Copernicus - Cipher and Decipher (2010)

Label: Moonjune Records
Bandsite: www.copernicusonline.net
Running Time: 69:48
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score:
(uit max. 5 JoJo's)

Copernicus is een 'performance poet' die vanaf 1984 zijn gedichten ook op muziek ging zetten, toen al ondersteund door gitarist Larry Kirwan en toetsenist Pierce Turner, die ook nu nog van de partij zijn. Je houdt ervan of niet. Polderen ergens in het midden is onmogelijk. Zoals ik al eerder aangaf bevalt het mij prima, met een kanttekening bij een deel van zijn teksten.
Copernicus is namelijk nogal filosofisch ingesteld. Hij heeft altijd al betoogd dat wat wij waarnemen als realiteit in feite een illusie is. Daar kan ik het mee eens zijn. De waarneming is altijd persoonlijk gekleurd; de werkelijkheid bestaat dan ook niet. Waar hij de luisteraar ook altijd mee confronteert is zijn mening dat niets bestaat. Op de hoes van 'Cipher and Decipher' stelt hij zelfs dat "not even Einstein would admit that he did not exist". Einstein zou nog gelijk hebben ook. Deze non-existentialistische zienswijze moet Copernicus ons maar niet meer opdringen. Het begint mij op de zenuwen te werken en het is bovendien een moeilijk houdbare theorie als ik hier met het boekje in de hand naar zijn muziek zit te luisteren. Dat bestaat allemaal toch echt, al zal ik die werkelijkheid anders waarnemen dan mijn zoon of wie dan ook. Als we in andere dimensies zouden denken zou er een kern van waarheid in kunnen zitten. Nu blijft het filosofie van de koude grond en hij moet het in het vervolg maar eens over een andere boeg gooien.
Maar dan de muziek in combi met de gedichten. Het is altijd een hele zit omdat het vrij complexe muziek is, die grotendeels al improviserend tot stand komt. Het hele album is bijvoorbeeld in één dag opgenomen, in 2008 overigens al. Het vergt veel van de luisteraar maar dan heb je ook wat. In eerste instantie lijkt het allemaal wat onsamenhangend. Dat had ik bij albums zoals 'Nothing Exists' (tja ..) en 'Disappearance' ook, maar doorbijten, laten bezinken en opnieuw beluisteren betaalt zich echt uit en onthult uiteindelijk de synergie tussen de vocalen, de gedeclameerde teksten en de progressieve en jazz-rock georiënteerde avant-gardistische muziek. En dan is dit album nog toegankelijk.
Het naar een climax opbouwende 'Into the subatomic' vind ik een uitschieter met zijn langzaam opzwellende muzikale ondergrond van synths, orgel en gitaar. En het vrij rustige 'Free at Last!' eveneens, al heb ik genoeg gezegd over teksten als "There is no you, there is no I enz". Het ruim een kwartier durende afsluitende 'The Cauldron' is weliswaar een aanslag op de gemoedsrust maar zit sterk in elkaar en ontwikkelt zich vanuit klassieke elementen naar jazzy gekte.
Copernicus heeft mij toch weer verbaasd. Als er een promo binnenkomt van hem dan denk ik "heb ik daar wel zin in de komende tijd?" Maar ProgLog AFTERglow geeft elk album een eerlijke kans en na verloop van tijd concludeerde ik dan ook dat vier JoJo's dik verdiend zijn. De prachtige hoes, met artwork van Moonjune's Leonardo Pavkovic en tekeningen van Copernicus zelf, verdient een eervolle vermelding. En die tekeningen bestaan toch echt! Ja toch? Niet dan? Harry 'JoJo' de Vries (04-2011)

