Wat een week ... CD
PETER HAMMILL - Out Of Water (1990)
Zomaar één uit de vele ...
... albums die Peter Hammill's solo-oeuvre vormen. Een imposant oeuvre, in een indrukwekkende tv-documentaire verbeeld door middel van een to- ren van opgestapelde cd's, gadegeslagen door de meester zelf met een blik van tevredenheid en lichte ironie. De hoofdpersoon van Van Der Graaf Generator liet op zijn geheel eigen wijze de muzikale stromingen van meer- dere decennia aan zich voorbij trekken. Natuurlijk niet helemaal onaange- daan. Zo klinken sommige keyboardsounds op 'Out Of Water' inmiddels gedateerd en duidelijk voortkomend uit de home-studio.
Geen gemakkelijk album, maar welk album van Peter Hammill is dat wel? Moeilijk te wegen ook, want aan de ene kant die songs met die key- boardgeluiden, maar (gelukkig) aan de andere kant ook nummers waarop Hammill schittert en zich laat bijstaan door de vrienden uit VDGG. En daar is Stuart Gordon op viool, met wie Hammill een schitterdend duet aangaat in 'Something About Ysabel's Dance'. Het duo zou later regelmatig optre- dens verzorgen.
De doorgewinterde Hammill-fan krijgt natuurlijk weer prachtige lyrics voorgeschoteld. De zin die bij mij blijft hangen is deze: "If I'm not the man I was, than who is he?", als verweer tegen de vrouw die meent haar man niet meer te kennen als voorheen. Onthouden!
Het mooie gedragen slotnummer 'A Way Out' doet denken aan 'Gaia' van Fireships (zie WeekCD 2007-36) en tilt het album naar een niveau hoger dan 'één uit velen'. Peter Swart (wat een week 23)
Wat een week ... CD
TIMOTHY PURE - Blood of the Berry (1997)
Met een indrukwekkend album ...
... maakte, alweer twaalf jaar geleden, de uit Atlanta afkomstige band Timothy Pure zijn opwachting in het progressieve circuit. Daarna had men in 1999 nog een eruptie met het prima 'Island of the Misfit Toys' en daarna stilte, absolute radiostilte. Al laat de MySpace-site (de officiële site is morsdood) van de band zien dat men voorzichtig bezig is met nieuwe demo's ...
Heel jammer die stilte want wat een bijzondere band is dit. Met haar cu- rieuze mix van eigenheid, Floyd, het geluid van David Gilmour en toch ook die typische Country-snik in de gitaarpartijen. En niet te vergeten de prach- tige zangpartijen van Matthew Still en de vocale arrangementen die je op deze wijze niet vaak tegenkomt bij progressieve bands.
Nu had ik 'Blood of the Berry' een jaar of twee niet beluisterd. Ik had zo'n diffuus gevoel dat ik het album ooit ergens halverwege wat weg vond zak- ken. En dan ga je weer eens luisteren en dan val je van de ene verbazing in de andere. Wegzakken? Hoezo? Want na de briljante songserie 'Thie- ves', 'The Aberration', 'Blood of the Berry' en 'Private Hedge' volgt, na een vreemde eend in de bijt ('Slide'), weer zo'n mooie serie met 'The After- glow', 'The Interim', 'Without Words', 'Ornament' en mijn absolute favo- riet 'Magdalena Hell'. En is het dan klaar .. nee hoor gewoon nog vier uit- muntende tracks.
Het heeft ook wel iets om twee hoogstaande albums af te leveren en dan gewoon obscuur en stilletjes van het strijdtoneel te verdwijnen. De luiste- raars in verwarring achterlatend. Ik zou toch een beroep willen doen op de band: doorgaan met die demo's en een derde album maken! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 23)
Sophya Baccini - Aradia (2009)
Label: Black Widow Records
Bandsite: www.sophyabaccini.com
Duur: 69:41
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Sophya Baccini is lead zangeres van de Italiaanse band Presence (zie review ProgLog AFTERglow). Na zo'n zes studioalbums vond zij de tijd rijp om naast deze band een solo-avontuur te ondernemen. Het symfonische, donkere maar gevarieerde 'Aradia' is het goede resultaat.
