Posts tonen met het label Beschouwende artikelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beschouwende artikelen. Alle posts tonen

'Circles'
Het postume album van Mac Miller

 
 
Door Stijn de Vries 

Ongeveer een jaar na de dood van de Amerikaanse rapper Mac Miller kreeg het publiek nog een laatste blik in de geest van de onrustige rapper met Miller's postume album 'Circles', dat op 17 januari 2020 werd uitgebracht. Malcolm James McCormick, beter bekend als Mac Miller, stierf aan een accidentele overdosis drugs op 7 september 2018 op 26-jarige leeftijd. In augustus, een maand voor zijn dood bracht hij het album ‘Swimming’ uit. Een album wat leek op een enorme sprong voorwaarts in zijn zelfontdekking. Helaas was hij door zijn vroege overlijden niet meer in staat om deze enorme sprong voorwaarts verder te realiseren. Het album ‘Swimming’ was het begin van een driedelig project. Het nieuwe postume album ‘Circles’ werkt als een metgezel en tegenhanger van het eerste album en voltooide één gedachte: ‘Swimming in Circles’. Een hoogtepunt van een carrière die is besteed aan verbetering, een passende epiloog voor een ambitieus leven.  

Een nauwe samenwerking aan de vroege versies van deze nummers tussen Miller en componist/producer Jon Brion, heeft ervoor gezorgd dat het album ‘Circles’ na Miller’s dood met grote toewijding afgemaakt is door Jon. Hoe ver en diep Miller zelf bezig was met het proces op het moment van zijn overlijden is onduidelijk maar het album klinkt als een voltooid werk of zo compleet als het kan zijn samen met het album ‘Swimming’. "Dit is een ingewikkeld proces dat geen goed antwoord heeft", schreef zijn familie in een uitgebreide brief op zijn Instagram op 8 januari 2020. "We weten gewoon dat Malcolm het belangrijk vond dat de wereld het hoorde".

Als ‘Swimming’ niet het beste album van Miller was, was het zeker wel het album waar hij als artiest en persoon tot zijn recht kwam. Zo zijn er momenten in het album van 2015 ‘GO: OD AM’ waar zijn rapskills het scherpst zijn, in het album van 2014 ‘Faces’ waar zijn meest ambitieuze ideeën zijn ondergebracht en in 2016 is het album ‘The Divine Feminine’ zijn meest diverse en complete project geweest. Toch was ‘Swimming’ het album wat een rapper liet horen die eindelijk zijn hoofd leeggemaakt had en zijn positie had gevonden in de maatschappij. ‘Circles’ biedt enige resolutie en helpt Miller’s laatste gedachten af te ronden. 

Miller leek ‘Circles’ zelf te zien als voltooiing van een lus. "My god, it go on and on. Just like a circle, I go back to where I’m from", rapt hij in zijn laatste nummer ‘So it Goes’ van het album ‘Swimming’ waar hij toe lijkt te werken naar het album ‘Circles’. Het album ‘Swimming’ ging vooral over goed zijn aan de oppervlakte oftewel voor de buitenwereld, maar van binnen worstelen met angst en depressie. ‘Circles’ gaat vooral over dat hij weet dat er iets te doen is aan die angst en depressie. Beide albums gaan over het leven met depressie, hoe de slechte dagen vooral lang zijn en de goede dagen snel voorbij gaan. Toch voelt de toon binnen het album ‘Circles’ een stuk optimistischer dan de toon binnen het album ‘Swimming’. 
Het beeld van een rommelige geest is vrijwel constant in Miller’s laatste nummers. Op de single ’Good News’ vergelijkt hij het herstelproces met de voorjaarsschoonmaak, wat geschikt is voor iemand die op de ‘herstelknop’ wil drukken. "Soms word ik eenzaam en niet wanneer ik alleen ben, maar vooral het moment wanneer ik in een menigten sta voel ik mij het meest alleen", rapt hij in het nummer ’Surf’. Een aangrijpend en pijnlijk besef voor iemand die zijn laatste jaren vooral doorbracht omringd door grote menigten van fans. Toch komt het als een soort openbaring "And I know that somebody knows me. I know somewhere, there’s home. I’m startin’ to see that all I have to do is get up and go’’. 

