Wat een week ... CD

I.E.M. - I.E.M. (1996)

Toen een stofje de cd deed haken ...

... zei mijn zoon na een tijdje "wat een slaapverwekkende muziek", terwijl mij de eindeloze herhaling niet eens was opgevallen. Het klinkt niet compli- menteus maar Steven Wilson, de grote man achter Porcupine Tree, maakt het er dan ook wel een beetje naar.
De nummers op het debuutalbum van zijn solo-sideproject 'The Incredible Expanding Mindfuck' kennen overwegend een repeterend basisthema, waar- boven druk geëxperimenteerd wordt met gitaren en synths. Het levert fasci- nerende psychedelische 'soundscapes' op, volgens kenners in de traditie van Krautrock en cosmic jazz. Creatief is Wilson ook bij het verzinnen van songtitels. Zo kunnen 40-plussers zich vast wel iets moois voorstellen bij 'The Last Will And Testament Of Emma Peel'.
Je doet de muziek het meeste recht door de koptelefoon op te zetten, je ogen te sluiten en je gewoon maar mee te laten voeren. Het krijgt dan alle- maal iets hypnotiserends, hetgeen mijn zoon natuurlijk verwarde met 'slaap- verwekkend'. Ach, hij is nog jong en weet niet beter. Peter Swart (wat een week 13)

Wat een week ... CD

SOMA PLANET - Bholenath (2008)

Een onverwachte verrassing ...

... biedt de Barcelonese band Soma Planet mij aan via dit tweede album 'Bholenath'. Soma Planet maakt een fusion tussen jaren zeventig rock, space, psychedelische muziek en jazzrock. Er zijn relikwieën terug te vinden van King Crimson, Gong, Brand X en Canterbury maar de band hult dat alles in een eigen jasje. Soma Planet weet de aandacht van de luisteraar prima te vangen en vast te houden door onverwachte wendingen, creatieve vondsten, intrigerende thema's, geluidseffecten en andere elektronische fratsen. Voordat je zou kunnen denken "nu weet ik het wel" zet de muziek je op het andere been, overigens zonder de rode draad van de compositie uit het oog te verliezen.
Ten slotte besteedt de band veel aandacht aan de hoezen. Niet dat er sprake is van uitgebreide boekjes of overmatige info maar meer van nieuwsgierig makende afbeeldingen waarbij je je afvraagt "wat is dit?" Die vraag roept de muziek, in positieve zin, ook op. Het antwoord hoop ik niet te vinden. Werkelijk goede muziek geeft dat antwoord immers nooit prijs. JoJo (wat een week 13)

Nosound - Lightdark (2008)

Label: Burning Shed
Bandsite: www.nosound.net
Duur: 53:47
Reviewer: JoJo
Waardering: (maximum score)

Het ultieme doel van muziek is het raken van de emotie van de luisteraar. Als dat lukt is er sprake van uitstekende muziek. Als een artiest of band dat doel dan ook nog realiseert in iedere track van een album en in alle naden en voegen van de composities en als die emotie na vele luisterbeur- ten nog steeds bij de luisteraar opspeelt, dan komt uiteindelijk het predi- kaat 'meesterwerk' in zicht. Zonder enige twijfel speld ik het tweede en nieuwe album 'Lightdark' van Nosound dit predikaat op.
Het Italiaanse Nosound, vakkundig aangevoerd door Giancarlo Erra, liet op het in 2005 verschenen debuut 'Sol29' reeds horen de kunst van het componeren en het oproepen van sfeerbeelden uitstekend te beheersen. Geïnspireerd door het rustiger werk van Porcupine Tree maar vooral door de band No-Man en ik schat in ook Brian Eno, zet Nosound een vorm van 'ambient prog' neer die indrukwekkend is en waarin op sommige mo- menten symfonische en ook klassieke akkoordenschema's en elementen zijn verwerkt. Met name daar waar celliste Marianne DeChastelaine een rol speelt is dat laatste het geval.
Mijn advies is 'go with the flow' en u zult niet teleurgesteld zijn en dan zou ik behandeling van de tracks achterwege kunnen laten. Maar een korte schets van de tracks daar ontkom ik natuurlijk niet aan. Het album opent met 'About Butterflies and Children' waarbij de muziek al net zo mooi is als de titel. 'Ambient soundscapes' met een schitterend op de achtergrond rommelend orgel terwijl de piano het thema speelt. Ik zie kinderen die verwondert naar fladderende vlinders kijken ...
In 'Places Remained' is de Porcupine Tree invloed nog het meest manifest door de vervormde stem van Erra en de cirkelende keys, al heeft Erra dat kleed ten opzichte van voorganger 'Sol29' grotendeels afgelegd. Via het dromerige en bijna religieuze 'The Misplay' kom ik aan bij het kwartier van 'From Silence to Noise'. De titel dekt de track volledig want alle stijlelementen komen hier voorbij: van ambient tot stevig, van experi- mentele geluiden tot gestructureerde arrangementen gevat in een pakkende melodie á la Blackfield.
Absoluut hoogtepunt is 'Someone Starts to Fade Away' met gastzanger Tim Bowness, welbekend van No-Man. Recent overleed een oude vriend van mij. Volgens mij gaat dit nummer over hem en over zijn dood. Akkoor- den in mineur, prachtige melodie en 'Bowness goes as always with the flow'. Het doel van muziek wordt hier in extenso gerealiseerd: het raken van de gevoelige snaar. Dat gebeurt dan vervolgens ook nog een keer in het prachtige 'Kites' waar ik mijzelf als kind weer zie vliegeren met mijn vader op de oude zeedijk ... 'Lightdark' sluit het album af in stijl en toont de lichte en donkere kanten van het leven in sfeerbeelden.
In de review van het vorige album schreef ik "als Giancarlo Erra zich verder ontwikkeld en meer eigenheid weet te brengen in Nosound, zal het laatste restje twijfel als sneeuw voor de zon verdwijnen". Die aarzeling is door 'Lightdark' bij mij volledig weggenomen. Hoewel het idioom waaruit Nosound put duidelijk was en is - welke band of artiest laat zich niet beïnvloeden - heeft dit prachtige en weldadige album een dermate eigen handtekening gekregen dat ik zelfs durf te spreken van een sound die 'Nosound' heet. Het is in ieder geval een sound die mijn emotie feilloos weet te treffen. JoJo (03-2008)