'Aradia' is een concept-album en handelt, enigszins theatraal, over verlo- ren liefdes en andere existentiële ellende waarbij Baccini haar heil lijkt te zoeken in de spiritualiteit en bij hogere machten. Zij zingt afwisselend in het Italiaans en in het Engels. Dat laatste, zoals wel vaker bij Italianen, met een licht accent, vooral tot uiting komend in verkeerde klemtonen. Daar zou ook Sophya toch eens op moeten gaan letten want het is gemakkelijk te voorkomen. Zij wordt o.a. ondersteund op fluit en tenorsax door Martin Grice van de legendarische band Delirium (waarover binnenkort meer op deze site) en Lino Vairetti, de stem van Osanna.
Wat mij aanspreekt op dit album is de variëteit. De zeventien tracks stuiteren van symfonisch naar licht gothic en relatief stevig naar ingetogen en intiem en toch blijft er sprake van een gelijkgestemde sfeer. De goede produktie, de verbindende kortere 'tussentracks', het pianospel van Baccini en natuurlijk haar stem zorgen daarvoor. En daar zit toch ook een kritiek- puntje. Zij heeft ontegenzeggelijk een paar goede stembanden van haar hogere macht ontvangen, legt emotie in haar vocalen maar soms is het 'over the top' en dan wordt het op het randje van onzuiver. Kritiek die ik ook al had op haar zang op 'Evil Rose' van Presence, al is het op 'Aradia' vele malen minder hinderlijk en is de synergie tussen stem en muziek veel beter. Maar toch ...
Sterke tracks zijn de bijna tien minuten van 'La Pietra' met prachtige Mello- trons die het album openen, een groots en melancholisch thema zoals alleen Italianen dat kunnen, ingetogen fragmenten met piano, accordeon, viool en akoestische gitaar en zang die netjes binnen de lijntjes blijft, al is haar voorkeur voor opera te horen. Een indrukwekkende track. 'Will Love Drive Out the Rain' en 'Al Ritmo di una Storia' zitten in dezelfde richting. Het folky 'How Good' klinkt als Kate Bush en mag er zijn.
Een uitschieter is ook het met prachtig fluitspel van Grice getooide, som- bere en toch ook hoopvolle 'Don't Dream that Dream', deels gezongen door Lino Vairetti. Maar er zitten ook zwakkere broeders tussen zoals 'Beware, Beware', een poppy nummer met een zwak thema en mindere zang, en de overbodige Joni Mitchell cover 'Circle Game' maar dat komt omdat ik covers haat.
Sophya Baccini heeft een acceptabel solo-album gemaakt dat mij meer aanspreekt dan het werk met 'haar' band Presence. Aandacht voor de uitspraak van het Engels, zelfreflectie en daardoor weten wat je stem wel en niet aankan en meer kwalitatieve balans, zouden bij een volgende solo-escapade weleens een extra 'JoJo' op kunnen leveren. Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Bezetting:
Sophya Baccini - lead vocals, choirs, piano, synths, Mellotron
Pino Falgiano - strings, orchestral & percussion arrangements, Hammond organ, Moog
Vittorio Cataldi - violin, accordion
Franco ponzo - guitars
Special Guests:
Stefano Vicarelli (Fonderia) - modular Moog
Aurelio Fierro Jr. - drums
Lino Vairetti (Osanna) - vocals
Martin Grice (Delirium) - flute
Ana Torres (U.T.O.) - vocals
Nona Luna (Iconae) - vocals
Discografie:
Aradia (2009)
Wat een week ... CD eh ... Boek
ALAN HEWITT - Opening the Musical Box, A Genesis Chronicle (2000)
Wanneer was dat concert in Leiden ook alweer? ...