‘Circles’ zal nooit echt gezien worden als een volwaardig rapalbum omdat het meer tussen Lo-fi beat- en Indiefolk muziek zit. Nadat hij op het album ‘Swimming’ voor het eerst zoveel zong in plaats van rappen, trok hij deze lijn nog verder door in het album ‘Circles’ waarin hij bijna niet rapt. Dit was ook zijn hele gedachte en idee erachter, namelijk twee albums die elkaar in balans brengen. Zo tonen de weinige nummers die raps bevatten zijn liefde voor de vorm en zijn verbetering als schrijver. Op ‘Hands Me Downs’ rapt hij over onzorgvuldig bewegen en struikelen door steeds weer dezelfde patronen. ‘Hands’ is het enige volledige rapnummer van het album ‘Circles’. 

Miller was altijd al een jongen die geïnspireerd werd door John Lennon wat hier ook duidelijk te horen is. Rustige, ontspannen liedjes op zoek naar die exacte staat van zijn. Een goed voorbeeld is daar het nummer ‘Imagine’ van John Lennon van, waarin hij zingt "Imagine all the people sharing all the world". Zijn zoektocht naar de exacte staat van zijn, bij Lennon in de vorm is van ‘Peace’. Bij Mac Miller is het vooral de combinatie tussen de albums ‘Swimming’ en ‘Circles’ waarin hij op zoek is naar die exacte staat. In het nummer ‘Complicated’ zingt hij "For I start to think about the future, first can I please get through a day without any complications". 

Wanneer een jonge rapper of artiest overlijdt beginnen de fans de teksten vaak veel beter te begrijpen. Op zijn laatste album probeert hij alles wat doelt op een foute afloop in zijn muziek te laten verdwijnen. Hij zoekt naar een manier om zijn angsten en depressie te overwinnen en een weg te vinden. Het laatste album van Mac Miller is er een waarop hij grote voorwaartse sprongen maakte op het gebied van zelfontwikkeling. Helaas heeft hij dit nooit verder kunnen realiseren. 



Hoog aan de Wind:
een ode aan Fish





Op dit moment lees ik de verhalenbundel ‘Hoog aan de Wind’ van één van de beste Nederlandse schrijvers van dit moment: Thomas Rosenboom. Hij kiest in zijn fenomenale boeken vaak voor sleutelfiguren die volgens de boekflap “hoog aan de wind lopen en hun doel blijven nastreven ondanks tegenkrachten”. Al lezende doemde Fish op mijn netvlies op. Eén van mijn favoriete progressieve muzikanten en een mens dat hoog aan de wind loopt. Hij heeft het soort karakter dat mij aanspreekt: recht door zee, direct en duidelijk, geen gemarchandeer. Zoals het een goede Schot betaamt. En daar maak je, zo weet ik uit eigen ervaring, niet altijd vrienden mee. Veel mensen kunnen daar niet mee omgaan. Die prefereren vaagheid, ‘gepolder’ en omzichtig gemanoeuvreer om zich na enige tijd af te vragen of daar toch niet iets achter zat. En gaan vervolgens aan de wandel en aan de haal met hun eigen interpretaties, kiezen ervoor de ander thuis mokkend achter de geraniums te veroordelen en het vooral niet met de persoon in kwestie te bespreken en voor je het weet zie je ze nooit meer. Wellicht maar beter ook. Zo af en toe een naam schrappen uit het adresboek dat kan absoluut geen kwaad.
Derek W. Dick heeft in zijn inmiddels respectabele carrière veel tegenkrachten ontmoet: bobo’s van platenmaatschappijen, dubieuze managers, de media die zijn solo-albums steeds maar weer en onrechtvaardig vergeleken met het tijdperk ‘Marillion’, privébesognes en ‘last but not least’ een laatste tegenkracht: zichzelf. Want Fish maakte het zichzelf ook niet altijd even gemakkelijk door te groots opgezette shows en uitbundig uitgedoste releases die hij zich met een weliswaar respectabele maar toch altijd nog bescheiden schare fans – zo zit de progscene nu eenmaal in elkaar - per saldo niet kon permitteren. Op die momenten schoot zijn vasthoudendheid waarschijnlijk door in de valkuil ‘drammen’ en was er niemand die hem kon intomen. In die periodes zal hij vast ook wat namen in zijn adresboek hebben doorgekrast. Maar hij liet zich er niet door uit het muzikale veld slaan: met veel doorzettingsvermogen op zijn eigen koers met als kompas zijn begenadigde en niet aflatende talent als componist, muzikant en ideeënbus. En natuurlijk gesteund door een ‘pool’ van medemuzikanten die hem door alle jaren heen wèl trouw bleven en ’s mans assertiviteit prima aan konden en kunnen zoals Frank Usher, Tony Turrell, Mickey Simmonds en niet te vergeten hoesontwerper Mark Wilkinson, zijn ‘all time’ kompaan.
Wat een geluk dat Fish de kwaliteit ‘vasthoudendheid’ bezit; anders hadden we al die prachtige solowerken moeten missen. Natuurlijk zitten er ook mindere albums in zijn solocatalogus en de meeste album bevatten wel een mindere track, niet altijd even consistent zoals u wilt, maar wat te denken van:

