Bangtower - Casting Shadows (2010)
Label: Declassified Records
Bandsite: www.bangtower.com
Duur: 40:53
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
In de begeleidende informatie wordt de nieuwe formatie Bangtower neergezet als een 'supergroup'. Er zit wat inflatie in dat begrip want dit etiket wordt tegenwoordig erg gemakkelijk uit de kast gehaald. Natuurlijk, dit trio heeft z'n sporen verdiend. Gitarist, toetsenist en producer Neil Citron in Quiet Riot en als sessiemuzikant. Bassist Percy Jones kennen we uiteraard uit de jaren '70 van de sterke jazz-rock van Brand X en Walter Garces van o.a. The Electric Prunes. Maar om dan van een 'supergroup' te spreken dat gaat veel te ver. Geeft de muziek op dit debuutalbum 'Casting Shadows' dan aanleiding om in dat soort termen te spreken?
Om een indruk te geven in welke regionen Bangtower zich beweegt moeten we kijken naar bands als Planet X, de albums van Derek Sherinian en naar het trio Bozzio, Levin en Stevens. Muzikaal geweld dus. Alleen gaat de vergelijking mank als het gaat om technische uitvoering en vooral synergie want dat is hier toch minder goed verzorgd. De symbiose tussen de drie Bangtowers kan beter. Het is net alsof de band niet geheel is inge- speeld, al kan ik mij dat bij een studio-album lastig voorstellen. De drum- mer speelt daar in het algemeen een belangrijke rol in en het is juist Garces die niet altijd even lekker bekt met de anderen. Het valt allemaal net niet op de juiste plaats.
Hetgeen niet betekent dat hier sprake is van een zwak album. Daarvoor zijn de uitvoering en de composities toch voldoende genoeg. Zo is 'Sex Me Up' een stuwend nummer met een aanstekelijk thema waarin de gitaren uitbundig schreeuwen. 'Hair of the Dog' is relatief rustig en wordt gedomi- neerd door het herkenbare basgeluid van Jones. En 'Let em Drown' begint als Brand X maar gaat gaandeweg op pad naar de hardere regionen. Maar ook hier klinkt het niet optimaal. Ik vind de gitaar van Citron soms ronduit vals, al zou hij zich waarschijnlijk verdedigen met de opmerking dat het zo hoort. Kan zijn maar het is hinderlijk. In track 5 'Ballad of Wealth' vliegt de band helemaal uit de bocht en schiet zelfs Jones de berm in. Het is romme- lig, rafelig en slordig en dat kan een 'ballad' niet hebben.
Resumerend. Een aardig album van een doorsnee nieuwe band, geen supergroep, waar wel rek in zit. Een volgend werkstuk zal moeten bewijzen of dat zo is en of de symbiose tussen de drie heren zich heeft verbeterd. Tot op dit moment val ik in ieder geval niet van de stoel van enthousiasme bij 'Casting Shadows'. Harry 'JoJo' de Vries (11-2010)
Bezetting:
Percy Jones - fretless bass, keyboards
Neil Citron - guitars, keyboards
Walter Garces - drums, percussion
Discografie:
Casting Shadows (2010)
The Barstool Philosophers - Sparrows (2009)
Label: eigen beheer
Bandsite: www.thebarstoolphilosophers.com
Duur: 51:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
The Barstool Philosophers - wat een naam ... aan de andere kant levert die naam een mooie site op - is een nieuwe ster aan het progressieve firma- ment. Althans 'nieuw', de Almelose band bestaat al op en af sinds 1997. In de line-up zijn mensen te vinden die hun sporen hebben verdiend in andere prijzenswaardige Nederlandse progbands zoals toetsenist René Kroon (o.a. Sun Caged), drummer Martin Kuipers en bassist Bas Hoebink (beiden uit Symmetry).
'Sparrows' vertelt het verhaal van een man - zanger Leon Brouwer - die na een scheiding enige tijd stuurloos werd en de zelfkant van het leven op- zocht. Ik kan mij er zelfs zonder de muziek van alles bij voorstellen. Geluk- kig begint aan het einde van het album 'de nieuwe dag' en lacht het leven hem via 'Sparrows' - een uiteindelijk in de cafékrochten gevonden bevallige dame? - weer toe. Eind goed al goed. Het is min of meer een concept-album dus.
