Wat een week ... CD

KOTEBEL - Concerto for Piano and ... (2011)

Indrukwekkend 'concerto' ...

... van het Spaanse Kotebel, een band met een voor Nederlanders wat vreemde naam. Maar 'what's in a name', het is de muziek waar het primair om gaat.
Kotebel maakt progressieve rock met een sterke symfonische, klassieke inslag. Ik kende de band slechts van naam dus dit is mijn eerste kennismaking, waarbij ik wat associaties heb met Isildur's Bane en in mindere mate met After Crying en er worden her en der wat Zappaiaanse speldeprikjes uitgedeeld.
Dit album van bijna een uur bestaat voor 42 minuten uit het 'Concerto for Piano and Electric Ensemble'. Een weergaloos op klassieke leest geschoeid stuk waarin de gitaren van Forero, de grand piano van Plaza Engelke en de keyboards van Vegas de boventoon voeren, ondersteund door een sterke ritmesectie en af en toe een saxpartij. Prachtige toetsenpartijen nemen je mee naar stilte en naar drukte, naar vrolijkheid en verdriet, naar vroeger en naar nu. Om weg te dromen dus. Weergaloos.
In de vier aanvullende stukken tapt Kotebel uit een minder klassiek en symfonisch vaatje en is wat steviger progrock aan de orde. Ook hier toont de band haar kwaliteit, zowel compositorisch als technisch.
Een eerste indruk raak je niet meer kwijt. In dit geval is dat geen straf. Integendeel, Kotebel zal in de gaten gehouden worden in de toekomst. De hoge kwaliteit van 'Concerto for Piano and Electric Ensemble' vraagt daar om. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 13)

Wat een week ... CD

DARK SUNS - Orange (2011)

Een lange aanloop ...

... had ik nodig om dit album 'Orange' van de Duitsers van Dark Suns te doorgronden. Nu dat gelukt is kan ik concluderen een bijzonder en sterk album in huis te hebben.
Op de hoessticker staat "You shall not die without ever having listened to this record". Dat gaat wat ver. Ik ben voorlopig niet van plan het aardse om te ruilen met het hemelse en er zullen zoveel dingen zijn die je niet gedaan hebt of waar je niet naar geluisterd hebt als je dood gaat. Het leven is immers te kort. Maar ik begrijp wel wat men er mee bedoelt: dat Dark Suns een uitermate goed album heeft gemaakt dat mij doet denken aan het laatste album van Opeth, aan Gentle Giant, Echolyn, OSI en Porcupine Tree. Zo'n beetje een mix van dat alles.
De muziek wordt in de steviger stukken, zoals 'Toy', gedomineerd door de Hammond B3 van Ekky Meister. In de rustiger tracks zoals 'Not Enough Fingers' en 'Ghost' zijn het vooral de gitaren van Maik Knappe en Torsten Wenzel die het voortouw nemen. In die rustiger stukken liggen de referenties met de vroege Porcupine Tree en vooral met het laatste solo-album van Steven Wilson. Het zit allemaal vrij gelaagd in elkaar en de composities beklijven niet snel. Dat is vaak het geval bij hoge kwaliteit prog.
Dark Suns: nieuwe sterren die het progfirmament verlichten met het enerverende werkstuk 'Orange'. Benieuwd hoe deze band zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Ik verwacht er veel van. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 12)

Crippled Black Phoenix -
(Mankind) The Crafty Ape (2012)


Label: Cool Green Recordings
Bandsite: www.crippledblackphoenix.co.uk
Running Time:
86:08
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score:
(out of max. 5 JoJo's)


