Wat een week ... CD
RENAISSANCE - Dreams & Omens (2008)
Een bijzondere avond ...
... met een "maar". Renaissance heeft altijd een aparte plek ingenomen in mijn symfohart. De unieke door klassieke muziek geïnspireerde composi- ties, hun technisch kunnen en niet in de laatste plaats de engelenstem van Annie Haslam droegen daar aan bij. Ik veer dan ook altijd op als er iets nieuws te melden valt van het Renaissance-front. Dat betreft nu een live- album met een concert uit 1978 in het Tower Theatre, Philadelphia.
Zoals de bandleden zelf in de hoestekst aangeven, het was een bijzonder concert. Zo'n avond waarop alles op z'n plek valt, er een magie ontstaat binnen de band en tussen de muzikanten en het publiek. En dat is duide- lijk te merken tijdens deze met een goed geluid getooide concertregistra- tie. De band schittert in het kwartier van 'Can You Hear Me' en de tien minu- ten van 'Day of the Dreamer' en laat in de overige vier tracks nogmaals horen waartoe men in staat was.
Toch een "maar". Haslam cs. gaan mij toch niet vertellen dat deze magi- sche avond maar 45 minuten duurde hè?! Waar is de rest van het concert? Als het dan allemaal zo magisch en goed was waarom dan niet het integra- le concert uitgegeven? Of zit daar een Renaissance onwaardige commer- ciële truc achter? Nou ja, het is de bekende conclusie: voor de fan is die onaffe release onbevredigend maar die koopt het natuurlijk wel. Of trapt er weer in, zoals u wilt. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 32)
Wat een week ... CD
URIAH HEEP - Look at Yourself (1971)
Als vers lid van de Uriah Heep-fanclub ...
... begon ik destijds de spreekbeurt over mijn favoriete band met het draaien van 'Look at Yourself', de wervelende opener van de gelijknamige derde elpee van de Britse band. De docente Nederlands was echter 'not amused'.
Na twee veelbelovende platen en een succesvolle tour door de USA dook Uriah Heep de studio in om de definitieve sound en koers vast te leggen. Een frisse vorm van hardrock met een sterk melodieuze kant en muzikale momenten, waar ook de symfoliefhebber van die tijd niet omheen kon. Zo eindigt het topstuk 'July Morning' met een heerlijk thema, dat Heep ons welgeteld twintig keer voorschotelt, maar het had ook moeiteloos tot in het oneindige door kunnen gaan.
Grote man achter het doorbraakalbum is organist Ken Hensley, die nog steeds de progrockpodia onveilig maakt. Uriah Heep wist met opvol- ger 'Demons and Wizards' een nog hogere trede op de artistieke ladder te bereiken (zie WeekCD 2007-29).
Mijn succes was daarentegen beperkt: daar de biografie van iedere band wel smakelijke anekdotes kent had ik de lachers in de klas op de hand, hetgeen de onvoldoende nog enigzins draaglijk maakte. Peter Swart (wat een week 32)
Wat een week ... CD
SPIROGYRA - Bells, Boots & Shambles (1973/2001)
Het vlees was zwak ...
... toen Dave Stewart (o.a. Hatfield) en Barbara Gaskin begin jaren tachtig de hitparade opgingen met gladde synthpop die de progliefhebber zowel links en rechts beter kan laten liggen. Het schoorsteentje moest immers roken en alle principes werden in het licht van de portemonnee opzij gezet. Jammer. Maar voor die foute periode maakten beiden prachtige muziek. Zo deed Barbara Gaskin dat als fluwelen zangeres in de wat obscure folk- band met een Canterbury-accent Spirogyra.
Het album 'Bells, Boots and Shambles' uit 1973, dat voorligt in een heruit- gave van Repertoire Records uit 2001, mag gerust een juweeltje worden genoemd. We spreken hier over de derde bezetting van Spirogyra op ook al een derde album. Prachtige, uitgebalanceerde, relatief rustige progres- sieve folk met in een aantal tracks zoals 'The Furthest Point' en het uit vier delen bestaande 'In the Western World', een gelaagdheid en complexiteit die de term 'progressief' recht doet.
Over die twee tracks gesproken. Wat een schoonheid in opener 'The Furthest Point' met name gerealiseerd door de trompet van Henry Lowther en de piano en viool van Julian Cusack, de melancholieke sfeer en de intrigerende melodie. En dan de dertien minuten van afsluiter 'In the Wes- tern World': een muziekstuk met een kop, romp en een staart waarin het lyrische thema uit de kop zich in de staart repeteert en mysterieus aandoet door bijna stiltes en een ghost-akkoord in wat vroeger de uitloopgroef heette. Een meesterwerkje.
Ik liep bij toeval tegen deze uitgave aan, al kende ik de band wel. Blij verrast en na veelvuldige beluistering verbaasd over al dat moois. Hoe kun je als Gaskin na dit soort werk commerciële pop gaan maken? Gelukkig is ze daarna weer wat wijzer geworden. Ook is er weer een bezetting van Spi- rogyra actief maar vooralsnog focus ik mij op het oude werk. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 31)
Wat een week ... CD
YES - Time And A Word (1970)
Het inhuren van een orkest was hip ...