En 'goed' is ook van toepassing op dit smaakvolle, prima geproduceerde, compositorisch sterke, technisch goed uitgevoerde album waarop mij vooral de dynamiek aanspreekt tussen de hardere tracks die associëren met Dream Theater en de gevoeliger thema's en tracks waar wat Marillion in doorschemert. Voor de hand liggend die dynamiek, in het licht van het concept en als metafoor voor het leven, maar het is over de gehele line zeer goed getroffen.
Bovendien, en dat is weleens anders in de prog en vooral bij bands van Nederlandse bodem, is Leon Brouwer een meer dan uitstekende zanger, zowel in het hoog als in het laag, die referereert aan James LaBrie (Dream Theater), Mac (Threshold) en wat verder terug aan Ian Gillan (Deep Purple). In die vocale contreien moet u het zoeken. Gehoord zijn bereik en kracht vermoed ik dat Brouwer ook live moeiteloos overeind blijft.
Het album 'Sparrows' bevat wat mij betreft alleen maar uitstekende tracks met een aantal uitschieters zoals het spannende, met een pakkend thema getooide 'Afterglow', het melodieuze 'Silence', het muzikaal ingeto- gen maar vocaal emotievolle 'Dreamscape' en het felle, licht experimen- tele 'Eyes Show the Heart'.
Het proglandschap is met The Barstool Philosophers een uitstekende band rijker die met een goede promotie en veel optredens in binnen- en buitenland het nog ver zou kunnen schoppen. En natuurlijk door continuïteit want de progscene kent veel van dit soort eendagsvliegen. Hoewel dit segment propvol zit met vergelijkbare bands, is het de hoge kwaliteit die The Barstool Philophers boven het maaiveld doet uitsteken. Dat kan niet anders dan vruchten af gaan werpen. Harry 'JoJo' de Vries (12-2009)
Bezetting:
Leon Brouwer - vocals
Bas Hoebink - bass
René Kroon - keyboards
Martin Kuipers - drums
Ivo Poelman - guitars
Discografie:
Sunrise (single, 2006)
Sparrows (2009)
Sophya Baccini - Aradia (2009)
Label: Black Widow Records
Bandsite: www.sophyabaccini.com
Duur: 69:41
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Sophya Baccini is lead zangeres van de Italiaanse band Presence (zie review ProgLog AFTERglow). Na zo'n zes studioalbums vond zij de tijd rijp om naast deze band een solo-avontuur te ondernemen. Het symfonische, donkere maar gevarieerde 'Aradia' is het goede resultaat.
'Aradia' is een concept-album en handelt, enigszins theatraal, over verlo- ren liefdes en andere existentiële ellende waarbij Baccini haar heil lijkt te zoeken in de spiritualiteit en bij hogere machten. Zij zingt afwisselend in het Italiaans en in het Engels. Dat laatste, zoals wel vaker bij Italianen, met een licht accent, vooral tot uiting komend in verkeerde klemtonen. Daar zou ook Sophya toch eens op moeten gaan letten want het is gemakkelijk te voorkomen. Zij wordt o.a. ondersteund op fluit en tenorsax door Martin Grice van de legendarische band Delirium (waarover binnenkort meer op deze site) en Lino Vairetti, de stem van Osanna.
Wat mij aanspreekt op dit album is de variëteit. De zeventien tracks stuiteren van symfonisch naar licht gothic en relatief stevig naar ingetogen en intiem en toch blijft er sprake van een gelijkgestemde sfeer. De goede produktie, de verbindende kortere 'tussentracks', het pianospel van Baccini en natuurlijk haar stem zorgen daarvoor. En daar zit toch ook een kritiek- puntje. Zij heeft ontegenzeggelijk een paar goede stembanden van haar hogere macht ontvangen, legt emotie in haar vocalen maar soms is het 'over the top' en dan wordt het op het randje van onzuiver. Kritiek die ik ook al had op haar zang op 'Evil Rose' van Presence, al is het op 'Aradia' vele malen minder hinderlijk en is de synergie tussen stem en muziek veel beter. Maar toch ...
