Wally - Montpellier (2010)
Label: Gonzo Multimedia
Bandsite: www.wallymusic.co.uk
Running Time: 55:20
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)
In het begeleidende schrijven van het platenlabel wordt gesproken over "Proglegends". Dat gaat wat ver. Maar Wally is een band, onder leiding van Roy Webber, Paul Middleton en Will Jackson, die in de jaren 70 twee albums uitbracht en een kleine maar trouwe schare fans aan zich wist te binden. Ze zijn nu terug met een nieuw album getiteld 'Montpellier'. Althans 'nu', het album kwam reeds uit in 2010 maar bereikte pas recent onze burelen.
In die voor de progrock illustere jaren werd Wally vooral podium gegeven door de legendarische Bob Harris in zijn programma 'The Old Grey Whistle Test'. De lovende woorden van Rick Wakeman, toen en ook nu in de hoestekst, en zijn optreden als co-producer van het debuutalbum in 1974 zullen zeker ook geholpen hebben. Bovendien was hun manager de van Yes bekende Brian Lane.
In 2009 was er een reünieconcert met veel oude leden en dat beviel zo goed dat men de studio in ging om nieuwe composities op te nemen en oude tracks, die ooit bedoeld waren voor het derde album dat nooit uitkwam, nieuw leven in te blazen. En het resultaat mag er zijn. Wally maakt nog steeds rock op een stevig fundament waarbij de weliswaar spaarzame maar overtuigende toetsenpartijen van Nick Glennie-Smith de progressieve toets aan de muziek geven.
En wat vooral opvalt is een goed ontwikkeld oor van Jackson, Webber en Middleton voor melodie zoals in de sterke opener 'Sailor', in het prachtige 'Sister Moon' en in de 'meezinger' 'Thrill is Gone'. Deze laatste track zou, als de DJ's en radiomakers in binnen- en buitenland niet zo trendgevoelig zouden zijn en niet van de ene hype naar de andere zouden zappen, een geheide hit kunnen zijn. Maar dat zal wel nooit gebeuren. Ook de overige vijf tracks staan als een huis, bezitten hoge kwaliteit en kennen een technisch perfecte uitvoering, dit alles gehuld in een licht progressief jasje.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik Wally in de zeventiger jaren gemist heb maar deze met vijfendertig jaar uitgestelde kennismaking bevalt uitstekend .
Harry 'JoJo' de Vries (03-2012)
Personnel:
Roy Webber - vocals and guitars
Frank Mizen - bass and pedal steel
Will Jackson - guitars and keyboards
Paul Middleton - steel guitar and bass
Pete Sage - electric violin and bass
Roger Narraway - drums and percussion
Nick Glennie-Smith - keyboards and vocals
Discography:
Wally (1974)
Valley Gardens (1975)
To the Urban Man (2010, DVD)
Montpellier (2010)
Wicked Minds - Visioni, Deliri e Illusioni (2011)
Label: Black Widow Records
Bandsite: under construction
Running Time: 58:12
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)
Het Italiaanse Wicked Minds kwam eerder voorbij op ProgLog AFTERglow. En terecht want hun sterke album 'Witchflower' en het live-album 'Live at Burg Herzberg' zijn hier veeldraaiers geworden.
De band is schatplichtig aan Van der Graaf Generator en aan ELP, hoewel de klassieke invalshoek in de eigen composities grotendeels afwezig is, en refereert via het ronkende, scheurende Hammond Organ van Paolo 'Apollo' Negri ook aan Niacin. De Hammond speelt dan ook een dominante rol in de energieke muziek.
Op 'Visioni, Deliri e Ilussioni' heeft Wicked Minds gekozen voor een 'Tribute to Italian Prog' en toont een staalkaart aan covers uit het begin van de jaren '70 van bekende bands als PFM, Museo Rosenbach, Il Balletto di Bronzo, New Trolls, Clessidra en Le Orme en van minder bekende bands als The Trip, Osanna en Circus 2000. Covers dus. En zoals u weet ben ik een coverhater. Als de compositie letterlijk wordt nagespeeld dan kan ik namelijk beter naar het origineel luisteren. Als er aan gesleuteld wordt denk ik "blijf er met je fikke vanaf". Welnu, Wicked Minds geeft inderdaad een interpretatie van de originelen. Een probleem dus. Als ik over mijn bezwaar op dat punt heen stap, al is het maar om de band een eerlijke kans te geven in deze review, dan ben ik toch positief. Ook valt op dat een aantal originele leden van de gecoverde bands op hun eigen tracks meedoet. Is het dan eigenlijk nog een cover?
