Wat een week ... CD

RIVERSIDE - Rapid Eye Movement (2007)

Mooie dingen uit Polen ...

... op de arbeidsmarkt, maar vooral op muzikaal gebied. De progrock- scene bloeit er aardig en Riverside springt er internationaal gezien boven- uit. In 2003 debuteerde de band rond bassist/zanger Mariusz Duda en gitarist Piort Grudzinski met het album 'Out Of Myself'. Het bleek het begin van een trilogie, dat met 'Rapid Eye Movement' zijn finale beleeft.
In dit derde deel blikt de hoofdpersoon terug op zijn leven, hetgeen niet bepaald een vrolijke bezigheid genoemd kan worden. Sombere teksten vol eenzaamheid en angst voor de buiten- en binnenwereld. De muziek sluit er uitstekend bij aan: veel sfeervolle instrumentale passages, van een intie- me akoestische gitaar tot metalriffs, waarop dan weer mooie symfomelo- dieën zijn gezet. De veelal ingehouden zang doet, in combinatie met de soundscapes, denken aan Porcupine Tree. Voorwaar interessante, maar geen licht verteerbare kost.

Lastig is het wel de aandacht gedurende het gehele album vast te hou- den. De 'geweldige' nummers vind je vooral aan het begin, waardoor de plaat een beetje als een nachtkaars uit dreigt te gaan. Maar laten we niet kniesoren: zonder de EU-uitbreiding zouden we waarschijnlijk nimmer van Riverside gehoord hebben. Peter Swart (wat een week 35)

Wat een week ... CD

DEEP PURPLE - Made in Japan (1972)

Op de dijk tussen Schiedam en Vlaardingen ...

... reed ik in 1972 op de fiets met onder mijn arm 'Made in Japan' van Deep Purple. Geleend van een toenmalig middelbare schoolvriendje die tegen mij zei "een liveplaat, omdat we er zelf niet naar toe mogen".
Opgewonden reed ik naar huis en zette de naald op het vinyl. Ik was na enkele minuten al geheel van de wereld. Dit klonk alsof je er bij was en dat kon je geluidstechnisch niet van alle live-albums uit die tijd zeggen. Volgens de band "a particular sound and mix" en "no overdubs, no splicing in of solos from other shows, no fake applause". De sfeer doet mij erg denken aan het briljante 'Live at Leeds' van The Who uit 1970.
En dan natuurlijk de beste Purple-bezetting ooit met Ritchie Blackmore (gitaar), Ian Gillan (zang), Jon Lord (orgel, piano), Roger Glover (bas) en Ian Paice (drums). Wat was die band op dreef die avonden. Alles klopte en vooral Jon Lord heb ik nadien nooit meer zo horen scheuren op zijn orgel. Okay, 'Smoke on the Water' en 'Child in Time' zijn nadien doodgedraaid. Maar daar kunnen de tracks zelf en de band niets aan doen. Wat mij betreft hebben ze de tands des tijds ruimschoots doorstaan, zo ook de tien minuten van 'Lazy' en het wervelende 'Highway Star' en ga zo maar door. Ik heb weer genoten van deze dubbel-remaster inclusief de 'Encores' van de Japanse shows.
Het toenmalige vriendje is nu een 'bobo' en CEO van een van de grootste IT-bedrijven ter wereld. Zou hij nog weleens luisteren naar 'Made in Japan' ? Gezien een foto van hem die ik pas in een blad zag, kan ik het mij niet voorstellen. Hij weet in ieder geval wel wat hij mist. JoJo (wat een week 35)

Symforce 2008:
licht tegenvallend met uitschieters

Vorig jaar beleefde het progfestival Symforce zijn succesvolle vuurdoop. Gezien de lovende kritie- ken was er alle reden voor organisator John Bol- lenberg voor een vervolg. AFTERglow-medewer- ker Henk Vermeulen huurde een hotel, pakte de backpack in en reed afgelopen zaterdag van woonplaats Dronten naar zaal 013 te Tilburg.