Sterke tracks zijn de bijna tien minuten van 'La Pietra' met prachtige Mello- trons die het album openen, een groots en melancholisch thema zoals alleen Italianen dat kunnen, ingetogen fragmenten met piano, accordeon, viool en akoestische gitaar en zang die netjes binnen de lijntjes blijft, al is haar voorkeur voor opera te horen. Een indrukwekkende track. 'Will Love Drive Out the Rain' en 'Al Ritmo di una Storia' zitten in dezelfde richting. Het folky 'How Good' klinkt als Kate Bush en mag er zijn.
Een uitschieter is ook het met prachtig fluitspel van Grice getooide, som- bere en toch ook hoopvolle 'Don't Dream that Dream', deels gezongen door Lino Vairetti. Maar er zitten ook zwakkere broeders tussen zoals 'Beware, Beware', een poppy nummer met een zwak thema en mindere zang, en de overbodige Joni Mitchell cover 'Circle Game' maar dat komt omdat ik covers haat.
Sophya Baccini heeft een acceptabel solo-album gemaakt dat mij meer aanspreekt dan het werk met 'haar' band Presence. Aandacht voor de uitspraak van het Engels, zelfreflectie en daardoor weten wat je stem wel en niet aankan en meer kwalitatieve balans, zouden bij een volgende solo-escapade weleens een extra 'JoJo' op kunnen leveren. Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Bezetting:
Sophya Baccini - lead vocals, choirs, piano, synths, Mellotron
Pino Falgiano - strings, orchestral & percussion arrangements, Hammond organ, Moog
Vittorio Cataldi - violin, accordion
Franco ponzo - guitars
Special Guests:
Stefano Vicarelli (Fonderia) - modular Moog
Aurelio Fierro Jr. - drums
Lino Vairetti (Osanna) - vocals
Martin Grice (Delirium) - flute
Ana Torres (U.T.O.) - vocals
Nona Luna (Iconae) - vocals
Discografie:
Aradia (2009)
Frank van Bogaert - Air Machine (2009)
Label: Ace Studio Editions
Bandsite: www.frankvanbogaert.com
Duur: 49:58
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (max. score)
Al vaker stak ik enthousiast de loftrompet over Frank van Bogaert. Zijn albums 'Human' (2002) en 'Nomads' (2007) behoren in mijn ogen tot de crème de la crème van de hedendaagse elektronische muziek. Vooral door de compositorische kwaliteiten van die werkstukken, de grootse en over- weldigende melodieën, de sterke ritmes, het technisch sterke spel van Bogaert en de prachtige heldere en volle produktie.
Zijn nieuwe album 'Air Machine' is een concept-album waarop Bogaert de aarde metaforisch ziet als een machine die een tekort aan zuurstof krijgt, enerzijds door ouderdomsverschijnselen maar anderzijds vooral ook door misbruik door de mens. Niet alleen dit achterliggende verhaal maar ook de verbeeldingskracht van de muziek op 'Air Machine' had zonder enige twijfel ondersteuning kunnen geven aan Al Gore's 'An Inconvenient Truth'.
Bogaert is op 'Air Machine' een samenwerkingsverband aangegaan met de Noorse gitarist Erik Wøllo en dat pakt zeer goed uit. Zijn sferische gitaarspel voegt een extra dimensie toe aan de al zo rijke composities en sound van Bogaert. Voor de sterke ritmebasis zorgen voorts niet alleen de toetsen en bas van Bogaert maar ook de percussie van Walter Mets en de drums van Marcus Weymare. De produktie is wederom van hoog niveau: luister eens naar de klappen in 'Insomnia', een ware beproeving voor de conussen van de luidsprekers.
Naast de invloeden van Klaus Schulze, Tangerine Dream en vooral Vangelis valt er toch steeds meer te zeggen voor een Bogaert-sound want zijn werk is direct herkenbaar. 'Opener Dead Planet' haakt aan bij wat op 'Nomads' te horen viel. Volle melodieën, rijk georchestreerd als ware het een klassieke symfonie. En dat geldt ook voor o.a. het sterke 'The Thin Line'.
Maar Bogaert durft ook van dat pad af te dwalen, zoals in het jazzy 'All Has Stopped' waarbij zijn fretloze basspel niet onderdoet voor de groten op dit instrument. En het binnenhalen van Wøllo toont aan dat Bogaert niet stil wil staan maar in ieder geval voor hem nieuwe paden verkent en daardoor niet 'slechts' elektronische muziek meer maakt. En zo hoort het ook bij progressieve muziek. Van het met 'koorzang' gevulde 'Cold Steel' krijg ik kippenvel: wat een emotie!