Waarom positief? Omdat het simpelweg professioneel klinkt en gewoon lekker bekt. Het album draait goed weg, er wordt meer dan uitstekend gemusiceerd en een geluk is dat ik niet alle originele tracks ken waardoor het in ieder geval voor mij fris klinkt. Uitschieters zijn de prachtige, kippenvel gevende uitvoering van PFM's 'La Carorozza di Hans/Impressioni di Settembre', het indrukwekkende 'Zarathustra' van Museu Rosenbac'h en 'Dio Del Silenzio' van Delirium. Minpuntje de rammelende opener 'Caronte I' van The Trip, hoewel dat bij The Trip ook al rammelde, en de schreeuwerige, zwakke zang van zangeres Monica Sardella in 'Un Posto' van Il Balletto di Bronzo. Maar dat drukt de pret niet op een totaal van veertien tracks.
Hoewel ik Wicked Minds, gehoord hun kwaliteit op de eerdere albums, liever met eigen werk zie komen, moet ik over mijn eigen 'coverschaduw' heen stappend concluderen dat deze ode aan de Italiaanse prog een goede aanvulling is op de bandcatalogus en dat ik mij er zeer mee vermaak. Na deze review ben ik weer gewoon een rechtgeaard coverhater en zal ik waar ik maar kan die coverzooi neersabelen. Daar kunt u vanop aan. Wicked Minds is de dans echter ontsprongen. Harry 'JoJo' de Vries (10-2011)
Personnel:
Monica Sardella – vocals
Lucio Calegari – guitars
Paolo 'Apollo' Negri – keys, Mellotron, Hammond
Enrico Garilli – bass
Ricky Lovotti – drums
Discography:
Witchflower (2006)
Live at Burg Herzberg (2006)
Visioni, Deliri e Illusioni (2011)
Steven Wilson - Insurgentes (2009)
Label: KScope
Bandsite: http://www.swhq.co.uk/
Duur: 55:26
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Steven Wilson kan bij mij een potje breken. Zijn doorgaans sublieme werk met Porcupine Tree, de intrigerende werkstukken die hij met No-Man af- scheidt, de emotie die hij raakt met Blackfield en de vele vaak hoogwaar- dige sideprojects die hij het licht laat zien, zijn de oorzaak van mijn bewon- dering.
Maar deze 'workaholic' kan op gezette tijden ook op mijn kritiek reke- nen. Dat hoort te kunnen bij 'vrienden'. Zo schreef ik ooit een open brief (die hij nooit gelezen zal hebben, zo ondankbaar is de taak van de recensent) naar aanleiding van het tegenvallende Porcupine Tree album 'Deadwing'. Ik beschuldigde hem van overdaad en adviseerde hem gratis en, overigens zoals verwacht onverrichterzake, om eens een 'sabbatical year' te nemen, bij te tanken, de route te verleggen. Ook nu, bij beluisteren van zijn eerste soloalbum 'Insurgentes', frons ik de wenkbrauwen.
Waarom deze bedenkelijke blik? Dit album voegt niets, maar dan ook helemaal niets toe aan wat Wilson ons overdadig heeft voorgeschoteld de laatste jaren. Wilson biedt op 'Insurgentes' een staalkaart van zijn mogelijk- heden maar die mogelijkheden waren mij al overbekend. Ik hoor veel Porcu- pine Tree, zowel in de wat meer psychedelische als harde passages, ik hoor de melodielijnen waarop hij in Blackfield patent heeft, en de laid-back passages die we van zijn samenwerking met Tim Bowness in No Man kennen, ik hoor de ambientexperimenten van Bass Communion en de gekkigheid van I.E.M.
Maar ik hoor niets nieuws, zelfs nog geen lichte verlegging van het bekende Wilson-laantje. Sterker nog, steeds vaker denk ik "deze passage ken ik van ....". Nu kun je je afvragen "Is dat erg?''. Welnee, de wereld ver- gaat niet en herkenbaarheid biedt houvast in deze moeilijke tijden. Maar jammer is het wel. Ik verwacht van Wilson andere dan gebaande paden, al baande hij ze dan zelf.