... is zomaar een vraag die opkomt bij het bladeren in deze heerlijke Gene- sis-kroniek. Geschreven door fans voor fans, minder kleurrijk en opge- smukt dan het onvolprezen 'The Evolution of a Rockband' van Armando Gallo, maar Hewitt's boek is een ware schatkist.
Hewitt is de oprichter van het Genesis-fanzine 'The Waiting Room'. Het blad startte in 1987 als een hobbyproject van enkele doorgewinterde fans en groeide uit tot een internationaal gerespecteerde bron, waaraan de leden en ex-leden van Genesis graag meewerkten. Een groot gedeelte van het leesvoer is dan ook afkomstig uit gesprekken die redacteuren van TWR met de musici voerden.
De geschiedenis van Genesis komt uitvoerig aan bod, maar dat was bij Gallo en anderen ook al zo. De toegevoegde waarde zit hem vooral in de extra's. Waar vind je bijvoorbeeld zestien volle pagina's over de solo-car- rière van Anthony Phillips? En met de hele gig-lijst zie je Genesis groeien, van het optreden op de Technical College in Evesham in 1968 tot aan die in de grote stadions op alle continenten. Logisch is de opname van de complete discografie van de moederband en de afzonderlijke (ex)leden. Maar ook de bootlegs komen aan bod, evenals diverse rariteiten en filmmateriaal.
Eén opmerkelijke misser, al zal men er gezien de grondigheid van het boek wel een reden toe hebben gehad: in de discografie worden serienum- mers vermeld, maar nergens het jaartal van uitgave. Nu zijn die elders wel terug te vinden in het hoofdstuk 'Chronology', maar toch ...
De Groenoord Hallen werden trouwens door mij bezocht op 3 en 4 okto- ber 1981. In mijn herinnering was het eerder, maar de feiten liegen niet en daar ligt mede de grote kracht van Hewitt's levenswerk. Peter Swart (wat een week 22)
Wat een week ... CD
THE DEEP - Psychedelic Moods (1966)
Een historisch werkstuk ...
... omdat het waarschijnlijk het eerste album met een psychedelische invalshoek is en in ieder geval de eerste albumtitel met het woord 'psyche- delic' erin. Euforie maakte zich dan ook van mij meester toen ik deze nieuwe uitgave voor maar vijf euro bij De Plaatboef, Rotterdam opspoor- de.
The Deep was een band onder leiding van Rusty Evans die in augustus 1966 in een donkere studio in Philadelphia in de ochtenduren 'Psychedelic Moods' in één keer opnam. De ondertitel 'A Mind Expanding Phenomena' dekt de lading volledig en ik begin mij langzamerhand af te vragen of bands als Floyd en Soft Machine niet stiekem inspiratie hebben gevonden bij dit obscure werkstuk.
Wat ik hoor zijn absoluut weirde composities waarbij de gedachte op- komt "Is dit serieus bedoeld?", vooral door de chimpanseegeluiden, kra- kende gitaren, meetrillende drumkits en een aan de laars lappen van de toen ook al geldende regels bij het opnemen van muziek. Een schreeuwen- de Evans, die refereert aan Mick Jagger in de beginjaren, zet echter meer dan voldoende compositorische kwaliteit neer om dit album serieus te nemen. Tracks als 'Pink Ether', 'Shadows on the Wall', 'Crystal Nite' en 'Trip #76' zijn sterk te noemen en zouden in een iets gecivileerder set- ting dan 'garage-rock' zeker tot meer media-aandacht hebben geleid. Want daar heeft het aan ontbroken.
De uitgave bevat zowel de stereo- als monorelease en laat opvallende verschillen horen. Wat er mono wel is maar niet te horen valt is er in stereo opeens wel. Ook zijn twee bonustracks opgenomen van een zeldzame single waarvan 'The Life Game' eruit springt en '1983' een soort pré-punk laat horen.
