Wat een week ... CD

THE ILLIAD - A Sad day on Pluto (2007)

Een psychedelische 'aha erlebnis' ...

... dat is wat het album 'A Sad Day on Pluto' van de Amerikaanse band The Illiad mij biedt. Het is alsof ik met mijn vrienden weer aan de bar hang van ons toenmalige 'cultureel café', een biertje in de ene hand en een joint in de andere, luisterend naar de klanken van Pink Floyd's 'Piper', Syd Barrett, The Soft Machine en, vooruit, The Velvet Underground, luid roe- pend "zooooooo dit is goeeeeeed".
Prima geproduceerde flower powermuziek gelardeerd met garagerock en 'loner folk' maar waarin toch vooral de weldadig vreemde geest van Syd Barrett rondwaart. Nee sterker nog, ik ervaar het als een prachtig eerbe- toon aan deze inspirator van zovelen, van progrockers tot punkers. Over- stuurde gitaren, net op het randje zang, pakkende refreinen, 'weirde' teksten. Barrett dus, ook het grote voorbeeld van Illiad's frontman, gitarist en zanger Kyle Pittman.
Uitschieters: alle andere songs en ... de titelsong, het absurde 'Are You a Librarian?' (het is namelijk allemaal de schuld van de bibliothecaris), 'Heidi Lee in Blue Tights' ("Where did you flee Heidi Lee?") en 'Maddy the Mer- maid' met Alvin The Underwater Cowboy, Captain Paul, Maddy natuurlijk en Benji Boy The Fish. Puntje van kritiek: de instrumentale gedeeltes zijn te uitgesponnen. De dosering had daar beter gekund. Maar verder een heer- lijk album. JoJo (wat een week 26)

Wat een week ... CD

MAGNA CARTA - Seasons (1970)

Het waren veertig mooie jaren ...

... maar nu is het toch echt over. Het Britse Magna Carta is bezig met een jubileum- c.q. afscheidstournee en doet daarbij ook ons landje aan.
Bij Magna Carta denk je aan akoestische gitaren en harmonische samen- zang, verpakt in folk- en klassiek aandoende arrangementen. Op hun meesterwerk 'Seasons' krijgt de band van voorman Chris Simpson verster- king van, onder andere, Rick Wakeman op orgel en piano. En zo is de link met de progressieve muziek van die tijd wel erg gemakkelijk gemaakt. Té gemakkelijk, want je kunt de muziek ook associëren met Simon & Garfunkel: de sfeer van de fragiele meerstemmige zang boven akoestisch gitaargetokkel en zinnen als "with a guitar and a suitcase and a face in a photograph" (uit de hit 'Airport Song').
Origineler is het meer complexe en ruim twintig minuten durende titel- nummer, dat middels afwisseling van voordrachten en gezongen stukken het verstrijken der seizoenen vertolkt in een prachtige pastorale setting. Hopelijk staat dit meesterstuk nog op het repertoire en valt het binnenkort voor de laatste keer live te beluisteren. Peter Swart (wat een week 26)


Volume 8:
Emerson, Lake, Palmer – Pictures at an Exhibition (1971)

Heeft u zich
ook weleens afgevraagd waarom het publiek zo enthousiast reageert op Keith Emerson’s aankondiging “We’re gonna give ya Pictures at an Exhibition”? De muziek was immers nog niet op elpee verschenen en weinigen zullen gedacht hebben “hé, leuk, een uitvoering van Mussorgsky’s pianosuite”.
Wellicht zullen de fans die op 26 maart 1971 aanwezig waren in de City Hall van Newcastle, gehoord hebben van het optreden van Emerson, Lake & Palmer tijdens het roemruchte Isle of Wight festival in 1970. Daar had het pas opgerichte trio het werk reeds laten horen en het onmiddellijk tot een cultstatus verheven.