Is er dan niets te genieten? Jawel, het is vijftig minuten genieten waarbij vooral opener 'Harmony Korine' mij zeer aanspreekt. Maar het is genieten van een gerecht wat je al (te?) vaak gegeten hebt. En dan komt het mo- ment dat je denkt "nu even niet". En dat dacht ik al snel, na een keer of vijf beluisteren besloot ik al tot periodieke Wilson-onthouding.
Uit mijn hart gegrepen is wel zijn op het eerste gezicht ludieke maar op het tweede gezicht bloedserieuze aanklacht tegen de bijna autistische manier waarop de jeugd naar muziek luistert. Men noemt zich al fan als men slechts de bekendste track van Radiohead legaal of illegaal heeft ge- download, het album bestaat niet meer door iPod's die naar believen de tracks door elkaar husselen en men zappt van de ene muzikale hype naar de andere, niet gehinderd door enige achtergrondkennis van de betreffende bands. Grappig zijn dan ook Wilson's filmpjes op de DVD-schijf bij dit album waarin hij diverse manieren toont van 'iPod Destruction' (voor een voorbeeld ... click upper right frame op ProgVideo).
'Insurgentes' is een hoogwaardig maar overbodig album. Als Wilson dit album tien jaar geleden had afgescheiden was het een meesterwerk ge- weest. Nu is het meer van hetzelfde en dus modaal. Dat komt dan ook tot uiting in mijn gulden-middenweg-score. Maar mijn 'vriend' kan daar wel mee omgaan denk ik, zoals goede vrienden nu eenmaal tegen kritiek kunnen. Harry 'JoJo' de Vries (03-2009)
Bezetting:
Steven Wilson - lead vocal, guitars, keyboards, drumprogramming, bass, percussion
Gavin Harrison - drums
Theo Travis - flute, clarinet
Dirk Serries - guitar
Jordan Rudess - piano
Sand Snowman - guitar, recorders, percussion
Mike Outram - guitar
Tony Levin - bass
Clodagh Simmonds - vocals
Susana Moyaho - vocals
Michiyo Yagi - bass koto
Discografie (solo):
Insurgentes (2009)
Chris Wood - Vulcan (1974/2008)
Label: Esoteric Recordings
Bandite: www.lunarmusic.co.uk
Duur: 56:15
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Chris Wood, de saxofonist en fluistist van de legendarische band Traffic en ooit meespelend op het in 1968 verschenen 'Electric Ladyland' van Jimi Hendrix, heeft mij altijd geïntrigeerd. Niet alleen door zijn prachtige, mystieke, pastorale, bijna etherische en soms ook huiveringwekkende spel maar ook door zijn tragiek. Zijn vroege dood in 1983, aan de gevolgen van longontsteking en een leverziekte, tijdens de opnames van dit solo-album 'Vulcan', zal aan mijn interesse voor hem hebben bijgedragen. Maar ook zijn oogopslag, die lijkt aan te geven "ik ben er wel maar toch ook weer niet", en zijn altijd wat afzijdige positie op die prachtige (hoes)foto's van Traffic.
Het blijkt er van jongs af aan in te hebben gezeten bij Wood. Toen al had hij diepe interesse voor spookhuizen, voor dingen die je niet kan zien maar er wel zijn, voor de vele legendes en mysterieuze verhalen die in Engeland de ronde doen en voor de impact van het vaak wat geheimzinnige land- schap aldaar. Het verhaal gaat dan ook dat hij model stond voor het Traffic- album 'Mr. Fantasy'.
Deze andere en vaak sombere kijk op de werkelijkheid heeft hij naar mijn mening nooit afgelegd. Niet tijdens de hectische Traffic-periode en ook niet tijdens de stuurloze tijd daarna waarin hij, zonder het houvast van een band, zich leek te verliezen in die andere wereld. De drugs en alcohol die hij gebruikte zullen hem daarbij 'geholpen' hebben. Als ook zijn teleurstel- ling over de teloorgang van zijn houvast - Traffic - en zijn verbazing over het feit dat zijn vrienden Steve Winwood en Jim Capaldi hem nadien in de steek lieten bij het afmaken van dit solo-project. Zij hadden dat immers beloofd ...