Ik vraag mij zo af en toe af wat er loos is in progrockland als het gaat om het beoordelen van nieuwe albums. Natuurlijk, recenseren is en blijft subjectief en er zullen altijd oordelen worden uitgesproken waar een deel van de lezersgroep het mee eens is en een ander deel niet. Dat zal ongetwijfeld ook de reviewers van deze site ten deel vallen. Maar er lijkt ook een ernstig gebrek te zijn ontstaan in het geven van kritiek, wat mij betreft in het beargumenteerd neersabelen van een album.
Zelfs het door mij zeer gewaardeerde blad iO Pages maakt zich er met enige regelmaat schuldig aan. Zo werd ook daar het nieuwe dubbelalbum '(Mankind) The Crafty Ape' van Crippled Black Phoenix de hemel in geprezen. Maar als je je een beetje verdiept in de benodigde kwaliteit van composities en de vereiste technische vaardigheid van muzikanten, dan kan het toch niet zo zijn dat dit wangedrocht een hoge waardering krijgt? Armoedige en slaapverwekkende composities zonder kop en staart, daar waar de composities nog wel de toets der kritiek doorstaan zijn ze te zeer gebaseerd op bestaand materiaal van anderen zoals Pink Floyd en David Gilmour, krakemikkig spel vooral van de drummer die de weg soms volledig kwijt is en een abominabele zanger. 'Last but not least' een vreemde produktie waarvan je het ene moment denkt "klinkt best aardig" en het andere moment "zou die zanger nou nog slechter klinken door dat waardeloze geluid?" Een lichtpuntje is de creatieve hoes maar daar heb ik al luisterend nu eenmaal weinig aan.
Wat zit er achter zo'n hoge waardering? Onkunde van de recensent als het gaat om inzicht in de elementaire benodigdheden voor een goede compositie en techniek? Een redactioneel beleid om niet te negatief te zijn over de te bespreken bands? Hetgeen in mijn ogen verwerpelijk zou zijn. Angst om het Nederlandse (....) platenlabel tegen je in het harnas te jagen? Hetgeen onterechte angst zou zijn want de labels zijn in dit voor hen dramatische tijdsgewricht blij met iedere aandacht, zelfs de negatieve. Vrees om een collega die de band wel goed vindt voor het hoofd te stoten? Zorg voor dalende verkopen van bands die het toch al niet zo gemakkelijk hebben? Ik weet het niet. Vreemd is het allemaal wel. Er zijn meer voorbeelden te noemen.
Ik laat het hier maar bij. De band schrijft zelf "Faced with Complete Failure, Utter Defiance is the Only Response". Dat heb ik hier dan ook gedaan. Bespreking van dit dubbelalbum van Crippled Black Phoenix lijkt mij na het vorenstaande niet meer nodig. Bagger voor in de vuilnisbak. Harry 'JoJo' de Vries (03-2012)

Personnel:
Justin Greaves – electric & acoustic guitar, drums, saw, keyboard, banjo, effects, samples
Karl Demata – electric guitar, dobro, slide guitar
Christian Heilmann – bass guitar
Mark Furnevall – synthesizer, keyboard
Mark Ophidian – synthesizer, keyboard
Miriam Wolf – piano, vocals

Discography:
A Love of Shared Disasters (2006)
200 Tons of Bad Luck (2009)
The Resurrectionists/Night Raider(2009)
I, Vigilante (2010)
(Mankind) The Crafty Ape (2012)

Wat een week ... CD

CHRIS JUDGE SMITH - Orfeas (2011)

Mede-oprichter van Van der Graaf Generator ...

