Wat een week ... CD
THE ORB - Metallic Spheres (2010)
In samenwerking met David Gilmour ...
... levert het ambient-techno gezelschap The Orb een nieuw album 'Metal- lic Spheres' af, hier aangevuld met een tweede schijf waarop een uitvoering in 3D60-geluid staat. Het zal wel aan mij liggen maar ik hoor het niet. Daar zul je wel een installatie van enige duizenden of wat voor nodig hebben of een zeer geavanceerde headset (...).
Wat is dat toch heerlijk. Je bent David Gilmour, hebt een prachtige geschiedenis achter je liggen die de progressieve muziek op z'n kop zette, doet verder solo waar je zin in hebt, remastert tussentijds nog een deel van de Barrett-catalogus en gaat, alleen als het je leuk lijkt, samenwerkings- verbanden aan, hier dus met The Orb. Geen verplichtingen, alleen maar eigen keuzes. Wat een weelde!
Het album bestaat uit twee delen: de 'Metallic Side' en de 'Spheres Side'. Er is zeker geen sprake van een gitaaralbum. Het zijn namelijk de keyboards en samples die de boventoon voeren. Toch is Gilmour overal aanwezig met ijle gitaarklanken en - strepen en dat maakt dit werkstuk toch anders dan de andere Orb-produkties. Het bevalt mij prima al val ik nergens van de stoel van verbazing maar dat zal ook niet de intentie zijn geweest.
'Metallic Spheres' is een lekker album om op weg te dromen, weg van de harde werkelijkheid, opgaand in een bedachte wereld waar alles mooi en rustig lijkt. En het kan ook nog eens gedraaid worden al pratend met vrienden tijdens een lang diner. Voor de Floyd- en Gilmourfan natuurlijk ook een 'must'. Dus aangeschaft! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 42)
Il Tempio delle Clessidre (2010)
Label: Black Widow Records
Bandsite: www.myspace.com/iltempiodelleclessidre
Duur: 57:05
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Zo af toe overkomt je dat. Je zet een nieuwe CD op van een onbekende band en denkt bij de eerste akkoorden "zo, dat klinkt goed'. Dat overkwam mij ook bij dit titelloze album van de nieuwe Italiaanse band 'Il Tempio delle Clessidre'. Een prachtplaat!
Zoals gezegd een nieuwe loot aan de rijke Italiaanse progressieve boom, zoals te doen gebruikelijk bij veel Italiaanse bands getooid met een lange bandnaam die terugslaat op een deel van de opera 'Zarathrusta' die ooit door Museo Rosenbach is uitgevoerd. Het vijftal staat onder leiding van de grondleggers Stefano 'Luppo' Galifi, de prima zanger van Museo Rosen- bach, en de virtuoze en creatieve toetseniste (mellotrons!) Elisa Montaldo die ook veel composities voor haar rekening neemt.
Il Tempio delle Clessidre zoekt haar referenties in de prog en symfo uit de jaren '70 (King Crimson, Genesis, Gentle Giant, PFM) en '80 (vooral IQ) maar klinkt eigentijds door de verwerking van metal en doom-metal en vooral door de uitstekende, volle en warme produktie.
Beluistering van het album neemt je mee door het gehele spectrum aan menselijke emoties en zoals de promo fact-sheet vermeldt "In this album there are light and darkness, joyful and doomy moments, fast and slow parts" die ieder de bijpassende emotie goed verbeelden. Er gebeurt dan ook veel. Concentratieverlies treedt niet op, er komt steeds weer een verrassende overgang en de uitgebreide instrumentatie draagt niet in de laatste plaats aan de variatie bij.
De strakke opener 'Verso l'alba' trof bij mij dus direct de juiste snaar, het vervolg 'Insolita parte di me' is symfo van de bovenste plank en bevat een heerlijke Moog-solo, het prachtige, ingetogen en met een schitterend pianothema gelardeerde 'La Stagea gascosta' leidt tot het onmisbare 'kip- penvelmoment' en 'Faldistorum' doet dat ook, onder andere door de heerlijke, aan het vroege PFM herinnerende, mellotronstrepen die Montaldo weet neer te zetten. Het uitlichten van deze vier tracks doet echter onrecht aan de andere zes composities want die zijn zeker zo sterk.