In ieder geval, het afmaken van 'Vulcan' werd wreed doorkruist door zijn dood. En het album had al veel eerder af kunnen zijn als Wood niet steeds op cruciale momenten, bijvoorbeeld in zijn samenwerking met gitarist Pete Bonas (ex Brand X) en later met toetsenist Phil Ramacon, om onver- klaarbare redenen de samenwerking verbrak; of niet eens verbrak maar niets meer van zich liet horen. Hoe dan ook, door het feit dat zijn zus Stephanie Wood de tapes al die jaren goed heeft bewaard en Esoteric Recordings de beslissing nam ermee aan de slag te gaan, ligt 'Vulcan' vijfentwintig jaar nadien posthuum voor mij.
En ik ben er blij mee. Waarom? Omdat het album laat horen dat Wood zeer belangrijk was voor het Traffic-geluid, ik weer binnen nieuwe tracks kan genieten van Wood's karakteristieke fluit- en saxspel waarin altijd die 'snik' verborgen zit, omdat de composities en de uitvoering goed zijn en vooral de atmosfeer mij terug doet denken aan de hoogtijdagen van de jaren 70 en van Traffic.
Het prachtige 'Moonchild Vulcan' dat zo op 'When the Eagle Flies' van Traffic had gekund, er vlak voor tijd werd afgehaald maar als goedmakertje naar Wood wel af en toe live werd gespeeld, opent het werkstuk. Een van die live-uitvoeringen is hier als bonus opgenomen. En hetzelfde geldt voor de tien minuten 'See No Man Girl', tien hallucinerende minuten vergelijkbaar met mijn favoriete Traffic-track 'The Low Spark of High Healed Boys'. En wat te denken van het dramatische 'Barbed Wire', zowel in een akoesti- sche- als in een banduitvoering in de tracklist, het mooie en ingeto- gen 'Letter One' en het jazzy 'Sullen Moon'.
De her en der toegevoegde Caraibische en reggae-invloeden verbazen mij echter wel. Ik ervaar dat als vrolijke muziek, muziek hoort niet vrolijk te zijn en het past ook niet bij Wood's levenshouding. Het zal de invloed van Wailer's drummer Tyrone Downie wel zijn. Voor mij had het echter niet gehoeven.
Zoals ik al zei, ik ben blij met de uiteindelijke release van 'Vulcan' en waardeer het album met vier JoJo's d.w.z. 'uitstekend', al realiseer ik mij dat in de score een vertekening zit door het jeugdsentiment en mijn zwak voor Chris Wood en voor zijn kwetsbaarheid en aandoenlijkheid. Het zij zo.
Harry 'JoJo' de Vries (03-2009)
Bezetting:
Chris Wood - flute, saxes, keyboards
Pete Bonas - guitars
Steve Winwood - additional piano
Phil Ramacon - keyboards
Tyrone Downie - keyboards
Jim Capaldi - drums
Jorge Spiteri - guitars
Discografie:
Vulcan (1974/2008)
The Watch - Primitive (2007)
Label: Lizard
Bandsite: www.thewatch.it
Duur: 47:07
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Zolang ik liefhebber van symfonische en progressieve muziek ben, zijn er platen geweest die voer voor verhitte discussies waren. Wat te denken van 'Tales from Topographic Oceans' (Yes), 'Ummagumma' (Pink Floyd), 'Works' (ELP) en meer recent diverse albums van Marillion en The Flower Kings. Heerlijk, al die vurige bewonderaars die wanhopig anderen er van proberen te overtuigen dat juist dat werkstuk het summum is terwijl andere muziekliefhebbers er geen spaan van heel laten. 'Vacuum' van The Watch was eind 2004 ook zo'n album ( zie onze dBase, file under W). Voor de één een prachtig en krachtig eerbetoon aan de symfo van de zeventiger jaren, voor anderen een hopeloos geval van bloedeloze Genesis-imitatie. Het was mijn eerste kennismaking met deze Italiaanse band en ik vond het gewoon een leuke plaat die ik graag opzet(te). Ik lag niet wakker van het feit dat de sound van mijn oude helden uit de periode van 'Trespass' tot 'Selling England by the Pound' zo perfect gekopieerd werd. Sterker, toen ik later ook nog 'Ghost' en 'Twilight' (deze laatste onder de naam van The Night Watch) tegen kwam, sloeg ik meteen toe. En ook van die aankopen heb ik nooit spijt gehad.