Wederom heeft Frank van Bogaert zich verbeterd of heeft hij met het gevarieerde 'Air Machine' op z'n minst het hoge niveau van vorige albums weten te continueren. En dat is een groot compliment waard want als er iets moeilijk is, is het aan de top blijven. En daar blijft hij wat mij betreft: met stip! Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Bezetting:
Frank van Bogaert - Grand Piano, electric piano, synthesizers, string arrangements, bass, percussion and drum programming, vocals on 'Breathe'.
Erik Wøllo - electric and acoustic guitars, guitar synthesizer
Marcus Weymare - drums
Walter Mets - percussion
Rudy 'Mindgames' vander Veken - additional guitar on 'Insomnia'
Discografie:
Colours (1998)
Geographic (1999)
Docking (2000)
Human (2002)
Closer (2004)
One out of Five (2006)
Nomads (2007)
Air Machine (2009)
Bullfrog - Beggars & Losers (2009)
Label: Andromeda Relix
Bandsite: www.bullfrogband.net
Duur: 60:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Je kunt niet alles bijhouden wat er aan releases verschijnt in de progres- sieve rock. Bullfrog is dan ook een mij onbekende Italiaanse band die met 'Beggars & Losers' hun derde album in tien jaar het licht laat zien. Nu zeg ik 'progressieve rock' maar deze band beweegt zich aan de randen van dit segment en speelt feitelijk onvervalste hard rock met een intellec- tuele 'touch'.
Het voorliggende album is ronduit een heerlijk werkstuk dat lekker weg- draait door de sterke melodieën, de technisch prima uitvoering, puntige tracks, krachtige ritmes en ritmewisselingen en niet in de laatste plaats de open produktie. Bullfrog hanteert het hardrock-idioom zoals dat in het ver- leden zo herkenbaar is neergezet door bands als Uriah Heep, Deep Purple, Bad Company en in mindere mate The Free. En in de paar tracks waar een orgel opduikt komt ook nog Atomic Rooster voorbij.
Zanger Francesco Dalla Riva kan wat mij betreft qua stem wedijveren met David Byron en Ian Gillan want elke noot die hij zingt is raak, zijn stem- banden hebben de kracht van een orkaan en hij hanteert op natuurlijke wijze die voor de hard rock zo typische uithalen. Bovendien vormt hij als bassist een glad ingespeelde ritmetandem met drummer en broer Michele Dalla Riva die speelt alsof hij op de hielen wordt gezeten door de eerste de beste maffiabaas en zijn leven ervan afhangt. Met een overigens heerlijke spanning in de drumvellen die tezamen met zijn krachtige slagen de her- innering oproept aan Zeppelin's John Bonham.
De composities bestaan louter uit sterke melodie- en zanglijnen terwijl de refreinen onvermijdelijk leiden tot vocale participatie. Luister maar eens naar opener 'Over Again' en 'F for Fool' en uw huisgenoten zullen snel mer- ken dat er iets bijzonders met u gebeurt door deze schijf: u zingt mee!!! Het licht complexere 'Detour' en de knap opgebouwde afsluiter 'Poor Man Cry' laten de voorzichtig progressieve kant van de band horen.
Bullfrog toont mij hier aan een onderschatte band te zijn die bredere aan- dacht verdient dan alleen in Italië. Een heerlijk album om je af te reageren na een hectische dag, de agressie eruit zingend. 'Beggars & Losers': een niks-aan-de-hand hardrock werkstuk waar ik vrolijk van word. Van de hoes ook trouwens! Harry 'JoJo' de Vries (04-2009)
Bezetting:
Francesco Dalla Riva - vocals and bass
Silvano Zago - electric and acoustic guitars
Michele Dalla Riva - drums
with:
Matt Filippini - additional guitar
CrySbibu - percussion
Simone Bistaffa - keyboards
Stefy Parks - backing vocals
Fabio Serra: additional guitar and vocals
Discografie:
Flower on the Moon (2001)
The Road to Santiago (2004)
Beggars & Losers (2009)
Tim Burness - Vision On (2007)
Label: Expanding Consciousness
Bandsite: www.timburness.com
Duur: 49:01
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Tim Burness was de frontman van de neo-progband Burnessence die in het kielzog van bands als IQ, Pendragon en Pallas in de jaren tachtig be- scheiden naam maakte. De band scheidde twee albums af. Nadien richtte Burness zich op sessiewerk en gastbijdragen onder andere bij de ambient- band Tuu. Op dit derde soloalbum omringt hij zich met muzikanten die speelden bij Pendragon en Steve Hackett (Fudge Smith op drums), The Damned (Monty Oxy Moron op keyboards) en Bamboleo (Keith Hastings op bas). Bovendien deelt Burness met Monty Oxy Moron de bewondering voor de oerspacerockers van Gong.