Bezetting:
Copernicus - vocals, poetry, keyboards
Pierce Turner - Hammond b3, piano, vocals, percussion
Larry Kirwan - electric guitar, vocals
Mike Fazio - electric guitar
Bob Hoffnar - steel guitar
Raimundo Penaforte - viola, acoustic guitar, cavaquinho, percussion, vocals
Cesar Aragundi - electric and acoustic guitar
Fred Parcells - trombone
Rob Thomas - violin
Matty Fillou - tenor saxophone, percussion
Marvin Wright - bass guitar, electric guitar, percussion
George Rush - tuba, contrabass, bass guitar
Thomas Hamlin - drums, percussion
Mark Brotter - drums, percussion

Discografie:

Nothing Exists (1984)
Victim of the Sky (1986)
From Bacteria (1986)
Deeper (1987)
Null (1990)
No Borderline (1993)
Immediate Eternity (2001)
Immediate Eternity II (2005)
disappearance (2009)
Cipher and Decipher (2010)

Wat een week ... CD

PENDRAGON - Passion (2011)

Ben je al vernieuwend ...

... als je in je openings- en titelnummer kortstondig een hip-hop ritme verwerkt? Want Pendragon wordt steeds maar neergezet in de scene als 'vernieuwend' en gezegend met een 'modern geluid'. "Nee" is het antwoord, dat is niet voldoende. Wel kan worden gezegd dat het huidige Pendragon fris klinkt en daardoor de fans, en ook nieuwe fans, aan zich weet te binden. En dat is knap na zoveel jaren actieve dienst. Die frisheid in componeren en produktie is ingezet met het prima album 'Believe' in 2005, dat door die wending de tongen nogal losmaakte.
Nick Barrett en zijn kompanen Nolan, Gee en Higham hebben met 'Passion' een uitstekend album gemaakt vol met progressieve rock met een sterk symfonisch accent. Gedegen uitgevoerd waarbij ik Barrett als gitarist steeds meer vind gaan lijken op Steve Hackett: lange uithalen, warme strepen. Vooral in 'Empathy' is dat te horen, waarvan ik het 'eerste deel overigens een draak vind maar waar ik bij het langere 'tweede deel' opveer o.a. door Barrett's gitaarspel.
Pendragon kan op deze wijze, met het aanbrengen van lichte accentverschuivingen en het gebruik van produktionele foefjes, natuurlijk wel altijd op basis van sterk componeren, haar frisheid behouden en dus nog jaren mee. 'Passion' is daarvan na 'Believe' (2005) en 'Pure' (2008) wederom een prima voorbeeld. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 16)

Wat een week ... CD

NUCLEUS TORN - Andromeda Waiting (2010)


Sacrale muziek ...


... uit Zwitserland. Ik lees op dit moment vakmatig een boek over het begrip 'tijd'. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen de mechanische kloktijd en de tijd als duur. Met dat laatste wordt bedoeld de innerlijke tijd, een soort flow waarin de mens in deze hectische, snelle maatschappij tot rust kan komen en zijn creativiteit (her)vindt.
Het album
'Andromeda Waiting' van Nucleus Torn is voor mij een illustratie van de tijd als duur. Bijna verstilde muziek, in de sfeer van Sigur Ros maar in zijn uitwerking toch anders vooral door het gebruik van klassieke stijlementen, folkinvloeden en aspecten uit de religieuze muziek waardoor het album een sacrale, bijna devote uitstraling krijgt. De ijle zang van Maria d'Alessandro past daar uitstekend bij. De stem van Patrick Schaad ook, al vind ik die toch wat minder sterk, onvast zelfs op een aantal momenten.
De titels van de tracks
staan niet vermeld op de zoals altijd bij deze band afwijkende, rechthoekige hoes maar zullen verborgen zitten in de teksten die doorlopen, ook al als een soort 'flow' waarin ook de muziek mij brengt. Nuclues Torn heeft de tijd als duur proberen te verbeelden. Gezien de rust die het mij geeft is dat uitstekend gelukt. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 15)

Lunatic Soul - Lunatic Soul (2008)

Label:
KSCOPE
Bandsite: www.lunaticsoul.com

Running Time:
46:53

Reviewer:
Henk Vermeulen

Score:
(maximale score)