Goed passend bij de muziek is de met een schuine blik op het symfoverleden getekende hoes, waarin je zelfs na enige tijd steeds weer nieuwe dingen ontdekt, waarin allerlei metafysiche betekenissen zijn verwerkt, wellicht wat hoogdravend en niet altijd duidelijk maar mooi om te zien. In die zin is dit werkstuk geheel af: van sterke composities tot aan- trekkelijke hoes, van technisch kunnen tot kwalitatieve produktie, van de ene emotie tot de andere emotie. Il Tempio delle Clessidre gooit hoge ogen in 2010 en hopelijk ook daarna!
Bezetting:
Stefano 'Lupo' Galifi - vocals
Elisa Montaldo - keyboards, vocals
Fabio Gremo - bass
Giulio Canepa - guitar
Paolo Tixi - drums
Discografie:
Il Tempio delle Greggidre (2010)
Wat een week ... CD
CHROMA KEY - Graveyard Mountain Home (2004)
Obscuur project ...
... van Kevin Moore, ooit lid van Dream Theater en de helft van het duo OSI. Zijn Dream Theater wortels kan hij in OSI kwijt, zijn voorliefde voor weirde muziek verwerkt hij in Chroma Key. Hoewel 'Dead Air for Radios' uit 1998 mij ook zeer bekoort, is 'Graveyard Mountain Home' de absolute uitschieter in Moore's discografie, zo niet zijn meesterwerk.
Gestoken in een prachtige maar van het 'normale' afwijkende hoes, is dit welbeschouwd 'countrymuziek'. De landerige en lome sfeer waarin de muziek voorbijtrekt, de bezetting waarin o.a. tokkelende gitaren zo her en der akkoordenschema's spelen die in countryrock gebruikelijk zijn en de wat slaperige manier van zingen overtuigen mij hier van. Maar natuurlijk is dat maar een deel van het verhaal. Want het geheel is gevat in een zetting van 'ambient music' met wat miniscule progressieve diamantjes die als experiment op de randen zijn vastgezet. Het is muziek die Moore schreef bij de film 'Age 13' , een surrealistische film uit 1955 die bij de speciale editie van het album als bonus DVD is bijgevoegd.
Een wereld om in weg te dromen, een wereld die leidt tot zelfreflectie en waarin de gedoseerde teksten aanzetten tot nadenken en u af en toe angstig achterom kijkt. Door de integratie van elementen uit verschillende muzieksegmenten - prog, ambient, filmmuziek, techno, vleugjes jazz en soul - kun je het 'fusion' noemen. Welbeschouwd is 'Graveyard Mountain Home' echter countrymuziek. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 41)
Wat een week ... CD
ANGLAGǺRD - Hybris (1992)
Donker weer, donkere muziek ...
... geen muziek zo passend bij regen, wind en vallend blad als de werken van Anekdoten en in dit geval van Anglagård, hier met 'Hybris' dat alweer bijna twintig jaar oud klokt. Sommigen zullen in combinatie met de weer- goden depressief worden van deze muziek. Ik laaf mij aan de muzikale herfst- en winterkleuren en voel mij dan juist op m'n gemak.
Openende mellotrons in starter 'Jordrok', pianothema's, zie ik daar een geest achter die boom, wat vliegt daar door de lucht, een eikeblad of een heks, is het een diffuse zonnestraal of beweegt er iets? Dat is zo'n beetje het sfeertje.
Sterk gespeeld, zoals altijd bij deze band waar we nog maar weinig van horen. Van der Graaf Generator komt voorbij, King Crimson en het oude Genesis maar dan ondergedompeld in de donkerte van de Poolnacht, de kou van Scandinavië en de mystiek van het Noorden. De gitaren en key- boards domineren en doen de rest. Heerlijk.
Anglagård, de laatste keer dat ik iets van ze vernam was met de recente release van remasters van o.a. het album 'Epilog' en ook van Hybris. Of dat veel toevoegt vraag ik mij af want het geluid is op de masters al prima. Wel de hoogste tijd voor een hereniging en een nieuw album lijkt mij. Als we de site moeten geloven zit dat er gelukkig aan te komen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 40)
The Flaming Lips - Dark Side o/t Moon (2010)
Label: Warner Bros
Bandsite: www.flaminglips.com
Duur: 41.04
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Toen eind 2009 Dark Side of the Moon door The Flaming Lips als hommage aan Pink Floyd werd uitgebracht, sprak de verstokte Floyd fan van heiligschennis of blasfemie. Waar halen de Lips de arrogantie vandaan om het succesvolste album van de meest originele psychedelische band aller tijden integraal te coveren?