En nu, ruim twee jaar na 'Vacuum', ligt eindelijk 'Primitive' in de winkel. Vooraf had ik bij Harry 'JoJo' de Vries aangekondigd dat ik die plaat wel zou recenseren. Ik kan gerust stellen dat ik daar behoorlijk spijt van heb gekregen, want eigenlijk weet ik niet goed wat ik met dit album aan moet. Soms heb ik de neiging om deze cd genadeloos af te kraken; een andere keer ben ik echter weer wat milder. Ik heb het werkstuk nu vaak genoeg gedraaid, maar het gevoel van teleurstelling overheerst.
Laat ik beginnen, nou ja, om mijn belangrijkste punten van kritiek naar voren te brengen. Het grootste probleem dat ik met 'Primitive' heb, is dat het allemaal zo voorspelbaar klinkt. Als je alle eerdere albums van The (Night) Watch hebt gehoord, dan weet je precies hoe deze laatste in elkaar steekt. Men borduurt zonder mankeren voort op het bekende recept. Er staan best goede composities op. Met name het langste nummer 'Two Paces in the Rear' en de fraaie afsluiter 'Soaring on' vind ik de moeite waard, maar echt spannend wordt het voor de insiders nooit.
Verder heb ik wat moeite met de rol van toetsenist Fabio Mancini. Dit is overigens al de vierde keyboardspeler van de groep, die nu dus zijn vierde cd uit heeft gebracht. Heel bijzonder natuurlijk voor een symfoband, maar dat is niet zo zeer wat me stoort. Het gaat er vooral om dat deze Fabio Mancini zo'n overheersende rol speelt. Ik kan in het algemeen heel erg genieten van het overvloedig gebruik van mellotron en Hammond, maar ik heb nu sterk de indruk dat de rest van de muzikanten zich behoorlijk heeft laten ondersneeuwen. Vooral gitarist Ettore Salati komt maar zelden los. Zonde, want op 'Vacuum' was hij veelbelovend bezig. Drummer Roberto Leoni en bassist Marco Schembri spelen braaf hun partijtje mee, maar nergens klinken ze echt geïnspireerd. Dat is zanger, leider, componist en constante factor in de geschiedenis van de band, Simone Rossetti wel. De man heeft een stem die erg veel lijkt op die van Peter Gabriel, al wen ik maar nooit aan die 'bijzondere' uitspraak van hem. Maar hij brengt het met volle overtuiging, dat moet worden gezegd.
Wat verder opvalt is dat Simone Rossetti de kunst van het schrijven van een spannend intro niet (meer) lijkt te beheersen. De heren van Yes vond ik daar altijd meesters in. Denk bijvoorbeeld aan 'Heart of the Sunrise', 'Yours is no Disgrace', 'Roundabout' of 'Perpetual Change'. Op 'Primitive' begint in zes van de zeven nummers al binnen tien seconden de zang! Ook wordt er nooit eens echt naar een imposante climax in een song toegewerkt. Wellicht een mooie opdracht voor een volgende schijf.
Voor de ware fan zal 'Primitive' ongetwijfeld een schot in de roos zijn. En ook voor mensen die het eerdere werk van The Watch nog niet kennen en die wel houden van het 'oude' Genesis-geluid, zou dit best wel eens een prettig plaatje kunnen zijn. Ik ben er namelijk vrij zeker van dat ik veel positiever op dit album zou hebben gereageerd als ik de voorgaande cd's van de groep niet had gehoord. Maar ja, dat is nu eenmaal niet het geval. En toch houd ik The Watch in de gaten en hoop ik dat onze Italiaanse vrienden volgende keer een blik verrassingen open durven trekken. Als het dan maar geen nieuwe 'Abacab' wordt ... Arjan Bom (06-2007)
Bezetting:
Simone Rossetti - vocals, Moog, mellotron, Solina synth, flute
Ettore Salati - electric, acoustic and 12-string guitars, bass pedals
Roberto Leoni - drums and percussion
Marco Schembri - bass guitars, electric and acoustic guitars
Fabio Mancini - organs, pianos, synth, mellotron
Discografie:
Twilight (als The Night Watch) (1997)
Ghost (2001)
Vacuum (2004)
Primitive (2007)
White Willow - Signal to Noise (2006)
Label: The Laser’s Edge
Bandsite: www.whitewillow.net
Duur: 51:32
Reviewer: JoJoWaardering: (uit max. 5 JoJo's)
