Wat een week ... CD
VDGG - H to He Who am the Only One (1970)
Dertien jaar na het uitbrengen van de plaat ...
... zullen ruimtereizigers de Aarde verlaten om voor eeuwig te verdwalen in de ruimte (slottrack 'Pioneers over C'). Diep in de oceaan leeft een roofvis in gedwongen isolement (opening 'Killer'). Tussen deze uitersten bewegen zich gewone mensen, worstelend met miscommunicatie en eenzaamheid. Bepaald geen werk om vrolijk van te worden, maar wie kan over deze thematiek beter verhalen en zingen dan Peter Hammill? Dan wordt het naast meevoelen toch ook genieten, zeker waar hij ondersteund wordt door het bijzondere samenspel van Banton, Jackson en Evans. En dan moes- ten de gloriejaren van Van der Graaf Generator nog komen. Peter Swart (wat een week 39)

Volume Four:
Dream Theater – In The Presence Of Enemies (2007)
De twee concerten van Dream Theater die ik heb bijgewoond werden bezocht door vele muzikanten. Jongens in T-shirts van een bekend drumbekkenproducent bespraken in de pauze enthousiast de verrichtingen van hun held Mike Portnoy en gitaristen volgden likkebaardend of bedremmeld de prestaties van John Petrucci. Nu moet je als (amateur)gitarist ook wel sterk in je schoenen staan om Petrucci te zien excelleren: óf je gaat naar huis om je gitaar in opwinding nog even op te pakken óf je durft het apparaat dagenlang niet meer aan te raken. Wat Petrucci uitvoert is doorgaans onnavolgbaar, maar de man heeft ook een andere, een meer lyrische kant. Hij kan op sublieme wijze trage melodieën spelen, met een heldere klank en een mooie sustain. En zo biedt hij oefenmateriaal, dat binnen het bereik komt van de geïnteresseerde gitarist.
Het jongste album van Dream Theater, ‘Systematic Chaos’, bevat hiervan een heerlijk voorbeeld. Het hoofdthema van de epic ‘In The Presence Of Enemies’ wordt gedragen door de gitaar, om te worden vastgehouden door de keyboards van Jordan Rudess in de maten, waarin John Petrucci het nodig vindt fills te moeten maken. Hieronder laat ik deze uitstapjes buiten beschouwing, waardoor we een melodie overhouden, die zelfs op dwarsfluit prachtig klinkt.
Het thema valt in drie delen uiteen en wordt ingezet na een spannende instrumentale inleiding van ruim 2 minuten. Op mijlpaal 2.10 zet Petrucci in, het tempo ◊ = 68, de toonsoort is A mineur:
Vervolgens wordt het thema herhaald, maar dan een kwint hoger in de toonaard E mineur:
E mineur wordt weer verlaten en er volgen twee heldere zinnen, gedragen door een breder toetsentapijt:
Terwijl Petrucci de melodie traag vervolgt, verandert de begeleiding van karakter: stuwende bas en drums en wervelende riedels van Rudess helpen het thema naar een climax: 
Een hoge e, gevolgd door enkele rustige maten, gevuld door Portnoy’s bekkens. John Petrucci is echter geen rust gegund, want zijn tokkelende gitaar luidt een losgaande band in.
Tijdens ‘In The Presence Of Enemies – Part II’ komt het begin van de melodie nog een keer terug, nu gespeeld door Jordan Rudess op synthe- sizer. En daarmee vormt het ijzersterke thema kop en staart van een ijzersterk album. Peter Swart (09-2007)
Wat een week ... CD
Black Bonzo - Sound of the Apocalypse (2007)
Die platenmaatschappijen ...