het gehele solodebuut ‘Vigil in a Wilderniss of Mirrors’ (1989), een progklassieker;

de drie tracks van ‘Suits’ (1994) die ik altijd tezamen draai: ‘MR 1470’, ‘Lady Let It Lie’ en ‘Emperor’s Song’;

het indrukwekkende en vijfentwintig minuten durende ‘The Plague of Ghosts’ van ‘Raingods with Zippos’ (1999) dat verder ook een prima album is;

de tracks ‘3D’, ‘The Pilgrim’s Address’ en ‘Clock Moves Sideways’ van ‘Fellini Days’ (2001);

‘The Field’ en ‘Innocent Party’ van het in mijn ogen onderschatte ‘Field of Crows’ (2003);

en natuurlijk zijn meest recente project te weten de succesvolle ‘20th Anniversary Tour of Misplaced Childhood’ getiteld ‘Return to Childhood’ (2006) met prima live-opnames en een moedige terugkeer naar het mooie maar voor Fish enigszins bezwaarde verleden dat Marillion heet.

Fish. Hoog aan de Wind. Mijn handlanger, ‘partner in crime’. Ik hoop dat hij nog veel prachtig werk zal afscheiden, al vraag ik mij af hoe lang hij het vol zal houden. Ook Fish zal ooit weleens moe worden van het steeds maar weer moeten weerstaan van tegenkrachten ….
JoJo

AFTERglow
by Tony Banks


from the album 'Wind and Wuthering'





De naam van dit ProgLog is ontleend aan de door Tony Banks geschreven track ‘Afterglow’, de afsluitende compositie op het mooie album ‘Wind and Wuthering’ (1977) van Genesis. De band die later het foute pad insloeg maar in die tijd haar goedgevulde koffer met briljante compositorische bagage bij iedere release opentrok. Later, zo rond het verschijnen van ‘Abacab’ in 1981, werd de koffer vooral opengetrokken om bakken vol met royalties op te bergen. Dat is de heren gegund maar zoals zo vaak ging dat ook hier gepaard met symfonisch en progressief kwaliteitsverlies. Een welkome en lichte opleving vormde in de catalogus het album ‘We Can’t Dance’ (1991) – de heren waren daar zelf gezien de titel ook achter gekomen - waar men schoorvoetend weer iets van de niet dansbare ‘roots’ liet horen. Daarna ging het weer bergafwaarts met als dramatisch dieptepunt ‘Calling All Stations’ (1997). Gelukkig is er nog een stuk of twaalf vroege(re) albums die nooit gaan vervelen en fier overeind staan als baken voor wie de weg kwijt raakt in de symfo- en proghistorie. De track ‘Afterglow’ vormt daarin een bescheiden maar helder lichtpunt. Zoals hopelijk ook dit ProgLog AFTERglow.
JoJo

