkelijke kanten van de 'consumer culture'. Een geweldige track vind ik 'Depeche Toi' waarvan de platenmaatschappij in het begelei- dend schrijven zegt "This is what Dream Theater would sound like, were they capable of writing music with melody". Collegiale kinnesinne, mis- schien niet zo netjes, al zit er dan een kern van waarheid in ... Inderdaad een track die refereert aan de complexiteit van Dream Theater, echter wel met een sterke melodische rode draad.
En de andere zeven tracks? Prima progrock, gedegen composities maar met emotie zoals in de symfonische tracks 'Viena la Sera' en 'Piccolo Mio Sole'te horen valt.
Odessa was een voor mij relatief onbekende band. Zij hebben mij met 'The Final Day' weten te overtuigen van hun muzikale en technische kunnen. En die theatrale uithalen? Lorenzo, we weten nu dat je het kan, volgende keer niet meer graag, per favore, please, parakaló, s'il vous plait!

Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)

Bezetting:
Lorenzo Giovagnoli - voice and keyboards
Giulio Vampa - guitars
Valerio De Angelis - bass guitar
Marco Fabbri - drums

Discografie:
Stazione Getsemani (1999)
Live at Prog'sud (2004)
The Final Day (2009)

Opeth – Watershed (2008)

Label: Roadrunner Records
Bandsite: www.opeth.com

Duur: 55:01 (CD) + 76:32 (DVD)
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score JoJo’s)

