Posts tonen met het label Reviews M. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reviews M. Alle posts tonen

My Dying Bride - Evinta (2011) 

Label: Peaceville Records 
Bandsite:
www.mydyingbride.net
Running Time: 45:24 + 41:54
Reviewer: Henk Vermeulen
Score: 
(max. score)


My Dying Bride is een Brits muziekgezelschap dat in 1990 werd opgericht en de elementen ‘death’, ‘black’ en vooral ‘doom’ uit het metalgenre op een geheel eigen, herkenbare wijze combineert. Een fraai prototype hiervan is het voorlaatste (dertiende) album: 'Feel the Mysery' (2015). Snoeiharde, uiterst complexe gitaarriffs, doorspekt met woeste grunts, ondersteund door virtuoze drumpartijen die worden afgewisseld met tergend trage, onheilspellende geluidsexercities en vocalen die handelen over wanhoop, duisternis en leegte, waarbij misantropie altijd op de loer ligt. Naast gitaren en drums zijn het vooral viool, piano en synthesizer, die de sinistere sfeer creëren.
'Evinta' is echter van een ander kaliber. Het is het eindresultaat van een 15 jaar durend project waarin de duistere essentie van de voorgaande 9 albums wordt samengevat in een geheel nieuwe vorm. Oudere muzikale thema’s en riffs werden voor dit project herschreven voor een verscheidenheid aan klassieke instrumenten in plaats van voor de oorspronkelijke traditionele metalinstrumenten. De zang divergeert bij vlagen ook aanzienlijk t.o.v. de originele uitvoeringen: operette i.p.v. grunt! 

Het is een atmosferisch, episch werkstuk dat thuishoort in de rij meesterwerken van metalbands die eerder het idee kregen om hun gevoelige en kwetsbare kanten voor het voetlicht te brengen zoals Opeth ('Damnation'), Ulver ('Kveldsjanger') en Borknagar
('Origin'). 'Evinta' is inderdaad zo’n meesterwerk. De twee schijfjes houden je anderhalf uur aan de geluidsdrager gekluisterd om te genieten van een muzikaal epos dat gevoelens van vertedering en verwondering oproept maar vooral ook van existentiële onzekerheid, angst en verdriet. Ondanks of misschien dankzij het benadrukken van deze ellende biedt het album ook troost. Troost omdat we ons bewust zijn van het scala aan menselijke emoties en gevoelens. Een voorrecht omdat het een ultiem bewijs is dat je leeft, in dit eenmalige aardse bestaan.
Het getuigt van brille als een band een dergelijk gevoeld inzicht teweeg kan brengen! My Dying Bride krijgt dit voor elkaar door genre-overstijgend te werk te gaan: in de eerste plaats door uiteenlopende kunstvormen als poëzie en muziek te verbinden en in de tweede plaats door verschillende muzikale genres die uitdrukking proberen te geven aan het unieke van het menselijk bestaan, met elkaar te verweven: barok, opera, neoklassiek, psychedelica, ambient, artrock, postrock of hoe je het ook wil noemen! In elk geval zullen progrock-liefhebbers van Pink Floyd, Ulver, Brian Eno, The Flaming Lips, Jean Michelle Jarre en Mike Oldfield, genieten van dit album. Henk Vermeulen (05-2020)


Personnel:
Andrew Craighan - arrangements
Aaron Stainthorpe - male vocals
Jonny Mauding - keyboards
Lucie Roche - female vocals
Alice Pembroke - alt violin
Johan Baum - cello


Discography:  
As the Flower Withers (1992)
 

Turn Loose the Swans (1993)
The Angel and the Dark River (1995)
Like Gods of the Sun (1996)
34.788%... Complete (1998)
The Light at the End of the World (1999)
The Dreadful Hours (2001)
Songs of Darkness, Words of Light (2004)
A Line Of Deathless Kings (2006)
For Lies I Sire (2009)
Evinta (2011)
A Map of all our Failures (2012)
Feel the Misery (2015)
The Ghost of Orion (2020)

Motorpsycho -
The Death Defying Unicorn (2012)

Label:
Psychobabble
Bandsite: http://motorpsycho.fix.no/

Running Time: 41:21 + 42:28
Reviewer: Henk Vermeulen
Score: (max. score)


Motorpsycho is een bijzondere band. De heterogene stijlen die dit Noorse gezelschap sinds 1998 telkens weer weet te integreren in een uniek authentiek geluid, vormt hun voornaamste handelsmerk. Op dubbelaar 'The Death Defying Unicorn' gaat de band nog een stap verder via samenwerking met jazztoetsenist Ståle Storløkken, het Trondheim Jazz Orchestra, het strijkoctet Trondheimsolistene en diverse gasten. De lezer zou nu de indruk kunnen krijgen dat sprake is van veel bombast. Temeer omdat het project ook nog eens als musical wordt gepresenteerd, gebaseerd op een verhaal over de schipbreuk van een walvisvaarder in de Noorse kustwateren in de 19de eeuw. Van bombast is echter geen sprake omdat de voor rockbegrippen onconventionele blaas - en strijkwerkexplosies telkens precies op tijd terugkeren naar de typische Motorpsycho kenmerken: lange uitgesponnen symfonische stukken die naar een orgastische climax toe denderen om dan even later af te dalen naar oase-achtige rustpunten. Een klassieker die als prototype voor dit handelsmerk van Motorpsycho zou kunnen dienen is 'The Gates of Delirium' van Yes (1974).
Ik hou niet van musicals: ik beschouw dergelijke als visueel-auditief spektakel bedoelde projecten als mislukte kruisingen van muziek en toneel c.q. een hybride mengelmoes. Gelukkig is het visuele aspect hier afwezig. Daarom kan ik genieten van de hoge klasse van het auditieve spektakel.
Het album is wederom gekenmerkt door een grote stijlvariatie. Hadden we op de veertien vorige studio albums al vernomen hoe Motorpsycho traditionele rock combineert met jazz, folk, country, avant garde, industrial, metal, grunge, Indie, psychedelica en zelfs met gemakkelijk in het gehoor liggende popdeuntjes, op dit album komt daar nog eens klassieke barokmuziek bij.
Men start met een experimenteel blaaswerkje dat na drie minuten geleidelijk aan overgaat in een prachtige progsong waarin akoestische folk en prachtige harmonieën uitmonden in een zich eindeloos herhalend thema waaromheen avontuurlijke melodieën met veel afwisseling geweven zijn, zowel wat betreft sound, contrast en ritme. De rode draad wordt telkens gevormd door de herkenbare samenzang van bassist Bent Saether en gitarist Hans Magnus Ryan.

Na 'The Hollow Lands' volgt het sterkste stuk: het ruim zestien minuten durende 'Through the Veil'. IJzersterk met een evenwichtige integratie van Storløkken's jazz met het authentieke Motorpsycho geluid: oorverdovend spektakel afgewisseld met intense tederheid waarin psychedelica nooit ver weg is. In het bijna elf minuten durende 'Into the Gyre' horen we zelfs Canterbury-invloed.
De veelzijdigheid wordt nog eens extra geaccentueerd met de opener van de tweede schijf 'Oh Proteus-a Prayer'. De begintonen doen aanvankelijk vermoeden dat de verkeerde CD in de speler is gekomen. Het is namelijk onmogelijk geen associaties te krijgen met Bach of Telemann. Na zo’n dikke drie minuten in barokke sferen verkeerd te hebben ontstaat nog meer verwarring: doet Animal Collective ook mee? Al snel daarna wordt duidelijk dat het toch Motorpsycho is: het zwaar psychedelische met 'distortion' geladen basspel van Bent Saether laat daar geen enkele twijfel over bestaan!
Het moge duidelijk zijn dat 'The Death Defying Unicorn' hoge ogen gaat gooien in de jaarlijsten van 2012, musical of niet! Henk Vermeulen (03-2012)

Personnel:
Bent Saether - bass, vocals
Hans Magnus Ryan - guitar, vocals
Kenneth Kapstadt - drums

Discography:
Lobotomizer (1991)
Soothe (1992)
Demon Box (1993)
Timothy’s Monster (1994)
Blissard (1996)
Angels and Daemons at Play (1997)
Trust Us (1998)
Let them eat Cake (2000)
Phanerothyme (2001)
It's A Love Cult (2002)
Black Hole/Blank Canvas (2006)
Little Lucid Moments (2008)
Child Of The Future (2009)
Heavy Metal Fruit (2010)

The Death Defying Unicorn (2012)
And various live-albums.

