Wat een week ... CD
JOHN MARTYN - Grace & Danger (1980)
'Big Muff' is niet meer ...
... twee dagen geleden overleden, onbekend waaraan maar ik schat in aan 'Weltschmerz' na een leven vol alcohol, drugs, een geamputeerd been, verloren relaties en andere ellende. Terwijl John Martyn tegelijkertijd een prachtige catalogus met folk- en bluesgerichte albums heeft nagelaten, misschien wel daardoor. Een catalogus waarin 'Inside Out' (1973), 'Solid Air' (1973), 'Sunday's Child' (1975) en 'Live at Leeds' (1975) mijn favorieten zijn. En natuurlijk 'Grace & Danger'.
Als ik naar de bijgaande foto's kijk was er wel wat veranderd in de loop der jaren maar wat bleef, tot twee dagen terug, was de ongekende kracht van zijn muziek, zijn ongeëvenaarde en uit duizenden herkenbare stem, zijn eigengereidheid en zijn imponerende optredens waarvan ik er ooit in Rot- terdam een mocht bijwonen ten tijde van de release van dit briljante al- bum 'Grace & Danger', waarop o.a. zijn vriend Phil Collins (drums, back- ing vocals) en John Giblin (bas), ook al Brand X, meespelen
'Grace & Danger', een titel die als metafoor kan dienen voor 's mans muziek enerzijds en enerverend leven anderzijds. Met het prachtige en vooral tekstueel rake 'Some People are Crazy' - ik ken er wel een paar - de niet te vermijden titeltrack, het vuile en zompige 'Johnny Too Bad' en de ingetogen en breekbare tracks 'Sweet Little Mystery' en natuurlijk 'Hurt in Your Heart'.
John Martyn overleden, wederom een groot verlies. Ik heb hem gister- avond en zal hem vandaag eren met het luisteren naar zijn aparte muziek. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 05)
Wat een week ... CD
YES - Yes (1969)
De eerste van Yes ...
... gaat nog alle kanten op. Drummer Bill Bruford beweert dat hij in de beginperiode van de band dacht dat Yes een jazzgroep zou worden. Een ogenschijnlijk vreemde uitspraak, maar luister eens naar 'I see you', een Yes-bewerking van een antieke Byrds-song: pure jazz, met karakteristiek genre-spel door Bruford en Peter Banks (gitaar). Yes leefde zich vaker uit op materiaal van anderen. Zo is op het debuutalbum ook een fraaie inter- pretatie te beluisteren van de Beatles-song 'Every little Thing'.
Kiemen van de uiteindelijke koers van de band vinden we terug in num- mers als 'Yesterday and Today' (een prachtige Anderson-ballad) en vooral in het finalestuk 'Survival'. Hierop bereiken de bandleden een hoog muzi- kaal peil in een doorwrochte compositie vol spanning en variatie. Vanaf de start besteedde Yes veel energie aan de vocalen. Direct al meerstem- mige zang met een zelfverzekerde Jon Anderson (hier nog 'John' Anderson genaamd) als centrale figuur.
Yes was gecontracteerd door het Amerikaanse Atlantic, gelijktijdig met Led Zeppelin, die andere Britse hoop van dat jaar. Nog enige tijd zou Yes in de schaduw van Page & Plant verkeren om definitief door te breken met hun derde plaat 'The Yes Album'. Peter Swart (wat een week 05)
Chris Stassinopoulos – Light in the Dark (2008)
Label: Christass Records
Bandsite: www.myspace.com/chrisstassinopoulos2
Duur: 65:58
Reviewer: Harry ‘JoJo’ de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Chris Stassinopoulos is een voor mij volslagen onbekende artiest – zoveel prog en symfo komt er immers niet uit Griekenland – maar volgens de bij de promo gevoegde en handgeschreven (…) infoslip heeft hij zijn muzikale progressieve sporen ruimschoots verdiend in eigen land o.a. door samen- werking met Vangelis. Maar ook daarbuiten schat ik in want hij speelde niet alleen met Cyrille Verdaux’ Clearlight Symphony maar hij heeft op ‘Light in the Dark’ toch een aantal respectabele namen weten te strik- ken zoals David Cross op viool (ex-King Crimson), Hugh Hopper op bas (ex een heleboel maar in ieder geval ex-Soft Machine) en Barry Finnerty op gitaar (ex-Miles Davis). Stassinopoulos bespeelt zelf de drums en key- boards.
