Yoke Shire - The Witching Hour (2007)
Label: Zygo Records
Bandsite: www.yokeshire.com
Duur: 42:29 + 38:47
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
De gebroeders Craig en Brian Herlihy, de harde kern van de Amerikaanse band Yoke Shire, vormen niet het meest productieve componistenduo. Het uitstekende studioalbum 'Masque of Shadows', waarmee men debuteerde, dateert immers alweer uit 1999. Daarna verschenen alleen een 'singles collection', daar is het ook echt een band voor, en een compilatiealbum. Alsof er wat te compileren valt na één studioalbum. Maar goed, de heren zijn nogal perfectionistisch ingesteld en gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. En daar valt wat voor te zeggen. Veel bands melken zichzelf in korte tijd uit, houden snel op te bestaan of hadden dat beter kunnen doen. In die valkuil trappen de Herlihy's niet en bovendien maken zij veel goed door met een heus dubbelalbum op de proppen te komen.
Zoals ik eerder aangaf toen ik 'Masque of Shadows' tot WeekCD bom- bardeerde (WeekCD 2008-01) heeft Yoke Shire goed naar Jethro Tull en naar folkmuziek geluisterd. Zij voegt daar de eigen inventiviteit en muzikale inzichten aan toe, aangevuld met een snuif stevige rock her en der en dat resulteert in een sound die ik direct zou herkennen als 'Yoke Shire'. Toch is de steven op deze dubbelaar 'The Witching Hour' licht verlegd. De invloed van Jethro Tull en folk is er zeker nog wel maar wat minder prominent. En wat ervoor in de plaats is gekomen bracht mij aanvankelijk in verwarring: rhythm 'n blues en soul. Muziek met een ziel, daar is uiteraard niets op tegen maar regelrechte soulinvloed in de progressieve rock ... kan dat eigenlijk wel?
Mijn verwarring over de soulsporen ontstond nog niet eens bij de eerste klanken maar wel gedurende de openingstrack 'Full Moon Rising' en vooral tijdens de tweede track 'Spiral Dance' dat voor mij op een of andere manier de sfeer vangt van het hypnotiserende 'Papa was a Rolling Stone' van The Temptations. Het stuwende en swingende ritme, de riffs van de ritmegitaar, de rommelende elektrische piano, de echo's en de sax zijn daar vooral verantwoordelijk voor. En dat sfeertje zet zich voort in 'Passage Upstairs' met een prachtige uitgesponnen saxsolo van multi-instrumentalist Craig Herlihy.
In 'Triskelion' en vooral 'Shiver' komt echter Tull om de hoek kijken uit de bluesy periode eind jaren zestig, begin jaren zeventig met de albums 'This Was', 'Benefit', en 'Stand Up'. Vooral dat typische samenspel tussen de ritmegitaar, bas en drums en natuurlijk de dwarsfluit zijn daarvan voor- beelden. De proggy soul en zelfs wat reggae komen weer terug in de titelsong. De eerste schijf wordt afgesloten met 'A Myriad of Moons', een sferisch nummer met een lekkere begeleiding op een licht zwevende elektrische piano.
De tweede CD kent hetzelfde samenstel aan sferen met ook weer die bluesy sfeer en soulinslag. Het zestien minuten durende 'Dream Tea' vereist wel meerdere luistersessies. Het is het meest experimentele en 'freaky' deel van het album en schiet alle kanten op, rustig, up-tempo, heavy, slaperig, kent echter toch een zorgvuldige opbouw en bevat scheurende solo's op gitaar en keys. Wat mij wel van het hart moet is dat de zang van Craig en Brian op dit album over de gehele linie prima is maar af en toe wat gladjes en bijna zalvend. Het vermelden waard zijn ten slotte het lekkere 'Midnight Chimes' en 'Again Midnight Chimes' met een themaatje dat lastig het hoofd verlaat en een (h)eerlijk Hammond Organ à la Brian Auger.