De historische waarde van 'Psychedelic Moods' als beginpunt van de psy- chedelische rock maakt het alleen al nodig om als rechtgeaard liefhebber van progressieve muziek het album aan te schaffen. Naar de winkel dus. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 22)
Frank van Bogaert - Air Machine (2009)
Label: Ace Studio Editions
Bandsite: www.frankvanbogaert.com
Duur: 49:58
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (max. score)
Al vaker stak ik enthousiast de loftrompet over Frank van Bogaert. Zijn albums 'Human' (2002) en 'Nomads' (2007) behoren in mijn ogen tot de crème de la crème van de hedendaagse elektronische muziek. Vooral door de compositorische kwaliteiten van die werkstukken, de grootse en over- weldigende melodieën, de sterke ritmes, het technisch sterke spel van Bogaert en de prachtige heldere en volle produktie.
Zijn nieuwe album 'Air Machine' is een concept-album waarop Bogaert de aarde metaforisch ziet als een machine die een tekort aan zuurstof krijgt, enerzijds door ouderdomsverschijnselen maar anderzijds vooral ook door misbruik door de mens. Niet alleen dit achterliggende verhaal maar ook de verbeeldingskracht van de muziek op 'Air Machine' had zonder enige twijfel ondersteuning kunnen geven aan Al Gore's 'An Inconvenient Truth'.
Bogaert is op 'Air Machine' een samenwerkingsverband aangegaan met de Noorse gitarist Erik Wøllo en dat pakt zeer goed uit. Zijn sferische gitaarspel voegt een extra dimensie toe aan de al zo rijke composities en sound van Bogaert. Voor de sterke ritmebasis zorgen voorts niet alleen de toetsen en bas van Bogaert maar ook de percussie van Walter Mets en de drums van Marcus Weymare. De produktie is wederom van hoog niveau: luister eens naar de klappen in 'Insomnia', een ware beproeving voor de conussen van de luidsprekers.
Naast de invloeden van Klaus Schulze, Tangerine Dream en vooral Vangelis valt er toch steeds meer te zeggen voor een Bogaert-sound want zijn werk is direct herkenbaar. 'Opener Dead Planet' haakt aan bij wat op 'Nomads' te horen viel. Volle melodieën, rijk georchestreerd als ware het een klassieke symfonie. En dat geldt ook voor o.a. het sterke 'The Thin Line'.
Maar Bogaert durft ook van dat pad af te dwalen, zoals in het jazzy 'All Has Stopped' waarbij zijn fretloze basspel niet onderdoet voor de groten op dit instrument. En het binnenhalen van Wøllo toont aan dat Bogaert niet stil wil staan maar in ieder geval voor hem nieuwe paden verkent en daardoor niet 'slechts' elektronische muziek meer maakt. En zo hoort het ook bij progressieve muziek. Van het met 'koorzang' gevulde 'Cold Steel' krijg ik kippenvel: wat een emotie!
Wederom heeft Frank van Bogaert zich verbeterd of heeft hij met het gevarieerde 'Air Machine' op z'n minst het hoge niveau van vorige albums weten te continueren. En dat is een groot compliment waard want als er iets moeilijk is, is het aan de top blijven. En daar blijft hij wat mij betreft: met stip! Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Bezetting:
Frank van Bogaert - Grand Piano, electric piano, synthesizers, string arrangements, bass, percussion and drum programming, vocals on 'Breathe'.
Erik Wøllo - electric and acoustic guitars, guitar synthesizer
Marcus Weymare - drums
Walter Mets - percussion
Rudy 'Mindgames' vander Veken - additional guitar on 'Insomnia'
Discografie:
Colours (1998)
Geographic (1999)
Docking (2000)
Human (2002)
Closer (2004)
One out of Five (2006)
Nomads (2007)
Air Machine (2009)
Wat een week ... CD
RIPPER - The Dead Have Rizen (2009)
Men noemt het 'Horror Metal' ...