Het is moeilijk om Symforce volledig te recenseren omdat er in drie zalen gelijktijdig werd gespeeld. Ik heb daarom bij enkele bands slechts gedeel- ten van hun optreden kunnen volgen.

Zo heb ik met pijn in het hart Pain of Salvation, die een werkelijk fantas- tisch concert aan het geven waren, halverwege verlaten om nostalgie te kunnen snuiven bij Alquin. Toen ik mij door het hevig zwetende publiek had gewurmd om auditief en visueel spektakel te kunnen aanschouwen, kwam ik van een kouwe kermis thuis. Ik heb het twee nummers volge- houden. Niet zozeer vanwege het visuele aspect, ik was voorbereid op de fysieke gevolgen van de tand des tijds, maar vanwege de muzikale kwali- teit. De Delftenaren vonden het nodig nieuwe composities te spelen en dat bleek geen gouden zet.
Ik ben daarom vlot weer naar Pain Of Salvation gesneld. Ik kende de band onvoldoende om hun muziek te waarderen zoals ik dat nu doe na Symforce: de band speelde heel knap; afwisselend en bij vlagen ging de muziek door merg en been. Ik was zo onder de indruk van dit festival- hoogtepunt dat ik rap laatsteling ‘Scarsick’ bij één van de kramen aan- schafte, een prachtig en gevarieerd album dat veel composities bevat die zij live speelden.

Van de overige bezochte bands beviel eigenlijk alleen Opeth, al was ik teleurgesteld omdat zij slechts vijf kwartier speelden in plaats van de aangekondigde twee uur. De heren moesten de volgende dag naar Japan en vroeg slapen ... In die te korte tijd heb ik echter voortdurend kippenvel gehad. Wat wil je als de beste nummers gespeeld worden van albums als ‘Deliverance’, ‘Blackwaterpark’ en ‘Damnation!’ Met name ‘The Drapery Falls’ was huiveringwekkend.
Mijn grootste teleurstelling was echter dat ze slechts één nummer van ‘Watershed speelden ‘Heir Apparent’, wat wel donder- en bliksemge- weld gaf. De schoonheid ervan is te vergelijken met het dubbele gevoel dat een natuurverschijnsel zoals een windhoos of orkaan oproept: afschuwelijk beangstigend maar tegelijkertijd ontzaglijk mooi .... Opeth bewees boven- dien dat keihard spelen niet gelijkstaat aan te hard spelen.

Grootste tegenvaller was Demians. Ik had veelbelovende dingen over deze band gehoord maar ik trof slechts drie matige muzikanten aan die een soort karaoke-voorstelling gaven waarin zij met zang, gitaar en drum hun op computer opgenomen geluidscollages begeleidden. Voor mij hetzelfde als playback! Bovendien klonk het allemaal bijzonder saai en weinig verras- send.

Verder nog naar de Italiaanse band The Watch gekeken, hetgeen als een soort slapstick overkwam: een gekunstelde imitatie van Genesis uit de Gabrielperiode. Vooral de zanger deed pogingen om voor de prijs "Grootste Stuntel van het Jaar" in aanmerking te komen. Dat leidt af en is jammer voor de niet onaardige muzikanten en composities. Mijn vrouw gaf tenslotte aan dat het optreden van het Noorse Magic Pie de moeite waard was.

Nog één opmerking. Tijdens de optredens werd regelmatig op vreemde en verkeerde momenten geapplaudiseerd en er werd gejoeld en meegezongen. Dat laatste is sowieso een volkomen misplaatste activiteit. Ik heb mij daar groen en geel aan geërgerd.