MUSICAL IMPRESSION: klik op Lightdark

Bezetting:
Giancarlo Erra - vocals, guitars, keyboards
Paolo Martellacci - keyboards, vocals
Gabriele Savini - acoustic guitars
Alessandro Luci - bass
Gigi Zito - drums, vocals
Tim Bowness - vocals (track 5)
Marianne de Chastelaine - cellos (tracks 3,6,7)

Discografie:
Radici (Demo, 1998)
Maslova (EP, 2001)
Waves on Russia (Demo, 2002)
Sol29 (2005)
The World is Outside (Live DVD, 2006)
Slow it goes (EP, 2007)
Clouds (EP, 2007)
Lightdark (2008)

Wat een week ... CD

FISH - Vigil In A Wilderness Of Mirrors (1990)

Moeiteloos stroomde de Ahoy Hal vol ...

... en opende Fish de show met een act rond 'The Voyeur (I like to watch)', waarbij hij het enthousiaste publiek bespiedde. Nadat Marillion eerder in de voetsporen van Genesis was getreden, trad Fish nu in de voetsporen van Peter Gabriel: solo gaan met een directer repertoire, waarbij het debuut echter nog steeds symfonische trekken vertoonde. Wellicht mede daar- door blijft 'Vigil' een favoriet album voor veel Fish-adepten.
De ex-frontman van Marillion had zich omgeven met een stel topmuzikanten, waaronder Micky Simmonds op toetsen en John Giblin (Brand X) op bas. Gitarist Frank Usher was er al bij en zou tot een trouwe metgezel uitgroeien. Op het prachtige slotstuk 'Cliché' schittert Usher met briljant gitaargeluid en dito spel waardoor het mooie, hoe kan het bij Fish ook anders, liefdeslied een enorme diepgang krijgt. Over welke van de twaalf sterren de song gaat weet ik niet, wel weet ik dat Fish met zijn huidige '13th Star' (zie review) de zaal weer moeiteloos zal doen volstromen. Paradiso dit keer ... de tijden veranderen. Peter Swart (wat een week 12)

Wat een week ... CD

GRACE - Pulling Strings and Shiny Things (1994)

Na 1998 was het over ...