... maar dat valt in zijn uitwerking op 'The Dead Have Rizen' (zo schrijf je het echt ...) wel mee. Ik zou liever spreken van hard rock á la Black Sab- bath waarbij de de horror-touch met name wordt verzorgd door de creepy-teksten waar de agressie van afdruipt en door de karakteristieke, enigs- zins voorspelbare sombere hoes met een kruis en van bloed druipende typografie.
Ripper is sinds 1986 van het front verdwenen en is nu weer helemaal terug met dit nieuwe album, onder leiding van Rob Graves (guitar, vocals) en vakkundig geassisteerd door Grammy-winnaar Stephen Bogle (shredder guitar, keyboards) en de ritmetandem Alan D'Angelo (bass, vocals) en Don Ramirez (drums, vocals). 'Nieuw' hoewel de tracks al in 1987 werden ge- schreven, vlak na het vorige album 'And the Dead Shall Rise'.
Toen ik de promo ontving sloeg mij de angst om het hart. Zou ik dit soort muziek wel weten te waarderen? Het antwoord is bevestigend: een prima album, gezet in een rijke en volle produktie, met veel power gespeeld en met duidelijke Sabbath-invloed al refereren de schaarse relatief rustiger passages ook aan Uriah Heep. Door de cover 'God of Thunder' van Kiss is ook dat verband gelegd.
Een hard maar lekker album van deze Texanen dat vooral als er moet worden afgereageerd na de dagelijkse beslommeringen zijn functie bewijst. De een gaat hardlopen of fietsen, de ander wordt uiteindelijk weer rustig door Ripper. Goed dat Black Widow Records de band deze kans gaf na zoveel jaren. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 22)
Wat een week ... CD
MAHAVISHNU ORCHESTRA- VotEB (1975)
De titel doet hemelse sferen vermoeden ...
... en bij sommige nummers kun je je daar gemakkelijk in wanen. Om ver- volgens weer met beide benen op de grond gezet te worden via een stevige funk-basis.
Bandleider/gitarist John McLaughlin opereert op 'Visions of the Emerald Beyond' met de tweede line-up van de formatie, die in 1971 als één der eersten zorgde voor een sublieme versmelting van muziekstijlen: fusion. Jazz, rock, modern klassiek en dan ook nog eens Indiase invloeden, het is allemaal terug te horen in de muziek, die bol staat van instrumentale virtuositeit.
Het vergt af en toe een grote concentratie van de luisteraar om enige struc- tuur te ontdekken in de complexe brij van gitaar-, viool- (Jean-Luc Ponty) en drumgeluid (Michael Walden). Maar als je doorzet, dan heb je ook wat. Het album kent als tegenwicht ook vele rustige passages, waarbij de band ondersteund wordt door een klein strijkensemble.
Voor velen heeft de eerste line-up van Mahavishnu Orchestra de voor- keur (met o.a. Billy Cobham, Jerry Goodman en Jan Hammer), maar ook op 'Visions of the Emerald Beyond' wordt een niveau bereikt dat recht doet aan de albumtitel. Peter Swart (wat een week 22)
simakDIALOG - Demi Masa (2009)
Label: Moonjune Records
Bandsite: http://www.myspace.com/simakDialog
Duur: 70:35
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
De dBase van ProgLog AFTERglow is rijkelijk gevuld met vele bekende en onbekende bands uit de traditionele en minder-traditionele proglanden. Indonesië ontbrak echter nog op deze progressieve landkaart. Dat onont- gonnen gebied heb ik nu ontdekt via de uitstekende jazz-rockband simakDialog.
simakDIALOG bestaat al enige tijd en wordt allerwegen geroemd om haar smaakvolle en sfeervolle jazz-rock met Canterbury-invloed (Egg, National Health, Hatfield and the North maar dan zonder zang). Deze associatie is vooral te danken aan het virtuoze spel op de elektrische piano van Riza Arshad waarmee hij met name door zijn aanslag het geluid van Dave Stewart en David Sinclair benadert, al is Chick Corea ook niet ver uit de buurt. Naast de uit duizenden te herkennen 'Canterbury-touch' moeten de logische referenties aan de Indonesische cultuur worden genoemd. Vooral in de ritmes en de percussiebijdragen op dit album waart de stille kracht van de Gamelan rond.