Keith Emerson was niet de eerste die het werk van de Russische componist Modest Mussorgsky (1839-1881) onder handen had genomen. Maurice Ravel had de oorspronkelijke pianosuite reeds eerder geheel georkestreerd en het is deze versie die in de klassieke muziekwereld de meeste bekendheid geniet.
Mussorgsky had zich bij zijn compositie uit 1874 laten inspireren door schilderijen van de architect Hartmann en wel in de vorm van een bezoek aan een tentoonstelling. ELP beperkten het aantal schilderijen, voegden er een eigen prent aan toe (‘The Sage’) en improviseerden er tussendoor lustig op los (‘Blues Variation’). Maar precies zoals op het origineel begint het bezoek aan de tentoonstelling met een korte wandeling: ‘Promenade’. Rustig en bedaard, zoals het in een museum betaamt (tempo:
1 kwartnoot = 94):



Na deze ingetogen gespeelde zinnen barst het geweld van het kerkorgel van de City Hall los en daarmee geeft Keith Emerson een fraaie draai aan het origineel. De ‘Promenade’ is de verbindende schakel in het geheel. Het symboliseert de slentering naar het volgende schilderij. ELP laten het twee keer terugkeren, eerst in een verstilde versie met toegevoegde zang van Greg Lake, later in een volle en versnelde vorm, uitgevoerd door de gehele band. Het beeld van de kalme tred van de geïnteresseerde bezoeker wordt daarmee makkelijk verdrongen door dat van klierende jongeren, die elkaar door de museumzalen najagen.

Hoe je ook over de uitvoering denkt, de beoordelingen zijn nogal divers van toon, de heren hebben zich er niet makkelijk van afgemaakt. En het ‘eigen’ schilderij misstaat zeker niet. ‘The Sage’ is een ballad, zoals alleen Greg Lake ze kan maken: een trage, mooie zangmelodie boven een tokkelende akoestische gitaar (tempo: 1 kwartnoot = 80):



Lake vervolgt met een knap stukje gitaarspel, beter uitgewerkt dan we kennen van vergelijkbare stukken van zijn hand.
ELP hadden de muziek oorspronkelijk willen uitbrengen als bonus-lp bij ‘Tarkus’. Het werd uiteindelijk een aparte uitgave tegen een vrienden- prijs. Dit zegt wel iets over het gladde ijs waarop de heren zich met het album meenden te begeven. Terugkijkend is het in ieder geval hun grote verdienste dat zij met de muziek veel jongeren op het spoor hebben gebracht van de klassieke muziek in het algemeen en van de Russische meester Mussorgsky in het bijzonder.
Peter Swart (06-2007)


Dit artikel wordt ook gepubliceerd in Tijdschrift iO Pages nr. 81/eind juni 2008


Wat een week ... CD

SUPERSISTER - Remasters (1970, '71, '72, '73)

Ons Nederlands progressief cultuurgoed ...

... wordt slecht beheerd. Er zijn nog steeds geen separate remastered uitgaven van de albums van Solution en Alquin en het was decennia wachten op een acceptabele release van de Supersister albums. Tot nu toe moesten wij het stellen met, zowel qua hoezen als geluid, abominabele uitgaven van twee albums op één CD die ik dan ook weigerde te kopen. Wel bracht muziekketen Van Leest in 2004 een prachtige uitgave van 'Pudding en Gisteren' uit maar daar bleef het bij. En dan zijn nu eindelijk de vier albums van Supersister remastered op de markt gebracht door Esoteric Recordings. Inclusief het originele art-work, interessante foto's uit die tijd, een beschrijving van de bandhistorie en van de totstandkoming van de albums.
Het remasteren heeft wel degelijk wat opgeleverd. Het geluid is helderder, met name de eerste twee albums 'Present from Nancy' en 'To the Highest Bidder' hadden dat wel nodig, en het laag is beter verzorgd. Bovendien klinkt 'Iskander' meer open en zijn de diverse instrumenten in hun samenspel beter te onderscheiden.
En wat een kwaliteit leverde deze unieke band af. Kwaliteit die in het buitenland o.a. door John Peel en niemand minder dan Frank Zappa werd erkend. Ook hedendaagse bands roemen deze albums. Zo is Mikael Åkerfeldt, frontman van Opeth, een groot fan. Het 'weirde' en psychedelische 'Present from Nancy' met mijn favorieten 'Memories Are New' en vooral 'Dona Nobis Pacem'. Het relatief wat minder vreemde 'To the Highest Bidder' met het symfonische 'No Tree Will Grow (On Too High a Mountain)', het ongeëvenaarde ballet 'Pudding en Gisteren' en het jazzy 'Iskander'. Ik heb afgelopen week weer met volle teugen genoten van deze curieuze band die, hoewel geïnspireerd door The Mothers of Invention, Soft Machine en Caravan, overliep van eigenheid, eigenwijsheid en creativiteit.
Als volleerd bonushater moet ik toegeven dat de bonustracks op deze heruitgaven, met o.a. het fabuleuze 'She Was Naked', er toe doen. Dat komt natuurlijk omdat de catalogus niet is uitgemolken de laatste decennia. Nee, het lange wachten is beloond. Wel jammer dat er Engelsen voor nodig zijn om deze klus uiteindelijk te klaren. Daar mag de Nederlandse muziekindustrie zich ronduit voor schamen. JoJo (wat een week 25)