... maken er soms een potje van. Zo presteert 'The Laser's Edge' het om op de promosticker op de hoes te stellen dat Black Bonzo een fusie maakt tussen enerzijds Uriah Heep en Queen en anderzijds Camel en King Crimson. Dat 'enerzijds' kan ik plaatsen maar ik heb nog geen vleugje Camel of King Crimson kunnen ontwaren op dit overigens aangename album. Wel invloeden van The Flower Kings, Led Zeppelin, Jethro Tull en Yes ten tijde van 'Yes-Album' en 'Fragile'. Het is dan ook retroprog - een contradictio in terminis - wat de klok slaat, hoewel bassist Anton Johansson het als "more original than you ever can imagine" bestempelt. Technisch uitstekend uitgevoerd en knap gecomponeerd, dat wel, maar oorspronkelijk? Echter goed genoeg om als WeekCD te kiezen. Al vraag ik mij zo langzamerhand wel af of en zo ja hoe lang ik nog door moet gaan met het aanschaffen van dit soort repetitities van het verleden.Toch is het een lekker plaatje geworden dat aangenaam wegdraait. Niet meer en niet minder.Voor een indruk van deze band: bekijk onze PROGVIDEO (right upper frame). JoJo (wat een week 38)
Wat een week ... CD
Genesis - Wind & Wuthering (1976)
Gevangen in zuilen van wit licht ...
... spelen Tony Banks en Steve Hackett de opening van het album: een onuitwisbaar geheugenspoor, getrokken tijdens het optreden van Genesis tijdens hun W&W-tour. De heldere klank van de synthesizer/gitaar combi- natie is een belangrijk kenmerk van dit Genesis-album, dat de periode Steve Hackett afsluit. Steve zal zijn vleugels uitslaan en beginnen aan een indrukwekkende solocarrière, met als aftrap 'Voyage of the Acolyte' (zie WeekCD 2006-44). De gitarist straalt op 'Wind & Wuthering', zowel op de elektrische als op de klassieke gitaar (het wondermooie intro van 'Blood on the Rooftops').
Met de uitgave van 'Genesis-The Box 1976-1982' (review onder 'G' van Arjan Bom) is W&W nu eindelijk te beluisteren in een optimale geluids- kwaliteit. De bijbehordende dvd valt helaas tegen waar het de live-opnames betreft: slechte bootlegversies van vijf stukken van het album.Veel interes- santer is het de heren musici te horen vertellen over de totstandkoming van het album. Weemoedig dwalen de gedachten dan weer af naar het optreden in 1977. Peter Swart (wat een week 38)
Wat een week ... CD
Brian Eno - Nerve Net (1992)
Progressief in al zijn haren en vezels ...
... zo kan ik Brian Eno wel typeren. Gelijk iemand als Robert Fripp - die overigens verrassende gitaarpartijen laat horen op dit excellente album - John Zorn of Frank Zappa zoekt Eno nog altijd naar nieuwe wegen en invloeden vanuit nieuwe muziekstromingen zoals trance en hip-hop - ook op dit album - en wordt hij zelfs de uitvinder van 'ambient music' genoemd via mijn favorieten 'Music for Films' (1975) en 'Music for Airports' (1978). Een rendez-vous met goede kennis en kunstenaar Bram Uil leidde tot een gesprek over Brian Eno en eenmaal thuis tot een hernieuwde analyse van 's mans uitgebreide discografie. 'Nerve Net' is een briljant en eigentijds album met intrigerende, dreigende composities en verrassingen in bijna ieder akkoord. Absoluut geen ambient. Integendeel, het album ademt voor mij de sfeer van 'Exposure' van Fripp met name in 'Fractal Zoom', 'My Squelchy Life' en 'Web'. JoJo (wat een week 37)
Wat een week ... CD
Alquin - Blue Planet (2005)
Een geslaagd reünie-optreden ...
... in standplaats Delft wekte zoveel enthousiasme op bij de heren musici en de (oudere) fans, dat een definitieve doorstart mogelijk werd. Het album 'Blue Planet' zette Alquin na een kleine dertig jaar weer op de Nederlandse muziekkaart. Ooit Neerlands beste progband, op 'Blue Planet' iets commerciëler. Maar nog altijd die unieke geluidscombinatie van Dick Franssen's orgel, Ferdinand Bakker's gitaar en Ronald Ottenhoff's saxen. Dat alles ondersteund door het bijzonder strakke ritmetandem Job Tarenskeen en 'nieuweling' Walter Latuperissa. Dan nog de wederopstanding van Michel van Dijk en de terugkeer aan de top was daar. De liefhebbers van het oudere werk (zoals 'The Mountain Queen', zie WeekCD 2006-46) zullen vooral van het openings- en het slotnummer genieten. De sfeer roept herinneringen op en bij goed luisteren vallen enkele subtiele verwijzingen op naar de muziek van vroeger. Alquin begint in oktober met een nieuwe tour. We mogen het allemaal weer gaan zien. Peter Swart (wat een week 37)
Gazpacho - Night (2007)
Label: Intact Records
Bandsite: www.gazpachoworld.com
Duur: 53.23 min.