Met 'Vision On' heeft Burness een aangenaam album uitgebracht dat invloeden van genoemde bands - met uitzondering van The Damned maar dat zal geen verbazing wekken ... - laat horen. Dat maakt het album afwisselend en levendig en houdt op die wijze de concentratie vast. De variëteit aan stijlen vormt tegelijkertijd een zwakte: inconsistentie. Ook in die zin doet 'Vision On' mij denken aan een deel van de Hackett-catalogus met albums die stijltechnisch alle kanten op stuiteren. Burness kiest voor rock-, space-, ambient-, prog- en symfonische bouwstenen waartussen de lijm niet altijd gehard is.
Ondanks het ontbreken van een rode draad is geenszins sprake van een tegenvallend werkstuk. Integendeel, ik vermaak mij er prima mee. Zo trapt Burness sfeervol en instrumentaal af met 'Can You Hack It?' dat met gemak kan worden omgedoopt tot 'Can You Hackett It?'. Burness bewijst hier direct dat hij een uitstekend gitarist is met oor voor het voormalige lid van Genesis. Duidelijke space-invloed van Gong is merkbaar in 'Broaden Your Horizons' waarin hij zo'n typisch neo-progressief thema legt op zo'n typische spacesequence waar Gong patent op heeft. De stem van Burness toont ook hier breekbaar en dun te zijn maar die fragiliteit legt tegelijkertijd de emotie in de composities en daar gaat het uiteindelijk toch om in muziek.
Een track die erbovenuit torent is 'Here Comes the Great Collapse': fel, aan het einde heerlijk ontsporend in een geordende chaos en geënga- geerd: "you're a winner today if you have more than you need". Zijn teksten zijn over de gehele linie sterk maatschappelijk betrokken. Burness breekt regelmatig een lans voor een spirituele renaissance binnen onze materia- listische wereld. Hoewel het soms wat zweverig wordt met tekstfragmenten á la Jon Anderson - "finding alternative pathways, finding the truth in dis- quise" .... - bevalt mij dat engagement wel.
Tim Burness heeft met 'Vision On' een album gemaakt dat niet schokkend of revolutionair is en daarmee onvoldoende progressief in de ware zin van het woord. Dit compenseert hij ruimschoots door zijn betrokkenheid, de aangename sfeer die het album ademt en die uitnodigt tot regelmatig beluisteren en door de integriteit en liefde waarmee 'Vision On' is gemaakt. Dat is namelijk goed te horen, zowel tekstueel als muzikaal. JoJo (01-2008)
MUSIC IMPRESSION: klik op 'Vision On'
Bezetting:
Tim Burness - vocals, electric and acoustic guitars, e-bow, sampled loops, keyboards, rhythm programming
Keith Hastings - bass
Fudge Smith - drums
Monty Oxy Moron - keyboards
Julian Franks - tabla, percussion
Chris Cordrey - hammer dulcimer
Pok - mandola
Tim Herman -saxophone
Martin Franklin - radio samples, programming
Julian Tardo - bass guitar, programming
Discografie:
Learning to Fly (Single, 1989)
Power In Your Hands (LP, 1990)
Infinite Ocean (Extended Single, 1997)
Finding New Ways To Love (2004)
Vision On (2007)
Balloon – Motivation (2007)
Label: Balloonmusic
Bandsite: www.balloonmusic.nl
Duur: 60:27
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Er zijn opmerkelijk genoeg nog steeds hele volksstammen die menen dat de progressieve- en symfonische rock na de jaren zeventig een zachte, en in de ogen van sommigen een terechte, dood zijn gestorven. Geringe media-aandacht en Freudiaans wegkijken zijn daar denk ik de oorzaken van. Echter, niets is minder waar. Deze beide muziekstromingen hebben weliswaar een depressie gekend, welke stroming niet, maar zijn al weer jaren op de weg terug met niet te tellen ‘world wide releases’ en vele nieuwe bands. Toenemende aandacht van bladen als OOR die de prog en symfo reeds lang hadden verbannen, is daarvan het effect. Het lijkt dan ook logisch dat er ook in Nederland steeds weer nieuwe progbands opstaan. Dit keer de IJmondse band Balloon die, in eigen beheer, het album ‘Motivation’ heeft uitgebracht.