Componeren op afstand?
door JoJo




Verandering is vooruitgang. Verandering is soms ook verarming. Technische ontwikkelingen als internet en e-mail zijn geweldig en worden ook door mij omarmd. Aan de ene kant opent het deuren en zijn artiesten beter benaderbaar. Regelmatig mail ik met muzikanten en bands en het was in de seventies toch onvoorstelbaar dat Ian McDonald of Richard Sinclair persoonlijk zouden reageren op een brief die je ze stuurde.
Anderzijds zie ik ook negatieve kanten. Vrienden en kennissen zijn van mening dat ze de vriendschap al duurzaam onderhouden als ze af en toe een e-mail sturen. Ik vind dat daar meer voor nodig is. Vis-à-vis contact bijvoorbeeld. In de (progressieve) muziek zie ik zich een parallelle ontwikkeling voordoen. Muzikanten die in een band spelen, geografisch een eind van elkaar bivakkeren en vervolgens componeren op afstand. Partijen worden in Zweden ingespeeld, met de digitale postduif naar Detroit verstuurd, waar vervolgens een collega bandlid er zaken aan verandert, aan toevoegt en erop reageert. Waarna de digitale postduif nog een paar keer heen en weer pendelt en voor je het weet ligt er een nieuw album in de schappen. Een bedenkelijke ontwikkeling die onvermijdelijk leidt tot verarmde muziek waaraan de emotie, als daar al sprake van is, door knip-en-plakwerk geforceerd is toegevoegd.
Twee saillante aan elkaar gerelateerde illustraties van deze ontwikkeling leverde het door mij zeer gewaardeerde blad IO Pages (61/september 2005). Het blijkt dat het laatste album ‘Mindrevolutions’ van de Zweedse band Kaipa voor een belangrijk deel op digitale afstand tot stand is gekomen. In een interview met drummer Morgan Ǻgren (o.a. Kaipa, Mats & Morgan) antwoordt hij op de vraag “Hoe werd je lid van Kaipa?” met “Zo zou ik dat niet noemen. Kaipa bestaat niet als een band. Ik zou het een recordingproject noemen”. En even later: “Hoe ervaarde je de samenwerking met Roine Stolt en Jonas Reingold in Kaipa?” Ǻgren stelt “Ik heb Jonas nooit ontmoet”. Als ik zoiets lees val ik volledig van mijn stoel. De ritmesectie van een band, te weten Ǻgren en Reingold, heeft elkaar nooit ontmoet! En dan lees ik elders in het blad dat Roine Stolt onvrede heeft met de gang van zaken tijdens het maken van dat album. Niet alleen met de autoritaire houding van Hans Lundin, de voorman van Kaipa, maar ook met het opnameproces door “het gebrek aan positieve vibraties tijdens het proces”. Beste Roine, vind je het gek? Hoe kunnen er positieve vibraties ontstaan als bandleden elkaar niet eens ontmoeten en zelfs niet kennen?
Creativiteit ontstaat in de synergie tussen mensen. Eén plus eén wordt dan drie. Muzikanten die elkaar kunnen zien als ze spelen, die non-verbale signalen uitwisselen, die tegen elkaar roepen en soms zelfs schreeuwen, die elkaar aan kunnen raken, gezamenlijk een biertje drinken en tot diep in de nacht uitvoerig discussiëren over akkoordenschema’s, overgangen, gitaarpartijen. Die elkaar opjagen tot grote hoogten en die toelaten dat de beste nummers min of meer bij toeval ontstaan. Zoals ook Pink Floyd drummer Nick Mason in zijn uitstekende boek ‘Inside Out’ beschrijft. IJkpunten in de Floyddiscografie kwamen tot stand door ‘serendipity’ oftewel de gave om door toevalligheden iets te ontdekken waar men niet naar op zoek was. Wright die in de studio enigszins verveeld zit te pielen op zijn keyboards, waarop Waters de oren spitst en zegt “speel dat nog eens!” En een onderdeel van het thema van ‘Echoes’ was geboren.
Zo ontstaat muziek in zijn meest excellente vorm: in gemeenschappelijke en emotionele interactie in de studio. Niet op klinische digitale afstand. Ik neem nu Kaipa op de korrel als dramatisch lichtend voorbeeld maar er zijn nog vele andere bands en gelegenheidsprojecten die op deze wijze werken. Zo onthult IO Pages (63/december 2005) dat Sieges Even deze aanpak ook kiest. Zanger Arno Menses antwoordt desgevraagd “Ik krijg de oefentekst per mail. Het is niet nodig om samen te oefenen, dit werkt prima”. Ook The Flower Kings volgden jarenlang deze merkwaardige werkwijze maar hebben bij het maken van ‘Paradox Hotel’ voor het eerst (!) gezamenlijk de synergie gezocht in de studio.
Een dergelijke afstandelijke werkwijze wordt soms ingegeven door een gebrek aan geld om collega’s in te vliegen en studiotijd te kopen. De progrock is nu eenmaal helaas nog steeds een ‘low-budget’ muzieksegment. Vaak wordt het echter veroorzaakt door gemakzucht of een te drukke agenda. In dat soort gevallen is de computer geduldig. Een dubieuze en zorgwekkende ontwikkeling die maar door één iemand kan worden afgestraft: de klant!