Wat een week ... CD
JAN AKKERMAN - Jan Akkerman (1977)
"Beter één perfect gespeelde noot ...
... dan een vingerbrekende solo zonder kop of staart". Iets in die trant hoorde ik ooit Jan Akkerman op televisie zeggen, en dat vond ik een indrukwekkende uitspraak voor een meestergitarist, die zowel lyriek als virtuositeit als kerneigenschappen bezit. Na Brainbox en Focus heeft Jan Akkerman een imposante solocarrière opgebouwd die getuigt van een brede muzikale bagage. Het gaat van rock tot klassiek en van blues tot prog.
Het album dat slechts zijn eigen naam draagt is er één in het jazz-rock genre en kent een dusdanige kwaliteit dat het zich moeiteloos kan voegen bij de top van de jazz-rock wereld uit de zeventiger jaren. Melodieuze passages, sfeervolle gitaarsolo's en af en toe gaat de muziek helemaal los, om weer terug te keren tot verstilde momenten met mooi gearrangeer- de strijkers. Met dat laatste roept de muziek bij mij de sfeer in herinnering van de solo-albums van Stanley Clarke uit die jaren. Eigenlijk schande dat het album nog nooit fatsoenlijk geremasterd is. Peter Swart (wat een week 44)

Volume 9:
Pink Floyd - Echoes (1971)
Een signaal van verre oorsprong dringt de Melkweg binnen, bereikt de randen van ons zonnestelsel, trekt voorbij de buitenplaneten, wordt opge- pikt door een ruimtesonde dat het verder geleidt tot in de atmosfeer van de Aarde, alwaar het eindigt
“deep beneath the rolling waves
in labyrinth of coral caves,
the echo of a distant time
comes willowing across the sand.”
Dit is het beeld dat de dvd ‘Live at Pompeï’ oproept tijdens het minutenlan- ge intro van ‘Echoes’. Wellicht een te romantische interpretatie van een song, dat een collage is van losse thema’s en toevallig verkregen geluiden. Zo liepen de heren wat verveeld rond in de studio, zat Rick Wright een beetje te rommelen met een synthesizer en toen zei Roger Waters “speel dat nog eens”. Het was het geluidje uit de opening.
Na het mysterieuze intro volgt de prachtige samenzang van David Gilmour en Rick Wright. Op een manier die Pink Floyd vaker bracht: een trage melodie, mooie woorden, een beetje op de achtergrond, een beetje onbe- grijpelijk (tempo: 1 kwartnoot = 66):

U moet het ritme met vrijheid benaderen, want zangers houden zich nooit precies aan strakke metriek. Het ziet er allemaal zo simpel uit, maar wat een mooie wending aan het eind van zin twee. Wright en Gilmour zingen de originele versie een halve toon lager, maar dan had ik u opgezadeld met zes kruisen en dan had u dagen moeten oefenen om deze progmelodie goed tussen de schuifdeuren uit te laten komen.
Na twee zangcoupletten volgt een klein thema, dat uit een studieboek deel 1 had kunnen komen, maar dat zó effectief is, dat het eindeloos door kan gaan zonder tot verveling te leiden (tempo: 1 kwartnoot = 66): 
Gitaristen en bassisten spelen het thema bij voorkeur een octaaf lager en terwijl de basis intact blijft wordt er, met name door Gilmour en Mason, volop gevarieerd. Tot nu toe stoelt de muziek slechts op een accoord of vier en deze vier blijven gedurende de hele epic doordreunen. Ook dit is kenmer- kend voor Pink Floyd en iets waarmee ze zich wisten te onderscheiden van tijdgenoten als Genesis en Yes. Na vele uitweidingen op deze basis belanden we aan het slot van ‘Echoes’ weer in ruimtesferen en mag de zangmelodie terugkeren voor een passend einde.
Misschien is het ruimteverhaal klinkklare onzin, want “It originally referred to the meeting of two celestial bodies, but perhaps because of Water’s increasing concerns that Pink Floyd was being pigeonholed as a space- rock band, the lyrics were rewritten to use underwater imagery instead.” Maar ach, is dat eigenlijk niet het mooiste dat er bestaat: een muziekstuk componeren, waarbij de luisteraar geprikkeld wordt de eigen fantasie aan te spreken? Peter Swart (10-2008)
Dit artikel verscheen ook in iO Pages nr 82
Wat een week ... CD
FRANK VAN BOGAERT - Nomads (2006)
Ongelooflijk dat ...