Balloon maakt, zoals zij zelf schrijven, “psychedelische, epische en dynamische songs” waarmee men de verbindende schakel wil aanbrengen, zegt men met enig understatement, tussen “Pink Floyd en Rammstein”. Hoewel de Floydinvloeden in mijn oren niet overdadig zijn, kun je wel stellen dat dit soort muziek waarschijnlijk niet gemaakt had kunnen worden zonder het voorbereidende werk van Floyd. Hetgeen bijvoorbeeld ook geldt voor Porcupine Tree en van die band hoor ik op ‘Motivation’ de meeste echo’s.
Het album opent stuwend, stevig en sterk met ‘All Yours’ waarbij de dreigende keys van Hans Baaij direct opvallen en de aanstekelijke uitroep ‘All Yours’ uitnodigt tot meeschreeuwen. Hitpotentie wellicht niet maar een ‘livecracker’ zeker. Opvolger ‘Foe?’, die negen minuten klokt, vind ik één van de sterkste albumtracks waarin de band psychedelische en spacey passages goed afwisselt met hardere elementen en de gitaar en de ritmesectie domineren. Ik associeer hier behoorlijk met Porcupine Tree en de geluiden die Baaij uit zijn keys haalt zouden door Richard Barbieri zeer worden gewaardeerd. Een klein kritiekpunt vormt de gitaarsolo van Jos Commandeur. Een spannende solo van een uitstekend gitarist maar het gitaargeluid lijkt enigszins los te staan van de ondersteuning, alsof de band een kamer verderop stond te spelen.
Na het relatief simpele maar mooie en rustige ‘Nowhere’ volgt ‘Dissolve Unseen’ dat meer rock bevat dan prog. Het spreekt mij minder aan omdat er weinig spanning en verrassing in zit. ‘Beat Me Up’ gaat vanuit progoptiek weer de goede kant op door zijn doordachte opbouw en variatie, al is de zang van Baaij soms wel erg breekbaar en dun. ‘Everything’ is zonder meer een lekker nummer waarin Balloon wederom laat horen te grossieren in onverwachte overgangen.
Het album sluit af met het zeventien minuten durende ‘It’s Still Today’ waar de akoestische gitaar de basis legt en dat, hoewel de tracklist dat niet aangeeft, in mijn oren bestaat uit diverse delen. Een dagdromerig en landerig begin à la Steve Wilson’s sideproject No-Man, goed voor de zomermaanden, evolueert via min of meer a capella samenzang naar een progmetal riff waaroverheen lustig op de keys geëxperimenteerd wordt. Via het gezongen thema en ambient intermezzi komt de band uit bij een naar een climax toewerkend laatste deel met roffelende drums van Van Horssen en opzwepend gitaarspel van Commandeur. Hoewel ik soms mijn concentratie dreig te verliezen, vormt de track een waardig en kwalitatief hoogwaardig einde.
‘Motivation’ is een uitstekend debuutalbum geworden. Wat mij betreft laat de band de rockachtige uitstapjes zoals in ‘Dissolve Unseen’ in de toekomst achterwege en concentreert zij zich op een verdere ontwikkeling van wat er in tracks als ‘All Yours’, ‘Foe?’ en ‘It’s Still Today’ aan progressiviteit wordt geboden. Balloon vormt echter nu al een aanwinst voor de vaderlandse progscene met haar compositorische potentie en muzikaal-technische kwaliteiten. AFTERglow blijft deze band dan ook zeker volgen en ik hoop dat ‘Motivation’ geen eenmalig proefballonnetje was ….