Het is bovendien controversieel omdat het serieuze conceptalbum gecoverd wordt door een band die al drie decennia bekend staat als prettig gestoord. Dat is de ironie: waanzin vormt immers één van de thema’s van dit meesterwerk. Floyd speelde het klaar om de keerzijde van de succes- volle ontwikkeling van Homo Sapiens - hebzucht, haast en waanzin - op dramatische en huiveringwekkende wijze vorm te geven. Kippenvel was het gevolg. Dat is bij deze cover zeker niet het geval; die ademt een luchtiger sfeer uit en is daarmee complementair aan het origineel.
Zoals ‘waanzin’ vanuit twee perspectieven benaderd kan worden, vanuit een serieus kader (bijv. psychiatrisch of sociologisch) en vanuit een volks gezichtspunt (met uitdrukkingen "getikt", "klap van de molen" en "gek"), zo vormt de uitvoering van The Flaming Lips de ‘volkse’ variant van het serieuze, quasi-wetenschappelijke origineel.
Het album bestaat uit stukken waarin het origineel te herkennen is en uit stukken die alleen met fantasie de oorspronkelijke uitvoering onthullen. Zo begint opener ‘Speak to Me’ met de bekende heartbeats, motorgeronk en stem van de ‘lunatic’ (“I have been mad for fucking years”) om over te gaan in een monotoon gebonk met hallucinerende achtergrondgeluiden waarin aanvankelijk weinig bekends valt waar te nemen. Na enige tijd valt Wayne Coyne met zijn karakteristieke stem in op een wijze die dan wel weer duidelijk herkenbaar ‘DOTM’ is. Het slot van ‘Breathe’ is zeer verras- send want het geluid is duidelijk geinspireerd door ‘A Saucerful of Secrets'. Dat The Flaming Lips eerst en vooral zijn beinvloed door de meest originele band aller tijden wordt hiermee bevestigd.
De humoristische kant van de Lips komt naar voren in ‘Time/Breathe (Reprise)’. Waar op het origineel een naar adem snakkende man hoorbaar is die haast heeft, laten de Lips de man vooral proestend en kuchend zich inspannen om zijn trein op tijd te halen. Overigens is er even later toch kippenvel als Coyne op vertederende wijze de tekst zingt van ‘Time’ en ‘Us and Them’. Bizar klinkt ‘The Great Gig in the Sky’ waar de soulvolle stem van Clare Torry is vervangen door 'weird' gekrijs waarna zangeres Peaches haar interpretatie geeft. Ook Henry Rollins en Stardeath and The White Dwarfs verlenen overigens medewerking aan dit coveralbum.
Niet alle Pink Floyd fans zullen dit album waarderen. De liefhebbers van het eerste Barrett-uur zullen echter genieten van de spanning, avontuur- lijkheid en psychedelica en de ironische humor en het absurdisme van The Flaming Lips. Als Syd nog geleefd zou hebben zou hij er zeker zijn waarde- ring over hebben uitgesproken. Wellicht dat hij gedacht zou hebben “dit zou ikzelf gemaakt willen hebben……..” Henk Vermeulen (10-2010)
Bezetting:
Wayne Coyne
Steven Drozd
Michael Ivens
Kliph Scur Lock
Discografie:
Hear It Is (1986)
Oh My Gawd!!! (1987)
Telepathic Surgery (1989)
In A Priest Driven Ambulance (With Silver Sunshine Stares) (1990)
Hit To Death In The Future Head (1992)
Transmissions From The Satellite Heart (1993)
Clouds Taste Metallic (1995)
Zaireeka (1997)
The Soft Bulletin (1999)
Finally The Punk Rockers Are Taking Acid 1983-88 (2002)
Yoshimi Battles the Pink Robots (2002)
At War with the Mystics (2006)
Embryonic (2009)
The Dark Side of the Moon(2009)
Wat een week ... CD
AREKNAMĔS - In Case of Loss (2010)
Ooit in mijn Jaarlijst ...