... een muzikant als Frank van Bogaert niet meer aandacht krijgt in het wereldje dat zich 'progressief' noemt. Komt dat doordat hij met name in de elektronische muziek actief is? In ieder geval doet hij wat mij betreft niet onder voor grote namen op dat gebied die het geluk kenden een hit te scoren (Jean-Michel Jarre) of in een vorig leven al bekend waren (Vangelis met Aphrodite's Child of Patrick O'Hearn bij Zappa).
Met 'Nomads' leverde Van Bogaert zijn zevende album af en naar eigen zeggen zijn meest conceptuele album. Op eerdere albums zoals 'Humans' was al sprake van een geweldige sound maar wat hij hier produktioneel laat horen daar kom ik superlatieven voor te kort. Je gaat onder in het geluid, maakt er deel vanuit, voelt de warmte en emotie om het zelfs na het luiste- ren niet los te kunnen laten. Zijn orkestraties zijn geweldig, de variatie is groot en de ritmes werken aanstekelijk.
Ook compositorisch is dit album rijk. Zoals het stuwende titelnummer met zijn verschillende lagen, voorafgegaan door een veelbeloven- de 'Ouverture', het dramatische 'Aquatopia' met veel piano en het enigszins beangstigende 'Blue Down There'. En 'last but not least' is dit album in een prachtig boekje gestoken, ontworpen door Pablo Magne, maar met een Hipgnosis-achtige schoonheid en mystiek.
Ik omarm de muziek van Frank van Bogaert, zoals ik de elektronische muziek van Klaus Schulze of Patrick O'Hearn omarm. Zij die dat onvol- doende doen weten niet wat ze missen. Wellicht dat ik met deze korte review een bescheiden bijdrage kan leveren aan de verdere ontdekking van deze Belgische muzikant. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 43)
Wat een week ... CD
GENESIS - Nursery Cryme (1971)
Genesis had het moeilijk ...
... na het vertrek van Anthony Phillips, die de spanning en het keurslijf van het bandleven wilde ontvluchten. 'Trespass' had gezorgd voor de doorbraak naar professionaliteit en men moest direct al op zoek naar een nieuwe gitarist en drummer (dan ook maar meteen grote schoonmaak houden). Opvolger 'Nursery Cryme' voldeed, zowel volgens de makers als de kritische Britse pers, niet aan de hooggespannen verwachtingen. De dragende nummers 'The Musical Box' en 'The Fountain of Salmacis' hadden hun wortels in de Phillips-periode, in de verse stukken werd te weinig progressie ervaren.
Desondanks blijft 'Nursery Cryme' heerlijk om naar te luisteren en is het toch ook een zeer bijzonder album: we maken kennis met de eerste gitaarsoli van Steve Hackett, met het energieke drumwerk van Phil Collins, met diens debuut als solozanger ('For Absent Friends'), met de prominente rol die Tony Banks aan orgel en mellotron was gaan toekennen. En dat alles in de sfeervolle setting van Gabriel's magisch realistische verhalen, vol van mystiek en bizarre romantiek.
Dat Genesis zichzelf kritisch nam was te prijzen, maar ze deed zichzelf te kort. Dat bleek toen steun uit onverwachte hoek opdook: in Italië sloeg 'Nursery Cryme' in als een bom, een daardoor uitgelokte tournee in dat land deed alles op zijn plaats vallen en vormde de opmaat voor één der hoogtepunten uit de symfonische rock: 'Foxtrot'. Peter Swart (wat een week 43)
Wat een week ... CD
PETER GABRIEL - Up (2002)
Sober en somber ...
... is het voorkomen en de toon van het album waar liefhebbers tien jaar op gewacht hadden na 'Us'. Sober: je moet uitkijken dat je de cd niet omge- draaid in de speler legt, want elke vorm van informatie ontbreekt; een titelloos boekje, vrijwel geheel in zwart en wit uitgevoerd en zonder de gebruikelijke songteksten. In muzikaal opzicht beperkt gehouden instru- mentatie, ingetogen verstilde arrangementen.
Somber: de prachtige foto's uit het boekje; het zware tapijt dat keyboards, bas en percussie leggen, waarbij de tonen van bassist Tony Levin lijken te vervloeien; de gekwelde zang van de hoofdpersoon.