... met Grace, de band die zo smaakvol progressieve rock met symfoni- sche en Keltische elementen vermengde en al sinds eind jaren zeventig bestond. 'Pulling Strings and Shiny Things' vormt het hoogtepunt in hun oeuvre. Hoewel de band af en toe op het randje van mainstream pop ba- lanceert - op dit album gelukkig alleen maar in het gladde 'Lean on Me' - laat men doorgaans goed doordachte, gevarieerde en melodieuze progrock horen. De folkinvloed en dan vooral van Keltische muziek sijpelt per saldo in elke track door maar laat de perfecte synthese horen in opener en favoriet 'The Fool'. Een compositie die staat als een huis, een aansteke- lijk refrein kent en technisch perfect wordt uitgevoerd. Het fluitwerk van Harry Davies laat de invloed van Jethro Tull horen en sporadisch scheme- ren sporen van het oude Genesis door. Volgens mij heeft de band Mostly Autumn goed naar voorloper Grace geluisterd ... Aan alles komt een einde, ook aan Grace. Men heeft nog wat comebacks gekend maar reeds tien jaar heerst er absolute radiostilte ... JoJo (wat een week 12)

Wat een week ... CD

QUASAR LUX SYMPHONIAE - Mit (2000)

Je moet er voor in de stemming zijn ...

... voor op operette gebaseerde zang, barokke arrangementen en klas- sieke citaten. Deze week lukte het mij wel naar het symfonische 'Mit' te luisteren en dat is dan ook een heel mooi derde album van deze Italianen. Hoewel het lyrische album pas gaandeweg goed op gang komt in 'Flowing Down the River' en 'The Glance of Giada'. Het eerste deel is wat eenvormig. Toch heeft deze band intrigerende albums afgeleverd, ook dubbelal- bum 'Abraham' uit 1994 mag er zijn. Er is desondanks al jaren niets meer van ze vernomen, zelfs de site is afgesloten. Dat maakt het allemaal nog wat mystieker. Nogmaals, je moet er voor in de stemming zijn. Het zal dus wel een jaartje of wat duren voordat het in een prachtige hoes gesto- ken 'Mit' weer uit de kast komt. Dat doet echter niets af aan de symfoni- sche kwaliteit. JoJo (wat een week 11)

Wat een week ... CD

FOCUS - Hamburger Concerto (1974)

"Symbiose" en "mengelmoes" ...

... zijn de reacties van Thijs van Leer respectievelijk Pierre van der Linden op de vraag, met terugwerkende kracht, de muziek van Focus te typeren (NCRV-serie 'Classic Albums'). Na het meesterwerk 'Moving Waves' (zie WeekCD 2008-09) volgden 'Focus 3' en 'Live at the Rainbow', tot er met 'Hamburger Concerto' een nieuw hoogtepunt uitkwam.

Bij 'symbiose' denk ik aan de indrukwekkende combinatie van stijlen: vanaf het barokke begin tot aan het (jazz)rockerige einde, met daar tus- senin instrumentaal associëren op sterke rockriffs en sfeervolle filmische thema's.
Bij 'mengelmoes' denk ik aan het vervlechten van kinderdeuntjes ('de uil zat in de olmen'), hilarische stemacrobatiek en een Hollandstalig meer- stemmig kerkenlied - op het net door een buitenlandse reviewer geïnter- preteerd als Latijn - dat de opmaat vormt voor de enerverende progrock- finale van het lange titelnummer. In Focus-termen een suite en geen 'epic'. Van der Linden had de band reeds verlaten, waardoor de begeleiding van het topduo Akkerman/Van Leer meer recht door zee was geworden. Wel- licht klonk in Van der Linden's typering van de muziek enige onvrede door.
Peter Swart (wat een week 11)


Volume Six:
King Crimson – The Court Of The Crimson King (1969)

In 1963 werd de eerste mellotron geproduceerd, als een nieuw ‘home entertainment keyboard’. Een mooi maar kwetsbaar apparaat: onder iedere toets zaten magnetische tapes, met daarop strijkers-, blazers- en koor- opnames. Bij de aanslag ging een bandje lopen, bij het loslaten werd dit weer teruggespoeld. Hierdoor niet bepaald geschikt voor flitsende loopjes, maar wel voor trage orkestrale passages. En dát was interessant voor experimenteel ingestelde popmuzikanten, waardoor het instrument een belangrijk aandeel verwierf in het ontstaan van de symfonische rock. Enkele voorbeelden: The Beatles met ‘Strawberry Fields’, The Moody Blues, Yes, in Nederland Earth & Fire en Kayak. En natuurlijk Genesis, waarvan de leden in hun 'cottage' tijdens de 'Trespass'-periode ademloos luisterden naar het opzienbarende debuut van King Crimson: ‘In The Court Of The Crimson King’.
Vanaf de openingsseconden van ‘Epitaph’ is de mellotron prominent aan- wezig, om later te stralen in het titelnummer, dat vrijwel geheel door het instrument gedragen wordt. Al tijdens het intro van ‘The Court Of The Crimson King’ treedt het naar voren, waarbij Ian McDonald de stringtapes gebruikt (tempo: 1 kwartnoot = 72):