Op ‘Light in the Dark’ is sprake van gitaar- en toetsengeoriënteerde jazz en jazz-rock met af en toe invloeden vanuit de genoemde bands en in alge- mene zin, niet in de laatste plaats door de manier waarop Stassinopoulos de elektrische piano beroert, Canterbury-invloeden.
Tot zover het positieve. Nu de andere kant. Het valt mij allemaal niet mee. En voor zover ik het kan beoordelen ligt dat niet zozeer aan de techni- sche kwaliteiten van Stassinopoulos, al helemaal niet aan de competente bekende namen, zelfs de composities zijn acceptabel maar is het toch vooral te wijten aan de produktie en de mix. Die zijn namelijk rommelig. De drums staan onevenwichtig in het geluidsspectrum, de synergie tussen de drums en de rest van de instrumentatie lijkt regelmatig ver te zoeken en het geluid klinkt her en der blikkerig waardoor het allemaal wat amateuristisch overkomt. Terwijl de jarenlange ervaring van de projectleden hier haaks op staat. Kortom, het geheel geeft de indruk van een haastklus – studio- kosten? – dan wel een low-budget project.
En dat is jammer want er staat wel degelijk een aantal acceptabele tracks op zoals opener ‘Ancient Civilization’ dat een pakkend thema kent op synths maar zich thematisch verder nauwelijks ontwikkelt. Ook hier hebben de drums moeite de juiste kadans te vinden. Een metronoom zou er tureluurs van worden. Het antwoord van de artiest zal ongetwijfeld zijn dat dat de bedoeling was: a-tonisch, syncopatisch enzo. Dat zal dan wel maar het bekt niet. ‘Universal Harmony’ is goed vooral door de prima saxpartijen van Alex Foster (o.a. Paul Simon, Paul McCartney en tourde met Jaco Pastorius!!), waardoor er een Weather Report sfeertje ontstaat, en de gitaarlicks van Finnerty. Ook hier slaan de drums echter op hol of zijn zoekende en loopt de track uiteindelijk verkeerd af.
En zo zou ik wel door kunnen gaan. Rode draad in de kritiek is dat de composities aardig tot goed zijn maar dat de eindmix matig is en ik voorzichtig het gevoel opper dat er sprake is van niet zo goed uitgepakt knip- en plakwerk van op afstand aangeleverde partijen. Als dat beter zou zijn verzorgd, kwam ik waarschijnlijk op ‘goed’. Nu blijf ik steken op een schamele twee JoJo’s … matig dus. Sorry, Chris! Harry ‘JoJo’ de Vries (01-2009)
Bezetting:
David Cross - violin
Hugh Hopper - bass
Alex Foster - sax
Barry Finnerty - guitar
Joe Berger - guitar
Alekos Karandas - guitar, keyboards
Stelios Frederikos - guitar
George Gavalas - bass
Maria Kotsiri - xylophon
Kostas Karamitros - drums
Discografie:
Space Exploration (2004)
Space Exploration (Volume 2) (2004)
Space Exploration (Volume 3-The Voice Of The Rhythm) (2004)
From Ancient Civilizations To The Future (2007)
Light in the Dark (2008)
Wat een week ... CD
JEFF BECK - Live at Ronnie Scott's Jazz Club (2008)
'Alive and Kicking' ...
... dat mag ik toch wel concluderen na beluistering van dit live-album van de legendarische gitarist Jeff Beck. Die dit jaar toch echt de pensioenge- rechtigde leeftijd bereikt. Het is hem wel aan te zien maar niet te horen want de gitaar wervelt, kreunt, steunt, verbeeldt en trekt strepen dat het een lieve lust is.
Per saldo is Beck altijd een solo-artiest geweest. Zijn verblijf in The Yard- birds, waar desondanks toch altijd aan wordt gerefereerd, duurde maar anderhalf jaar. Daarna opereerde hij altijd onder zijn eigen naam en omring- de hij zich op gezette tijden met grote namen. Dat valt hier overigens wel mee, al mag Zappa's Vinnie Colaiuta tot een bekende artiest worden gerekend.
Het album is opgenomen tijdens een aantal avonden in de gerenoveerde Londense Ronnie Scott's jazz-tempel, een club waar ik een paar jaar terug ook was. Een likje verf was wel nodig maar naast de verschaalde bierlucht rook het naar legendarische artiesten en optredens.
Beck kiest voor een setlist van eigen nummers maar ook voor covers van o.a. Stevie Wonder. Laat u daar niet door afschrikken want het is over de gehele linie jazz-rock dat de klok slaat. Uitschieters vormen het veel te korte 'Eternity's Breath' van Mahavishnu Orchestra en Beck's eigen compo- sities 'Stratus' en 'Scatterbrain'.