Moraine - Metamorphic Rock (2011)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.moraineband.com
Running Time: 68:43
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)

Jazz-rock is een stroming die wat in het ongerede was geraakt de laatste twintig jaar. Terwijl je vroeger over de bands struikelde met pendanten van dit segment als de latere Soft Machine, Brand X, Return to Forever en het Nederlandse Scope. De fundamenten werden ooit gelegd door Miles Davis en de laatste tijd zijn er weer bands die op die oude fundamenten verder bouwen zoals Soma Planet, Helmet of Gnats en zeker ook het Ameri- kaanse Moraine. Hun nieuwe album 'Metamorphic Rock, Live at Nearfest 2010' is daarvan het overtuigende bewijs.
Moraine werd al eerder belicht op ProgLog AFTERglow via een review van het goede studio-album '
manifest deNsity' (2009). Nu dus een live-regi- stratie tijdens Nearfest met een staalkaart van hun kunnen en van hun nog beperkte catalogus, aangevuld met nieuwe tracks. Moraine staat onder leiding van de virtuoze gitarist Dennis Rea maar live speelt zeker ook de elektrische viool van Alicia DeJoie een vooraanstaande rol. Ik vind haar eerlijk gezegd live ook veel beter tot haar recht komen dan in de studio doordat zij meer ruimte krijgt (of neemt?) van haar bandgenoten. Bovendien vond ik haar in de studio, curieus genoeg, niet altijd zuiver klinken. Haar geluid refereert aan de grote progviolisten zoals Geoff Richardson (Caravan), Eddie Jobson (UK) en Darryl Way (Curved Air).
De belangrijkste invloeden zijn zeer zeker Soft Machine ten tijde van Allan Holdsworth en John Etheridge en in wat mindere mate Brand X, af en toe gelardeerd met wat exotische 'world music' elementen die, gezien zijn interesse daarin, duidelijk uit de koker van Rea komen. Die invloed is al direct te horen in de overweldigende opener 'Irreducible Complexity' en de tweede track 'Manifest Density' waarin de band strakke jazz-rock speelt, puntig uitgevoerd zonder al te veel uitweidingen en zijpaden, een euvel waaraan veel jazz-rock immers lijdt. Dat soort uitweidingen hoeven zeker niet verkeerd af te lopen maar verklaren wellicht waarom in mijn kring dit soort muziek vroeger 'pipo-muziek' werd genoemd, refererend aan de springerige en gestresste aard van de jazz-rock.
In de elf minuten durende 'Disoriental Suite' worden die zijpaden wel degelijk bewandeld, de titel van de track doet dat al vermoeden, maar Moraine blijft goed binnen de lijntjes kleuren en dwaalt in de drie 'parts' nooit ver af van de rode draad van de compositie. Ook hier strak gespeelde fragmenten met een sterke, goed op elkaar ingespeelde ritmesectie, bestaande uit Kevin Millard op bass en Stephen Cavit op drums.

Moraine heeft mij met de live-uitvoering van de elf voor mij bekende en deels nieuwe tracks definitief overtuigd. Aan de reacties van het publiek is ook hun enthousiasme af te lezen. Mocht een recensent over dertig jaar, zoals ik aan het begin van deze review, terugkijkend een schouw maken van de stand van de jazz-rock dan kan hij of zij niet om Moraine heen. De echte jazz-rock fan kan dat nu al niet. Aanschaffen dat album! Harry 'JoJo' de Vries (11-2011)

Personnel:
Dennis Rea - electric guitar
Alicia DeJoie - electric violin
James DeJoie - saxophone, flute, effects
Kevin Millard - bass
Stephen Cavit - drums


Discography:
manifest deNsity (2009)
Metamorphic Rock, Live at Nearfest 2010 (2011)

Mandalaband IV - AD Sangreal (2011)

Label: Legend Records
Bandsite: www.mandalaband.co.uk
Running Time: 76:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)


Half jaren zeventig bracht de Mandalaband, toen een project met medewerking van leden van o.a. Barclay James Harvest, Moody Blues en 10 CC, twee voor symfomanen interessante albums uit: het titelloze debuut (1975) en 'The Eye of Wendor' (1978). Vervolgens was het 31 jaar stil tot men in 2009 opeens met 'BC Ancestors' kwam, een sterk symfonisch conceptalbum. Nu dan het vervolg met 'AD Sangreal', wederom een concept, nu handelend over de zoektocht naar De Heilige Graal. Dit keer niet de overbekende graal maar de beker die, volgens de legende, door Christus zou zijn gebruikt tijdens Het Laatste Avondmaal.
Dit nieuwe album is niet alleen muzikaal-inhoudelijk van belang maar het is ook het laatste album waarop Woolly Wolstenholme meedoet. Zoals bekend pleegde hij op 13 december 2010 zelfmoord. Gezien het feit dat hij slechts sporadisch zijn partijen speelt, overleed hij dus tijdens de opnames van 'AD Sangreal'. Het album is bovendien afgesloten, als hommage, met een bonustrack namelijk het van BJH overbekende 'Galadriel'. Opnieuw door de Mandalaband opgenomen en door Woolly gezongen. Wat moet er door 's mans hoofd zijn gegaan toen hij vlak voor zijn overlijden zong "O what it is to be young". Koude rillingen dus.
Vermeldde het vorige album dat er sprake was van 'unashamedly sym- phonic rock', dat geldt ook voor
'AD Sangreal'. Wederom een ijzersterk album waarop David Rohl, Ashley Mulford en Jose Manuel Medina tekenen voor de veertien composities, die zonder uitzondering 'hors category' zijn. Overigens is de vroegere zanger Dave Durant weer teruggevlogen naar het oude nest.
De symfo die hier wordt geboden is sterk geworteld in de klassieke muziek en derhalve overdadig georchestreerd en soms van koorzang voorzien. Er is sprake van veel dynamiek. Daar waar het verhaal rust vraagt is de muziek ingetogen zoals in 'England's Heart and Soul'. Daar waar er in het verhaal emotie opspeelt is de muziek up-tempo en sterke ritmisch zoals in 'Palatium Britannicum', 'Flight to Osca' en 'Visigoths', beide laatste tracks met wervelend Gilmouresk gitaarspel van Ashley Mulford, bekend van Sad Café. Het album is sterk geproduceerd door David Rohl, vol en helder, en is in een mooie wat drukke hoes gestoken door Ed Unitsky.
'AD Sangreal' is een knap gemaakt werkstuk, waar de technische virtuositeit, de spelvreugde en de compositorische kwaliteit van afdruipt. En natuurlijk terecht opgedragen aan Wolstenholme die ons zo veel mooie muziek naliet. Verplichte kost voor iedere zichzelf respecterende symfolief- hebber. Harry 'JoJo' de Vries (08-2011)

Personnel:
Ashley Mulford - guitars
Marc Atkinson - lead vocals

Woolly Wolstenholme - Mellotron, keyboards
Kim Turner - drums, percussion
David Rohl - keyboards, lead vocals
David Clements - bass guitar