Yoke Shire heeft met 'The Witching Hour' het lange wachten meer dan beloond. Een knap met veel liefde en geduld gemaakt werkstuk dat een heerlijke sfeer kent, nieuwe elementen bevat die verrassend genoeg uit de onverwachte soulhoek komen en muzikaal- en produktietechnisch hoog- waardig is. Jammer van dat ouderwetse, onhandige plastic 2CD doosje ... JoJo (01-2008)
Bezetting:
Craig Herlihy - lead and backing vocals, electric and acoustic guitars, keyboards, bass, harmonica, flute, dulcimer, mandolin, bass pedals, saxophone, theremin, glockenspiel, marimba, drums, percussion
Brian Herlihy - electric and acoustic guitars, backing vocals, percussion
Discografie:
A Foreshadowing (1998, single)
Masque of Shadows (1999)
A Seer in the Midst (2002, compilation)
Solar Solstice (2004, singles collection)
The Witching Hour (2007)
Wat een week ... CD
JOE SATRIANI - Is There Love in Space? (2004)
Ook mijn zoontje ...
... van negen is gek van Joe Satriani. Zelf driftig studerend en gitaarles volgend luistert hij met bewondering naar dit snarenmonster. Het probleem met gitaarwizards zoals Steve Vai, Frank Gambale en Satriani is dat het technisch geweldig is maar dat het vaak compositorisch wat achterblijft. De uitgebreide catalogus van Satriani lijdt zo her en der ook aan dat euvel. Toch komt het nergens beneden de rode streep, ook op 'Is There Love in Space?' niet. Over het algemeen sterk ritmische tracks met een stevige basis van drums en bass en daaroverheen de gitaar die de melodie speelt en, vaker nog, lustig solereert.
Uitschieter vind ik 'Tumble' met een solo die maar door lijkt te gaan, waarin Satriani schier onmogelijke loopjes speelt en de meest bizarre geluiden uit de gitaar tovert. Ik moest zoonlief wel uitleggen, nadat hij zei "Huh, hoe doet t'ie dat?", dat daar allerlei aanvullende technieken, pedalen en wat al niet meer aan te pas komen. Bovendien was er wat overredingskracht nodig om de aanschaf daarvan nog even uit te stellen. Eerst maar eens de akkoorden kunnen dromen en volledig wegwijs worden op de akoestische gitaar en ... veel luisteren naar Satriani natuurlijk. JoJo (wat een week 04)
Wat een week ... CD
STEVE HACKETT - Darktown (1999)
"Possibly the longest sustained guitar ...
... in the history of modern recording," schrijft Steve Hackett in de toe- lichting op het symfonische 'Twice Around The Sun'. De slotnoot blijft inderdaad wel érg lang hangen, waardoor ik hem verdenk van het gebruik van een e-bow. Het nummer is één van de hoogtepunten van het album, dat een vrij donkere ondertoon kent. De hoesafbeelding toont graven op een verlaten kerkhof, de muziek is doorgaans dramatisch en in mineur, terwijl de wonderschone afsluiter 'In Memoriam' op geen enkele uitvaart zou misstaan. De melodie ervan zou in een eeuwige 'fade out' kunnen voortleven.
Op 'Darktown' begint Steve te experimenteren met zijn stem en met instrumentaties, welke lijn hij zal doorzetten op de albums 'To Watch The Storms' en 'Wild Orchids' (zie WeekCD 2007-13). Ook de op en top Engelse sfeer van de rustiger nummers passen prima bij die van genoemde opvolgers. De mellotron wordt veelvuldig gebruikt, hetgeen bijdraagt aan de melancholieke sfeer. De drums zijn zwaar en krachtig en blijken voort- gebracht te worden door een drummachine. Hier moet hard aan gewerkt zijn, want het klinkt prachtig. Altijd leuk om te lezen is Steve's commen- taar op de songs. Daarin krijgt gitaarbouwer Fernandes een compliment van de meester: "If there is a God of sustain, you are it!" Peter Swart (wat een week 04)
Wat een week ... CD
RADIOHEAD - In Rainbows (2007)
Niet schokkend ...