'Demi Masa' is het vijfde album van simakDIALOG en is ronduit sterk. Niet wereldschokkend maar met overtuigende, gelaagde composities maakt de band melodieuze jazz-rock die technisch virtuoos wordt uitgevoerd en helder geproduceerd is. En het zijn vooral de relatief lange solo's van gita- rist Tohpati en toetsenist Arshad die mij zeer aanspreken. De band schiet alle kanten op, gaat af en toe lekker loos, heeft ook oog voor de noodzake- lijke rustpunten en voorkomt oeverloos gefreak door altijd de rode draad van de compositie in het vizier te houden. Dit komt vooral doordat genoemde solisten het gehele muziekstuk goed overzien en aanvoelen wanneer het soleren genoeg is.
Hoogtepunten vormen vooral het vijftien minuten durende tweeluik 'Tak Jauh Pertama' en 'Tak Jauh Kedua' en het bijna tien minuten durende drieluik 'Trah Lor (Northern People)' waarin niet alleen het hele jazz-rock palet wordt gebruikt maar ook de smaakvolle integratie met de rijke Indo- nesische cultuur opvalt. Heel knap gedaan en in balans want anders zou het gevaar bestaan dat de gemiddelde Westerse progliefhebber zou afha- ken. Etnische jazz-rock van hoge kwaliteit is het resultaat.
Het uitstekende, enigszins extravagante label Moonjune Records heeft met 'Demi Masa' van simakDIALOG wederom een prachtige release op haar naam staan die nog regelmatig uit de kast zal komen. En het leuke is, het album doet mij ook weer grijpen naar het briljante 'The Rotters Club' van Hatfield en het sterke 'The Polite Force' van Egg. Draai ik die ook weer eens, na het stof te hebben weggeblazen. Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Discografie:
Lukisan (1996)
Baur (1999)
Trance/Mission (2002)
Patahan (2005)
Demi Masa (2009)
Bezetting:
Riza Arshad - Fender Rhodes electric piano, Yamaha acoustic grand piano, Oberheim OBX analog synth
Tohpati - electric and acoustic guitars
Adhithya Pratama - bass guitar
Endang Ramdan - lead Sundanese kendang percussion, tambourine, claps, toys, vocals
Erlan Suwardana - Sundanese kendang percussion, claps, toys, vocals
with guests:
Emy Tata - Sundanese kendang percussion, claps, toys, vocals
Mian Tiara - vocals
Dave Lumenta - soundscapes
Wat een week ... CD
IQ - Frequency (2009)
Symfonische bloedarmoede en muzikaal autisme ...
... zo zou ik het nieuwste album van IQ willen karakteriseren. Want wat een aaneenschakeling van symfonische clichés van een bovendien zich- zelf kopiërende band horen we op 'Frequency' , wars van enige nieuwe invloed, alsof de progressieve muziek de afgelopen decennia volledig heeft stilgestaan.
Neem het openings- en tevens titelnummer: een ritme dat ik, laat ik voorzichtig zijn, al tientallen malen op een of ander symfoalbum voorbij heb horen komen en een melodielijn die me wel erg bekend voor komt. Het enige wat op dit album nog enigszins anders klinkt zijn de keyboards van nieuwkomer Mark Westworth die moderner geluiden uit zijn toetsen haalt dan de vertrokken Martin Orford. En vooruit: 'Stronger Than Friction' is steviger dan wat we gewend zijn van IQ. Voor de rest: koekoek ene saaie dreun.