Dave Durant - lead vocals
Troy Donockley - Uilleann Pipes, whistles, guitars
Jose Manuel Medina - keyboards
Craig Fletcher - bass guitar
Barbara and Brioni Macanas - background vocals

Discografie:
Mandalaband (1975)
The Eye of Wendor (1978)
BC Ancestors (2009)
Resurrection (first two albums) (2010)
Ad Sangreal (2011)

Marbin - Breaking the Cycle (2010)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.marbinmusic.com
Running Time: 43:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score:
(out of 5 JoJo's)

Israëlische bands zijn op ProgLog AFTERglow nog niet voorbijgekomen. Bespreking van het debuutalbum 'Breaking the Cycle' is dan ook een novum want de band Marbin zetelt in 'Het Beloofde Land'. En daar is een sterk groeiende jazz- en jazzrockscene waarvan deze band een vertegen- woordiger is.
Dit kwartet, aangevuld met wat gasten, speelt sterke, energieke en melodieuze jazz en jazz-rock met een hoofdrol voor gitarist Dani Rabin en saxofonist Danny Markovitch. Vooral Rabin compenseert de afwezigheid van keyboards doordat hij met zijn gitaarspel verschillende lagen neerlegt en daaroverheen 'loops' van gitaarstrepen heeft gezet. In combinatie met de sax van Markovitch leidt dit tot bijna symfonische passages en 'soundscapes'. Opener 'Loopy' is daarvan een lichtend voorbeeld met daarin de suggestie van toetsen en zelfs viool maar het zijn toch echt de gitaar en de sax die dit effect veroorzaken. Pat Metheny deed soortgelijke dingen bijvoorbeeld op zijn sterke album 'Secret Story' uit 1992.
Marbin is naast de jazz-rock erupties ook in staat om meer ingetogen, naar de traditionele jazz neigende composities te maken zoals 'A Serious Man' en 'Outdoor Revolution', beide met prachtig solowerk van Markovitch, en het korte, enigszins softe 'Mom's Song' met woordloze vocalen van Matt Davidson en Leslie Beukelman. En ook de blues komt voorbij in 'Bar Stomp'. Dat is dan ook mijn lichte kritiek op dit album, er is wel erg veel stijlvariatie. Dat maakt het afwisselend maar ook wispelturig.
Er komt weer wat peper in de tracks met 'Claire's Indigo' dat mij wederom aan Pat Metheny doet denken. Niet zo gek want zowel drummer Paul Wertico als bassist Steve Rodby speelden lange tijd met Metheny. De pepermolen strooit nog wat meer in 'Snufkin' en vooral in 'The Old Silhouette' waarin ik zowel wat country hoor, traditionele jazz, jazz-rock als invloeden vanuit het Midden-Oosten, en bovenal sterke solo's van Rabin. Afsluiter 'The Old Grace', die acht minuten klokt, bevat de wat vlakke zang van Daniel White en laat folkinvloed horen. Die stroming hadden we nog niet gehad op dit album. De track staat daardoor wel erg ver af van de sfeer van de eerste tien tracks op 'Breaking the Cycle'.
Marbin bestaat uit technisch zeer vaardige muzikanten die ook het componeren in de vingers lijken te hebben en een goed debuut hebben afgeleverd. De ruime stijlvariatie is echter een kritiekpunt. Jeugdige onbezonnenheid? Zoektocht naar een eigen geluid? Wie zal het zeggen? De toekomst zal het zeggen, bij de release van een volgend album, of de rode draad gevonden gaat worden. Ik kijk ernaar uit. Harry 'JoJo' de Vries (05-2011)

Bezetting:
Dany Rabin - guitar
Danny Markovitch - saxophone
Paul Wertico - drums
Steve Rodby - bass
with:
James Haddad - percussion
Matt Davidson - vocals
Leslie Beukelman - vocals
Makaya McCraven - drums
Daniel White - vocals

Discografie:
Breaking the Cycle (2010)

Mostly Autumn -
Go Well Diamond Heart (2010)

Label: Mostly Autumn Records
Bandsite:
www.mostly-autumn.com/2/
Length: 50:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (uit max. 5 JoJo's)


De eerste keer dat ik met Mostly Autumn in aanraking kwam was in 1998 bij het uitstekende debuutalbum 'For All We Shared'. Daarna zwakte mijn aandacht af omdat ik het meer van hetzelfde vond en de band in mijn oren nauwelijks een ontwikkeling doormaakte. En dit terwijl de rest van de progscene loftrompetten te kort kwam. Nu dan een hernieuwde kennisma- king via een promo van het nieuwste werk 'Go Well Diamond Heart'. De enkele uitvoering. Er is namelijk ook een dubbelaar in 'limited edition' verkrijgbaar.
Het zal breed bekend zijn dat het gezicht van de band, Heather Findlay, na vele jaren trouwe dienst vertrokken is en dat de vrouwelijke vocale 'touch' nu verdienstelijk wordt aangebracht door Olivia Sparnenn. En dat is niet de enige bezettingswisseling. Wat archivarisch onderzoek maakte duidelijk dat dat ook bijna niet meer bij te houden is. Misschien is het handiger om Mostly Autumn voortaan te zien als een project van oerlid Bryan Josh. Wel zo makkelijk.
Mostly Autumn heeft altijd bekend gestaan als een progressieve band met folky trekjes en vooral invloed van Pink Floyd; de gitaarpartijen van Josh refereren ook nu nog steeds aan Gilmour. Daaraan is op deze nieuweling weinig veranderd. Ik ben geen fanatieke volger van de band, dus helemaal zeker ben ik er niet van, maar wat anders is is het commerciëlere karakter van de composities. Aan de goede kant van de streep, het wordt gelukkig geen gladde 'middle-of-the-road', maar zeker toegankelijker, puntiger en sneller te doorgronden.

Een aantal composities springt er uit. Zoals opener 'For All We Shared' dat esoterisch begint met stemmen als engelen en een folkthema met die folkspecifieke fluit en 'penny whistles' en zich daarna ontwikkelt tot een prachtig melodieus nummer met sterk gitaarwerk van Josh. En 'Violet Skies' mag er ook zijn waar de melodie al even mooi is. De relatieve hard-rock van 'Deep in Borrowdale' en 'Something Better' staat als een huis. Ach en zo geldt dat voor de meeste tracks. Dramatisch slecht vind ik de afslui- tende ballad 'And When the War is Over ...' dat een zeikerig, veelvuldig repeterend thema kent en niet zou misstaan op de nieuwe Marco Borsato. Ik zie de aanstekers met de vlammetjes al bewegen in de zaal.
Al met al bekoort 'Go Well Diamond Heart' van Mostly Autumn mij wel en valt de hernieuwde kennismaking met de band mij mee. De band heeft een ontwikkeling doorgemaakt naar toegankelijker muziek. Niets op tegen maar het vervolgen van dit pad zou enig gevaar met zich mee kunnen brengen. Het stuitend slechte en afsluitende nummer is daar helaas een 'goed' voorbeeld van. Ik wacht het af. Harry 'JoJo' de Vries (12-2010)

Bezetting:
Bryan Josh - vocals, guitar, keyboards
Olivia Sparnenn - lead vocals, acoustic guitar, percussion
Iain Jennings - keyboards, percussion
Anne-Marie Helder - flute, keyboards, acoustic guitar, vocals
Liam Davison - guitar
Andy Smith - bass
Gavin Griffiths - drums

Discografie:
For All we Shared (1998)
The Spirit Of Autumn Past (1999)
The Last Bright Light (2001)
The Story So Far (2001)
Music Inspired By The Lord Of The Rings (2001)
Passengers (2003)
Storms Over Still Water (2005)
Heart Full Of Sky (2006)
Glass Shadows (2008)
Live 2009 - Part I (2009)
Live 2009 - Part II (2009)
Go Well Diamond Heart (2010)