... in 2006 met 'Love Hate Round Trip', een waar meesterwerk in de beste traditie van vooral Van der Graaf Generator. Met als aanvoerder Michele Epifani, die ook hier weer alle composities voor zijn rekening neemt, excelleert op keyboards en klinkt als Peter Hammill.
'In Case of Loss' van Areknamĕs is echter géén meesterwerk. Daarvoor bezitten de composities minder spanning en loopt mijn concentratie gaan- deweg een beetje weg. Misschien komt het ook doordat het vorige album de verrassing bevatte en die is nu logischerwijze weg. Toch valt er genoeg te genieten. De donkere sfeer, het geweldige toetsenwerk vooral op de Hammond en ook de poging om vanuit de basis, waarin VDGG dus een grote rol speelt, de sound te actualiseren met een opduikend Porcupine Tree tot gevolg.
Het album bevat zeven tracks waarvan het bijna eenentwintig minuten durende 'The Very Last Number' het meest opvalt. Een episch stuk dat uit acht 'parts' bestaat waarin zelfs jazz en free-jazz voorkomt. Jammer zijn wel de niet natuurlijke overgangen tussen de onderdelen. Intrigerend is ook de hoes waarop de bewoners van een plaatsje in Florida te zien zijn die in 1896 dachten een monster te hebben gevonden op het strand. Het bleek echter later het ontploffende karkas te zijn van een walvis.
Al is 'Case of Loss' dan geen meesterwerk, dat wil niet zeggen dat het album geen kanshebber is voor het 'Unevitable Orgasm' aan het einde van het jaar. Laat ik het werkstuk de komende eindejaarsmaanden de kans geven zich in het jaarlijstje te wringen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 39)
Wat een week ... CD
KING CRIMSON – Discipline (1981)
Een vierkwartsmaat kan vreemd aanvoelen …
… in de gecompliceerde structuren van de Engelse band rond gitarist Robert Fripp, die in 1969 op een baanbrekende manier was gelanceerd met ‘In the Court of the Crimson King’ (zie WeekCD 2007-23). Tussen ‘The Court’ en ‘Discipline’ tellen we dertien jaar, heeft Fripp wisselende band- samenstellingen versleten en is de lyrische mellotronsound ingeruild voor een meer experimenteel en minder melodieus geluid.
‘Disciplne’ is het eerste album van een nieuw hoofdstuk, waarin Fripp wordt geflankeerd door oudgediende Bill Bruford op drums, Tony Levin op bas en Adrian Belew met gitaar en zang. Voorwaar geen kinderachtige club! Het leverde een ‘classic album’ op met muziek in diverse stijlen, van pittige rockriffs tot ambiente verten vol gitaarelektronica.
Kenmerkend zijn repeterende gitaarthema’s in niet-alledaagse maatsoor- ten, en net op het moment dat je denkt de structuur door te hebben worden er accenten verlegd, waardoor je weer opnieuw kunt beginnen met analyseren. Zo kan het gebeuren dat in het titelnummer iets lijkt te wringen en dan blijkt het opeens een gewone 4-kwarts te zijn. Het houdt de luisteraar alert en de fans geboeid, terwijl anderen afhaken want het wordt af en toe wel wat klinisch. Gelukkig is er echter ook een briljant traag nummer als ‘Matte Kudasai’, waarin een prachtige melodie de boventoon voert en de langzame gitaar je kippenvel bezorgt. Een welkom tegenwicht. Peter Swart (wat een week 39)
Field Music - FM/The Measure (2010)
Label: Memphis
Bandsite: www.field-music.co.uk/
Duur: 34:21 + 37:38
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
In februari 2010 verscheen het derde album van Field Music, een project van de broers David en Peter Brewis, kernleden van de band. Het (dubbel)album werd vernoemd naar de band maar met de ondertitel 'The Measure' om het album te onderscheiden van het debuutalbum.
De song 'The Measure' is mijn persoonlijke favoriet: een 2.59 minuten durend romantisch meesterwerkje dat onwillekeurig doet denken aan de Revolver-periode van The Beatles. Een compliment want het is zeker geen referentie aan armoedige retro of een gebrek aan originaliteit. Het album heeft immers een uniek en eigen geluid.