Wat een week ... CD

UK - Danger Money (1979)

Een blues in 5/4-maat ...

... maar 'Ceasar's Palace Blues' is dan ook geen bluesnummer. Het is een stuk van John Wetton en Eddie Jobson, de overblijvers van de 'superband' UK, dat eerder een schitterend album had afgeleverd (zie WeekCD 2007-26). Bill Bruford en Allan Holdsworth hielden het na het debuut voor gezien, Terry Bozzio mocht Bill's plaats achter de drumkit innemen en in een formatie á la Emerson, Lake & Palmer trok men verder.
In het lange slotnummer 'Carrying No Cross' klinken de heren af en toe ook als ELP: een zingende bassist, wervelende orgel- en synthpartijen en dat alles ondersteund door creatief en krachtig drumspel in een gedreven stuk vol tempo- en sfeerwisselingen. Een fantastisch slot van een plaat die opent met een krachtig en gedragen symforockthema. Ik kan me de dag nog herinneren waarop ik er voor het eerst naar luisterde, samen met drummer Arend Niks (New Niks zie review) op zijn kamertje pogend de maatsoort te achterhalen, hetgeen hem sneller lukte dan mij.
'Danger Money' is een ijzersterk album. Steviger dan zijn voorganger, iets toegankelijker ook. Maar het zou de laatste studiopoging van de band blijken, waarna de leden weer verder trokken naar volgende superbands. Peter Swart (wat een week 25)

Opeth – Watershed (2008)

Label: Roadrunner Records
Bandsite: www.opeth.com

Duur: 55:01 (CD) + 76:32 (DVD)
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score JoJo’s)