Al met al had ik aan het einde van de avond een dubbel gevoel over Sym- force dat op zichzelf een prima initiatief is. Dat bleek ook uit het grote aantal bezoekers: 1700! Ik genoot van Pain of Salvation en Opeth maar het overige deel van de affiche dat ik kon aanschouwen bleef onder de maat. Wellicht had ik moeten kiezen voor bands als Hypnos 69, Quantum Fantay en Textures. Maar ik kan helaas nog steeds maar op één plaats tegelijk zijn. Henk Vermeulen (08-2008)

Wat een week ... CD

OMAR RODRIQUEZ-LOPEZ QUINTET -
The Apocalypse inside of an Orange (2008)


De ragebol van The Mars Volta ...


... gitarist Omar Rodriquez Lopez levert met 'The Apocalypse inside of an Orange' (geforceerde titel) zijn tweede solo-escapade af. Hoewel de titel- loze eersteling uit 2005 mij goed beviel, sla ik dit album beduidend hoger aan.
Rodriquez-Lopez maakt met vier kompanen experimentele progressieve rock. Gezien de invloed van Soft Machine, een ruige Weather Report, de jazzkant van Zappa en de nu gemaakte toevoeging 'Quintet' kan beter worden gesproken van experimentele jazz-rock. Complexe muziek, minder vermoeiend dan in de moederschoot van The Mars Volta, met soms lang uitgesponnen thema's waaroverheen lustig en heerlijk wordt gesoleerd door Omar zelf en door saxofonist Adrian Terrazas en toetsenist Money Mark. Wanneer deze laatste zich laat horen sluipen er zelfs Canterbury indruk- ken de tracks binnen.
Uitschieters zijn het dreigende en briljante 'Fuerza De Liberacion' en de met een pakkend thema getooide jazzy rock van 'Melting Chariots' en 'Knee Deep in the Loving Hush of Heresy'. Daar waar Omar de kwartie- ren overschrijdt zoals o.a. in het met repeterende riffs getooide 'Jacob van Lennepkade II", slaat bij mij concentratieverlies toe. Hoewel het ook op die kade de hele dag doorgaat (...) is dit toch net iets teveel van het goede, zo ook de gezochte pogingen in dit nummer om ieder akkoord experimenteel te laten zijn.
De lange tracks voortaan graag iets korter en puntiger graag zoals de rest. Toch verwacht ik dat dit album in mijn eindejaarslijst terecht gaat komen want creativiteit, durf en kwaliteit worden altijd beloond. JoJo (wat een week 34)

Wat een week ... CD

DR. HASBEEN - Signs (2008)

Weg van 'Spaceship Earth' ...

... en de ruimte in met Dr. Hasbeen, de Engelse spacerockband vernoemd naar zanger, gitarist en toetsenist Martyn Hasbeen. De eerste schijf van het dubbelalbum 'Signs' bevat nieuwe studioopnames en de tweede schijf laat een compilatie horen van wat de band live teweegbrengt.
Overduidelijk is dat Dr. Hasbeen de legendarische band Hawkwind als voorbeeld heeft. Niet alleen blijkt dat uit de liveuitvoeringen van 'Silver Machine' en 'Master of the Universe' maar de bandsound ademt die sfeer en invloed volledig uit, al is te horen dat de punk en new wave ook niet aan de dame en de heren zijn voorbijgegaan.
De studiotracks 'Signs', 'The Seer Song' en 'The Time Watcher' zijn ge- weldig qua opbouw en worden wervelend uitgevoerd. Jammer is dat de opnamekwaliteit en mix van de eerste CD matig is. Het wordt rommelig en de tracks krijgen daardoor geen eerlijke kans. Live is de band volgens mij een sensatie want de tweede CD is van begin tot einde prima en de geluids- kwaliteit is gek genoeg, op een enkele track na, veel beter dan wat men in de studio voor elkaar kreeg.
Voor de volgers van spacerock lijkt Dr. Hasbeen een 'must'. Voor hen die minder frequent naar spacerock luisteren, zal 'Signs' even doorbijten zijn. Ik heb mij er echter de afgelopen tijd wel mee vermaakt. De hoestekening- en zijn overigens prachtig en een strip waard. JoJo (wat een week 33)