JoJo (05-2007)
Bezetting:
Hans Baaij - vocals, synths
Michiel van Horssen - drums
Jos Commandeur - guitar
Cyril Wijte - bass
Discografie:
Motivation (2007)
Blackfield – Blackfield II (2007)
Label: Snapper Music
Bandsite: www.blackfield.org
Duur: 41:11
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Even terug in de tijd. Bij het verschijnen van de eersteling van het duo Steven Wilson (Porcupine Tree, No-Man, Bass Communion) en Aviv Geffen schreef ik (zie dBaseProgreviews AFTERglow): “Die toegankelijkheid heeft ook een schaduwzijde. De meeste nummers vind ik enigszins gemakzuchtig. De melodielijnen zijn te voorspellen, zelfs al bij eerste beluistering, ze komen me soms wel erg bekend voor en vormen derhalve een staalkaart uit de Porcupine Tree catalogus. En het veelvuldig en meerstemmig meezingen met de melodie die door de instrumenten reeds wordt gespeeld, is doorgaans een indicatie van commercialiteit”. Deze kritiek is geenszins van toepassing op het tweede album, heel origineel ‘II’ genoemd. Ook op 'II' is sprake van toegankelijkheid en herkenbaarheid maar de composities gaan een spade dieper, kennen meerdere lagen en zijn uiterst vernuftig in elkaar gezet.
Een ander kritiekpunt op het debuut was dat Aviv Geffen in mijn ogen en oren onzichtbaar was. Er was weinig tot niets te merken van zijn invloed en het bleef onduidelijk wat zijn toegevoegde waarde was op wat Wilson zelf al in de goedgevulde mars had. Ondanks het feit dat een aantal tracks letterlijk en figuurlijk een vertaling vormde van reeds bestaande Hebreeuwse composities van Geffen. Op ‘II’ is zijn invloed beduidend helderder. Geffen schreef de uitgebreide orkestrale arrangementen die prominent aanwezig zijn en zet daarmee zijn signatuur op bijna ieder nummer. Bovendien hoor ik invloeden die er voorheen minder waren zoals referenties aan The Beatles en opvallend zijn de gezichts- en gehoorbepalende intro’s en thema’s op piano. Aangezien Geffen met name de toetsenpartijen schrijft ga ik ervan uit dat hier sprake is van zijn handtekening. En niet in de laatste plaats is dit album deze keer in Israël in gezamenlijkheid geschreven tijdens, zoals zij zelf melden, ‘a short burst of activity’ die slechts zes weken duurde.
Wat een heerlijk album is dit geworden met melancholische progpop, verpakt in een loepzuivere productie. Een album dat zich al dagen achtereen zowel in huis als in de auto laat gelden. ‘Melancholisch’ door de vele akkoorden in mineur, de slepende ritmes en de teksten. Gaat u er even voor zitten ... of misschien bij liggen … want wat te denken van “We’re an accident called human beings” of “You were falling like the leaves from an old and dying tree” en ten slotte “1000 people yell. They’re shouting my name. But I wanna die in this moment. I wanna die”. Zwaarmoedigheid schijnt één van de hoofdzonden te zijn. Dat heb ik nooit begrepen want melancholie kan heerlijk zijn en past zo goed bij een jaargetijde dat door het vallen van het blad en door kilte en koude velen in depressie achterlaat. Mij niet. Ik sta opgewekt versteld van het elan dat Wilson hier etaleert. In bijvoorbeeld het prachtige ‘Miss U’, het intrigerende ‘Christenings’, het pompende ‘Epidemic’ en de imposante afsluiter ‘End of the World’, allen verpakt in mooie primaire en onderhuidse melodielijnen, ondersteunende arrangementen en op hoog niveau gespeeld. Zoals dat eveneens geldt voor de zes andere tracks.
‘Fear of a Blank Planet’, het nieuwe album van Porcupine Tree, zal in april 2007 verschijnen en bevat onder andere de maar liefst zeventien minuten durende track ‘Anesthetize’. Als Steven Wilson binnen het Porcupine Tree idioom weer net zoveel elan weet uit te stralen als op ‘Blackfield II’ dan gaat het met die nieuwe release helemaal goed komen. Tot dan wentel ik mij glimlachend in zwaarmoedigheid.