... maakte al tien albums en komt nu met 'Orfeas', een hervertelling in een modern jasje van het klassieke verhaal over Orpheus, de mystieke muzikant die naar het Land van de Doden reist op zoek naar de verdwenen Eurydice.
De legendarische Chris Judge Smith wordt op deze "movie for your ears", zoals het begeleidend schrijven vermeldt, o.a. bijgestaan door David Jackson, heerlijk om hem na zijn gedwongen vertrek uit VDGG weer eens te horen, gitarist John Ellis (Peter Gabriel, King Crimson, Stranglers), drummer Gigi Cavaalli Cocchi (Moongarden, Mangala Vallis) en Lena Lovich (de bekende new wave zangeres).
Smith's voorliefde voor een combinatie van zang, gesproken teksten en muziek wordt hier uitvoering tentoongespreid in een 34-delige 'three act-songstory'. Dus daar moet je van houden maar het spreekt mij zeer aan: sterk gemusiceerd, uitstekend geproduceerd en goede songs al duren de sterke en vrij stevige muzikale intermezzi, een soort mengeling van death-metal, trance, rock en klassieke muziek, mij soms net te kort. Smith komt ook nog met een noviteit waarbij hij, met een vrij onbekende techniek, opgenomen zang omzet in muziek en melodie. Ik vind het intrigerend maar het is lastig uit te leggen. Luisteren is het devies.
Orfeas is een uitstekende en geslaagde poging van Smith om dit mooie klassieke verhaal nog eens te vertellen, gehuld in een prima muzikale jas waarin creativiteit en humor hun plaats hebben gevonden. De goed verzorgde lay-out en het boekje maken het af. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 11)

Wally - Montpellier (2010)

Label: Gonzo Multimedia
Bandsite:
www.wallymusic.co.uk
Running Time: 55:20
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)

In het begeleidende schrijven van het platenlabel wordt gesproken over "Proglegends". Dat gaat wat ver. Maar Wally is een band, onder leiding van Roy Webber, Paul Middleton en Will Jackson, die in de jaren 70 twee albums uitbracht en een kleine maar trouwe schare fans aan zich wist te binden. Ze zijn nu terug met een nieuw album getiteld 'Montpellier'. Althans 'nu', het album kwam reeds uit in 2010 maar bereikte pas recent onze burelen.
In die voor de progrock illustere jaren werd Wally vooral podium gegeven door de legendarische Bob Harris in zijn programma 'The Old Grey Whistle Test'. De lovende woorden van Rick Wakeman, toen en ook nu in de hoestekst, en zijn optreden als co-producer van het debuutalbum in 1974 zullen zeker ook geholpen hebben. Bovendien was hun manager de van Yes bekende Brian Lane.
In 2009 was er een reünieconcert met veel oude leden en dat beviel zo goed dat men de studio in ging om nieuwe composities op te nemen en oude tracks, die ooit bedoeld waren voor het derde album dat nooit uitkwam, nieuw leven in te blazen. En het resultaat mag er zijn. Wally maakt nog steeds rock op een stevig fundament waarbij de weliswaar spaarzame maar overtuigende toetsenpartijen van Nick Glennie-Smith de progressieve toets aan de muziek geven.
En wat vooral opvalt is een goed ontwikkeld oor van Jackson, Webber en Middleton voor melodie zoals in de sterke opener 'Sailor', in het prachtige 'Sister Moon' en in de 'meezinger' 'Thrill is Gone'. Deze laatste track zou, als de DJ's en radiomakers in binnen- en buitenland niet zo trendgevoelig zouden zijn en niet van de ene hype naar de andere zouden zappen, een geheide hit kunnen zijn. Maar dat zal wel nooit gebeuren. Ook de overige vijf tracks staan als een huis, bezitten hoge kwaliteit en kennen een technisch perfecte uitvoering, dit alles gehuld in een licht progressief jasje.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik Wally in de zeventiger jaren gemist heb maar deze met vijfendertig jaar uitgestelde kennismaking bevalt uitstekend .
Harry 'JoJo' de Vries (03-2012)


Personnel:
Roy Webber - vocals and guitars
Frank Mizen - bass and pedal steel
Will Jackson - guitars and keyboards
Paul Middleton -
steel guitar and bass
Pete Sage - electric violin and bass
Roger Narraway - drums and percussion
Nick Glennie-Smith - keyboards and vocals


Discography:
Wally (1974)

Valley Gardens (1975)
To the Urban Man (2010, DVD)
Montpellier (2010)

Wat een week ... CD

JOLLY - 46:12 (2009)

Nog wat gelijkvormig ...