Peter Gabriel leverde met 'Up' vooral een persoonlijk album af: "This is a personal album, reflecting on the life that grows out of death and recog- nizing patterns and forces at work above and beneath our normal focus." Met name met de koptelefoon op dringt hij zich onweerstaanbaar aan je op, moeiteloos kun je je zowel de jonge voorman van Genesis als de oudere solist voor de geest halen. De luisteraar moet wel enig gevoel voor melancholie hebben, maar wie dat heeft krijgt met 'Up' iets waardevols aangereikt. Peter Swart (wat een week 42)
Wat een week ... CD
IZZ - Sliver of a Sun (1998)
In de luwte opererend ...
... zo zou ik de activiteiten van de Amerikaanse band IZZ willen typeren. Al jaren zie ik zo af en toe wat recensies voorbijkomen van hun albums, maar dik gezaaid is dat niet en interviews met de voormannen Tom en John Galgano lees ik ook nauwelijks. De band blijkt wel een trouwe, relatief kleine clan aan volgers en fans te bezitten en lijkt het opereren op die schaal prima te vinden. Ook de winkels liggen niet vol met IZZ, vandaar dat ik blij verrast was toen ik een IZZ in de bak van mijn tweede hands platenzaak zag liggen.
Relatief onbekend dus. Toch leverden zij in 2005 met 'My River Flows' alweer het vierde studio-album af en in 2007 verscheen 'Live at Nearfest'. Hier ligt echter het debuutalbum uit 1998 voor. Overigens curieus dat de band op de site meldt dat het album in maart 1999 verscheen. Op mijn exemplaar staat toch echt 'november 1998'. De tijd verwringt nu eenmaal het geheugen.
'Sliver of a Sun' is een zeer goed album met een eigen handtekening maar toch ook met invloeden van Marillion, Genesis, Echolyn, Yes, het springerige, complexe van het latere King Crimson en wat folkelementen. De track 'I Get Lost' vind ik subliem met een thema dat niet snel uit het hoofd verdwijnt, een broeierig Crowded House sfeertje heeft en prachtige overgangen kent. De tien minuten 'Where I Belong' valt ook in die cate- gorie. Maar per saldo is alles prima.
IZZ: kom eens uit de 'underground' en profileer je wat scherper. Kwaliteit genoeg en het levert ongetwijfeld ook meer bIZZness op.
Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 42).
Wat een week ... CD
THE WRONG OBJECT - Stories from the Shed (2008)
Een Belgische groeibriljant ...
.. zo durf ik The Wrong Object zonder omhaal te noemen. De band die werd opgespoord door het uitstekende label Moonjune. The Wrong Object maakt progressieve jazz-rock, verwerkt hedendaagse ritmes en technieken maar vergeet tegelijkertijd de akkoordenschema's en typische structuren uit de traditionele jazz niet. En zet dit alles neer met een 'power' en een 'drive' die aanstekelijk is en bewondering oproept.
Kenmerkend voor de band zijn de sterke composities, het experiment en het, ondanks de invloeden van Soft Machine en Zappa, eigen geluid. Bovendien valt de uitzonderlijke kwaliteit van de 'woodwinds' op. Want in veel tracks zijn het de tenorsax van Delplanq en de trompet en flugelhorn van Estiévenart die het geluid en de sfeer bepalen. Daarnaast speelt Michel Delville een glansrol op gitaar en gitaar-synth en is hij verantwoordelijk voor veel composities. En de ritmesectie van bassist Polard en drummer Delchambre houdt de boel vakkundig bij elkaar.
Minder dan 'erg goed' wordt het nooit, meestal is het briljant hetgeen vooral te horen is in het prachtige 'Sheepwrecked', in '15/05' en in 'The Unbelievable Truth Part I & Part II'. 'Stories from the Shed': een release waar ik vrolijk van word en mij wederom doet realiseren hoe mooi en belangrijk muziek kan zijn. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 41)
Wat een week ... CD
CAIRO - Time of Legends (2001)
De kern bleef over ...
... na Cairo's tweede album 'Conflict and Dreams' (zie WeekCD 2007-3). De band rond toetsenist Mark Robertson vond nieuwe gitaristen en hoewel het aantal gitaarsolo's enigzins verminderde bleef de kwaliteit van de muziek gehandhaafd.