Lunatic Soul is
een project van Mariusz Duda, zanger en bassist van de Poolse progmetalband Riverside. Duda heeft inmiddels twee soloalbums gemaakt, waarvan dit debuut een waar meesterwerk is. Mocht deze plaat mij in 2008, het jaar van release, ter ore zijn gekomen dan zou dit voor de eerste plaats op mijn jaarlijstje een meer dan serieuze concurrent van Opeth’s ‘Watershed’ zijn geweest.
Overigens hebben Lunatic Soul en Opeth meer raakvlakken: de rijkdom aan muzikale contrasten van beide bands. Zoals Opeth keiharde door grunt gedomineerde stukken afwisselt met huiveringwekkend schone, ingetogen songs, even zo contrastrijk laat Duda zich kennen als men Riverside vergelijkt met Lunatic Soul. Deze band laat dus de ingetogen kant van Duda horen die op ‘Out of my Head’, het prachtige debuut van Riverside, bij vlagen al te horen is.
Wat maakt dit
album briljant? We hebben, na een kort intro bestaande uit onheilspellende geluiden, van doen met negen wonderschone songs die gekarakteriseerd worden door de huiveringwekkend mooie stem van Duda. Die stem wordt telkens op buitengewoon originele wijze omringd door uit vele lagen bestaande geluidsmuren en klanktapijten. Die geluids-collages zijn echter geen doel op zich. Onterecht zou de indruk kunnen ontstaan met een experimenteel album van doen te hebben. De soundscapes zijn namelijk qua intensiteit en kwantiteit zo intelligent gedoseerd dat zij volledig in dienst staan van de wonderschone melodieën. Die melodieën ademen voor het merendeel een oriëntaalse sfeer, hetgeen het album een mystiek en geheimzinnig karakter geeft.

De geluidseffecten
zijn niet bombastisch maar wel heel bijzonder. De meeste indruk op mij maakt het vanuit het niets opkomende, langzaam aanzwengelende gesnik van Anna Maria Buczek, aan het eind van ‘Out on a Limb’. De intense emotie die hier wordt opgewekt is vergelijkbaar met het hartverscheurende ‘Daddy’ van Korn.

De ingetogenheid
die telkens opvalt in Duda’s stem, zou de indruk kunnen wekken van saaiheid. Niets is echter minder waar! De voortdurende afwisseling zorgt dat die ingetogenheid zich regelmatig ontwikkelt tot hevig opzwepende sferen, waarvan de titelsong, ‘Near Life Experience’ en vooral het monumentale ‘The Final Truth’ de beste voorbeelden zijn. De fantastische drummer Wawrzyniec Dramowicz speelt hier een belangrijke rol in.

Lunatic Soul is
een plaat die alle elementen progressieve muziek bij elkaar voegt en in de juiste balans met elkaar laat resoneren. De geluidscollages zijn dus nooit ‘overdone’ maar hebben telkens precies de juiste dosering. Ook het dominante gebruik van de akoestische gitaar is bijzonder. Op de zeldzame momenten dat er een elektrische gitaar te bespeuren valt, staat die op bescheiden wijze in dienst van de melodie. Op Lunatic Soul zijn dus geen scheurende elektrische gitaarsolo’s te horen zoals dat op de albums van Riverside gemeengoed is.

Lunatic Soul behoort
tot de buitencategorie van de progressive rock en zou voor mij de nieuwe standaard mogen zijn voor het afmeten van de kwaliteit van elk nieuw uitgebracht progressive rock album. En het is zo’n zeldzaam album dat je aan het eind van elke draaibeurt onmiddellijk opnieuw wil opzetten. Henk Vermeulen (04-2011)


Bezetting:

Mariusz Duda - vocals, voices, (electric) bass, effects, acoustic guitar, percussion, keyboards, piano, kalimba.

Maciej Szelenbaum - trumpet, flutes, keyboards, piano, keyboards, effects, quzheng.