Voor iemand die zijn jeugd doorbracht in de jaren 70 waarin de prach- tigste nieuwe muziekgenres werden ontwikkeld, waarvan de symfonische rock wellicht het meest kenmerkend is, is het een hard gelag als zijn kinderen later dezelfde muzikale passie als hun vader blijken te hebben maar dan gericht op een ander genre: metal!
Mijn eerste oppervlakkige kennismaking met ‘metal’ leidde tot kwalifi- caties als ‘herrie’ en ‘erbarmelijk geschreeuw’. Als ouder kun je jezelf natuurlijk geen desinteresse jegens de voorliefdes van je kinderen veroor- loven. Uiteindelijk ben ik via hen enigszins ingevoerd in de kunst van de metal. Inderdaad ‘kunst’ want dit genre heeft wel degelijk diepgang. Veel bands beschikken over technisch begaafde muzikanten. Daarnaast worden er existentiële thema’s uitgewerkt die in de ‘mainstream’ (vanwege het taboe?) genegeerd worden zoals occultisme, horror, dood, pijn, angst, nihilisme oftewel de donkere kanten van het menselijk bestaan.
Waarom deze persoonlijke inleiding in een recensie van de nieuwe CD ‘Watershed’ van Opeth ? Omdat Opeth eigentijdse progressieve metal maakt waarin de belangrijkste stijlen uit de jaren 70 zijn geïntegreerd. Hoe- wel steeds meer mensen vinden dat Opeth niet valt onder te brengen in een genre: “Opeth exists in a genre of one” stond er in de perstekst bij de promo. Ik ben nog steeds geen echte metaliefhebber. Uitzondering maak ik voor Dimmu Borgir uit Noorwegen en Opeth uit Zweden. Beide bands com- bineren de voor metal zo kenmerkende ‘grunt’ en de ongelooflijk snelle ritmiek met prachtige melodielijnen en zang.
Mijn eerste confrontatie met Opeth liep via ‘Damnation’ (2003). Een aantal jaren geleden liep ik bij Donner in Rotterdam toen mijn aandacht werd getrokken door de muziek die op dat moment in de winkel werd gedraaid. Al luisterend vroeg ik mij af welke band behalve King Crimson dergelijke huiveringwekkende muziek zou kunnen maken. Het was Opeth. Ik heb het album direct gekocht en thuisgekomen stond ik steeds meer perplex: dat een band uit deze tijd muziek kan maken die aan de ene kant volledig uniek en eigentijds klinkt en aan de andere kant sterk aan de symfo van weleer doet denken. Daarnaast kreeg ik tijdens het luisteren het ‘Blair Witch’ gevoel: associaties met de sfeer en spanning die ik heb ervaren tijdens het kijken naar de film “The Blair Witch Project”, een ‘very low budget millionseller horrorfilm’. Ik beveel iedereen aan om alvorens het album ‘Damnation’ te beluisteren eerst deze film bekijken en zich te laten meeslepen in de geheimzinnige sfeer.
Toen ik vervolgens de Opeth-albums ging onderzoeken bleek dat de meeste tot de metal behoorden: keiharde muziek met grunt. Opeth had toen voorlopig weer afgedaan en ik heb mij er verder niet meer in verdiept. Daarin kwam verandering toen ik de DVD ‘Lamentations’ kocht, waarop integraal live 'Damnation' staat en tracks van ‘Deliverance’ en ‘Black Waterpark’. Door die DVD en het kennis nemen van de andere kant van Opeth heb ik het specifieke geluid leren kennen. Het is niet altijd even gemakkelijke kost maar als je jezelf door de eerste vooroordelen hebt weten heen te slaan dan kan het ware genieten beginnen!
Op ‘Watershed’ heeft Opeth het de metalhaters gemakkelijker gemaakt. Het openingsnummer ‘Coil’ is namelijk een prachtige folksong met subtiel akoestisch gitaarspel en prachtige zang van bandleider Mikael Åkerfeldt en gastzangeres Natalie Lorichs. Er zullen niet veel mensen ongevoelig zijn voor een dergelijk vertederend liedje. Ergens doet deze song denken aan Jethro Tull in de dagen van ‘Aqualung’ door de op Ian Anderson geïnspi- reerde telefoonstem.
Maar dan: de overgang naar het tweede nummer is overweldigend. Met dezelfde intensiteit - je bent net bezig een dikke trui aan te trekken tegen het opgeroepen kippenvel - barst ‘Heir Apparent’ los maar dan met een totaal tegenovergestelde kracht, ritmiek en volume. Openend met een keiharde ‘grunt’ is er al snel sprake van een kakafonie aan uiteenlopende geluiden, afgewisseld met de prachtigste, vertederendste melodieën en vocalen. Meest kenmerkend zijn de felle ongelooflijk snelle tegenritmes van de indrukwekkende drummer Martin Axenrot, de opvolger van de als onmisbaar geachte Martin Lopez, met op de achtergrond het King Crimson mellotrongeluid en tussendoor telkens folkachtige dialogen tussen fluit en akoestische gitaar. Uiteindelijk eindigt het in een brok natuurgeweld: donder, bliksem, hagel, storm en een dubbel gevoel: angst en tegelijkertijd bewondering!
In ‘The Lotus Eater’ dezelfde contrasten: harde ‘grunts’ afgewisseld met mooie melodielijnen. Behalve aan King Crimson, doen sommige stukken denken aan Supersister en Soft Machine, vooral door het licht jazzy geluid van de fluit en het keyboard. De zang is weer huiveringwekkend mooi. Aan het einde komen alle mogelijk denkbare jaren 70 invloeden bij elkaar waarbij het geheel meer is dan de som van de delen. Zelfs geluidseffecten waarvan ik tot voor kort dacht dat alleen Pink Floyd die kon bedenken, zijn waarneembaar.
‘Burden’ is een symfoballad met invloeden van alweer King Crimson, UK en vooral John Wetton. Er komt ook een nostalgisch stuk rammelen op de Hammond Organ in voor á la Keith Emerson en een schitterende ontroerende gitaarsolo die aan de stijl en het vakmanschap van Clapton refereert. Hoe vol met contrasten zit deze band door hierna geluidseffecten te produceren zoals Black Sabbath dat deed op ‘Master of Reality’. De outro is bijzonder opvallend: de akoestische gitaar, waarop een minstreel- achtige melodie wordt gespeeld, wordt tijdens het spelen steeds valser gestemd hetgeen een vreemde surrealistische sfeer oproept.
Tijdens ‘Porcelain Heart’ krijg ik weer het typische ‘Blair Witch’ gevoel zoals bij ‘Damnation’, vooral door de combinatie van de huiveringwekkend mooie stem van Åkerfeldt en het folky akoestische gitaarspel. Maar daar houdt de vergelijking dan ook op: de ingetogen gedeelten worden afgewis- seld met overweldigende geniale herrie waarin de drumritmes ervaringen oproepen van een aardbeving. Ook komen plotseling klassiek georiënteerde stukken om de hoek kijken, gespeeld met klarinet of hobo. Tere porselei- nen gedeelten worden heftig afgewisseld met ontzagwekkend donder- geweld.
‘Hessian Peel’ heeft iets weg van het begin van ‘Facelift’ van Soft Machine en is het langste nummer van het album. De track heeft duidelijk iets oriëntaals in zich maar ook alle genoemde invloeden. Toch krijg je nooit het gevoel van imitatie omdat de duidelijke ‘death metal’ kant voortdurend het eigen karakter van de band bewaakt. Ook afsluiter ‘Hex Omega’ is weer een staaltje van geniale afwisseling en contrast en bij de zachte stukken is het soms onmogelijk een traan te bedwingen. Enig chauvinisme is mij niet vreemd als ik speciaal nog even aandacht vraag voor het hoge Supersister gehalte dat in sommige delen van dit nummer duidelijk waarneembaar is. Åkerfeldt heeft zijn bewondering voor de Nederlandse bands uit de jaren 70, met name Supersister, Solution en Focus, nooit onder stoelen of banken geschoven.
‘Watershed’ is een meesterwerk dat zowel de metalliefhebbers als de progrockfans zal weten te raken. De metalliefhebbers zullen dan van hun vooroordelen als zou Opeth softe muziek maken los moeten komen en de metalfobe progrockers dienen hun weerstand aangaande ‘grunts’ opzij te zetten om vervolgens het grote genieten te mogen ervaren. Een genieten dat elke keer dat het album wordt beluisterd groter wordt. Is dat nu niet juist het kenmerk van echte topmuziek? Henk Vermeulen (06-2008)