Is het dan helemaal niets? Ach het klinkt allemaal best mooi, de produk- tie is goed, de stem van Nicholls is nog steeds karakteristiek en op ni- veau, de mannen kunnen prima spelen maar gaap, gaap, gaap!!!!! En wat doen de andere kritici: die papegaaien elkaar na, zoals altijd, en lijken wel bang om een band van naam naar het hiernamaals te zenden. Ik niet. Ik zou zeggen "stoppen".
Waarom dan toch 'Frequency' als 'WeekCD' benoemen? Gewoon, om u te informeren dat er een nieuw album is van oudgediende IQ, niet meer en niet minder. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 21)
Wat een week ... CD
PHIL COLLINS - Both Sides (1993)
Phil Collins trok zich terug op 'zolder' ...
... en vond daar afleiding en rust in een roerige tijd: zijn tweede huwelijk was gestrand en ook de chemie tussen de leden van Genesis was opge- droogd, hetgeen niet veel later tot zijn (tijdelijk) terugtreden leidde.
De homestudio werd een toevluchtsoord: "it was during this time that I realised that the real fun te be had was actually in my little 12 track demo room." Collins schreef er nieuw materiaal, speelde alle instrumenten zelf in en het eindresultaat, zijn vijfde soloproduct, werd vooral een persoonlijk al- bum. Het kent een ingetogen atmosfeer, is bij tijd en wijle somber, don- ker, kritisch en zeker minder hitgevoelig dan de eerdere platen, al was de single 'Everyday' nog aardig succesvol.
Een buitenbeentje in het oeuvre van Phil Collins dus, moeilijk te plaatsen. Fans van zijn solowerk zijn sterk verdeeld, fans van het Genesis van Col- lins kunnen er misschien enkele mooie dingen in ontdekken. In ieder geval laat Collins het belang van componeren en musiceren zien bij de verwer- king van nare zaken, want "all in all it's the most enjoyable album I've ever made." Peter Swart (wat een week 21)
Copernicus - disappearance (2009)
Label: Moonjune Records
Bandsite: www.copernicusonline.net
Duur: 74:15
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Laat ik maar direct met een waarschuwing in huis vallen: de muziek op 'disappearance' (moet zonder kapitaal geschreven!) van Copernicus is ultieme progressieve muziek voor 'die-hards'. Je vindt het goed of verschrik- kelijk, tussenwegen zijn echter niet mogelijk.
Copernicus is de artiestennaam voor Joseph Smalkowski, een New York- se avant-garde dichter op leeftijd die tevens keyboards speelt en regelmatig optreedt met een bizarre band waarvan de leden ook op deze schijf acte de presence geven. U begrijpt het al, we hebben hier dus te maken met poë- zie - hoewel ik dat label te lieflijk vindt klinken voor de dichterlijke emotio- nele en filosofische erupties van Copernicus - ondersteund door progres- sieve muziek die grotendeels, tijdens het reciteren van de teksten en ge- dichten door Copernicus, improviserend tot stand is gekomen. Absolute maar indrukwekkende gekte is het gevolg, een gekte die door de rake tekst- en echter tot nadenken aanzet.
'disappearance' handelt over de tragiek van de mens als bedoeld of onbe- doeld maar in ieder geval nietig onderdeeltje van dat immense en onbe- grepen universum: "Bow Your Head to the Up Quark, Bow Your Head to the Electron Neutrinho". Maak een buiging voor de "Twelve Subatomic Particles" jij nietige creatie!
Soms denk je dat Copernicus op dat universum en de mens een lofzang afsteekt maar veel vaker wordt duidelijk dat hij de ondergang van de soort 'homo sapiëns' en hoogstwaarschijnlijk ook de aarde observeert en beschrijft. We denken dat we zo slim zijn, zo superieur, zo machtig maar, declameert Copernicus indrukwekkend in de derde track, "Ninety-six per- cent of all matter in the Universe cannot be perceived by Humanity", wij zijn "The Blind Zombies of Ignorance". Zo is het. Dat zal ik binnenkort de omhooggevallen chique waar ik helaas af en toe mee te maken heb eens onder de neus wrijven ...