... dit debuutalbum van Jolly. Maar het is een heerlijk wegdraaiend album dat een voorbode bleek te zijn van het erg sterke 'The Audio Guide to Happiness Part 1' dat afgelopen jaar mijn eindlijst sierde.
Dit debuut kent nog niet de afwisseling van zijn opvolger maar de negen tracks staan als een huis waarbij de prima zang van Anadale en de technische vaardigheden van drummer Louis Abramson, bassist Mike Rudin en toetsenist Joe Reilly hoogstaand zijn. De heldere en volle produktie zorgt voor de toef op de taart. De binaurale tonen die geluk bij de luisteraar zouden veroorzaken, zijn ook op dit album aanwezig en het vermeende effect wordt met enige ironie en humor beschreven.
Dit uit New York
afkomstige kwartet maakt een creatieve mix van alternative rock, progrock en hardrock waarbij subtiliteit - vooral door de toetsen en de zang - en agressiviteit - via sterke gitaarriffs, wervelend drumwerk en hoekige ritmes - elkaar afwisselen, zoals in opener 'Escape from DS-3. Soms doet de band mij denken aan U2 maar dat komt voornamelijk door de sfeer; de muziek heeft er niet veel mee van doen. De meeste overeenkomst hoor ik toch met OSI i.c. het duo Jim Matheos en Kevin Moore.
Heerlijk album en toen moest 'Part 1' van het vervolg nog komen. En dan staat ons binnenkort 'Part 2' van 'The Audio Guide to Happiness' te wachten. Laat maar gauw komen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 10)

Motorpsycho -
The Death Defying Unicorn (2012)

Label:
Psychobabble
Bandsite: http://motorpsycho.fix.no/

Running Time: 41:21 + 42:28
Reviewer: Henk Vermeulen
Score: (max. score)


Motorpsycho is een bijzondere band. De heterogene stijlen die dit Noorse gezelschap sinds 1998 telkens weer weet te integreren in een uniek authentiek geluid, vormt hun voornaamste handelsmerk. Op dubbelaar 'The Death Defying Unicorn' gaat de band nog een stap verder via samenwerking met jazztoetsenist Ståle Storløkken, het Trondheim Jazz Orchestra, het strijkoctet Trondheimsolistene en diverse gasten. De lezer zou nu de indruk kunnen krijgen dat sprake is van veel bombast. Temeer omdat het project ook nog eens als musical wordt gepresenteerd, gebaseerd op een verhaal over de schipbreuk van een walvisvaarder in de Noorse kustwateren in de 19de eeuw. Van bombast is echter geen sprake omdat de voor rockbegrippen onconventionele blaas - en strijkwerkexplosies telkens precies op tijd terugkeren naar de typische Motorpsycho kenmerken: lange uitgesponnen symfonische stukken die naar een orgastische climax toe denderen om dan even later af te dalen naar oase-achtige rustpunten. Een klassieker die als prototype voor dit handelsmerk van Motorpsycho zou kunnen dienen is 'The Gates of Delirium' van Yes (1974).
Ik hou niet van musicals: ik beschouw dergelijke als visueel-auditief spektakel bedoelde projecten als mislukte kruisingen van muziek en toneel c.q. een hybride mengelmoes. Gelukkig is het visuele aspect hier afwezig. Daarom kan ik genieten van de hoge klasse van het auditieve spektakel.
Het album is wederom gekenmerkt door een grote stijlvariatie. Hadden we op de veertien vorige studio albums al vernomen hoe Motorpsycho traditionele rock combineert met jazz, folk, country, avant garde, industrial, metal, grunge, Indie, psychedelica en zelfs met gemakkelijk in het gehoor liggende popdeuntjes, op dit album komt daar nog eens klassieke barokmuziek bij.
Men start met een experimenteel blaaswerkje dat na drie minuten geleidelijk aan overgaat in een prachtige progsong waarin akoestische folk en prachtige harmonieën uitmonden in een zich eindeloos herhalend thema waaromheen avontuurlijke melodieën met veel afwisseling geweven zijn, zowel wat betreft sound, contrast en ritme. De rode draad wordt telkens gevormd door de herkenbare samenzang van bassist Bent Saether en gitarist Hans Magnus Ryan.