... en dat is op zichzelf opvallend want Radiohead grossiert door de jaren heen in 'anders dan anders', ultieme creativiteit en progressiviteit. Met 'In Rainbows' heeft men een prima maar een voor Radiohead begrippen gezapig en minder spannend album afgescheiden. De hype rond de gratis downloadversie van het album liet zien dat op dat punt de heren wèl weer wisten op te vallen. En ook de hoes van de normale versie is weer afwijkend van wat andere bands laten zien. Maar de composities zijn toch weinig revolutionair. Hoewel het album regelmatig de laser sierde afgelopen week, vind ik de band wat vermoeid klinken. 'Bodysnatchers' en 'Weird Fishes/Arpeggi' bieden hoge kwaliteit. De rest is meer van hetzelfde. Kortom, licht tegenvallend maar goed genoeg om als WeekCD te fungeren. JoJo (wat een week 03)
Wat een week ... CD
KAYAK - Close to the Fire (2000)
De blik van verstandhouding tussen Ton en Max ...
... aan het slot van de televisiereünie van Kayak (NCRV, 1997) gaf de doorgewinterde Kayak-fan kippevel. De échte reünie kwam niet veel later tot stand en leidde tot het album 'Close to the Fire'. Helaas zonder gitarist Johan Slager. Het leeuwendeel van de composities is van de hand van Ton Scherpenzeel, de resterende staan op naam van drummer Pim Koopman. Ze voegen zich moeiteloos naar de bekende stijl van de groep: symfonisch getinte kwaliteitspop, strakke ritmiek met mooi uitgewerkte toetsen- en gitaarpartijen. Pure nostalgie om de unieke stem van Max Werner weer te horen.
Vol verwachting toog ik dan ook naar het Rotterdamse Nighttown voor één van de eerste reünieconcerten. En daar ... géén Max Werner. Vlak voor het optreden vervangen door Bert Heerink. Ik wilde 'boe' roepen, maar durfde het niet. Ik wilde mijn geld terugeisen, maar durfde het niet. De mannen waren me toch té sympathiek en boden veel luister- en kijkplezier met hun enthousiasme en vakmanschap. Het nieuwste album 'Coming Up For Air' ligt inmiddels in de winkel, maar helaas weer zonder Slager en Werner. Peter Swart (wat een week 03)
Tim Burness - Vision On (2007)
Label: Expanding Consciousness
Bandsite: www.timburness.com
Duur: 49:01
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Tim Burness was de frontman van de neo-progband Burnessence die in het kielzog van bands als IQ, Pendragon en Pallas in de jaren tachtig be- scheiden naam maakte. De band scheidde twee albums af. Nadien richtte Burness zich op sessiewerk en gastbijdragen onder andere bij de ambient- band Tuu. Op dit derde soloalbum omringt hij zich met muzikanten die speelden bij Pendragon en Steve Hackett (Fudge Smith op drums), The Damned (Monty Oxy Moron op keyboards) en Bamboleo (Keith Hastings op bas). Bovendien deelt Burness met Monty Oxy Moron de bewondering voor de oerspacerockers van Gong.
Met 'Vision On' heeft Burness een aangenaam album uitgebracht dat invloeden van genoemde bands - met uitzondering van The Damned maar dat zal geen verbazing wekken ... - laat horen. Dat maakt het album afwisselend en levendig en houdt op die wijze de concentratie vast. De variëteit aan stijlen vormt tegelijkertijd een zwakte: inconsistentie. Ook in die zin doet 'Vision On' mij denken aan een deel van de Hackett-catalogus met albums die stijltechnisch alle kanten op stuiteren. Burness kiest voor rock-, space-, ambient-, prog- en symfonische bouwstenen waartussen de lijm niet altijd gehard is.