Bezetting:
Mikael Åkerfeldt - lead vocals, lead and rhythm guitars, bass

Fredrik Åkesson - rhythm and lead guitars
Martin Mendez - bass
Martin "Axe" Axenrot - drums, percussion
Per Wiberg - keyboards, backing vocals

Discografie:
Orchid (1995)
Morningrise (1996)
My arms, your Hearse (1998)
Still Life (1999)
Blackwater Park (2001)
Deliverance (2002)
Damnation (2003)
Ghost Reveries (2005)
Lamentations (DVD, 2006)
The Roundhouse Tapes (2007)
Watershed (2008)

Wat een week ... CD

RADIOHEAD - Kid A (2000)

Van 'OK Computer' naar computermuziek ...

... zo zou de ontwikkeling van Radiohead in de jaren 1997-2000 geschetst kunnen worden. Met 'OK Computer' (zie WeekCD 2007-15) was de band met een album gekomen dat hen wereldfaam opgeleverd had. Maar met het succes kwam ook de crisis, vooral voor Thom Yorke. De toch al zwaarmoedig aangelegde voorman belandde in een depressie en kon geen fatsoenlijke songs meer uit de vingers krijgen. Gedurende deze periode werd hij gegrepen door de elektronische muziek en Yorke zag daarin uiteindelijk nieuwe mogelijkheden. De behoefte aan verandering leidde tot geëxperimenteer met geluiden, met drummachines en met de mogelijk- heden van de computertechnologie. Schoorvoetend kreeg Yorke de instrumentalisten mee, die zich dienden aan te passen aan een nieuwe muzikale rol.
Deze ontwikkelingen leidden tot de albums 'Kid A' en diens opvol- ger 'Amnesiac' (in de wandelgangen ook wel 'Kid B' genoemd). Een groter contrast met 'OK Computer' was nauwelijks denkbaar. Gedurfde experi- mentele muziek, intense en sfeervolle soundscapes, waartussen enkele briljanten in de vorm van typische Radiohead-ballads. Zoals de track 'How to disappear completely': dat is zó mooi waardoor het voldoende energie geeft om de minder toegankelijke rest met aandacht in je op te nemen. Peter Swart (wat een week 24)