JoJo (02-2007)
Bezetting:
Steven Wilson - vocals, guitars, additional keyboards
Aviv Geffen - vocals, keyboards, additional guitars
Daniel Salomon - piano
Seffy Efrati - bass guitar
Tomer Z - drums, percussion
Discografie:
Blackfield (2004)
Blackfield II (2006)
Beardfish – The Sane Day (2005)
Label: Bear
Bandsite: www.beardfish.argh.se
Duur: 56:14 + 55:52
Reviewer: JoJo
Waardering: (max. score JoJo's)
Mike is verlaten door zijn vriendin. Deze voor hem traumatische gebeurtenis brengt hem tot de dramatische keuze zoveel mogelijk in het donker te leven. In het daglicht leven immers de mensen die hij veracht. De donkerte dan wel de somberheid nemen hem terug naar zijn kinderjaren en de belevenissen die hij in die heldere tijd had. Hij gaat op reis door zijn eigen historie maar komt ook op plaatsen die hij niet kent maar die blijkbaar wel in zijn geheugen zijn opgeslagen. Zo bereikt hij het sluimerende stadje Gooberville waar een deel van de mensen rondloopt met hoofden gelijk de kop van een zeeleeuw. Hij ontmoet ook een ‘normaal’ mens’, Dwight, die hem weer aan het denken zet: ‘Life without joy is nothing’ geeft hij Mike mee. En zo is het, vindt ook hij. Want zonder plezier is het immers overal hetzelfde - een baan vinden, veel geld verdienen, er niet van genieten maar het op de bank zetten en dan vunzig rijk sterven op een bed van rozen - oftewel ‘The Sane Day of our Modern Age’. Bouw dan liever een piramide voor jezelf en begraaf je erin. En dat gegeven vormt met de track ‘The Reason of Constructing and/or Building a Pyramid’ het einde van dit fantastische conceptalbum.
Een conceptalbum. Het lijkt een wat in het ongerede geraakte stijlfiguur te zijn geworden in notabene het muzieksegment dat conceptuele muziek min of meer heeft bedacht. De Zweedse band Beardfish heeft het gelukkig weer omarmd en het verhaal neergezet op een dubbelalbum. En hoe. Het is zo’n album waarbij je denkt “jammer dat ik moet gaan slapen, het is morgen het eerste wat ik weer opzet”. Slapen als hinderlijke onderbreking van muziek beluisteren. Beardfish maakt een soort progfusion waarbij Frank Zappa, Isildur’s Bane, Parallel or 90 Degrees, Gentle Giant en Canterbury-invloed in de blender zijn gegooid met toevoeging van de typische Scandinavische ingrediënten die we kennen van bands als The Flower Kings, het vroege Kaipa en Landberk. De band voegt er ‘last but not least’ nog een dosis humor, satire en agressie aan toe. Uitschieters vormen het twaalf minuten durende ‘A Love Story’. Een zeer smaakvol, gevarieerd en verrassingsvol nummer dat de aanleiding voor het verhaal verbeeldt. En ook ‘The Gooberville Ballroom Dancer’ mag er zijn en doet mij denken aan ‘Billy the Mountain’ van Zappa & The Mothers of Invention. Met de hoge stemmetjes komen zelfs Howard Kaylan en Mark Vollman (Flo & Eddie) voorbij en het geheel is gelardeerd met die voor Zappa typische gesproken tekstflarden. Of wat te denken van de ‘distorted’ gitaarsolo, waar Zappa ook al patent op had, in het geweldige ‘Mystique of the Beauty Queen’. ‘Blue Moon’ geeft aan dat ook prog singlepotentie kan hebben. En zo gaat het maar door. Achttien tracks lang. Allen even sterk.
Beardfish heeft met ‘The Sane Day’ haar meesterbrevet van vermogen afgegeven. Ik hoop dat men dit hoge niveau vast kan houden in de toekomst. Ik ga vanavond niet slapen. Want dat zou een vervelende inbreuk vormen op het luisteren ….. Ik ga helemaal niet meer slapen want dan kan ik net zo goed in een piramide gaan liggen.
JoJo (10-2006)
Bezetting:
Rikard Sjöblom – vocals, left speaker guitar, organ, keyboards, synthesizers, percussion
David Zackrisson – right speaker guitar, synthesizer, vocals, live sfx
Robert Hansen – bass, guitar, vocals
Magnus Östgren – drums
Discografie:
The Sane Day (2005)