Na 'The Hollow Lands' volgt het sterkste stuk: het ruim zestien minuten durende 'Through the Veil'. IJzersterk met een evenwichtige integratie van Storløkken's jazz met het authentieke Motorpsycho geluid: oorverdovend spektakel afgewisseld met intense tederheid waarin psychedelica nooit ver weg is. In het bijna elf minuten durende 'Into the Gyre' horen we zelfs Canterbury-invloed.
De veelzijdigheid wordt nog eens extra geaccentueerd met de opener van de tweede schijf 'Oh Proteus-a Prayer'. De begintonen doen aanvankelijk vermoeden dat de verkeerde CD in de speler is gekomen. Het is namelijk onmogelijk geen associaties te krijgen met Bach of Telemann. Na zo’n dikke drie minuten in barokke sferen verkeerd te hebben ontstaat nog meer verwarring: doet Animal Collective ook mee? Al snel daarna wordt duidelijk dat het toch Motorpsycho is: het zwaar psychedelische met 'distortion' geladen basspel van Bent Saether laat daar geen enkele twijfel over bestaan!
Het moge duidelijk zijn dat 'The Death Defying Unicorn' hoge ogen gaat gooien in de jaarlijsten van 2012, musical of niet! Henk Vermeulen (03-2012)

Personnel:
Bent Saether - bass, vocals
Hans Magnus Ryan - guitar, vocals
Kenneth Kapstadt - drums

Discography:
Lobotomizer (1991)
Soothe (1992)
Demon Box (1993)
Timothy’s Monster (1994)
Blissard (1996)
Angels and Daemons at Play (1997)
Trust Us (1998)
Let them eat Cake (2000)
Phanerothyme (2001)
It's A Love Cult (2002)
Black Hole/Blank Canvas (2006)
Little Lucid Moments (2008)
Child Of The Future (2009)
Heavy Metal Fruit (2010)

The Death Defying Unicorn (2012)
And various live-albums.

Wat een week ... CD

ZAPPA & THE MOTHERS - Carnegie (2012)

Absolute aanrader ...

... deze volgende ontdekking door de Zappa Trust uit de eindeloze archieven van de meester. Een registratie van twee shows op 11 oktober 1971.
Het is een memorabele uitgave want tot nu toe werd er door Gail Zappa c.s. nog weinig aandacht besteed aan de periode toen Mark Volman en Howard Kaylan alias The Turtles deel uitmaakten van The Mothers of Invention. En dat viel op. Dat wordt nu meer dan goed gemaakt met een 4CD.
Het geluid is uitstekend: helder en krachtig en er wordt uitzonderlijk sterk gemusiceerd en gezongen. Het voert te ver om de ruim vier uur muziek in z'n geheel de revue te laten passeren. Maar wat te denken van een briljante uitvoering van 'Peaches en Regalia' met een excellerende Aynsley Dunbar op drums? En dertig minuten 'King Kong' in een jazzy-uitvoering met een opvallende rol voor Ian Underwood? Plus een integrale uitvoering van het hilarische 'Billy the Mountain'? Of tien minuten 'Call Any Vegetable'? Het is genieten, van elke seconde. Van het gitaarspel van Zappa tot de zeer goede samenzang van Volman, Kaylan, Pons en Zappa. Bijzonder is ook het half uur van 'The Persuasion Show' met uitsluitend a capella uitgevoerde klassiekers uit de Amerikaanse muziekhistorie.
Voor een echte Zappa-liefhebber is dit een onvermijdelijke aanschaf. Maar ook voor de ontdekker van dit genie vormt dit mooi vormgegeven album een belangrijk puzzelstuk in de geschiedenis van Zappa en The Mothers. De prijs is wellicht een drempel: 55 euro! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 09)