Wat een week ... CD

STATE OF MONC - Hand of Mouth (2003)

Onderdeel van de 'Nu-Jazz' stroming ...

... vormt de Rotterdamse band State of Monc. Ik zag ze in 2004 live en was direct hevig onder de indruk. Een fusion van invloeden lopend van Miles Davis, via Frank Zappa, Soft Machine en de latere generatie King Crimson - al zullen de leden van State of Monc zich over deze laatste associatie wellicht verbazen - naar dance, 'breakbeats' en de klassieke jazz. Men heeft het zelf over "verwarring zaaien" en dat was ook mijn reactie ooit tijdens dat concert: "wat gebeurt hier?" en "dit is het beste wat ik de laatste jaren heb gehoord".
In een promo las ik "de band speelt met de balans tussen elektronica, koperwerk, akoestische bas en percussie. Dit levert muziek op met de intelligentie en de ziel van jazz, gedreven door de energie van dance". Een rake typering die ik dan ook graag overneem. Iedere keer als ik dit album draai, blijf ik onder de indruk achter. Hoe krachtig, verrassend, vernieuw- end en dus progressief is State of Monc. 'Progressief' terwijl de band abso- luut niet in één adem zal worden genoemd met de progressieve bands die doorgaans op ProgLog AFTERglow worden belicht. Die ene adem blaas ik dan maar uit. Ik ga snel op zoek naar het album 'Clippertron' uit 2006. Schandalig overigens dat ik dat nu pas doe. Voor een indruk klik de PROGVIDEO aan (rechtsboven) en geniet. JoJo (wat een week 24)

Wat een week ... CD

TONY LEVIN - Pieces of the Sun (2002)

Het was lastig ...

... deze week. Veel van wat er werd beluisterd - Presence, Opeth, Il Bal- letto di Bronzo - staat op de nominatie te worden gerecenseerd en om er dan ook nog een WeekCD van te maken leek mij 'overdone'. In afwachting van de ontvangst van de nieuwe Tony Levin 'Stick Man' genaamd, trok ik zijn solo-album 'Pieces of the Sun' uit de kast. Een kraker uit 2002 met o.a. Jerry 'Animal' Marotta op drums, Larry 'Synergy' Fast op synthesizers en Jesse Gress op gitaar.
Het is een dijk van een album waarop Levin excelleert en laat horen niet vast te zitten aan een bepaalde stijl - wat wil je als je leest met wie hij allemaal heeft samengespeeld tijdens zijn rijke loopbaan - maar tegelij- kertijd aantoont dat zijn samenwerking met Peter Gabriel veel sporen heeft nagelaten. Iets dat hij ook al bewees op het prima 'Waters of Eden'. Luister eens naar het dreigende 'Apollo', het prachtige 'Tequila' en het indrukwekkende 'Phobos' en u begrijpt wat ik bedoel. Hopen dat 'Stick Man' snel in de brievenbus glijdt. JoJo (wat een week 23)

Wat een week ... CD

ANTHONY PHILLIPS - Sides (1979)

Aan de vooravond van het EK ...