Mehran - Angels of Persepolis (2010)

Label: Eigen beheer
Bandsite: www.angelsofpersepolis.com
Duur: 53:58
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Ik moet eerlijk zeggen dat ik, toen deze CD van Mehran met als onder- titel 'Flamenco Guitarist' op onze burelen verscheen, dacht "dit is enigs- zins buiten de scope van ProgLog AFTERglow". Maar mijn eigen vooroordeel over 'Angels of Persepolis' moet ik enigszins ontkrachten. Eerst maar eens wat achtergrondinformatie.
Mehran is inderdaad een flamenco gitarist, niet uit Spanje maar uit Iran en woonachtig in Chicago. Hij wordt hier bijgestaan door een uitgebreide bezetting. Het album legt verbindingen tussen de klassieke Perzische geschiedenis, de Perzische mythologie en de huidige situatie in het ondemocratische, door godsdienstwaanzinnige leiders gedomineerde Iran. In die laatste betekenis brengt Mehran met dit album een terechte hulde aan hen die vorig jaar het moedige plan opvatten zich te keren tegen dit bewind. Geluidseffecten laten soms wat horen van die protesten zoals in het muzikale gedicht 'Rooftop Poem (Excerpt From an Actual Footage in Iran)' waarvan ik vermoed dat het inderdaad werd uitgesproken vanaf een dak door een niet nader genoemde vrouw, onderwijl uitkijkend op de bloedige protesten van vorig jaar. Een beangstigende track.
Had ik een volledig door flamenco-invloeden gedomineerd album ver- wacht en daarmee 'over the edge' van onze site, hoor ik muziek die in passages refereert aan het Spaanse Triana, tot een ingetogen variant van jazz-rock waar ik wat Deodato in hoor maar helaas ook een soort 'Langs-de- Lijn-muzak zoals in 'Korean Soup' die zo maar kan worden onderbroken voor de tussenstand bij Telstar - Fortuna.
Spelen kan Mehran als geen ander, het Rosenberg Trio zou met gemak een kwartet met hem kunnen worden, en hij weet zelfs wat bescheiden progressieve accenten te verwerken in zijn composities zoals in opener 'Pa- sargad'. Dat, tezamen met de andere aan 'onze' muziek refererende invloe- den, rechtvaardigt een bespreking op ProgLog AFTERglow. Een recht- vaardiging die natuurlijk ook te vinden is in het muzikale protest dat Mehran hier uitspreekt tegen de huidige leiders van zijn vaderland Iran. Zoals ook Blurred Vision dat op dit moment doet met een bewerking van Floyd's 'Ano- ther Brick in the Wall': "Hey Ayatollah, Leave Those Kids Alone".
Harry 'JoJo' de Vries (08-2010)

Bezetting:
Mehran - Flamenco guitar
met o.a.
Arim Jalili - piano

Alyson Burger - cello
Manoela Wunder - violin
Louie Marini - upright & electric bass
Jamey Hannon - acoustic drums

Juliano Milo - accordion
Rocky Yeara - flute

Discografie:
Angels of Persepolis (2010)

Mirna's Fling - For the Love of Me (2010)

Label: Eigen Beheer
Bandsite: http://www.mirnasfling.com/
Duur: 45:00
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score)

'For the Love of Me' is het derde album van de Zwolse singer-songwriter Arjan Hoekstra alias Mirna’s Fling. Tijdens eerste beluistering werd ik wederom bevangen door een gevoel van ongeloof. Hoe is het mogelijk dat zo’n muzikaal talent als Hoekstra in de (locale) marges blijft musiceren en onbekend blijft bij het in kwaliteitsmuziek geïnteresseerde publiek? Eerder verscheen op ProgLog AFTERglow een review van 'Bow to None' (2007). Daarin merkte ik op dat het tijd wordt dat Mirna’s Fling een groter publiek bereikt. Die hoop is met 'For the Love of Me' alleen maar versterkt omdat blijkt dat Hoekstra zich weer verder heeft ontwikkeld.

Hoekstra speelt alle instrumenten zelf, gekenmerkt door een grote diver- siteit: gitaar, bas, drums, vleugel, fluit, keyboards, trompet, tuba, hoorn en bouzouki. Het lukt het hem wederom om een wonderschoon, gevarieerd album uit te brengen dat de kwalificatie 'meesterwerk' niet misstaat. Het sleutelwoord is 'variatie'. Naast de afwisseling in instrumenten is hij in staat is om met zijn stem uiteenlopende sferen op te roepen die op uiterst geraffineerde wijze worden gecombineerd met de juiste instrumenten, die daardoor de vreemde indruk wekken speciaal voor deze songs te zijn gemaakt.
De inspiratie vindt Hoekstra ook hier weer bij grote singer-songwriters als Neil Young, Leonard Cohen, Bob Dylan en Nick Drake. Toch is er geen sprake van imitatie en is op elke compositie de handtekening van Hoekstra herkenbaar met name via zijn gevoelige, breekbare stem waarmee hij het gehele emotionele pallet bestrijkt. De meeste songs zijn zowel muzikaal als tekstueel sterk melancholisch gekleurd, hoewel ook ironie voelbaar is. Uitzondering vormt de grappige korte titelsong die onmiskenbaar vrolijkheid uitstraalt.
Behalve de grote variëteit zijn de arrangementen en de productie van hoge kwaliteit. Het instrumentarium is zodanig op elkaar afgestemd dat, samen met de prachtige stem van Hoekstra, telkens qua intensiteit en kwantiteit de juiste balans wordt gevonden. Hierdoor vormt elke song één geheel waarin niets ontbreekt maar waarin ook geen enkele overdaad valt te ontdekken. Het geluid is bovendien fantastisch en doet bij elke nieuwe luisterbeurt weer nieuwe, subtiele nuances ontdekken.
Het hoogtepunt wat dit aspect betreft is hoorbaar op 'Misery', waarin het intelligente gebruik van de tuba iets speciaals meegeeft. Ik raad dan ook aan om deze plaat in een goede CD-speler flink hard af te spelen zodat nuances en achtergrondgeluiden niet verloren gaan. De afwisseling op dit album is wellicht het meest duidelijk te illustreren door het na elkaar beluisteren van 'Winter’s Breeze' en 'Stranded'. Het eerste nummer wordt door een bouzouki gedomineerd en zou voor een Britse folk-traditional door kunnen gaan. Afsluiter 'Stranded' doet daarentegen zwaar symfonisch aan en zou een compositie van Roger Waters kunnen zijn.
Arjan Hoekstra is een conservatorium geschoold multi-instrumentalist. Ik heb het genot mogen smaken om hem met zijn band een aantal keren live te zien optreden waar hij de nummers met een driemansformatie elektrisch speelt. Ook hier doet hij aan Neil Young denken die regelmatig zijn compo- sities zowel akoestisch als elektrisch uitvoert. Ik vind het jammer dat de muziek van Hoekstra niet meer bekend is. Een optreden in de bovenzaal van Paradiso of in de Melkweg zou hem zeker niet misstaan. Tot die tijd zullen we het moeten doen met zijn (studio)albums, waarvan 'For the Love of Me' tot nu toe het absolute hoogtepunt vormt.
Henk Vermeulen (06-2010)

Bezetting:
Arjan Hoekstra - all instruments

Discografie:
Become (2005)
Bow to None (2007)
For the Love of Me (2010)

MGMT – Congratulations (2010)

Label: Columbia
Bandsite: www.whoismgmt.com

Duur: 43:43
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score)