Het intro blijkt tevens het hoofdthema van het nummer en zal in totaal zo’n keer of tien terugkeren. Steeds dezelfde paar noten - u ziet, veel zijn het er niet - terwijl drummer Michael Giles er met wisselende 'fills' in maat vier voor zorgt dat het nergens saai wordt.
Greg Lake rijgt de stukken aaneen met lyrische coupletten, begeleid door akoestische gitaar. In het intro moet de mellotron het nog alleen doen, vanaf de tweede keer wordt het thema meegezongen door een koor van Lake-stemmen. Hoe zouden de heren hierop gekomen zijn? Niet de koor- sectie van de mellotron, maar de strings en die vervolgens combineren met een menselijk koor: daar moet over nagedacht zijn.
Na de derde keer volgt op het thema een heuse mellotronsolo, voorzichtig en niet te snel:



Onder de melodie een opmerkelijke begeleiding van een vlotte wisselbas, staccato orgelakkoorden en bekkengetik.
Bij mijlpaal 6:42 lijkt de mellotron een eind aan het nummer te maken met een slotakkoord, dat we een jaar later vrijwel identiek zullen terughoren als afsluiter van ‘The Fountain Of Salmacis’ (ja, Genesis had inderdaad goed geluisterd). De luisteraar wordt echter 'bedrogen'. Er volgt nog een variatie, waarna de mellotron het thema nog maar eens enkele keren her- haald en dan is het toch echt afgelopen.

In 1986 rolde de laatste mellotron van de band. Hoeveel zullen er in de rockwereld gesneuveld zijn? Met zo’n kwetsbaar apparaat het busje in, op het podium neergekwakt door minder zachtzinnige roadies. Rick Wakeman schijnt er zelfs eentje te hebben verbrand.
Leve het digitale tijdperk met samples, waardoor het karakteristieke geluid weer veelvuldig door progliefhebbers te beluisteren is. Ook is het apparaat zelf weer op bescheiden schaal in productie genomen. Maar volgens puristen is de klank toch niet helemaal gelijk aan dat van de romantisch slepende bandjes. Peter Swart (03-2008)

Dit artikel wordt ook gepubliceerd in Tijdschrift iO Pages nr. 79/medio maart 2008

Wat een week ... CD

ECHOLYN - As the World (1995)

Het zal je maar gebeuren ...

... dat de platenmaatschappij weigert geld te steken in de promotie van je (door de critici) goed ontvangen cd. Het overkwam het Amerikaanse Echolyn met hun album 'As the World'. Het ging niet om hun debuut, maar was wel hun eerste klus onder de hoede van een grote firma. Frustra- tie en twijfels over de te volgen koers leidden tot een breuk binnen de band. Zonde, want met 'As the World' was de groep aardig op stoom geko- men: passend binnen de hernieuwde aandacht voor progressieve rock met bands als Spock's Beard en Caïro, bracht Echolyn heldere en compacte muziek, vol variatie en met kunde gebracht. Meestal stevig, zoals het een Amerikaanse progband betaamt, af en toe een symfonische uitbarsting en prachtig, klassiek geïnspireerd, pianospel. De zang neemt een prominente plaats in, waarbij de samenzang herinneringen aan Gentle Giant oproept. Echolyn toonde zich volwassen door in 2000 de draad weer op te pakken, hetgeen ondermeer het mooie 'Mei' opleverde (zie WeekCD 2007-52). In onze rubriek PROGVIDEO (klik rechtsboven) vindt u een liveuitvoering van 'The Cheese Stands Alone', een track van 'As the World', tijdens Progday 1995. Peter Swart (wat een week 10)

Wat een week ... CD

PAIN OF SALVATION - The Perfect Element Pt 1 (2000)

Hoewel laatsteling 'Scarsick' ...

een voldoende haalt, vind ik PoS op hun reis van de vroegere progmetal naar de progrock doorgeschoten. Op 'The Perfect Element' en ook op het latere 'Remedy Lane' werd een veel betere balans gevonden tussen prog en wat symfo-accenten enerzijds en de metalroots anderzijds. 'Scarsick' vond ik een weinigzeggend album dat ik mij nu al, een jaar na verschijnen, slechts met de groots mogelijke moeite voor de geest kan halen. Dat ligt anders bij deze WeekCD die acht jaar na verschijnen nog steeds in het voorhoofd zit en niets van zijn oorspronkelijke glans heeft verloren. Wat mij betreft moet PoS voor toekomstige releases een stap terugzetten om er vervolgens twee vooruit te kunnen gaan. Leren van de eigen discografie heet dat. JoJo (wat een week 10)