Voor iemand die zijn jeugd doorbracht in de jaren 70 waarin de prach- tigste nieuwe muziekgenres werden ontwikkeld, waarvan de symfonische rock wellicht het meest kenmerkend is, is het een hard gelag als zijn kinderen later dezelfde muzikale passie als hun vader blijken te hebben maar dan gericht op een ander genre: metal!
Mijn eerste oppervlakkige kennismaking met ‘metal’ leidde tot kwalifi- caties als ‘herrie’ en ‘erbarmelijk geschreeuw’. Als ouder kun je jezelf natuurlijk geen desinteresse jegens de voorliefdes van je kinderen veroor- loven. Uiteindelijk ben ik via hen enigszins ingevoerd in de kunst van de metal. Inderdaad ‘kunst’ want dit genre heeft wel degelijk diepgang. Veel bands beschikken over technisch begaafde muzikanten. Daarnaast worden er existentiële thema’s uitgewerkt die in de ‘mainstream’ (vanwege het taboe?) genegeerd worden zoals occultisme, horror, dood, pijn, angst, nihilisme oftewel de donkere kanten van het menselijk bestaan.
Waarom deze persoonlijke inleiding in een recensie van de nieuwe CD ‘Watershed’ van Opeth ? Omdat Opeth eigentijdse progressieve metal maakt waarin de belangrijkste stijlen uit de jaren 70 zijn geïntegreerd. Hoe- wel steeds meer mensen vinden dat Opeth niet valt onder te brengen in een genre: “Opeth exists in a genre of one” stond er in de perstekst bij de promo. Ik ben nog steeds geen echte metaliefhebber. Uitzondering maak ik voor Dimmu Borgir uit Noorwegen en Opeth uit Zweden. Beide bands com- bineren de voor metal zo kenmerkende ‘grunt’ en de ongelooflijk snelle ritmiek met prachtige melodielijnen en zang.
Mijn eerste confrontatie met Opeth liep via ‘Damnation’ (2003). Een aantal jaren geleden liep ik bij Donner in Rotterdam toen mijn aandacht werd getrokken door de muziek die op dat moment in de winkel werd gedraaid. Al luisterend vroeg ik mij af welke band behalve King Crimson dergelijke huiveringwekkende muziek zou kunnen maken. Het was Opeth. Ik heb het album direct gekocht en thuisgekomen stond ik steeds meer perplex: dat een band uit deze tijd muziek kan maken die aan de ene kant volledig uniek en eigentijds klinkt en aan de andere kant sterk aan de symfo van weleer doet denken. Daarnaast kreeg ik tijdens het luisteren het ‘Blair Witch’ gevoel: associaties met de sfeer en spanning die ik heb ervaren tijdens het kijken naar de film “The Blair Witch Project”, een ‘very low budget millionseller horrorfilm’. Ik beveel iedereen aan om alvorens het album ‘Damnation’ te beluisteren eerst deze film bekijken en zich te laten meeslepen in de geheimzinnige sfeer.
Toen ik vervolgens de Opeth-albums ging onderzoeken bleek dat de meeste tot de metal behoorden: keiharde muziek met grunt. Opeth had toen voorlopig weer afgedaan en ik heb mij er verder niet meer in verdiept. Daarin kwam verandering toen ik de DVD ‘Lamentations’ kocht, waarop integraal live 'Damnation' staat en tracks van ‘Deliverance’ en ‘Black Waterpark’. Door die DVD en het kennis nemen van de andere kant van Opeth heb ik het specifieke geluid leren kennen. Het is niet altijd even gemakkelijke kost maar als je jezelf door de eerste vooroordelen hebt weten heen te slaan dan kan het ware genieten beginnen!
Op ‘Watershed’ heeft Opeth het de metalhaters gemakkelijker gemaakt. Het openingsnummer ‘Coil’ is namelijk een prachtige folksong met subtiel akoestisch gitaarspel en prachtige zang van bandleider Mikael Åkerfeldt en gastzangeres Natalie Lorichs. Er zullen niet veel mensen ongevoelig zijn voor een dergelijk vertederend liedje. Ergens doet deze song denken aan Jethro Tull in de dagen van ‘Aqualung’ door de op Ian Anderson geïnspi- reerde telefoonstem.
Maar dan: de overgang naar het tweede nummer is overweldigend. Met dezelfde intensiteit - je bent net bezig een dikke trui aan te trekken tegen het opgeroepen kippenvel - barst ‘Heir Apparent’ los maar dan met een totaal tegenovergestelde kracht, ritmiek en volume. Openend met een keiharde ‘grunt’ is er al snel sprake van een kakafonie aan uiteenlopende geluiden, afgewisseld met de prachtigste, vertederendste melodieën en vocalen. Meest kenmerkend zijn de felle ongelooflijk snelle tegenritmes van de indrukwekkende drummer Martin Axenrot, de opvolger van de als onmisbaar geachte Martin Lopez, met op de achtergrond het King Crimson mellotrongeluid en tussendoor telkens folkachtige dialogen tussen fluit en akoestische gitaar. Uiteindelijk eindigt het in een brok natuurgeweld: donder, bliksem, hagel, storm en een dubbel gevoel: angst en tegelijkertijd bewondering!
In ‘The Lotus Eater’ dezelfde contrasten: harde ‘grunts’ afgewisseld met mooie melodielijnen. Behalve aan King Crimson, doen sommige stukken denken aan Supersister en Soft Machine, vooral door het licht jazzy geluid van de fluit en het keyboard. De zang is weer huiveringwekkend mooi. Aan het einde komen alle mogelijk denkbare jaren 70 invloeden bij elkaar waarbij het geheel meer is dan de som van de delen. Zelfs geluidseffecten waarvan ik tot voor kort dacht dat alleen Pink Floyd die kon bedenken, zijn waarneembaar.
‘Burden’ is een symfoballad met invloeden van alweer King Crimson, UK en vooral John Wetton. Er komt ook een nostalgisch stuk rammelen op de Hammond Organ in voor á la Keith Emerson en een schitterende ontroerende gitaarsolo die aan de stijl en het vakmanschap van Clapton refereert. Hoe vol met contrasten zit deze band door hierna geluidseffecten te produceren zoals Black Sabbath dat deed op ‘Master of Reality’. De outro is bijzonder opvallend: de akoestische gitaar, waarop een minstreel- achtige melodie wordt gespeeld, wordt tijdens het spelen steeds valser gestemd hetgeen een vreemde surrealistische sfeer oproept.
Tijdens ‘Porcelain Heart’ krijg ik weer het typische ‘Blair Witch’ gevoel zoals bij ‘Damnation’, vooral door de combinatie van de huiveringwekkend mooie stem van Åkerfeldt en het folky akoestische gitaarspel. Maar daar houdt de vergelijking dan ook op: de ingetogen gedeelten worden afgewis- seld met overweldigende geniale herrie waarin de drumritmes ervaringen oproepen van een aardbeving. Ook komen plotseling klassiek georiënteerde stukken om de hoek kijken, gespeeld met klarinet of hobo. Tere porselei- nen gedeelten worden heftig afgewisseld met ontzagwekkend donder- geweld.
‘Hessian Peel’ heeft iets weg van het begin van ‘Facelift’ van Soft Machine en is het langste nummer van het album. De track heeft duidelijk iets oriëntaals in zich maar ook alle genoemde invloeden. Toch krijg je nooit het gevoel van imitatie omdat de duidelijke ‘death metal’ kant voortdurend het eigen karakter van de band bewaakt. Ook afsluiter ‘Hex Omega’ is weer een staaltje van geniale afwisseling en contrast en bij de zachte stukken is het soms onmogelijk een traan te bedwingen. Enig chauvinisme is mij niet vreemd als ik speciaal nog even aandacht vraag voor het hoge Supersister gehalte dat in sommige delen van dit nummer duidelijk waarneembaar is. Åkerfeldt heeft zijn bewondering voor de Nederlandse bands uit de jaren 70, met name Supersister, Solution en Focus, nooit onder stoelen of banken geschoven.
‘Watershed’ is een meesterwerk dat zowel de metalliefhebbers als de progrockfans zal weten te raken. De metalliefhebbers zullen dan van hun vooroordelen als zou Opeth softe muziek maken los moeten komen en de metalfobe progrockers dienen hun weerstand aangaande ‘grunts’ opzij te zetten om vervolgens het grote genieten te mogen ervaren. Een genieten dat elke keer dat het album wordt beluisterd groter wordt. Is dat nu niet juist het kenmerk van echte topmuziek? Henk Vermeulen (06-2008)