Er is een grote rijkdom en variëteit aan ideeën. Elk nummer werkt een nieuw idee uit en binnen de composities zijn verschillende “sub-ideeen” waarneembaar. Aanvankelijk zult u zich door deze overvloed overweldigd voelen om na enkele luisterbeurten 'gepakt' worden door het album. De songs zijn relatief kort, gemiddeld zo’n drie minuten. Uitgezonderd afslui- ter 'It’s About Time', de vreemde eend in de bijt door de negen minuten durende experimentele geluiden.
De overige songs bezitten een bijzondere combinatie van enerzijds veel melodie en anderzijds zeer originele, rijke, avontuurlijke en meestal zeer complexe structuren. Structuren met veel contra-ritmiek en dissonantie waarbij – vooral door de prachtige vocalen - welluidendheid echter telkens prettig dichtbij is. Om het avontuur te vergroten wordt naast traditionele rock-instrumenten gebruik gemaakt van xylofoon, viool en cello.
Het grappige is dat door de grote variëteit alles zeer origineel en uniek aandoet, terwijl er tegelijkertijd veel invloeden te horen zijn. Naast The Beatles is de complexiteit van Gentle Giant (contra-ritmiek en dissonante samenzang!) aanwezig, het gevoel voor melodie van 10CC maar ook flarden van Yes, Pink Floyd, Todd Rundgren en King Crimson.
Het album is ook op vinyl uitgekomen. De vier LP-kanten stralen elk een eigen sfeer en karakter uit. Kant vier bevalt mij het meest omdat daar de complexiteit en ideeënrijkdom per compositie de juiste dosering krijgen. Deze songs zijn daardoor evenwichtiger dan de rest. De laatste vijf tracks fungeren voor mij dan ook als het rustpunt van het album.
Ik ben ervan overtuigd dat 'Field Music (The Measure)' zeer hoge ogen gaat gooien in de jaarlijsten. De ideeënrijkdom is echter soms te ver doorge- voerd. Nogal wat songs bieden door hun korte duur onvoldoende ruimte om het arsenaal aan creativiteit tot z'n recht te laten komen. Per saldo is hier echter sprake van een topalbum dat nieuwsgierig maakt naar het vervolg. Henk Vermeulen (09-2010)
Bezetting:
David Brewis
Peter Brewis
Kevin Dosdale
Ian Black
Discografie:
Field Music (2005)
Tones of Town (2007)
Field Music ( The Measure) (2010)
Wat een week ... CD
THE FLAMING LIPS - Yoshimi Battles ... (2002)
Ooit een slechte plaat gemaakt? ...
... daar kan ik Wayne Coyne c.s. niet op betrappen in hun inmiddels toch omvangrijke catalogus. Ook 'Yoshimi Battles the Pink Robot', alweer acht jaar oud, is een werkstuk dat staat als een huis door z'n eigenzinnigheid, creativiteit, weirde teksten en niet te vergeten de onvermijdelijke en al even eigenzinnige hoes van George Salisbury.
Wayne Coyne is een fenomeen in de progressieve scene. Hij trekt zich van niemand wat aan, gaat met The Flaming Lips een eigen en eigenwijze weg en is wars van invloeden van bobo's van platenmaatschappijen. En, dat compliment moet gegeven worden, de multi-national Warner Bros laat dat ook toe en geeft Coyne die vrijheid. Hetgeen ook te maken zal hebben met de goede verkoopcijfers van de albums veroorzaakt door een select, trouw maar nog steeds uitdijend publiek.
The Flaming Lips: vreemd dat deze band zo lang in mijn verzameling heeft ontbroken. Ook 'Yoshimi' is immers een puur progressief werk - al zal Coyne uitslag krijgen bij een indeling in de progressieve rock - niet alleen door de instrumentatie maar ook door de op het eerste gezicht simpele maar op het tweede gezicht complexe songs. Waarin de invloed van de vroege Floyd en natuurlijk Syd Barrett rondwaart. Hun recente integrale cover van 'Darkside of the Moon' is daarvan ook een uiting. Dat kan ik ze als volleerd coverhater vergeven. Daar geeft hun kwalitatief hoogwaardige produktie van de afgelopen zeventien jaar immers alle reden toe. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 38)