Op 'Time of Legends' wordt voortgegaan op de weg die reeds bij het debuut 'Cairo' (1994) was ingeslagen: moderne symforock, veelal op hoge snelheid gespeeld met ritmische variaties en virtuoze instrumentale hoogstandjes. Hierbij roept met name het toetsenspel van Robertson de herinnering aan Emerson, Lake & Palmer op. Ach, men doet er zelf niet moeilijk over, een smaakvolle vlotte Hammond-passage gaat er immers altijd wel in. Cairo weet een mooie balans te vinden tussen instrumentale- en zangstukken, met in die laatste categorie de krachtige stem van Bret Douglas.
'Time of Legends' is tot nog toe Cairo's laatste album maar volgens de website van de band wordt momenteel hard gewerkt aan een vervolg. Wederom is de band geslonken tot de vaste kern en zal voor het gitaarwerk opnieuw gelobbied moeten worden. Peter Swart (wat een week 41)
Yeasayer - All Hour Cymbals (2008)
Label: We Are Free
Bandsite: www.yeasayer.net
Duur: 46:59
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Eens in de zoveel jaren dient er zich een band aan die echt iets nieuws te melden heeft. Een band die geen muziek maakt die voortborduurt op voorafgaande stromingen en trends maar die – plotseling uit het niets op- doemend – een uniek, eigen geluid produceert. Radiohead was zo’n band, evenals The Doors in een grijs verleden.
Yeasayer, een uit vier personen bestaand muzikaal gezelschap uit New York, is ook zo’n band. Figuurlijk gesproken maakt Yeasayer muziek van een andere planeet, letterlijk gesproken is de muziek van deze band af- komstig van héél onze planeet. Het meest karakteristieke aan het debuut- album ‘All Hour Cymbals’ is namelijk de bonte verzameling muzikale stijlen afkomstig van verschillende culturen uit de gehele wereld. Om die reden zou het 'multiculturele muziek' genoemd kunnen worden. Een kwalificatie die de band echter tekort zou doen want het klinkt als méér dan louter een verzamelnaam voor verschillende stijlen. Er zit namelijk iets geniaals in de klanken. Ik kies voor 'alternatieve worldmusic'. Niet alle nummers zijn even sterk maar er staan stukken op die van tijdloze waarde zijn en het predi- kaat ‘kleine meesterwerken’ verdienen zoals ‘Sunrise’, ‘Wait For the Summer’ en ‘2080’.
Een ander kenmerk van ‘All Hour Cymbals’ is de voortdurende aaneen- schakeling van fascinerende, verrassende en vaak psychedelisch aan- doende geluiden die telkens op de achtergrond van de melodieën hoorbaar zijn. Door die rijke geluidsschakeringen gaat geen enkel nummer vervelen maar valt er bij elke luisterbeurt weer iets nieuws te ontdekken. Hoe vaker dit album beluisterd wordt hoe mooier en sterker de composities impo- neren. Een kenmerk van briljante muziek.
Het is de aanvankelijk ietwat vreemd aandoende combinatie van ener- zijds de op oude tradities gebaseerde exotische tribale geluiden, welke vervlochten zijn met de soms door merg en been gaande zang van Chris Keating, en anderzijds de hypermoderne, mysterieus aandoende geluids- effecten. Hoewel geen enkel nummer refereert aan andere bands – uitge- zonderd wellicht ‘Wait for the Wintertime’ dat oude sferen oproept die ooit slechts gecreeërd werden door Pink Floyd (‘Set the Controls for the Heart of the Sun’) – is het album opgebouwd uit ontzettend veel afwisselende fragmenten die op zichzelf staand allemaal verschillende stijlen vertegen- woordigen. Het geheel is echter zodanig meer dan de som der delen dat niet van imitatie gesproken mag worden. Als ik een selectie moet maken noem ik: folk, psychedelica, acid, jazz, Crazy Horse rock, gospel, world- music, Canterbury en Zappa.
Van de twaalf nummers duren de meeste zo’n vier minuten. Eerder meldde ik dat niet elke track even sterk is. Ik ben mij ervan bewust ik dat ik mij met zo’n uitspraak op glad ijs begeef, want smaken verschillen tenslot- te. Van een recensent mag en moet echter verwacht worden dat hij zijn voorkeuren uitspreekt en deze ook nog eens onderbouwt.