... in de tijd dat Yes werkte aan de opvolger van hun debuutalbum (zie WeekCD 2009-5). Zo dachten Anderson en Squire er ook over en de toevoeging levert een prachtig intro op van de bewerking van Stephen Stills' 'Everydays'.
Het leverde ook de eerste scheuring op in de veelbelovende Britse band. Want gitarist Peter Banks was er faliekant op tegen. Het kwam voor dat Jon Anderson botweg Banks meedeelde dat de gitaarpatij overgenomen werd door de violen (ja, het was vanaf het begin aan duidelijk wie bij Yes de dienst uitmaakte). Nog voor de release van het album was het vervol- gens exit Banks en op de gekuiste USA-hoes verscheen zelfs zijn opvol- ger Steve Howe in beeld. En dat terwijl het gitaarwerk op 'Time And A Word' buitengewoon smaakvol is en gespeeld in een stijl waarop Howe goed kon voortborduren.
Naast de bijdragen van Banks is ook het orgelspel van Tony Kaye indruk- wekkend. Samen met de hechte ritmesectie Bruford/Squire produceerde Kaye de herkenbare, compacte en stevige Yes-basis. Maar de lat lag hoog in die jaren, Tony Kaye mocht slechts één plaat langer meedoen dan Banks.
'Time And A Word' biedt veel variatie, van complexe ritmische stukken tot de rust van een zuinig begeleide Anderson. En toch alles al typisch Yes. De echte doorbraak bleef echter uit en het experiment met een or- kest zou pas herhaald worden in 2001 op Magnification (zie WeekCD 2008-27), maar dan op een volwassen manier. Peter Swart (wat een week 31)
Dream Theater – Black Clouds & Silver Linings (2009)
Label: Roadrunner Records
Bandsite: www.dreamtheater.net
Duur: 75:29
Reviewer: Peter Swart
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Voor welk pakket ging/gaat u? Voor de 'special edition', met naast het ‘ge- wone’ album een versie zonder zang plus een bonus-cd met covers? Of voor de Deluxe Box Set, bestaande uit het speciale pakket plus allerlei bijzondere extra’s? Ikzelf koos, wars van de trend tot het opblazen van nieu- we uitgaven, voor de simpele cd-uitgave. Want neem nu zo’n karaoke-ver- sie, hoe heeft zanger James LaBrie er ooit zijn goedkeuring aan kunnen ge- ven?! De instrumentale mix in de speciale edities zal wel niet bedoeld zijn als oefenmateriaal voor de amateurzanger, maar eerder om de aandacht nóg meer te vestigen op de fenomenale kunsten van de instrumentalisten. Deze mogen LaBrie danken om zijn loyale opstelling, waarvan hij reeds in eerder werk blijk gaf door onmogelijke zangbedenksels (in toonhoogte en tempo) te accepteren.
Kritische gedachten heb ik immer tijdens de eerste luisterdagen van een nieuw Dream Theater-album. Het is altijd weer even worstelen met wéér zo’n metal riff, met wéér die dubbele bassdrum-mitrailleur, met wéér die duivelssnelle onmelodieuze gitaar- en toetsenriedels, met wéér de ballad, met wéér die voorspelbare opmaat naar een (toegegeven) glanzende gi- taarsolo.
Maar nu, na enkele weken in de cd-speler gelegen te hebben, begint het te komen: de waardering voor de nieuwe songs, de bewondering voor de uitvoering, het kippenvel bij de prachtige gitaarsolo’s in ‘The Best Of Times’ en ‘The Count Of Tuscany’, de brok in de keel als je je voorstelt dat Mike Portnoy ‘The Best Of Times’ op de uitvaartdienst van zijn vader heeft gezon- gen.
Inmiddels is er het besef gegroeid dat Dream Theater een nieuw meester- werk heeft afgeleverd. Met deze keer vooral lange nummers, waarin drum- mer Mike Portnoy en gitarist John Petrucci veel persoonlijke ervaringen verwerkt hebben. Zo is ‘The Shattered Fortress’ de finale van Portnoy’s serie over zijn strijd tegen de alcohol. In ‘The Best Of Times’ kijkt hij terug op mooie momenten met zijn vader. ‘A Night To Remember’ behandelt een auto-ongeluk uit de jeugd van Petrucci, en de finale-epic ‘The Count Of Tuscany’ gaat niet over een Dracula-achtige legende maar over een bizarre vakantie-ontmoeting van de gitarist.
Binnen de tracks is veel variatie terug te vinden in melodie, ritme en tempo. Verveling na veelvuldig luisteren treedt dan ook niet op. De vele riffs klinken krachtig en vol, mede doordat de in de media onderbelichte bassist John Myung ze moeiteloos op tempo meespeelt met de mannen in de schijnwerpers. James Labrie blijft over de hele linie goed overeind en hoeft gelukkig nergens zijn kopstem in te zetten. Mike Portnoy is zoals altijd de dynamische drijvende kracht en Jordan Rudess en John Petrucci excel- leren volop.