Na het geniale debuutalbum ‘Oracular Spectacular’ van het New Yorkse multi-instrumentalisten-duo Ben Goldwasser en Andrew VanWyngarden alias MGMT (voorheen The Management), keken de fans vol verwachting uit naar het doorgaans ‘moeilijke’ tweede album. Immers, bij een succesvol debuut moet je altijd maar afwachten of een band in staat is een kwalitatief passend vervolg te bieden. Hetzelfde gold voor generatie- en stadgenoot Yeasayer die onlangs het bewijs leverde hiertoe in staat te zijn en boven- dien niet voor commerciële zekerheid koos maar een totaal andere muzi- kale richting insloeg.
‘Congratulations’ van MGMT is wederom van hoge, zo niet hogere kwali- teit. En net als Yeasayer grijpt ook MGMT terug op muzikale stromingen van decennia geleden. Yeasayers’ Odd Blood is een sterk vernieuwende ode aan de 70-er jaren disco. MGMT grijpt terug op de muziek van een decennium eerder namelijk de experimentele, psychedelisch georiënteerde muziek van de jaren ‘60. Zo is het mij onmogelijk om niet terug te denken aan (het Britse) Kaleidoscope, The Pretty Things, Syd Barrett en de vroege Pink Floyd, de vroege Soft Machine, Roky Erickson & The 13th Floor Ele- vators, The Electric Prunes, The Doors,The Beach Boys, Tomorrow, the Collectors, Love etc.
Lagen de meeste nummers op ‘Oracular Spectacular’ nog gemakkelijk in het gehoor, enkele waren zelfs single-waardig (‘Time to Pretend’), ‘Congra- tulations’ is een album dat ik vooral waardeer om de tweede laag van de songs. Hier is geen sprake van melodieën die meteen pakken, maar van songs die hun kracht vooral ontlenen aan drie kenmerken van de psychede-lische 60-er jaren muziek: de prachtige vocalen en de onheilspellende en tegelijkertijd sprookjesachtige geluidseffecten, waarbij voortdurend het Hammondorgel á la Ray Manzarek (The Doors) of Howard Reitzes (Iron Butterfly) zich op de achtergrond roert.
Toch is ‘Congratulations’ geen retro-album. Daarvoor klinken de gepro- duceerde samples te geavanceerd. Voorheen was de technologie er ge- woonweg niet om dit soort geluiden te produceren. En daar ligt de kracht van MGMT: met behulp van moderne technologie en instrumenten een sfeer creëren die te beschouwen is als een reïncarnatie van het geluid van hun inspiratoren.
Dit album bestaat uit negen songs die gemiddeld zo’n vier minuten in beslag nemen met een uitzondering voor ‘Siberian Breaks’, dat een dikke 12 minuten duurt, waar vooral het predikaat ‘Progressive Rock’ op van toepassing is en door de band ‘A Pop Surf Opera’ wordt genoemd. Een prachtige gevarieerde compositie met een ingetogen intro en verschillende delen die zeer van elkaar verschillen. De outro doet sterk denken aan ‘Out-Bloody-Rageous’ van Soft Machine.
Verder valt op dat drie titels verwijzen naar bekende muzikale persoonlijk- heden: ‘Song for Dan Treacy’, ‘Brian Eno’ en ‘Lady Dada’s Nightmare’. Overigens wordt niet altijd duidelijk wat de titels met de inhoud van de teksten te maken hebben. De zangkwaliteiten van met name Goldwasser compenseren de inhoudsvreemde teksten echter volledig. Al zou hij in het Opperlands zingen dan nog zou ik kippenvel krijgen bij zijn door achter- grondvocalen begeleide stem. Bovendien zorgen de zeer originele geluids- samples en - effecten ervoor dat elke melodie een sfeer creërt die benoemd kan worden als geheimzinnig, onheilspellend, sprookjesachtig en bovenal spannend.
De teksten zijn dit keer in een overigens prachtige mini LP-sleeve uitvoe- ring op een apart vel bijgevoegd. Het lezen ervan helpt overigens niet om vat te krijgen op de diepere betekenis van de meeste teksten. Daarvoor lijken de zieleroerselen van Goldwasser en VanWynGarden te bizar. Ook dat is een kenmerk van 60-er jaren psychedelica.
Hoewel de enige instrumental van dit album, ‘Lady Dada’s Nightmare’, enigszins als dissonant fungeert valt 'Congratulations' voor een die hard psychedelica liefhebber binnen de categorie ‘meesterwerken’. Henk Vermeulen (05-2010)

Bezetting:
Andrew VanWyngarden - vocals, guitar, synthesisers, bass, piano, drums, harmonica, electric sitar, percussion
Ben Goldwasser - synthesisers and samples, organ, piano, additional vocals, percussion
met:
James Richardson - guitar, synthesisers, casio guitar, synthesiser drums, glockenspiel, sax, pan pipes, additional vocals, percussion
Matt Asti - guitars, bass, piano, additional vocals, field recordings, treatments, percussion
Will Berman - drums, guitars, bass, additional vocals, percussions, synthesisers
Sonic Boom - master of ceremonies, modular synthesisers, harmonica and percussion,
treatments, first documented use of the EMT 250 reverb ‘glitch’, gakken-sx 150
Britta Philips - additional vocals
Jennifer Herrema - additional vocals
Gillian Rivers - strings
Dave Kadden - oboe and sundries

Discografie:
Climbing to New Lows (2005, als The Management)
We (don’t) Care (2005, EP als The Management)
Oracular Spectacular (2008)
Time to Pretend (2008, EP)
Metanoia (2008, EP)
Congratulations (2010)

Midlake - The Courage Of Others (2010)

Label:
BellaUnion
Bandsite: http://midlake.net/blog

Duur: 41:44
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s )

Tim Smith, de frontman van Midlake noemt zichzelf een escapist: “ik houd van kunst die oud aanvoelt: muziek zoals ze niet meer wordt ge- maakt, boeken zoals ze niet meer worden geschreven, films waaraan je ziet dat ze oud zijn. Ik laat mij graag meevoeren naar vervlogen tijden” (Volkskrant, 30 januari j.l.). Op 'The Courage of Others' nemen Smith en zijn band de luisteraar mee naar vervlogen tijden.
Meer in het bijzonder naar de tijden waarin de Britse folkrock zich begon te ontwikkelen; eindjaren zestig, begin jaren zeventig. De muziek op 'On the Courage of Others' refereert overduidelijk aan de eerste twee albums van Fairport Convention waarop Ian Matthews nog van de partij was. Ik noem niet voor niets de naam van deze sympathieke Britse musicus, tegen- woordig woonachtig in Limburg. De songs van Midlake associeren vooral met zijn latere bands: Matthews Southern Comfort en vooral Plainsong waarvan het schitterende 'In Search of Amelia Earhart' een onderschat en tijdloos meesterwerk is.
Matthews verliet Fairport destijds omdat hij zich niet thuis voelde bij de Keltisch-Britse weg die de groep insloeg. Matthews’ soloprojecten en latere bands ademden meer de sfeer van de Amerikaanse folk. Dit vind ik opmer- kelijk want de songs van de Texaanse Band Midlake klinken op dit album nog Britser dan Brits terwijl ik steeds denk aan Ian Matthews die juist zo Amerikaans mogelijk wilde klinken. Het lijkt wel of Midlake en Matthews samen de doorsnede vormen van de Amerikaanse en Britse folk.
Overigens klonk voorganger, het commercieel redelijk succesvolle 'The Trials of Van Occupanther', ook erg Brits. Toch had dat album een totaal ander karakter want die songs waren vooral geïnspireerd door Radiohead. Bij het beluisteren is het zien van het hoofd van Thom Yorke onvermijdelijk. Ook het gebruikte instrumentarium van de twee genoemde albums verschilt aanzienlijk. Op 'The Courage of Others' overheerst de akoestische gitaar terwijl op de voorganger vooral keyboards de overhand hebben.
Dit album is er vooral een van de akoestische gitaar en daarmee is meteen de k(p)racht ervan benoemd. De liedjes klinken stuk voor stuk erg mooi en sfeervol. De teksten gaan vooral over de natuur en vergankelijk- heid. De plaat opent met 'Acts of Man', een melancholieke song over de vergankelijkheid, waarin de luisteraar wordt meegenomen door de prachtige rustgevende stem van Tim Smith, begeleid door sfeervolle accoorden op de akoestische gitaar.
Het tweede nummer, 'Winter Dies', borduurt voort op die sfeer om halver- wege geleidelijk aan vergezeld te gaan worden van een door een elektri- sche gitaar geproduceerd noise-geluid dat, hoe paradoxaal dat ook moge klinken, nooit als echte 'noise' klinkt vanwege de juiste dosering ervan. Alle nummers ademene dezelfde typisch Britse, enigszins deftige maar ook minstreelachtige melancholieke sfeer, die overigens niet alleen op oude folk- rock is gebaseerd maar bij vlagen ook Canterbury associaties oproept. Met name de manier waarop Tim Smith zijn stem op dit album gebruikt refe- reert aan Richard Sinclair (Hatfield and the North, Caravan).
'The Courage of Others' is zo’n album dat je helemaal uit laat spelen. Van begin tot eind elf nummers die achter elkaar voortkabbelen in dezelfde heerlijke rustieke sfeer. Geen enkel nummer springt eruit, in positieve noch in negatieve zin. Wellicht dat daar na verloop van tijd toch een zwakke plek blijkt te liggen: dat dit album wellicht niet genoeg afwisseling bevat. Voorlo- pig heb ik daar nog geen last van en blijf ik genieten. Henk Vermeulen
(02-2010)