REVIEWS under F

FISH - 13th Star (2007/2008)
FISH - Communion (2007)
FISSION TRIP - Volume One (2005)

Fish – 13th Star (2007/2008)

Label: Chocolate Frog Records
Bandsite:
www.the-company.com
Duur: 51:13
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)


Een kunstenaar moet lijden. Dat leidt, zo laat de historie zien, tot hoogwaardige kunst en dat geldt ook voor Fish. Het zat, zo zal de goed geïnformeerde lezer weten, de laatste tijd niet zo mee in het privéleven van Fish. Al matig ik mij het oordeel aan dat dat enigszins te voorzien viel … Maar liefde maakt blind en als het dan niet beklijft is de klap des te harder. Hoewel ik met hem te doen heb, ben ik wel blij dat deze relationele ellende uitermate hoog artistiek rendement oplevert. Scheidde Fish eerst met het akoestische ‘Communion’ een emotioneel meesterwerk af, dat was overi- gens nog net in gelukkiger tijden, nu pakt hij uitbundig en zeer overtui- gend uit met ‘13th Star’, een album waar zijn vroegere soulmates van Marillion een puntje aan kunnen zuigen na het gedrocht ‘Somewhere Else’ dat zij vorig jaar durfden uitbrengen. Terecht werd dat album, op een enkele hopeloos in de war zijnde recensent na, breed afgekraakt. Dat zal met '13th Star' zeker niet gebeuren.
Wat een geweldige aftrap geeft Fish met ‘Circle Line’, een track in de hardere regionen van de prog, met een ritme en een basis à la Peter Gabriel en een band die helemaal loos gaat. Dit nummer wordt een livekraker. Dat geldt ook voor meeschreeuwer ‘Square Go' dat dezelfde kwaliteiten bezit en waar gitarist Frank Usher zowel solo als in de begeleiding schittert. ‘Miles de Besos’ loopt het gevaar afgeschilderd te worden als een wat zoet nummer met de vrouwelijke ondersteunende vocalen van Lorna Banon, maar is per saldo een vernuftig in elkaar gesto- ken ballad met een aanstekelijk refrein en jazzy akkoorden. Na het mystieke en relatief rustige ‘Zoë 25’ volgt ‘Arc of the Curve', eveneens een ballad die alweer gezegend is met een refrein dat het hoofd niet snel ver- laat, zonder commercieel glad te worden.

Het meeste muzikale en tekstuele venijn zit in ‘Manchmal’ dat handelt over bedrog en waarin de beeldspraak van de met de schorpioen samenwer- kende kikker die uiteindelijk toch door de schorpioen wordt gedood, de niet toevallige gelijkenis vertoont met Fish’ relatieproblemen. ‘Dark Star‘ is een persoonlijke favoriet door de felheid waarmee de track vertolkt wordt, al klinkt de in blues gedrenkte gitaarsolo nogal voor de hand liggend. Het album eindigt somber, hoe kan het ook anders, en ingetogen met de schit- terende titeltrack waarin Fish voor het laatst op dit album zijn emoties bloot legt.
Wat mij betreft heeft Derek W. Dick geen zwakke albums afgeleverd, al zat ‘Fellini Nights’ uit 2001 gevaarlijk in de buurt. Hooguit kon er wat kritiek zijn op gebrek aan evenwicht in de tracklists van de albums of op het bijna traditionele zwakkere nummer. Daarvan is op '13th Star' geen sprake. Een excellent en hoogstwaarschijnlijk voor Fish therapeutisch album dat maar net niet het predikaat meesterwerk krijgt. Maar dat is naar mijn mening slechts te wijten aan het feit dat ik het album pas een week of twee binnen heb. Aan het einde van het jaar ligt dat anders, let maar op. JoJo (03-2008)

Bezetting:

Fish - Voice
Steve Vantsis - bass, drum loop and programming, samples, upright bass, electric guitar, acoustic guitar, keys, clavinet
Frank Usher - electric guitars, acoustic guitar, loop guitar, lap steel
Foss Paterson - piano, keys, organ, strings, music box, dulcimer, accordian, samples
Gavin Griffiths - drums
Chris Johnson - electric guitars, acoustic guitars
Lorna Bannon - backing vocals
Dave Haswell - percussion

Discografie (selectie):

Vigil In A Wilderness Of Mirrors (1990)
Internal Exile (1991)
Songs From The Mirror (1993)
Suits (1994)
Yin (1995)
Yang (1995)
Sunsets On Empire (1997)
Raingods With Zippos (1999)
Fellini Days (2001)
Field Of Crows (2003)
Bouillabaisse (2005)
Communion (2007)
13th Star (2007/2008)