Ondanks het ontbreken van een rode draad is geenszins sprake van een tegenvallend werkstuk. Integendeel, ik vermaak mij er prima mee. Zo trapt Burness sfeervol en instrumentaal af met 'Can You Hack It?' dat met gemak kan worden omgedoopt tot 'Can You Hackett It?'. Burness bewijst hier direct dat hij een uitstekend gitarist is met oor voor het voormalige lid van Genesis. Duidelijke space-invloed van Gong is merkbaar in 'Broaden Your Horizons' waarin hij zo'n typisch neo-progressief thema legt op zo'n typische spacesequence waar Gong patent op heeft. De stem van Burness toont ook hier breekbaar en dun te zijn maar die fragiliteit legt tegelijkertijd de emotie in de composities en daar gaat het uiteindelijk toch om in muziek.
Een track die erbovenuit torent is 'Here Comes the Great Collapse': fel, aan het einde heerlijk ontsporend in een geordende chaos en geënga- geerd: "you're a winner today if you have more than you need". Zijn teksten zijn over de gehele linie sterk maatschappelijk betrokken. Burness breekt regelmatig een lans voor een spirituele renaissance binnen onze materia- listische wereld. Hoewel het soms wat zweverig wordt met tekstfragmenten á la Jon Anderson - "finding alternative pathways, finding the truth in dis- quise" .... - bevalt mij dat engagement wel.
Tim Burness heeft met 'Vision On' een album gemaakt dat niet schokkend of revolutionair is en daarmee onvoldoende progressief in de ware zin van het woord. Dit compenseert hij ruimschoots door zijn betrokkenheid, de aangename sfeer die het album ademt en die uitnodigt tot regelmatig beluisteren en door de integriteit en liefde waarmee 'Vision On' is gemaakt. Dat is namelijk goed te horen, zowel tekstueel als muzikaal. JoJo (01-2008)
MUSIC IMPRESSION: klik op 'Vision On'
Bezetting:
Tim Burness - vocals, electric and acoustic guitars, e-bow, sampled loops, keyboards, rhythm programming
Keith Hastings - bass
Fudge Smith - drums
Monty Oxy Moron - keyboards
Julian Franks - tabla, percussion
Chris Cordrey - hammer dulcimer
Pok - mandola
Tim Herman -saxophone
Martin Franklin - radio samples, programming
Julian Tardo - bass guitar, programming
Discografie:
Learning to Fly (Single, 1989)
Power In Your Hands (LP, 1990)
Infinite Ocean (Extended Single, 1997)
Finding New Ways To Love (2004)
Vision On (2007)
Wat een week ... CD
HIDRIA SPACEFOLK - Symetria (2007)
Nog niet zo goed ...
... en spacy als de oerbands Gong en Hawkwind en de Ozric Tentacles maar Hidria Spacefolk is zeker een band om rekening mee te houden in het segment spacerock. Al zijn de typische space-elementen in verge- lijking met de prima voorganger 'Balansia' (2004) wat minder dik gezaaid op dit nieuwe album 'Symetria'. De rockkant van de band heeft meer voorrang gekregen en het klinkt enigszins ingetogener. Zo heel af en toe scheme- ren er invloeden door van bands die niet direct de spacecake eten zoals Porcupine Tree, wellicht door de toernee van de Finnen met deze topband. Uitschieters zijn de titelsong en de elf minuten van 'Sine'. En dan natuurlijk het art-work (zie onder) dat bij deze band altijd heel bijzonder is en goed past bij mijn beeld van de Finse cultuur. JoJo (wat een week 02)
Wat een week ... CD
YES - Tales From Topographic Oceans (1973)
"Ik ga op vakantie en neem mee" ...
... geen stapel cd's, maar 'slechts' het dubbelalbum van Yes waarover de meningen nogal uiteenlopen. Betwist door vele muziekliefhebbers en misschien ook binnen de band: Bill Bruford begon er niet aan en Rick Wakeman haakte erna (tijdelijk) af. Zelf koester ik de elpee(hoes), maar luister er in feite nooit meer naar. Tijd voor een herwaardering.