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (max. aantal JoJo's)
Als het om progressieve muziek gaat ben ik eigenlijk opvallend conser- vatief. Ik heb een duidelijke voorkeur voor lange, gevarieerde en avontuur- lijke epics, volgepropt met de nodige tempo- en sfeerwisselingen. Het mag absoluut geen muziek zijn voor bij de koffie, de visite, het huishouden of een feestje. Ook zal de schijf vooral niet in de buurt van (mijn) kinderen gedraaid kunnen worden. Het beste kan de plaat beluisterd worden via de koptelefoon (hard!!!). De hoofdrol is weggelegd voor een toetsenist die over een breed arsenaal aan 'klassieke' keyboards beschikt, zoals Hammond, Mellotron, kerkorgel, clavecimbel en een echte piano of vleugel (dus niet zo'n elektrisch apparaat!). Daarnaast schittert een gitarist die zowel huiveringwekkend mooie solo's aflevert als virtuoos akoestisch (12-snarig) gitaar speelt. De bas moet af en toe donderen en de drummer moet geen trommelaar zijn die alleen maar keurig de maat houdt, maar een beest zoals Keith Moon of Billy Cobham. En tenslotte hoor ik graag een echte (!) zanger aan het werk.
Als ik al die elementen op een rijtje zet, lijkt het Noorse Gazpacho bepaald niet mijn band te zijn. En de eerste keer dat ik 'Night' draaide, was ik ook beslist niet enthousiast. Weliswaar is er wel degelijk sprake van lang uitgesponnen nummers (de band zelf schijnt het album zelfs als één epic te zien), maar op het eerste gehoor was er nou niet echt sprake van veel tempo- en sfeerwisselingen. Het klonk heel modern en voor mijn gevoel was dit een cd die ik gerust als achtergrondmuziek kon opzetten. Bovendien leken de individuele bandleden ook niet echt uit te blinken (hoewel de zanger meteen een goede indruk achter liet). Maar... dat was de eerste keer dat ik 'Night' draaide.
De ervaring heeft mij geleerd dat (progressieve) muziek die ik de eerste keer geweldig vind, uiteindelijk snel definitief de kast in verdwijnt. En juist die albums die na de eerste draaibeurt niet meteen overtuigen, maar wel "iets" hebben, blijken later tot mijn favorieten te behoren. Doorzet-tingsvermogen loont bij de progrock. Het voorkomt bovendien dat platen al te snel worden afgedankt. Er komt toch genoeg muziek uit, dus... volgende patiënt. Nee, niet wat mij betreft. Geef een album de kans om te groeien. Dat is precies wat ik met 'Night' heb gedaan. En dan is dit een plaat die heel erg hard groeit. De muziek is hypnotiserend, verslavend. De spanning wordt in iedere track meedogenloos opgevoerd. Er vallen niet opvallend veel wendingen per track te noteren maar toch is er geen enkele song die saai is, integendeel. En als je de cd met koptelefoon op consumeert ontdek je keer op keer nieuwe elementen.