Het gehele album laat horen dat Beck de snarenkunst niet is verleerd, waarbij hij wordt ondersteund door een puike band die, net als Jeff Beck zelf, af en toe wat steekjes laat vallen. Maar dat hoort nu eenmaal bij een live-album van een artiest die niet gaat voor perfectie maar voor gevoel. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 04)
Wat een week ... CD
KAIPA - Notes from the Past (2002)
Een cd van tachtig minuten ...
... is nauwelijks in één luisterbeurt uit te zitten. En zeker als het openings- en slotnummer dezelfde titel dragen als het totale album, dan zoek je naar verbanden, een concept, een rode draad. En die vind je niet bij fragmenta- risch luisteren.
Kaipa was een Zweedse symfoband in de zeventiger jaren onder aanvoe- ring van gitarist Roine Stolt en toetsenist Hans Lundin. In 2000 vond de hereniging plaats met als resultaat 'Notes from the Past'. Lundin compo- neerde de muziekmassa, waarin uiteindelijk Stolt het meest prominent naar voren komt met zijn sterke gitaarspel, dat velen inmiddels in de tus- senjaren hebben leren waarderen door zijn The Flower Kings.
Op bas horen we ook nog eens Jonas Reingold en de vergelijking met TFK is niet te vermijden. Beide bands putten uit eendere bronnen, dus: veel vlotte instrumentale stukken, teruggrijpen naar geluiden uit de toptijd van de symforock, sterke ritmische patronen, af en toe wat jazzrock, bijtende gitaarsoli. De persoonlijke noot van Lundin is waarschijnlijk te vinden in de sfeervolle rustiger nummers, waarbij hij zelfs zijn dochter laat opdraven om een gedicht in te spreken. En dat alles in een kenmerkend prachtige uitgave van InsideOut.
Ik zal nog veel moeten luisteren om de draad te vinden, me daarbij ver- heugen bij het briljante openings- en slotstuk en me verbijten bij langdra- dige passages die nergens heen gaan. 'Delete' een half uur muziek en je houdt een fantastisch album over. Peter Swart (wat een week 04)
Wat een week ... CD
ADIEMUS - Songs of Sanctuary (1995)
"This music is somewhere to escape to"...
... schrijft componist Karl Jenkins in het boekje van het eerste Adiemus-album. Muziek als plek om je naar te begeven als je even los wilt komen van de beslommeringen van het dagelijks leven. Een orkest met grote inbreng van de percussie-afdeling en daarboven de prachtige stem van de Zuid-Afrikaanse Miriam Stockley, die klanken voortbrengt zonder inhoude- lijke boodschap. De menselijke stem als volwaardig muziekinstrument. Je kunt het wereldmuziek noemen, of new age, of klassiek met tribale en Keltische invloeden.
Misschien was het project ook voor Karl Jenkins zelf een vlucht, maar dan wel een hele succesvolle (de teller staat inmiddels op vijf originele Adiemus-werken). Jenkins kennen wij immers toch in eerste instantie van zijn periode bij Soft Machine, waarvan hij het 'leiderschap' overnam van Mike Ratledge, die overigens aan deze eerste Adiemus een bijdrage heeft geleverd. Beiden grondig geschoold in de klassieke muziek, uitvliegend naar de jazz/progrock, maar de klassieke 'roots' blijven blijkbaar trekken. Peter Swart (wat een week 03)
Wat een week ... CD
STANLEY CLARKE - Schooldays (1976)
Een belangrijke release ...
... naast albums uit die tijd van Mahavishnu Orchestra, Return to Forever, Brand X en Soft Machine, voor de ontwikkeling van de jazz-rock. Stanley Clarke werd hier bijgestaan door de groten uit die hoek zoals George Duke, John McLaughlin, Steve Gadd, David Sancious, Billy Cobham en ga zo maar door.
En Clarke natuurlijk zelf, een gigant op bas, bekend geworden door zijn kleine en korte elektrische bas en zijn bijzondere techniek die bestaat uit het neerzetten van de vingers in een positie die tot dan toe alleen werd gevolgd bij het spelen van de contra-bas. Daarnaast gebruikte hij de 'slap-techniek' waarbij hij neerwaarts aanslaat met de gehele hand en twee snaren met de nagels. Deze speelwijze leidt tot een karakteristiek geluid dat op 'Schooldays' meerdere malen te horen valt maar zijn absolute be- kroning krijgt tijdens de bassolo in het titelnummer, dat swingt als de nete en kippenvel geeft als hij soleert.