... mag een voetbalplaat niet ontbreken. Hoewel, voetbalplaat? Dan toch alleen de hoes van 'Sides' waarop Peter Cross een stangenvoetbalspel heeft getekend met poppetjes, waarvoor Phillips zelf model stond. Het was de tijd waarin velen in de symforock, om te overleven, een meer commer- ciële weg insloegen. Zo ook Anthony Phillips met de opvolger van het mooie 'Wise After The Event' (zie WeekCD 2006-43). 'Sides' was tevens het laatste album vanuit een bandconcept. Nou ja, heel veel later heeft Ant het nog eenmaal geprobeerd met zijn 'Invisible Men'.
De titel is goed gekozen: op kant A vijf popsongs, wel lekker in het gehoor liggend en aardig gespeeld, en op kant B vier langere progrocktracks. En daar zitten enkele juweeltjes bij! Ogen dicht en je wordt je opeens bewust van de invloed van Phillips op het vroege werk van Genesis, toen hij in dat bandje nog gitaar speelde. De elektrische heeft hij na Genesis nauwelijks nog omgehangen, maar op het slotnummer 'Nightmare' straalt hij in 7/8-maat op het instrument dat hem bij zijn vorige werkgever nog zoveel stress had bezorgd.
Het album is dus tweeslachtig en bracht dan ook geen commerciële door- braak. Als straf werd Phillips' platencontract in de UK verbroken. Weer een creatieve artiest verpulverd door de New Wave. Via zijn contract in de US kon Phillips evenwel zijn carrière in een andere richting voortzet- ten: 'Private Parts & Pieces' werd de eerste in een hele serie albums vol met klassiek en elektronisch georiënteerd materiaal.
Als u nog even de voetbalhoes erbij pakt, dan ziet u dat de stangen uit notenbalken bestaan, waarop passages van het album staan uitgeschre- ven . Zo vindt u op de derde stang van onderen het 7/8-thema van de track 'Nightmare'. Peter Swart (wat een week 23)

Hostsonaten - Winterthrough (2008)

Label: BTF
Bandsite: www.zuffantiprojects.com/hostsonatenweb
Duur: 46:38
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

"Hostsonaten: de vertalers van onze emoties die wisselen per jaargetijde", schreef ik bij mijn WeekCD van vorige week. Draaide het in dat vorige album 'Springsong' om de lente, 'Winterthrough' richt zich, u raadt het al, op de winter. Zoals producer, gitarist en schrijver van alle tracks Fabio Zuffanti zegt: "The 3rd Part of the SeasonCycle Suite, a musical celebra- tion of season's power in four parts". De zomer en de herfst volgen nog. Nu is het album een maand oud en dat is een vreemde releaseperiode voor muziek die zich richt op het verbeelden van de winter. Hoewel, de winter is mijn favoriete jaargetijde dus een snuifje kou, sneeuw en ijs in de lucht is mij in de zomer welkom. Maar toch ...
Bezige baas Zuffanti heeft gelukkig weer tijd gevonden voor Hostsonaten. De man is actief in Finisterre en het geweldige La Maschera di Cera maar ook in allerlei projecten die zich richten op het verleggen van de progres- sieve muzikale grenzen zoals Aries, LaZona en Rohmer. Het verbinden van traditie en experiment is daarbij een uitgangspunt voor Zuffanti. Dat spreekt mij zeer aan. 'Lifelong learning' is mijn adagium en zo kijk ik ook naar progressieve muziek.
Hoewel Hostsonaten beduidend minder wereldschokkende muziek maakt dan de genoemde projecten slaat Zuffanti ook hier een brug tussen traditie en progressie waarbij de traditie bestaat uit invloeden van de klassieke muziek en vooral ook de rijke Italiaanse cultuur op dat vlak. De progressie bestaat uit het typische eigen geluid van Hostsonaten dat bij vele andere bands die ons worden opgedrongen vaak node wordt gemist. Zijn er dan geen referenties? Jawel, zo af en toe denk ik aan Anthony Phillips ten tijde van zijn eerste albums
maar dan zonder zang en in sommige gitaarpartijen schemert Steve Hackett door.
Ten opzichte van 'Springsong', een album dat vooral laidback symfo bevat, valt het vollere geluid van de vele keyboards, de hoekiger vormen van de tracks en met name het veelvuldiger gebruik van woodwinds zoals de saxofoon en dwarsfluit en de 'brass' arrangementen op. Blazer Edmondo Romano 'eist' dan ook een prominentere plaats op in het rijke geluids- spectrum.
'Winterthrough' opent indrukwekkend met de tien minuten van 'Entering the Halls of Winter'. Het eerste deel bestaat uit een repeterend thema dat ingetogen start met piano en verder wordt uitgebouwd. De woodwind- arrangementen kondigen het aantreden van de winter aan. De mellotrons en synths zijn niet van de lucht en vertalen de koude en ijle winterse luchtstromen. Het tussenstuk bestaat uit een gitaarsolo, opgevolgd door een prachtige saxofoon en het geluid van een digitale (?) harp die, in mijn oren althans, de dwarrelende sneeuwvlokken symboliseert. De sopraansax pakt vervolgens het eindthema op en werkt samen met de synths en enige doedelzakken (jawel) toe naar een climax waarin veel folkklanken zitten verborgen. Prachtig, zelfs in de zomer ...
De beschreven openingstrack staat in zijn onderdelen model voor de andere tracks waarin zowel de lieflijkheid van de winter (o.a. in 'Red Sky' en 'Over the Plain') als de felheid en agressie van de winter (in 'Snowstorm' en 'Outside') worden verbeeld. 'Rainsuite' sluit het album af in twaalf gedenkwaardige momenten. Een in de basis zeer klassiek georiënteerde compositie, met name tot uiting komend in het mooie pianospel, met daarover lagen elektrische gitaar die á la Hackett gedreven neergelegd worden door de uitstekende Matteo Nahum.
Fabio Zuffanti heeft met 'Winterthrough' wederom bewezen één van de betere componisten en creatieve geesten te zijn in het progressieve do- mein. Hoewel hij met Hostsonaten wat minder buiten de gebaande paden treedt dan met zijn andere projecten, is eigenheid het sleutelwoord bij deze open band. Waarom dan toch een iets lagere waardering dan het meester- werk 'Springsong'? Niet alles kan een meesterwerk zijn en mijn gevoel zegt dat 'Winterthrough' een streepje minder is maar nog steeds 'uitstekend'. JoJo (06-2008)