Bezetting:
Mikael Åkerfeldt - lead vocals, lead and rhythm guitars, bass

Fredrik Åkesson - rhythm and lead guitars
Martin Mendez - bass
Martin "Axe" Axenrot - drums, percussion
Per Wiberg - keyboards, backing vocals

Discografie:
Orchid (1995)
Morningrise (1996)
My arms, your Hearse (1998)
Still Life (1999)
Blackwater Park (2001)
Deliverance (2002)
Damnation (2003)
Ghost Reveries (2005)
Lamentations (DVD, 2006)
The Roundhouse Tapes (2007)
Watershed (2008)

REVIEWS under O

OBLIVION SUN - Oblivion Sun (2007)
ORNE - The Conjuration by the Fire (2006)

Oblivion Sun - Oblivion Sun (2007)

Label: Prophase Music
Bandsite: http://www.oblivionsun.homestead.com/
Duur:
45:01

Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

De legendarische band Happy the Man (HtM) bestaat naar mijn weten nog steeds, al is dat in de loop der decennia halen en brengen geweest, dus ik ga ervan uit dat Oblivion Sun een gelegenheidsproject betreft van Happy the Man's Stan Whitaker en Frank Wyatt. Het bleek de heren steeds moeilijker te vallen om na de release van 'The Muse Awakens' (2004) de agenda's met de overige leden van HtM af te stemmen rond opnamesessies en optredens. Vandaar dat dit duo al een uitstapje maakte met 'Pedal Giant Animals' (2006) op welk album tracks die in de loop der jaren waren blijven liggen een plek kregen. Op die fundamenten werd vervolgens Oblivion Sun gesticht. Bent u er nog? Ik voorspel u, mocht u de diverse internetsites bezoeken van deze bands, projecten en artiesten - met irritante koppelingen naar Amazon en MySpace - dan begrijpt u er helemaal geen snars meer van.
Oblivion Sun maakt progressieve muziek die natuurlijk en onvermijdelijk de sfeer en de manier van componeren volgt van HtM maar daar toch wat meer (funky) rockritmes aan toevoegt. De tracks met een goed doordachte kop, eminente romp en staart worden bovendien nog overdadiger dan bij HtM aangekleed met de toetsen van Plummer en vooral Wyatt. Beiden prima maar vooral laatstgenoemde kan er wat van. Prachtige, warme en melodieuze akkoorden worden afgewisseld met virtuoze solo's op synths en piano. Werd vroeger denkend aan HtM overvloedig gerefereerd aan voormalig lid en keyboardspeler Kit Watkins, Wyatt klinkt veel volwassener en voller dan het in mijn oren nogal lullig en naïef klinkende spel van Watkins. Maar goed daar zit ook een paar jaartjes tussen ....
Het titelloze album opent met 'Fanfare' dat met een heerlijke, subtiele melodie is getooid, op de laatsteling van HtM niet zou hebben misstaan en tegen het einde wervelende synthsolo's van Wyatt en Plummer bevat. Daarna volgt 'The Ride', een track die wat draaibeurten vereiste, met name door de zang van Whitaker die enigszins a-tonisch zingt zoals Jeff Berlin dat ooit deed op Bruford's 'Gradually Going Tornado'. Maar hoe vaker gedraaid, hoe beter dit vrij stevige nummer werd, al zorgt de rockinslag ervoor dat deze track tezamen met het ook al stevige 'No Surprises' wat vreemde eenden in de bijt zijn op dit album.
Een opvallende track is voorts 'Catwalk' dat vernuftig is opgebouwd, goed gezongen wordt door Whitaker - lijkt hij hier op Phil Collins? - en zich knap ontwikkelt van rustige jazzrock op een heerlijke bedje van synths naar een wat voortvarender tempo met veel dynamiek. En ook hier weer de machtige solo's op keyboards. Feitelijk staat de opbouw van deze track model voor het overige gebodene. Het door Plummer gecomponeerde 'Tales of Young Whales' is op gelijke wijze briljant en afsluiter 'Golden Feast' maakt het bruggetje weer naar wat we van HtM zijn gewend en vormt wellicht de voorbode van een volgend album van HtM.
Hoewel de hoes bij eerste oogopslag aardig oogt maakt nadere bestu- dering duidelijk dat het boekje qua informatie en body wel erg basaal is en met name gedomineerd wordt door 'thank you's'. Los daarvan hebben de leden van Oblivion Sun een patent album afgeleverd met kwalitatief zeer hoogwaardige progressieve muziek, gegoten in een heldere en toch warme en volle produktie. Een lust voor het oor. JoJo (12-2007)