Voor liefhebbers van jazz-rock is 'Schooldays' een niet te missen item in de verzameling en wat mij betreft dertig jaar nadien nog steeds 'state-of-the-art'. Jammer dat Colombia Jazz op alle remasters de onhebbelijke ge- woonte heeft zijn logo pal op de originele hoes te drukken en een lelijk kadertje met 'Digitally Remastered' neer te zetten. Een deel van het origi- neel gaat daardoor zelfs verloren. Een aantasting van de integriteit van de originele ontwerper. Ik zou het niet pikken. Vandaar dat ik uit protest de originele hoes publiceer en niet het herontwerp. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 03)
Wat een week ... CD
ALEX MAGUIRE SEXTET - Brewed in Belgium (2008)
Weer zo'n prima uitgave van ...
... Moonjune Records, dit album 'Brewed in Belgium' van het Alex Maguire Sextet. Daar grossiert het label in, in uitstekende progressieve en crea- tieve releases.
Alex Maguire is een begenadigd toetsenist die o.a. met Elton Dean speelde, een paar jaar onderdeel uitmaakte van het geherformeerde en le- gendarische Hatfield and the North en met Hatfield's Phil Miller mede-op- richter is van InCaHat. Het etiket 'prog-jazz', dat in het begeleidende pers- bericht wordt genoemd, dekt de lading van dit album prima met daarin verwerkt de Canterbury-achtergrond van Maguire.
Het album bevat live-opnames gemaakt voor de VPRO-radio, opgenomen in oktober 2007 en in november uitgezonden door het uitstekende Radio 6 programma 'De Wissel' dat iedere donderdagavond te beluisteren valt. In het sextet spelen o.a. Michel Delville (synth guitar), Jean-Paul Estiviénart (trompet en flugelhorn), Damien Polard (bass) en Laurent Delchambre (drums), allen bekend van de verfrissende en vernieuwende band The Wrong Object.
'Brewed in Belgium' opent dramatisch en indrukwekkend met het door Maquire aan Elton Dean opgedragen 'Psychic Warrior' dat met name be- staat uit briljant en emotievol akoestisch pianospel. Daarna barst de band los met het springerige 'John's Fragment' dat fragmenten bevat tegen de 'free-jazz' aan. Overigens is het materiaal op het album deels uitge- schreven en aangevuld met improvisaties. De band is echter zo op elkaar ingespeeld dat die scheidslijn nauwelijks te horen valt.
Mijn favoriet binnen de zes tracks is het vijftien minuten durende 'Saturn' van de hand van Estiviénart waarin een denkbeeldige reis wordt gemaakt langs de traditionele jazz, de jazz-rock, de free-jazz en weer terug; een reis waarin alle 'jazzhuisjes' worden aangedaan.
Hoewel het geluid goed is maar her en der wat dof, heeft Alex Maguire met 'Brewed in Belgium' een niet altijd even gemakkelijk maar hoogstaand album uitgebracht dat smaakt naar meer. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 02)
Wat een week ... CD
YES - 90125 (1983)
Je wilt er eigenlijk niet aan ...
... als liefhebber van de 'oude' Yes-muziek. Maar '90125' is het meest succesvolle album uit de hele catalogus en 'Owner of a Lonely Heart' de grootste hitsingle. Toen ik afgelopen week de cd in de auto afspeelde zei mijn zoon van dertien al direct bij de openingsmaten "hé, dat liedje ken ik!" Hij kon me niet zeggen welke band het uitvoerde. Het Yes-instituut gede- gradeerd tot anonieme hitfabriek.
1981: Yes was op sterven na dood, zelfs Jon Anderson was opgestapt en Steve Howe hervond zichzelf in Asia. En toen kwam opeens de Zuid-Afrikaanse multimuzikant Trevor Rabin naar Londen. Rabin, reeds een poplegende in eigen land, wist zich prima aan te passen, schreef pakken- de songs, liep Chris Squire en Alan White tegen het lijf en de band Cinema was geboren. Tony Kaye, Yes' toetsenist van het eerste uur, werd benaderd en toen het album bijna klaar was dacht iemand "laten we Jon Anderson vragen". Cinema werd omgedoopt tot Yes en het succes was daar.