Bezetting:
Fabio Zuffanti - bass, bass pedals, electric, 12 strings and classical guitars, percussions
Mau di Tollo - drums, cymbals, gong, rainstick
Alessandro Corvaglia - Mellotron, Moogs

Matteo Nahum - lead and rhythm guitars
Robbo Vigo - piano, keyboards, Hammond Organ, Church Organ, Horns

Edmondo Romano - soprano saxophons, clarinet, bagpipe

Discografie:
Hostsonaten (1997)
Mirrorgames (1998)

Springsong, Part IV of the 'Seasoncycle Suite' (2002)
Springtides, The Archives 1992-2002 (2004)
Winterthrough, Part III of the 'Seasoncycle Suite' (2008)

Wat een week ... CD

THE ENID - Touch Me (1979)

Marty Wilde, de vader van Kim ...

... begroette ons hartelijk, terwijl zijn dochter haar eerste single 'Kids in America' inzong. 'Ons' waren Peter van der Laan en ik, in naam van de Neo Sinfonia Association, en die dag te gast op het landgoed van The Enid. Jaja, deze op en top symfonische Engelse rockband stond aan de wieg van de carrière van Kim Wilde. De leden verzorgden mede de muziek, die werd opgenomen in de bandstudio in het landhuis, waar de groep in commu- neverband leefde en werkte.
Het was de tijd van de sterke albums. 'Touch Me' was nummer drie, de opvolger van het prachtige 'Aerie Faerie Nonsense' (zie WeekCD 2006-47). Op 'Touch Me' werd de lijn voortgezet: met het toetsenarsenaal van Robert John Godfrey dat klonk als een symfonie-orkest, met de hemelse gitaar- partijen van Francis Lickerish en Stephen Stewart.
'Gallavant' is zo'n typisch Enid-nummer: gedreven ritmiek, orkestrale uitbarstingen en dan opeens uit het niets een walsmelodie, waar de familie Strauss zich niet voor zou schamen. Het lange 'Albion Fair' (de hele B-kant) had onderdeel kunnen zijn van een pittige symfonie uit de Laat Ro- mantiek. Alles instrumentaal op een verdwaald 'oh-oh-oh' na. Op Kim Wilde's debuutsingle horen we de mannen 'wo-ho-ho' zingen. Veel woorden hadden ze niet nodig. Toch mooi dat musici uit totaal verschillende mu- ziekwerelden elkaar hadden gevonden. Peter Swart (wat een week 22)