Al in het vliegtuig opgezet, waar het luistergenot verstoord werd door een dreinende peuter en een meereizende sportploeg. Cd vervangen door een modern vrouwenboek van Jill Mansell, het contrast had niet groter kunnen zijn. Als je niet intensief naar 'TFTO kunt luisteren, dan heeft het eigenlijk geen zin de muziek aan te zetten.
Het werk is bijzonder pretentieus. Gebaseerd op Oosterse geschriften verbeeldt het de openbaring van kennis van goddelijke oorspong en die van vergane culturen, die via collectief onbewuste kanalen toegankelijk kan zijn voor de individuele mens (nou ja, zoiets dan, voor mij blijven de teksten volkomen ondoorgrondelijk). Vier elpee-kant lange 'movements', thema's die elkaar snel afwisselen, waardoor de muziek stokt, andere paden inslaat om later toch weer bij af terug te keren. Veel ruimte voor de individuele muzikanten om hun kunnen te tonen. Meningen lopen uiteen van diepgaand tot dodelijk saai. Na een week dringen zich nog steeds spontaan fragmenten aan mij op, dus met mijn herwaardering zit het wel goed. Peter Swart (wat een week 02)
Phideaux - Doomsday Afternoon (2007)
Label: Bloodfish Music
Bandsite: www.bloodfish.com
Duur: 66:57
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (max. score aan JoJo's)
Een klein jaar geleden besloot ik om naar een cd van een mij totaal onbekende band te luisteren. Het ging om 'The Great Leap' van de Ameri- kaanse groep Phideaux. En om het maar meteen duidelijk te stellen: het viel mij niet mee! Veel herinner ik mij er overigens niet meer van, behalve dat de muziek mij destijds absoluut niet raakte. Geen seconde wist de groep te overtuigen en van een aanschaf kwam het dus niet. En toen maanden later 'Doomsday Afternoon' uitkwam, haalde ik hooguit mijn schouders op. Dat veranderde toen ik vernam dat Matthew Parmenter, één van de interessantste progartiesten van deze tijd, een gastrol op deze plaat vervulde. En aangezien Parmenter niet bepaald veel van zich laat horen, was dit een buitenkansje. En dus werd 'Doomsday Afternoon' alsnog gescoord. En wat een prachtplaat blijkt het te zijn...
Phideaux is de band van multi-instrumentalist Phideaux Xavier. Alhoewel, band??? In de constant wisselende bezetting van deze groep is drummer Rich Hutchins naast Phideaux Xavier de enige echte vaste waarde. Verder komen Gabriel Moffat, Valerie Gracious, Ariel Farber en Mark Sherkus met enige regelmaat naar voren op eerdere albums. Op 'Doomsday Afternoon' zijn zij allen weer van de partij, naast een klein legertje andere zangers en muzikanten. Het gevaar bestaat dat er daardoor een veelvoud aan stijlen en stemmingen ontstaat maar dat valt gelukkig heel erg mee. Het is duidelijk dat Phideaux geïnspireerd is door de symfo uit de vroege jaren zeventig. Daarnaast geeft de aanwezigheid van een paar zangeressen de sound een vleugje acid-folk uit diezelfde periode mee. Ik vind het een onweerstaanbare combinatie.
Het album opent met zacht aftellen, dan piano, en vervolgens begint de trip. 'Micro Softdeathstar' brengt de luisteraar meteen in de sfeer van Discipline (behalve Matthew Parmenter is van deze band ook bassist Matthew Kennedy aanwezig). Let op de dreiging, de spanning. Wat een subliem nummer. Alleen deze song is de aankoop al waard. Maar er is nog zo veel meer te bewonderen op deze 'Eco Terror Tale'. Wat bijvoorbeeld te denken van 'Thank you for the Evil'. Het is misschien maar goed dat David Gilmour niet zingt op deze track, anders was het idee ontstaan dat we hier naar een outtake van 'Wish you were Here' zaten te luisteren. En zo is er nog zo veel meer fraais te beluisteren op dit bescheiden meesterwerk. Verwacht overigens geen virtuoze hoogstandjes à la Keith Emerson, Rick Wakeman, Steve Howe of Steve Hackett. Solo's worden slechts heel sporadisch ingezet. Het gaat om het totaalbeeld. De keyboardpartijen doen denken aan een nog jonge Tony Banks. Die was ook nooit op eigen eer uit, maar hij wist precies wat een song nodig had.
Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die het gebodene wat laid-back vinden. Normaal gesproken houd ik zelf ook wel van wat meer afwisseling tussen ingetogen en stevige momenten. De balans slaat op deze cd inderdaad wat door naar de rustige kant maar datt kan de pret niet druk- ken. De composities hebben zoveel klasse, dat ik me nooit verveel. Hoogtepunten naast de al genoemde nummers vind ik 'The Doctrine of Eternal Ice (part two)' en vooral 'Microdeath Softstar', het een klein kwartier durende sluitstuk van 'Doomsday Afternoon'. Een ijzersterke song. En dan zit het er helaas alweer op. "Is this Phase Two of The Great Leap?" lees ik op de inlay. Ik denk dat ik die voorganger van dit album toch maar eens een herkansing moet gunnen. Arjan Bom (01-2008)
MUSIC IMPRESSION: klik op Doomsday
Bezetting:
Rich Hutchins - drums
Ariel Farber - vocals, handclaps
Valerie Gracious - piano, vocals
Matthew Kennedy - bass guitar
Gabriel Moffat - lap steel guitar, solo and electric guitar, textures, treatments, transitions
Linda Ruttan Moffat - vocals
Molly Ruttan - vocals
Mark Sherkus - Hammond B3, Moog Voyager, ARP String Ensemble, Korg Karma, sampler
Phideaux Xavier - piano, Rhodes, Moog Voyager, 6 & 12 string guitar, vocals
Gasten o.a. Martin Orford (synth), Mathew Parmenter (violin, vocals)
Orchestra conducted by Paul Rudolph
Discografie:
Friction (1992)
Fiendish (2004)
Ghost Story (2004)
Chupacabras (2005)
313 (2006)
The Great Leap (2006)
Doomsday Afternoon (2007)
Wat een week ... CD
YOKE SHIRE - Masque of Shadows (1999)
To Tull or not to Tull ...
... that's the question. Want dat de broers Herlihy met hun band Yoke Shire goed naar Jethro Tull hebben geluisterd daar is geen twijfel over mogelijk. En naar folkmuziek. Vervolgens hebben zij daar hun eigen inventiviteit en muzikale inzichten aan toegevoegd, een snuif stevige rock her en der en wat resulteert is een sound die ik direct zou herkennen als 'Yoke Shire'. Met mijn favoriete tracks 'Maiden Voyage' en de bijna tien minuten van het bizarre 'The Brook, The Mirror and the Maiden', komt dit album regelmatig uit de kast.
Na 1999 is er geen studioalbum meer verschenen. Wel een verzamelaar 'A Seer in the Midst' (2002) en notabene een 'Singles Collection' in 2004. Wie trekt er nu een single van de albums van deze band? Volkomen onge- schikt voor, maar goed. Vandaar dat ik binnenkort dan ook naar de winkel snel om het langverwachte nieuwe studiowerk 'The Witching Hour', een dubbelalbum, aan te schaffen. Als het album net zo goed is als 'Masque of Shadows' zit ik goed. De broers hebben er in ieder geval lang genoeg over na kunnen denken. JoJo (wat een week 01)
Elfferich Four - Eccentricity (2007)
Label: Greatwinds/Musea
Bandsite: www.myspace.com/elfferichfour
Duur: 39:54
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Elfferich Four is een band uit Delft die zichzelf in de bijgevoegde promo- brochure afficheert als een "odd groove jazz-rock band". Zij claimen de gebruikelijke 4-4 ´time bars´ niet meer te spelen, de baslijnen te laten hypnotiseren en de gitaren ´catchy´ te laten klinken. De beïnvloeding van de band ligt naar eigen zeggen in de oneven ritmes zoals die zijn te vinden in de muziek uit de Balkan en in de progressieve rock en jazzrock uit de jaren zeventig en dan met name King Crimson en ELP. Dit totaaleffect tracht de band te realiseren in de bezetting drums, bas en gitaar, althans op dit vierde album ´Eccentricity´.