De 'oude Yes'-fanaten halen hun hart op bij het slechts twee minuten durende instrumentale 'Cinema', de andere nummers ontlokken bij aandachtige beluistering via de koptelefoon wellicht reacties als "toch wel aardig gedaan", want producer Trevor Horn heeft er een mooie eindmix van gemaakt. Maar eigenlijk wil je er natuurlijk niet aan ... Peter Swart (wat een week 02)
Wat een week ... CD
THE SYN - Armistice Day (2006)
Sterke melodielijnen ...
... kenmerken naar mijn mening de muziek van de in 2005 heropgerichte band The Syn, de band waarin Chris Squire speelde voordat hij toetrad tot mastodont Yes. Het album 'Syndestructible' (2005), vond ik zeer goed vooral ook door die pakkende refreinen en 'back to basic setting'.
Op 'Armistice Day' is sprake van akoestische liveuitvoeringen in de studio zowel van bekende tracks als twee nieuwe tracks, gespeeld door oudge- dienden Steve Nardelli (zang) en Chris Squire (bas), Alan White op drums en de twee nieuwkomers Shane Theriot en Gerard Johnson op keys en gitaar. Hoewel de mix soms wat rommelig is en er wat schoonheidsfoutjes in de uitvoeringen zijn blijven zitten maakt dat de schijf juist aantrekkelijk. In ieder geval iets wat Yes nooit zou doen, die slijpen tot het spiegelglad is, maar ik mag dat wel.
Nardelli is nog steeds een sterke rockzanger met een lekker ruw timbre terwijl de gevoelige passages hem ook goed af gaan. En dan die sterke melodielijnen in bijv. 'Silent Revolution', mijn favoriet 'Cathedral Of Love' en 'Golden Age'. The Syn heeft met 'Armistice Day' wederom een lekkere rockplaat afgeleverd. Ga zo door mannen en maak vooral geen ruzie meer. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 01)
Wat een week ... muziekboek
CHRIS WELCH - Close to the Edge, The Story of Yes (1999)
Na de toetreding van ...
... gitarist Steve Howe betekende het derde album, 'The Yes Album', in 1971 de definitieve doorbraak van Yes. Ter promotie werd de band op tournee gestuurd met de Amerikanen van Iron Butterfly. De bands konden het goed met elkaar vinden en de concerten eindigden steevast in een gezamenlijke jamsessie. Zo ook het optreden in Eindhoven: om drie uur 's nachts begon de bijzondere toegift en "... this incited the fans to leap on stage and start a wild version of Dutch idiot dancing".
Deze anekdote is terug te vinden in de uitgebreide biografie van Chris Welch over Yes. Welch is een gerenommeerde Engelse popjournalist en schreef vanaf hun prille begin positief over de band in de 'Melody Maker' . De auteur werd een bekende van de groep en was vaak aanwezig bij op- tredens en studiosessies. Zo was hij getuige van de kaakslag die Bill Bruford verkocht aan Chris Squire, ter afsluiting van een woordenwisseling over een al dan niet verkeerd gespeelde passage.
Dankzij de betrokkenheid van Welch wordt de lezer met gemak het instituut 'Yes' binnengezogen en worden fans getrakteerd op een kleine driehonderd bladzijden vol anekdotes, feiten, uitspraken en bespiegelingen van een ieder die ooit deel mocht uitmaken van de Yes-familie. En dát zijn er nogal wat. De vele gedaanteverwisselingen van de band worden gedetail- leerd besproken, waarbij behoorlijk wat kritische noten gekraakt worden want Yes was en is een band waarbinnen meerdere ego's streden om de hoofdrol en 'wie niet meekon, kon zijn spullen pakken'.
Het is de verdienste van Welch dit alles bespreekbaar te krijgen in inter- views zonder dat het plat wordt. Zijn respectvolle houding blijkt onder meer uit de terughoudendheid waar het de privélevens van de deelnemers be- treft. Je voelt dat er een enorme spanning onder zit (zo mocht in latere tijden Chris Squire het huis van Jon Anderson niet betreden omdat de echtgenoten van de heren elkaar niet konden uitstaan), maar de thuis- situaties blijven on(der)belicht. Toch wel jammer.
Een minpunt vind ik het feit dat Welch vooral aan de buitenkant van de muziek blijft. Natuurlijk wordt ieder album uitgebreid besproken, maar wie geïnteresseerd is in de totstandkoming van melodieën, thema's en teksten vindt hierover helaas weinig terug.
Maar goed: Chris Welch heeft ons een een schitterend werk geschonken, een lust en een 'must' voor iedere Yes-fanaat die zijn kennis van de band wil ophalen of vergroten. Peter Swart (wat een week 01)