Bezetting:
Tim Smith - vocals, acoustic guitar, flute, recorder, piano, keyboards
Eric Pulido - acoustic guitar, electric guitar, 12-string, dulcimer, autoharp, percussion, (backing) vocals
Eric Nichelson - electric guitar, acoustic guitar, 12-string guitar, autoharp, percussion
Paul Alexander - bass, electric guitar, bassoon
McKenzie Smith - drums, percussion

Discografie:

Milkmaid Grand Army (2001, EP)
Bamnan and Silvercork (2004)
The Trials of Van Occupanther (2006)
The Courage of Others (2010)

Mask - Technopia (2009)

Label: Rare/Repertoire
Bandsite: http://www.mask.uk.net/
Duur: 62:42
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Sonja Kristina was de wat mystieke zangeres uit de al even zo vage band Curved Air, de band die een aantal legendarische platen uitbracht zoals 'Air- conditioning' (1970), 'Phantasmagoria' (1972) en 'Lovechild' (1973). Een band die gezegend was met een virtuoos violist in de persoon van Darryl Way en de later ook van Sky bekende toetsenist Francis Monkman. Na de teloorgang van de eerste generatie Curved Air eind jaren '70, hebben we weinig meer van Kristina vernomen. Vorig jaar is Curved Air echter weer herboren in min of meer de originele bezetting en blijkt Kristina al een paar jaar actief met de band Mask. Ook al uitgerust met een violist te weten Marvin Ayres, die daarnaast de meeste composities en een deel van de keyboards voor zijn overigens vaardige en vooral in de ambientmusic opge- bouwde rekening neemt.
Lijkt Mask op Curved Air? Naast de overeenkomsten in bezetting zijn er wel wat sporen te ontdekken. Natuurlijk de niet al te vaste maar karakte- ristieke stem van Kristina en verder is de muziek klassiek gefundeerd, iets wat we ook al bij de illustere voorganger tegenkwamen. Al zou de openings- tevens titeltrack dat niet doen vermoeden want dat is een techno-georiën- teerd nummer dat refereert aan art-rockband Tubeway Army en dat is toch andere koek dan Curved Air. Gek genoeg is deze openingssong de track die gezegend is met de beste melodische lijn. Zelfs na een enkele laser- beurt beklijft het refrein al. En dat geldt niet voor de andere tracks; die verlangen nauwkeuriger beluistering want zitten complexer en gelaagder in elkaar.

En zelfs nauwkeuriger beluistering doet mij niet direct een gat in de lucht springen van enthousiasme. Er is nogal wat twijfel over wat Mask toont omdat niet iedere track overtuigt. Zeker, de keyboard- en vooral ook de pianolijnen zijn soms prachtig zoals in het easy-listening 'Space in Be- tween'. De stem van Kristina is zo af en toe onvast maar zet wel een goede sfeer neer. En sommige composities springen eruit zoals het ijzingwek- kende en experimentele 'Ice Winter' en het veel te korte door Ayres gezon- gen klassieke 'Is This a Wrong Turn'. Eindtrack 'Undulations', die negen minuten laat aftikken, is á capella ambient á la Brian Eno en in zijn experi- ment prima te noemen.
Dat ik toch niet volledig overtuigd ben komt omdat het geheel wat onevenwichtig is en te wisselend van kwaliteit zoals in het niemendal en zwakke 'Time to Let Go' en in de bijna onherkenbare en onnodige Bowie-cover 'Sound and Vision'.
Wat niet wegneemt dat men aan de goede kant van de streep blijft. Er zit alleen meer in dan er op 'Technopia' uitkomt. Desondanks een midden- score op onze schaal met JoJo's, wat toch altijd nog 'goed' is. We houden Mask in de gaten want zoals gezegd er zit meer potentie in en wie weet komt dat er bij een volgend album nadrukkelijker uit. Harry 'JoJo' de Vries (01-2010)


Bezetting:
Marvin Ayres - cello, violin, viola, piano, keyboards, programming, vocals

Sonja Kristina - vocals, guitar
Ben Wiesner - percussion, drums, programming
Kirby Gregory - electric guitar
Steve Byrd - oud, acoustic guitar, balalaika, bouzouki

Discografie:
Heavy Petal (2006)

Mask (2009)

Moraine - manifest deNsity (2009)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.myspace.com/moraineseattle
Duur: 54:30
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Moraine is een experimentele jazz-rock loot aan de boom die Moonjune Records heet. De band heeft de uitstekende gitarist Dennis Rea aan boord en verder een celliste, een violiste, een bassist en een drummer. Geen toetsen dus, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik die, al ben ik dan een toetsenfreak, niet mis op dit debuutalbum 'manifest deNsity. Het zou ook teveel van het goede zijn geweest.
Ik ben altijd een liefhebber geweest van violisten in de progressieve rock. Zo konden bijvoorbeeld Darryl Way (Curved Air), Jean-Luc Ponty (Frank Zappa), natuurlijk Eddie Jobson (UK), David Cross (King Crimson), uiter- aard Geoff Richardson (Caravan) en Jerry Goodman (Mahavishnu Orche- stra) mijn waardering meer dan wegdragen. Zij waren en zijn virtuoos op hun strijkinstrument. De viool geeft bovendien een andere sfeer aan prog, wellicht door de klassieke sensatie die het instrument onvermijdelijk bij de luisteraar los zal maken. Kennen we de viool immers niet juist en vooral door de klassieke muziek?
Bij Moraine beroert - hier nog met een 't' geschreven - Alicia Allen de viool en dat valt mij niet mee. Mijn vader vergeleek het geluid van een viool met "kattengejank" en dat was ik nooit met hem eens maar in dit geval komt het aardig in de buurt. Ik vind het geluid niet zuiver, zeg maar gerust zo her en der onzuiver, al zal de violiste ongetwijfeld stellen dat dat de bedoeling is. Kan zijn, maar het klinkt niet lekker. Bovendien mis ik de synergie met de andere instrumenten. Het lijkt wel alsof Allen wat minder goed uit de voeten kan met de deels door improvisatie tot stand gekomen composities. En dan staat ze ook nog prominent en centraal in het geluids- spectrum. Kortom, ik vind het beroerd klinken.