Jacob Holm-Lupo, de ongekroonde koning van het land waar de White Willow groeit, houdt niet van stilstand. Stilstand is achteruitgang en dat is contrair aan progrock, zo is zijn devies. Progressie staat dan ook logischerwijze hoog in zijn Noorse vaandel. Maakte voorloper ‘Storm Season’ al een slag naar voren, ‘Signal to Noise’ zet deze beweging voort. Verandering niet alleen in de bezetting, Trude Eidtang verving zangeres Sylvia Erichsen en tweede gitarist Johannes Saebøe verliet de band, maar vooral in de muziek. Toegankelijker, populairder zoals u wilt. Al zijn dat maar relatieve begrippen die opgaan voor de geharde luisteraar naar prog en symfo en voor degene die de ontwikkeling van White Willow van het begin af aan heeft gevolgd. Voor de op dit punt onbeschreven luisteraar zal de muziek nog steeds complex klinken en ver afstaan van popmuziek. Toch gaat het die kant op. White Willow maakt wat dat betreft een soortgelijke ontwikkeling door als Paatos en er lijken zelfs wat compositorische parallellen door te schemeren door songstructuur en ook door de stem van de nieuwe zangeres die wat wegheeft van Paatos’ Netterhalm maar veel krachtiger is. Wat gebleven is zijn de invloeden vanuit de folk en natuurlijk het machtige gebruik van de mellotron, al is dat laatste helaas beperkt gebleven tot een enkele solo en een ondersteunende partij hier en daar. Door de relatieve toegankelijkheid is de mystiek wat op de achtergrond geraakt en dat vind ik jammer want dat was een voornaam stijlkenmerk van deze band.
Het album telt eenenvijftig minuten – een overzichtelijke LP-lengte – en is grofweg in te delen in drie soorten composities. De eerste categorie bevat de gememoreerde relatief toegankelijker tracks. ‘Joyride’ vormt daarvan een onderdeel en is wat mij betreft een zwakker nummer door zijn eendimensionale opbouw en het ‘lullige’ refreintje. ‘The Dark Road’ en ‘Dusk City’ – The Gathering komt hierin voorbij – scoren beduidend hoger door een betere balans tussen pop- en progelementen.
De drie instrumentale tracks vormen prima intermezzi tussen de twee overige soorten composities. Er wordt sterk gemusiceerd en ik vermoed zelfs geïmproviseerd, al klinkt ‘Chrome Dawn’ wat geforceerd. De laatste categorie bevat composities waarin de echo’s van het ‘oude’ White Willow’ doorklinken. Opener ‘Night Surf’ is daarvan een pregnant voorbeeld: donkere sfeer, repeterend gitaarthema, een op de achtergrond zoemende mellotron en een climax medio de track. In ‘Splinters’ zijn zelfs wat symforelikwieën te ontwaren en de track kent verwijzingen naar IQ terwijl Eidtang hier klinkt als een ‘nussende’ Sandy Denny. Het negen minuten durende gedragen, afwisselende en sterk opgebouwde ‘The Lingering’, refereert nog het meest aan het vroege geluid en bevat knallende gitaarsolo’s met veel echo en sustain en een vette solo op de ouwe getrouwe Moog. Heerlijk.
‘Signal to Noise’ vormt een nieuwe episode in het leven van White Willow. Wat ik echter mis, is de mysterieuze en bijna religieuze zetting waarin het meesterwerk en debuut ‘Ignis Fatuus’ stond en dat ook nog ‘Ex Tenebris’ sierde. Als die sfeer ook op dit nieuwe album te vinden zou zijn geweest, dan was de maximale score zeker behaald. De beweging voorwaarts valt echter te prijzen. Bands die blijven hangen in hun ontwikkeling vallen vaak uiteen of verworden tot een karikatuur van zichzelf. Daar is bij White Willow met het in een intrigerende hoes gestoken ‘Signal to Noise’ geen sprake van. Daar zorgt Jacob-Holm Lupo wel voor.JoJo (10-2006)
Bezetting:
Trude Eidtang – vocals
Lars Fredrik Frøislie – keyboards, electronics
Jacob Holm-Lupo – guitars
Ketil Vestrum Einarsen – woodwinds
Marthe Berger Walthinsen – bass guitar
Aage Moltke Schou – drums, percussion
Discografie:Ignis Fatuus (1995)
Ex Tenebris (1998)
Sacrament (2000)
Storm Season (2004)
Signal to Noise (2006)