Toch vind ik Rudess op zijn best als hij rustig achter de piano gaat zitten, zoals tijdens het intro van ‘The Best Of Times’. Vanwege de emotionele lading, vanwege het samenspel van toetsen en gitaar, vanwege de lyrische solo van Petrucci en vanwege de monumentale opbouw vormt dit nummer voor mij het hoogtepunt van het album en een piek in het totale oeuvre van de band.
'Black Clouds & Silver Linings' is dus omgeven door 'specialties'. Een volgende speciale uitgave ligt voor de hand: alle AA-songs van Portnoy op een rijtje. Het zal mij benieuwen of Dream Theater de verleiding kan weer- staan. Een cd-tje fabriceren van zo'n compilatie kan de vlijtige fan zélf wel. Peter Swart (08-2009)
Bezetting:
James LaBrie - vocals
Mike Portnoy - drums, percussion, vocals
John Petrucci - guitar, vocals
John Myung - bass
Jordan Rudess - keyboards, continuum
Discografie:
When Dream And Day Unite (1989)
Images And Words (1992)
Live At The Marquee (1993)
Awake (1994)
A Change Of Seasons (1995)
Falling To Infinity (1997)
Once In A Livetime (1998)
Scenes From A Memory Metropolis Part II (1999)
Live Scenes From New York (2001)
Six Degrees of Inner Turbulence (2002)
Train Of Thought (2003)
Live at Budokan (2004)
Octavarium (2005)
Score (Live) (2006)
Systematic Chaos (2007)
Black Clouds & Silver Linings (2009)
Wat een week ... CD
PETER HAMMILL - Over (1977)
Verlies en succes ...
... daarmee laten de jaren rond 'Over' zich wel typeren. Peter Hammill, de grote man achter Van Der Graaf Generator, vierde met zijn band toppro- ducties als 'Still Life'. En zijn solocarrière, die parallel liep aan die van VDGG, bereikte met 'Over' een hoogtepunt.
Maar 'Over' was een werk voortkomend uit verdriet. Peter Hammill verwerk- te in acht songs het vastlopen van een langdurige relatie. Intense muziek: van a capella ('This Side of the Looking Glass') naar een volledig bandge- luid ('Crying Wolf'), van de wanhopige schreeuw ('Betrayed') tot de stille snik (overal te vinden), van de dreiging ('On Tuesdays She Used to Do)Yoga') tot de berusting in de finale ('Lost and Found').
Hammill brengt prachtige persoonlijke teksten (maar herkenbaar en troos- tend voor velen in mindere tijden), zichzelf daarbij begeleidend op piano en gitaar, af en toe bijgestaan door vrienden uit het VDGG-collectief, waarbij de vioolbijdragen van Graham Smith een extra vermelding waard zijn.
Peter Hammill zet met 'Over' persoonlijk verlies om in artistiek succes, al zal hij binnen een jaar een nieuwe tegenslag te verwerken krijgen: de defi- nitieve breuk in VDGG. Peter Swart (wat een weken 29 en 30)
Wat een week ... CD
LITTLE FEAT - Waiting for Columbus (1978/2002)
Buitenbeentje op een progressieve site ...
... of niet? Little Feat wordt doorgaans immers niet tot de progrock gere- kend en dat kan ik mij best voorstellen als je je realiseert dat de band ooit vertrok vanuit de Amerikaanse R&B- en countryrock scene. Ik durf het echter wel aan.
Genietend van een welverdiende vakantie rustte de redactie uit op diverse locaties. Ik dompelde mijzelf onder, aan de rand van het weiland, in het beluisteren van oude en nieuwe releases. Een van de beste livealbums ooit, 'Waiting for Columbus' van Little Feat, kwam ook regelmatig voorbij de afgelopen twee weken. Een briljant album van een briljante band met bnljante composities.
Progressief? Luister eens naar het complexe 'Day at the Dog Races': JA! Of naar het gewiekste en gelaagde 'Day or Night': JA! En naar de unieke solo's op de Oberheim synth door Bill Payne, die zijn synth uitbreidde met een 'filter pedal' waardoor dat rollende geluid ontstond: JA!
En dan die geweldige ritmesectie met Richie Hayward op drums, Kenny Gradney op bas en Sam Clayton op percussie, die ritmes neerlegt die dans- baar lijken maar het niet zijn (probeer het maar eens, dat gaat niet lukken) en ongeëvenaard zijn.
Tezamen met de mysterieuze, excentrieke en helaas overleden Lowell George en meestergitarist Paul Barrère een band die in geen enkele pro- gressieve platenkast mag ontbreken. Dit livealbum al helemaal niet. Wel de 'expanded' versie uit 2002 aanschaffen want daar staan alle tracks uit die tour op. Harry 'JoJo' de Vries (wat een weken 29 en 30)