Tot zover de kritiek. Nu de loftuitingen. Daar waar de viool de draad wél pakt of waar de viool afwezig is laat Moraine wel degelijk kwaliteit horen. Met wat referenties aan Brand X en King Crimson maar toch vooral aan The Mahavishnu Orchestra in een kleinere bezetting en minder snel en gejaagd. Ook is de band beïnvloed door traditionele Chinese muziek - Rea bracht een aantal jaren door in China - en brengt die terug, bouwt die muziek af naar een basis en die basis verwerkt Moraine dan in de composities. En dat geeft het geheel een typische, ethnische sfeer naast de meer Westers georiënteerde lijnen in de tracks.
Vooral daar waar de gitaar van Dennis Rea de boventoon voert is het genieten met Moraine zoals in '$9 Pay-per-View Lifetime TV Movie', al is het geen muziek voor een romantisch avondje bij kaarslicht. Ook de ritme- sectie vliegt nergens uit de bocht. Door de kanttekeningen bij de viool kom ik echter toch niet verder dan 'goed' en geef ik voor wat betreft de viool met terugwerkende kracht mijn vader zaliger voor één keer gelijk! Harry 'JoJo' de Vries (11-2009)

Bezetting:
Dennis Rea - electric guitar
Rith Davidson - cello
Alicia Allen - violin
Kevin Millard - bass guitar, baliset
Jay Jaskot - drums

Discografie:
manifest deNsity (2009)

Mirna’s Fling - Bow to None (2007)

Label: eigen beheer
Bandsite: www.mirnasfling.com

Duur: 56:00
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Neil Young, Bob Dylan, Pearls Before Swine, The Incredible String Band, Nick Drake: dat zijn de namen die mij het eerst te binnen schieten als ik naar het album ‘Bow to None’ luister van singer/songwriter Arjan Hoekstra, het brein achter het project Mirna’s Fling. Niet toevallig, want door onder anderen die namen heeft het muziekvirus mij ooit, zo’n veertig jaar geleden, te pakken gekregen.
Mirna’s Fling is een soloproject van Arjan Hoekstra. Hij bespeelt alle instrumenten zelf, behalve in enkele stukken waar hij wordt geassisteerd door de zangeressen Linda van der Veen en Astrid van der Veen (o.a be- kend als Ambeon, ooit een ontdekking van Ayreon’s Arjen Lucassen) waarvan laatstgenoemde op ‘Hopeless Man’ ook piano en viool voor haar rekening neemt. Bij live optredens laat hij zich assisteren door Dennis Edelenbosch op basgitaar en Ingmar Regeling op drums.
Als ik het genre waarin Mirna’s Fling zich begeeft een naam zou moeten geven dan zou ik op grond van bovengenoemde associaties en de tijdgeest van toen spreken van Black Folk of van Underground, waarvan ‘On the Beach’ van Neil Young en ‘If I Could Only Remember My Name’ van David Crosby de nimmer overtroffen prototypes zijn. Beluister ‘Hopeless Man’ en de referenties aan laatstgenoemden zijn wel heel erg duidelijk waarneem- baar. Maar dit album appeleert ook aan recenter werk. Zo doemen bij het beluisteren ook de namen op van Patrick Watson, Damien Rice, Lambchop en Eels.
Het is dus duidelijk dat Hoekstra - ik zal hem in navolging van hemzelf als singer/songwriter betitelen - geen retromuziek maakt maar zich wel overdui- delijk heeft laten inspireren door de groten van weleer. De eigenheid van Mirna’s Fling maakt echter dat hier in het geheel geen sprake is van imi- tatie: het is de combinatie van zijn gevoelige en tegelijkertijd krachtige stem, het ingetogen en intelligente akoestische gitaarspel, dat afgewisseld wordt met stevig elektrisch werk, en de bij vlagen dromerige pianomelo- dieën die dit album uniek maakt.
Het meest opvallend is dat Hoekstra in staat is om zijn stem telkens een andere klankkleur mee te geven waardoor elke song een uniek karakter krijgt en het album altijd spannend en onderhoudend blijft. Hoewel de sfeer van het album door melancholie wordt overheersd - hetgeen naar mijn idee de beste stukken oplevert - komt er toch ook regelmatig blijheid en opti- misme naar boven, zoals in de tracks ‘To Be is to Be not to Be’ en ‘Way to Go’.
‘Bow to None’ is een zeer gevarieerd album geworden met veertien prach- tige songs die bij elkaar zo’n 56 minuten duren en waarvan geen seconde verveelt. Het wordt tijd dat singer/songwriter Arjan Hoekstra alias Mirna’s Fling een wat groter publiek bereikt. Henk Vermeulen (05-2009)

Bezetting:
Arjan Hoekstra – all instruments
Linda van der Veen - background vocals
Astrid van der Veen - background vocals, additional piano, violin

Discografie:
Become (2005)
Bow to None (2007)

Marillion - Happiness is the Road Vol.1 en Vol.2 (2008)

Label: Racket Records
Bandsite: www.marillion.com
Duur: totaal 99:48
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries

Waardering:
Vol.1: (uit max. 5 JoJo's) Vol.2:


Wat heb ik mij geërgerd aan het vorige, matige album 'Somewhere Else' van Marillion en het gebrek aan kritiek daarop in de zich progressief noe- mende scene. "Als het positief is, dan schrijven we daarover, als het nega- tief is houden we ons mond", was het devies bij in ieder geval een aantal bladen en sites. En zelfs bij de band en woordvoerder Steve Hogarth zelf, die doodleuk meldt in iO Pages "Ik vind dat wij geen slechte albums heb- ben gemaakt". Ik bezit er in ieder geval minimaal één en dat is 'Somewhere Else'.
Ter verdediging van Marillion. Decennia meedraaien, veel albums maken en nooit stil willen staan - een prijzenswaardig streven passend bij een progressief gezelschap - leidt er onvermijdelijk toe dat er kwalitatief minde- re releases zijn. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Maar geef dat gewoon toe.
Daarentegen, wat heb ik mij positief verbaasd over, vermaakt met en gelaafd aan nieuweling 'Happiness is the Road', uitgebracht in twee delen 'Volume 1: Essence' en 'Volume 2: The Hard Shoulder'. De albums die in aanvang gratis ter beschikking zijn gesteld door de band via downloa- ding met een tegenprestatie en nu gewoon kunnen worden aangeschaft. Ik zit nog niet voor beide delen in de wissel van 'meesterwerk' maar mijn gevoel zit dicht tegen dat predikaat aan. Wat maakt deze beide 'volumes' zo goed?
Zoals gezegd, de band haat stilstand, wil zich niet herhalen en laat "een nieuw Marillion-album altijd een reactie zijn op het vorige album" (Hogarth in iO Pages, oktober 2008). Het aanboren van eigen creativiteit en de durf om te veranderen is een verklaringsgrond voor de hoge kwaliteit van 'Happi- ness is the Road'. Een andere succesfactor is het organische geheel dat de beide albums vormen. Beluistering brengt mij in een soort 'flow' met een hartslag die op Volume 1 precies en frequent slaat, bijna minimaal is en mij in een soort roes brengt. Een hartslag die op Volume 2 echter af en toe overslaat, meer uitslagen naar beneden en naar boven kent en mij vanuit de roes weer doet opveren.
Op 'Volume 1: Essence' laat Marillion op een minimalistische wijze alle overbodige franje achterwege. Ondanks het feit dat de band meer traditio- nele en analoge instrumenten gebruikt is de uitvoering broos en 'basic' en toont de kunst van het weglaten. Hoewel ik de zang van Hogarth steeds dunner vind worden met minder kracht en diepte - de jaren gaan tellen - pas juist die dunne stem zo goed bij de sfeer van deze eerste schijf. De tracks 'Essence', 'Woke Up' en 'Trap the Spark' behoren tot het beste wat de band ooit heeft laten horen.
Op 'Volume 2: The Hard Shoulder' is er meer franje maar die is zeker niet overbodig en past bij de categorie composities die hier zijn verzameld: krachtige songs met een sterk refrein, minder broos en meer up-tempo uitgevoerd. Verwacht niet al te veel uitgesponnen solo's van Rothery of markante loopjes van Kelly; alles ten dienste van de compositie en van de band als geheel. Dit tweede deel kent geen zwakke plekken en sterker nog, ik vind het briljant. Er zijn natuurlijk persoonlijke favorieten zo- als 'Asylum Satellite #1', 'Man from the Planet Marzipan', 'Throw me Out' en vooral 'Half the World'. Deze laatste track verlaat het hoofd na beluistering niet meer en zoemt de rest van de dag heerlijk rond. Maar per saldo overstijgt de band zichzelf op dit tweede luik met iedere track.
Hoe knap is het als je je als band iedere keer weer weet te vernieuwen, zeker in dezelfde personele bezetting. Een bekende Nederlandse hedendaagse kunstenaar Otto Egberts zei ooit, om zijn eeuwig zoeken te beschrijven, "ik ben voortdurend doende mijzelf 'af te drukken' maar ik kan het origineel niet vinden". Een uitspraak die ook Marillion's ontwikkeling de achterliggende drie decennia goed kenschetst. En ... bestaat er wel een origineel van Marillion? Voor sommigen is er maar één origineel en dat was de periode met Fish. Onzin. Stilstand is achteruitgang. Laten Hogarth, Kelly, Rothery, Mosley en Trewavas maar eeuwig blijven zoeken. Met soms een kwalitatieve dip maar nu weer een zeer hoogwaardige kwalitatie- ve top met 'Happiness is the Road'. Harry 'JoJo' de Vries (12-2008)