De leden van Elfferich Four hebben hun sporen wel verdiend in de jazz en jazzrock. Niet alleen via de eigen discografie maar ook door hun activiteiten in andere bands (o.a. Funkajazzity) en optredens op gerenommeerde festivals zoals het World Port en het Antibes Jazz Festival. De muzikaal-technische kwaliteit van het trio is dan ook goed te horen. Het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten waarbij ik gitarist Fennis beluister als een wat minder gecultiveerde uitgave van Frank Gambale die met zijn effecten probeert het gemis aan keyboards, althans in mijn oren, op te vangen. De bas van Van der Mullen vormt de lijm tussen de ingrediënten en Elfferich legt moeiteloos en afwisselend een jazz-, funk- of rockbasis en heeft inderdaad een voorkeur voor ritmische afwijkingen. Sla het te verwachten ritme maar eens mee en u merkt al snel niet in de pas te lopen met Elfferich. Ik hou daar wel van. Het is buiten de gebaande paden dus creatief en daarmee progressief.
De eerste vier tracks vind ik wat kaal en klinisch klinken en houden moeilijk de aandacht vast, ondanks de relatief korte duur van gemiddeld ruim drie minuten. Wat mij betreft laat zich hier het gemis van een extra instrument in de bezetting het meeste gelden. Gebruik van keyboards of een blaasinstrument had een dimensie kunnen toevoegen. In de beginjaren maakte saxofonist Eloy Wigman deel uit van de band en luisterend naar tracks uit die tijd beviel mij dat uitstekend. Het geluid was toen voller en rijker.
Vanaf ´Wintersleep´ komt er, ondanks de titel van de track, meer warmte in het album. Het is een prachtig, slepend en gedragen nummer met een heerlijk thema gespeeld door Fennis. De drumsolo waaruit track zes 'Small Wings' bestaat is prima maar had wat mij betreft gereserveerd mogen blijven voor liveoptredens. ´Force´ begeeft zich in dezelfde warmtesferen als ´Wintersleep´ met af en toe een krachtig rockende eruptie en indrukwekkende ´fills´ en ´breaks´ van Elfferich die op het eerste gehoor relatief los van de rest lijkt te soleren maar al gauw hoor je de synergie tussen de instrumenten. Ook ´Lucky´ ligt in die lijn. Afsluiter ´Nightwalk Nine´ vind ik erg mooi en daar lijken toch wel wat keys gebruikt te worden - of zijn het toch de effecten via de gitaar; de hoesinfo geeft daarover geen uitsluitsel - het zijn in ieder geval de klanken die ik op een deel van het album mis.
Het lijkt wel alsof de afwisseling tussen balladachtige elementen en de meer up tempo (jazz)rock in de tracks vijf tot en met elf, het tweede deel van het album warmer maakt en mijn concentratie beter pakt dan het eerste killere deel van ´Eccentricity´. Bovendien adviseer ik de band weer terug te gaan naar de beginjaren met een wat uitgebreider bezetting, al is het maar door gastbijdragen op bijvoorbeeld sax en/of keys. Ondanks deze kritiekpunten heeft Elfferich Four een goed en aangenaam album afgele- verd dat zeker regelmatig de laser zal sieren. Nog één ding ... de invloed van ELP heb ik nergens kunnen ontwaren ... JoJo (01/2008)
MUSIC IMPRESSION: klik op Eccentricity
Bezetting
Jeroen Elfferich - drums
Rik Fennis - guitars
Bert van der Mullen - bass guitar
Discografie
Electricity (1995)
Curiosity (1997)
Special Four (2006)
Eccentricity (2007)