Eerder meldde ik ook dat bij elke luisterbeurt het genot toeneemt. Daar- om wil ik mijn uitspraak over het sterkte-zwakteprofiel van de stukken relativeren. Geen enkel nummer valt als slecht te betitelen. Als een album opent met drie kleine meesterwerken dan is het niet vreemd dat de overige nummers als relatief minder imponeren. Van een integraal meesterwerk kan dan ook bij ‘All Hour Cymbals’ niet gesproken worden. Ik ben er echter van overtuigd dat Yeasayer ons nog zal gaan verrassen met zo’n mees- terwerk. Ik hoop dat ze daarvoor de tijd zullen nemen want dat heeft deze muziek nodig. Henk Vermeulen (10-2008)
Bezetting:
Anaud Wilder
Chris Keating
Ira Wolf Tuton
Luke Fasano
Discografie:
All Hour Cymbals (2008)
Wat een week ... CD
STEVE HACKETT - Tribute (2008)
Voor u naar de winkel rent ...
... om de nieuwe Steve Hackett aan te schaffen: het is Steve's meest puur klassieke album tot nog toe. Hackett is op 'Tribute' te beluisteren als vertolker van klassieke gitaarmuziek van Bach (o.a. stukken uit de Luit-suites), Granados en Barrios. Van Barok tot Spaans. Daartussen drie eigen composities, die de meer impressionistische toon van de ex-Genesis man bevatten.
Het album is een eerbetoon aan de componisten die Hackett verleidden tot de klassieke gitaar en bovenal aan de Spaanse gitarist Andrés Segovia (1893-1987), de man die de gitaar tot op het concertpodium bracht. "Let's just say on the nylon guitar his playing informs my every note! I wrote this as a tribute to his eternal influence." Aldus Hackett over zijn eigen 'The Fountain Suite', een hommage aan Segovia en één der hoogtepunten van het album.
Steve's spel is briljant, een lust voor het oor voor liefhebbers van het genre. Nu maar hopen dat de klassieke muziekwereld, dat al erg positief was over Steve's eerdere uitingen op dit terrein, hem niet definitIef aan zich weet te binden. We zijn gewaarschuwd. Eind oktober komt 'Prelude to Summer' uit, een gezamenlijk product van Steve en 'brother John'. Wéér geen progrock. Peter Swart (wat een week 40)
Wat een week … CD en DVD
DAVID GILMOUR – Live in Gdansk (2008)
Het oog trekt naar Richard Wright …
… bij het bekijken en beluisteren van de DVD’s van het concert dat David Gilmour gaf op de legendarische Poolse scheepswerf in Gdansk waar Lech Walesa ooit het verzet leidde. Wright die zichtbaar plezier had tijdens deze tour en zijn humor en volgens Gilmour ook zijn ‘strange attitude’ en talenten weer terug had gevonden. Wright dood. Ik kan het nog steeds niet geloven. Wat vreemd is het toch dat je zo geëmotioneerd kan zijn bij de dood van iemand die er altijd was maar die je nooit ontmoet hebt. Al stond ik dan in 1990 bij toeval naast hem tijdens een designbeurs in Parijs, te verbouwereerd om zelfs ook maar te overwegen een handtekening te vragen.
Er zijn vele versies in omloop van ‘Live in Gdansk’. Ik heb mij ‘beperkt’ tot de 2CD/2DVD uitvoering. Het is een prachtig werkstuk door de liefde voor muziek, het mooie samenspel met het orkest, de hoogstaande uitvoering door een sublieme band (Manzanera, Wright, Pratt, DiStanislao, Carin, Parry) en het ongeëvenaarde gitaarspel van Gilmour. De man die volgens Robert Wyatt het gehele muziekstuk overziet als hij speelt en naar mijn mening de beste gitarist ter wereld is omdat hij techniek en emotie zo perfect gebruikt.
Het is ondoenlijk om de vele tracks langs te lopen. ‘On an Island’ inte- graal en veel Floyd natuurlijk, waarbij ik de uitvoeringen van ‘Astronomy Domine’, ‘Fat Old Sun’ (ja ja, ze spelen het echt), ‘ High Hopes’ en na- tuurlijk ‘Echoes’ ronduit subliem vind. Ook de documentaire, de jams en extra concertopnames zijn zeer de moeite waard en voor een Floydgek als ik onmisbaar. Harry ‘JoJo’ de Vries (wat een week 40)