Bezetting:
Stan Whitaker - guitar, vocals
Frank Wyatt - keyboards, sax
Chris Mack - drums
Dave DeMarco - bass
Bill Plummer - moog, keyboards

Discografie:
Oblivion Sun (2007)

Orne – The Conjuration by the Fire (2006)

Label: Black Widow Records
Bandsite: www.orne.rules.it

Duur: 48:26
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)

Orne komt uit de omgeving van Turku in Finland en is een sideproject dat geworden is tot een heuse band van gitarist Kimi Kärki, die onder de naam Peter Vicar tevens deel uitmaakt van de ‘doommetal-band’ Reverend Bizarre. ‘Orne’ is een fictieve persoon in H. P. Lovecraft's (1890-1937) ‘The Case of Charles Dexter Ward’. Toeval of niet maar dat is een boek dat ik in de jaren zeventig ooit wilde lezen voor mijn boekenlijst op het Atheneum en dat om duistere redenen door mijn lerares Engels werd afgekeurd. Om al even duistere redenen is de naam van de band een aantal jaren terug omgedoopt van ‘Mesmer’ tot ‘Orne’ en sinds de release van dit album inmiddels tot ‘The Orne’. Om aan te geven dat er maar één Orne is? Of bekt het beter?
‘The Conjuration by the Fire’ is Orne’s debuut, al timmert de band al vele jaren aan de weg. Er is op geen enkele wijze sprake van ‘doommetal’ op dit album al zit het schreeuwen van zanger Witchfinder in ‘Lighthouse’ tegen ‘grungen’ aan. Ik ervaar de muziek veel meer als een relatief rustige Van der Graaf Generator met her en der wat restantjes King Crimson vroege stijl, gelardeerd met folky akkoorden en thema’s. En ik moet zeggen dat het album mij goed bevalt. Melodieus, zinneprikkelend, af en toe wat heavier passages en opvallend zijn vooral de prachtige klanken en akkoorden van de sopraansax en dwarsfluit van Jussi Lisko. Die kan er wat van en weet het geheel een speciale sfeer te geven.
Zowel muzikaal als tekstueel speelt het album zich grotendeels in sombere contreien af. Niet zo gek als bekend is dat Kimi Karki met name geïnteresseerd is in horror, het occulte, geschiedenis, oorlog, religie en macht, zonder dat hij blijft hangen in ‘doomdenken’. “Fire is the element of power, it consumes but also create, it is always restless, always hungry. Hail victory, hail ever-burning Rosicrucian lamps and watchtowers of the elements. Amen!”. Dat zegt genoeg.
‘A Beginning’, ‘Anton’ en ‘Opening the Watchtower’ springen er wat mij betreft uit door hun
doordachte en pakkende melodielijnen en ingenieuze opbouw. Albert Witchfinder heeft een prima stem die refereert aan Peter Hammill. Al loopt hij kans, door zijn dictie en zijn uitgesproken wijze van zingen, dat veel hetzelfde gaat klinken. Ook de tracks vertrekken en eindigen grotendeels in eenzelfde midtempo. Aangezien dit album mijn eerste kennismaking is met band en zanger doet het probleem van uitwisselbaarheid zich nu nog niet in die mate voor. Maar bij eventuele vervolgalbums ….
Orne heeft met het in een mooi boekje getooide ‘The Conjuration by the Fire’ een niet-revolutionair maar goed en aangenaam progressief werk afgeleverd dat zeker naar meer smaakt. Iets meer afwisseling in de toekomst en de teller zal met gemak naar vier uitstekende JoJo’s door-slaan. JoJo (07-2007)

Bezetting:
Antti Fredriksson - bass guitar
Kimi Kärki - guitars, chorus
Pirkka Leino - organ, Rhodes piano
Jussi Lisko - soprano saxophone, flute
J.Lovely a.k.a. Void - drums, percussion
Pekka Pitkälä - lead guitars
Albert Witchfinder - vocals, recitation, cries, incantations, chorus

Discografie:
The Conjuration by the Fire (2006)