Joseph Smalkowski heeft een krachtige en prachtige donkere stem, zo'n sterke microfoonstem zoals Zappa die ook had. Er zijn trouwens toch wel parallellen te trekken zowel muzikaal als tekstueel met Zappa. Maar nog meer met Captain Beefhaert, wiens geest duidelijk rondwaart in de compo- sities en teksten op dit album.
Muzikaal is het 'weird' met rare geluiden, intro's die outro's blijken te zijn, melodieën die toevallig zijn, toevalligheden die een rake melodie opleveren, gitaarsolo's die afgebroken worden maar toch ook weer niet, opvallende ritmes die toch slechts een bijrol spelen omdat de hoofdrol wordt gespeeld door de stem van Copernicus en zijn rake tekstuele analyses van de mens en de aarde. Kortom, de luisteraar wordt regelmatig op het verkeerde been gezet.
'disappearance' bevat muziek voor de liefhebber want ik kan mij voor- stellen dat er mensen zijn die hier volledig op afhaken. Ik niet, ik vind het briljant. En dan te bedenken dat de man sinds 1984 al acht van dit soort albums heeft gemaakt en ik nu pas van hem hoor. Als hij dat zou weten zou hij mij ongetwijfeld een 'Blind Zombie of Ignorance' noemen. Pas op, laat u dat niet gebeuren! Harry 'JoJo' de Vries (06-2009)
Bezetting:
Copernicus - poetry, lead vocals, keyboards
Pierce Turner - musical director, Hammond B3 organ, acoustic piano, vocals, percussion
Larry Kirwan - electric guitar, vocals
Mika Fazio - electric guitar
Bob Hoffnar - steel guitar
Raimunde Penaforte - violin, acoustic guitar, bandolin, percussion, vocals
Cesar Aragundi - electric & acoustic guitar
Fred Parcells - trombone
Rob Thomas - violin
Matty Fillou - tenor saxophone, percussion
Marvin Wright - bass guitar, electric guitar, percussion
George Rush - tuba, contrabass, bass guitar
Thomas Hamlin - drums, percussion
Mark Brotter - drums, percussion
Discografie:
Nothing Exists (1983)
Victim of the Sky (1986)
From Bacteria (1986)
Deeper (1987)
Null (1990)
No Borderline (1993)
Immediate Eternity (2001)
Immediate Eternity II (2005)
disappearance (2009)
Wat een week ... CD
STEVE HACKETT - Genesis Revisited (1996)
Steve Hackett als hoeder van het Genesis-erfgoed ...
... als dat maar goed gaat. De riskante onderneming kent hoogtepunten en enkele teleurstellingen. Een arsenaal aan topmusici, aangevuld met leden van het Royal Philharmonic Orchestra, brengt prachtige vertolkingen van 'Watcher of the Skies' (met robuuste zang van John Wetton) en an- dere Genesis-klassiekers.
Hackett zoekt gedurfd het avontuur door het oermateriaal hier en daar stevig te bewerken. Het levert onder meer een schitterende nieuwe inlei- ding op tot zijn beroemde gitaarsolo in 'Firth of Fifth' en 'The Fountain of Salmacis' wint zelfs aan diepgang. Muzikaal gezien dan, want helaas meent Hackett hier dat zijn stem die van Peter Gabriel kan vervangen. Niet dus, en zo zijn er helaas nog enkele momenten waarop hij de luiste- raar de wenkbrauwen laat fronsen.
Uit geschiedkundig oogpunt is het nummer 'Déja Vu' waarschijnlijk het meest interessant: een song waar Gabriel in de 'Selling England'-periode aan begonnen is en die Steve voor dit album mocht afmaken. Een mooi arrangement, een stralende gitaarsolo en sterke zang van Paul Carrack. Dit nummer ooit nog eens uitgevoerd te zien door de klassieke Genesis-line up ... Peter Swart (wat een week 20)