Bezetting:
Steve Hogarth - vocals
Mark Kelly - keyboards

Ian Mosley - drums, percussion
Steve Rothery - guitars
Pete Trewavas - bass


Discografie:
Script For A Jester's Tear (1983)
Fugazi (1984)
Misplaced Childhood (1985)

Clutching At Straws (1987)
B' Sides Themselves (1988)
The Thieving Magpie - La Gazza Ladra (1988)
Seasons End (1989)

Holidays in Eden (1991)
Brave (1994)
Afraid of Sunlight (1995)
Made Again (1996)
This Strange Engine (1997)
Radiation (1998)
Tales from the Engine Room (1998)
Marillion.com (1999)
Marillion.co.uk (2000)
Anoraknophobia (2001)
Anorak in the UK Live (2002)
Marbles (2004)
Marbles Live (2005)
Somewhere Else (2007)

Happiness is the Road (2008)

Mahogany Frog – DO5 (2008)

Label: Moonjune Records
Bandsite:
www.mahoganyfrog.com
Duur: 47:03
Reviewer: Harry ‘JoJo’ de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)

“Alles is al een keer gedaan” zei een beeldend kunstenaar pas tegen mij. De meeste taboes in leven en kunst zijn inderdaad wel doorbroken en muziekstromingen die zich ‘nieuw’ noemen blijken toch vaak bewust of on- bewust leentjebuur te spelen bij wat er al is. Echt buiten de door de historie bepaalde muziekkaders treden is lastig. In ieder geval veel lastiger dan in de gouden tijden van de jaren vijftig, zestig en zeventig waarin veel nog moest worden bedacht. Daarna zocht zelfs de punk inspiratie bij tegen- draadse figuren als Syd Barrett, notabene een exponent van de door diezelf- de punk zo verfoeide bombast van de symfo- en progrock.
Nee, voor verwondering moeten we op zoek gaan naar bands die binnen de muzikale historische context de grens opzoeken, de verrassing presen- teren, het bestaande net een andere draai geven. Radiohead deed een prima poging bestaande kaders te doorbreken maar had en heeft tegelijker- tijd veel oude Floyd in zich, The Mars Volta bracht verrassing maar ook cultbands als Fantomas, Maximum Indifference of GYBE. En verwonderd was ik recent bij beluistering van ‘All Hour Cymbals’ van Yeasayer. Toch zijn dat soort gelukzalige momenten op één hand te tellen. Des te meer vallen de bands die dit ‘risico’ wél nemen, al is het dan binnen genoemde grenzen, op. Ik voeg er één aan toe: Mahogany Frog. Alweer een nieuwe loot aan de inspirerende boom die Moonjune Records heet.
De band noemt haar muziek ‘psychedelic electro-jazz-rock’ en inderdaad van die drie stromingen zijn er veel relikwieeën te vinden. Soft Machine tweede en derde generatie trekt voorbij, vroege Floyd, Stereolab, Miles Davis en men stipt de Canterbury-sfeer aan.
Met zoveel invloeden … waarom past Mahogany Frog dan toch in het rijtje innovatieve en verrassende bands? Het antwoord is: het klinkt onge- bruikelijk. De band experimenteert, gebruikt afwijkende akkoorden- en tijdschema’s, het lijkt zelfs of er 'ongebruikte' noten voorbij komen en de muziek is syncopatisch want accenten worden regelmatig verlegd door zware passages te koppelen aan voorafgaande zwakkere of lichtere pas- sages terwijl het ritme verschoven wordt ten opzichte van de maat. Uit- zonderlijke dynamiek is het resultaat.
De bandleden vertonen bovendien een niet aflatende ‘drive’; energie waar zij live om bekend staan maar die zij ook in de studio goed weten over te brengen. Zo blijkt in het interessante ‘T-Tigers & Toasters’, dat met ge- coördineerd ‘gepiel’ begint, van die geluidjes die we ook kennen van Hat- field and the North en National Health. Uit dat gepiel komt langzamerhand een prachtige melodie tevoorschijn die zich gedurende elf minuten verder ontwikkelt. Eerst nog ‘pianissimo possibile’ met synth en piano, daarna ‘for- tissimo’ met gierende gitaren en forse slagen op drums en percussie. Het subtiele Farfisa-geluid blijft lichtjes de Canterbury toets maken. Mijn favo- riet ‘Lady X OC & Shield Jaguar’ (click PROGVIDEO rechtsboven) en ‘Demon Jigging Spoon’ kennen een soortgelijke opbouw en sfeer.
De trompetten van Epp en Ellenberger maken indruk in het, aan de goede kant van de lijn, pompeuze ‘Last Stand at Fisher’s Farm’ dat associeert met Robert Wyatt’s ‘Little Red Riding Hood Hit the Road’. In ‘Medicine Missile’ voeren gecontroleerde springerigheid en geordende chaos de boventoon.
Mahogany Frog toont op haar debuutalbum ‘DO5’ aan tot veel in staat te zijn. Heerlijk is dat zich bij iedere luisterbeurt weer nieuwe, nog niet eerder opgevallen loopjes, ‘breaks’ of lagen ontvouwen. Dat is uiteindelijk toch wat meesterlijke muziek kenmerkt, zelfs als het zich afspeelt binnen een door de geschiedenis afgepaald muzikaal territorium.
Harry ‘JoJo’ de Vries (11-2008).


Bezetting:
Graham Epp and Jessie Warkentin – electric guitars, MicroMoog, Farfisa Organ, Farf Muff, ARP String Ensemble, Korg MS2000, electric and acoustic pianos
Scott Ellenberger - electric and acoustic bass, Briscoe organ, percussion
J.P. Perron - drums, conch and electronics
Graham Epp and Scott Ellenberger - trumpets

Discografie:
DO5 (2008)