Wawrzyniec Dramowicz - drums, percussion.

Michal Lapaj - Hammond organ.

Maciej Meller - e-bow.

Anna Maria Bucczek - tears.


Discografie:

Lunatic Soul

Lunatic Soul II

Wat een week ... CD

VDGG - A Grounding in Numbers (2011)


Oudgedienden zonder sax ...


... produceren desondanks weer een prima album. Een compliment waard na ruim veertig jaar trouwe, creatieve en vernieuwende dienst.

Het mag bekend
worden verondersteld dat saxofonist David Jackson een aantal jaren terug, na onduidelijke interne strubbelingen, het veld moest ruimen. Dat betekende nogal wat. Niet alleen voor de teamgeest - die mensen zijn met elkaar opgegroeid - maar ook voor het Van der Graaf Generator-geluid. Ik moest daar aan wennen maar na de live-albums en het vorige studiowerk 'Trisector' is dat inmiddels wel gelukt.
In mijn lijfblad iO Pages las ik een wat zure recensie. Onterecht want 'A Grounding in Numbers' is een klasse beter dan 'Trisector' en bevat zeer sterke composities, zoals altijd krachtig en technisch vaardig uitgevoerd, met de emotionele stem van Peter Hammill als onvervangbaar kenmerk en gezet in een heldere, ruime produktie. Nieuw voor VDGG zijn de instrumentale en soms zelfs ambient-achtige korte tracks, zoals 'Highly Strung' en 'Sphlink' , die als een soort intermezzi dienen tussen de langere, centrale nummers. Waarvan het ingetogen en dramatische 'Your Time Starts Now' en de forse tracks 'Mr Sands' en 'Embarrassing Kid' er voor mij uitspringen.
Met 'A Grounding in Numbers' hebben Banton, Hammill en Evans aangetoond zonder het geluid van Jackson zinvol verder te kunnen en bevestigd dat de creatieve bron nog lang niet is opgedroogd. Gelukkig maar. Kunnen we nog jaren van ze genieten. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 14)

TDW - Scrapbook (2011)

Label:
Layered Reality Productions
Bandsite: http://www.tdwmusic.com
Running time: 120:00
Reviewer:
Harry 'JoJo' de Vries

Score:
(uit max. 5 JoJo’s)

Ik ben behept met een gezonde dosis scepsis als ProgLog AFTERglow weer stapels nieuwe releases van voor ons onbekende bands ontvangt. Er zit namelijk nogal wat kaf onder het koren. Daar is in geval van TDW absoluut geen sprake van. De afgelopen weken heb ik mij namelijk zeer vermaakt met 'Scrapbook', niet in de laatste plaats door de hoge muzikale en technische kwaliteit, de goede composities - op een enkele dip na - en de hoorbare inzet, integriteit en liefde waarmee het omvangrijke werk gemaakt is.
TDW is een muzikaal project van Tom de Wit die al eerder albums uitbracht en voor dit nieuwe dubbelalbum 'Scrapbook' een groot aantal gasten heeft uitgenodigd uit de progressive symphonic metalscene. Zij spelen niet alleen mee maar hebben ook composities aangeleverd. Dat is een breuk met het verleden, zo geeft hij zelf aan, toen hij vooral alles zelf deed. Niet eenzaam maar wel alleen, zonder kritiek van anderen, zonder synergie met anderen en zonder de inspiratie en creativiteit van anderen. Vandaar dat deze keer een op de werkwijze van Arjen Lucassen's Ayreon gelijkende aanpak werd gevolgd.
Zoals gezegd horen we hier progressive metal waarbij de toevoeging symphonic zeer op z'n plaats is want er zijn nogal wat symfonische passages en sferen te vinden. Door de prachtige toetsen van Tom de Wit zelf en van Laila Groenveld maar ook door associaties met bands uit het rijke symfo-verleden zoals Genesis, in hun goede tijd, waarvan invloeden doorschemeren in het prachtige, relatief ingetogen 'Answers'.
Het voert te ver om alle achttien tracks te gaan bespreken. Wat opvalt is niet alleen de kwaliteit maar ook de continuïteit. Het gevaar ligt immers op de loer dat uiteenlopende bijdragen van verschillende componisten resulteren in een allegaartje. Maar De Wit heeft de regie stevig in handen gehouden waardoor het album één geheel vormt en ook een eigen TDW-sound krijgt.
Er is ook wat kritiek. Zo is er sprake van 'drum programming' en dat is te horen want ik vind de percussie wat klinisch en kunstmatig klinken. En ik heb de stellige indruk dat ik de volumeknop aanzienlijk hoger moet opdraaien om het gebruikelijke volumeniveau te krijgen. 'To Infinity and Beyond' van de tweede schijf vind ik te lang duren vooral omdat de compositie zich gedurende de ruim vijf minuten te weinig ontwikkelt en er verhoudingsgewijs minder sterk gezongen wordt. Maar een kniesoor die daarop let als de zeventien overige tracks dik vier JoJo's scoren.
'Scrapbook' is een sterk dubbelalbum dat ondanks de lengte van begin tot eind de aandacht vasthoudt doordat er veel gebeurt, er veel afwisseling is en er hoogstaand en stevig wordt gemusiceerd binnen krachtige songs. De eerdere werken van TDW ken ik (nog) niet maar de projectmatige aanpak die De Wit hier heeft gekozen pakt in ieder geval uitstekend uit. TDW verdient een platencontract. Of blijft De Wit liever zelf de touwtjes in handen houden? Harry 'JoJo' de Vries (04-2011)

Bezetting:
Tom de Wit - vocals, guitar, synth, drum programming
Harry van Breda - guitar, bass
Michiel van der Werff - guitar
Leon Fonville - guitar, bass
Laila Groeneveld - piano, synth
Lasse Groeneveld - guitar
Naomi de Wilde - guitar
Rianne Kosterman - bass
Leander Doornekamp - bass
Methilde Bouma - guitar, bass
Sander Stegeman - bass, guitar
Mischa van der Hout - backing vocals
Claudia Edwards-van Muijen - voice-overs
Maikel Pang Atjok - voice-overs

Discografie:
First Draft (2004)
Promotorium (2005)
Up Close and Personal (2006)
Brother (2006)
The Haunts (2008)
Scrapbook (2010)

Wat een week ... CD

BLACKFIELD - Welcome to my DNA (2011)

Onthutsend slecht album ...

... en dan toch WeekCD. Al is het maar om u te waarschuwen want ik heb zelden zo'n ongelooflijk poppy zeikalbum gehoord van mensen die hun sporen notabene verdienen in de progressieve rock. Althans dat geldt voor Steven Wilson, bij Aviv Geffen kun je daar al langer aan twijfelen of dat iemand is met enige affiniteit met progressieve muziek.
Het album klinkt vermoeid, alsof het erg veel moeite heeft gekost het briljante Blackfield II te evenaren. Geforceerde en soms ronduit armoedige composities. En als de track compositorisch opveert zoals in 'Far Away' wordt het al weer snel glad gestreken met Mantovani-achtige strijkers die mij mateloos ergeren en helaas zo goed als overal worden ingezet. In 'Zigota' zit dan gelukkig een pepertje verborgen waardoor de ingetogen, gladde middelmaat even wordt doorbroken. Zo ook in 'Oxygen'. Maar verder is het allemaal matig.
Na het nog wat zoekende Blackfield I kwamen Wilson en Geffen in 2007 met het sterke, zo niet briljante en succesvolle Blackfield II waar alle puzzelstukjes op hun plaats vielen, zowel de progressieve stukjes als de populaire stukjes. Hier arriveert men aan de verkeerde kant van de grens tussen prog en pop en wat nog erger is: er ontbreken heel wat stukjes van de jig-saw. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 13)