De leden van Gazpacho zijn heel subtiel bezig. De muzikanten hebben zich weliswaar ondergeschikt gemaakt aan de muziek (verwacht dus geen karrenvracht aan solo's) maar hier zijn duidelijk geen koekenbakkers aan het werk. Heel bijzonder is ook het gebruik van de viool, die af en toe wordt ingezet. Het geeft de sound soms zelfs iets folk- (het slot van 'Upside Down') of zigeunerachtigs (einde van 'Massive Illusion'). Daar moet je natuurlijk van houden, maar het is hier helemaal op zijn plaats. En bovendien heeft Gazpacho in Jan Henrik Ohme een uitstekende zanger. Zijn stem doet me heel af en toe - zoals aan het begin van het nummer 'Valerie's Friend' - aan die van Sal Valentino denken, de zanger van de legendarische sixtiesband The Beau Brummels. Hoe dan ook, hij is één van de beste zangers die ik de laatste tijd heb gehoord.
Normaal gesproken heb je op een album altijd wel favoriete tracks, maar zelfs dat wordt lastig. De laatste tijd draai ik 'Night' vaak met de 'random'-knop en dan valt het steeds weer op dat alle songs zo sterk zijn. Maar vooruit, als ik één nummer als beste moet aanmerken, dan maar 'Valeries Friend'. Of toch 'Chequered Light Buildings'? Nee, misschien 'Upside Down' wel? Ik weet het niet. Dit is van begin tot eind een fraai album dat ik iedere progliefhebber kan aanraden.
Arjan Bom (09-2007)
Bezetting:
Jan Henrik Ohme- vocals, backing vocals
Thomas Andersen - piano, keyboards, programming
Jon-Arne Vibo - acoustics and guitars
Michael Krømer - violins, programming
Kristian Olav Torp - bass
Robert Risberget Johansen - drums, percussion
with
Kristian "The Duke" Skedsmo - low whistle, tin whistle, accordion, didgeridoo, mandolin, banjo
Discografie:
Get it while it's Cold (2002)
Bravo (2003)
When Earth lets go (2004)
Firebird (2005)
Night (2007)
Wat een week ... CD
Peter Hammill - Fireships (1992)
"Butterflies stir a breeze ...
... far away the cyclons swirl": de vleugelslag van een vlinder beïnvloedt de weersgesteldheid aan de andere kant van de aardbol. Het heeft iets met de Chaostheorie te maken en Peter Hammill brengt dit naar het niveau van de individuele mens. Een briljante tekst en nog briljanter vertolkt op Hammill's typisch intieme wijze, bijgestaan door de orkestratie van David Lord. Wie kan 'Gaia', het slotnummer van 'Fireships', bij aandachtig beluisteren zonder tranen uitzitten?
Het album is een prachtig geproduceerd persoonlijk document, met kalme songs van hoge kwaliteit. De breekbare stem van Peter, de kamermuziek van David Lord, de bijdragen van Stuart Gordon (viool) en David Jackson (sax). Hammill heeft, naast zijn werk bij Van Der Graaf Generator, een imposant aantal soloalbums voortgebracht. Nieuwe luisteraars vragen zich vertwijfeld af waar te beginnen. Misschien is 'Fireships' een mooi startpunt. Peter Swart (wat een week 36)
Wat een week ... CD
La Torre dell' Alchimista - Neo (2007)
Is een geweldige toetsenist genoeg ...
... om een album of een band als uitstekend te bestempelen? Nee natuurlijk. Emerson kon zijn kunsten ook niet vertonen zonder de onmis- bare kwaliteiten van Lake en Palmer. En wat zou Rudess zijn zonder de andere 'dreamers' en vice versa? Toch drijft de Italiaanse band La Torre dell' Alchimista wel heel erg op de vingervlugheid en de virtuositeit van toetsenist Michele Mutti, die bovendien ook nog een belangrijk deel van de composities heeft beïnvloed. Zijn voorbeelden zijn duidelijk: Keith Emerson, Brian Auger, Rick Wakeman maar Mutti heeft daarnaast een eigen stijl met een harde aanslag en met een inventief gebruik van de aanslaggevoeligheid van de toetsen. Wat is die man goed! Met alle respect voor zijn collega's maar als hij weg zou vallen blijft er weinig van de band heel.
Het album 'Neo' bestaat wederom uit vernuftig opgebouwde tracks met veel verrassingen en een inspirerende uitvoering, al zakt het album wat in op ongeveer driekwart. Het titelloze en briljante debuut van de band uit 2000 schat ik hoger in maar 'Neo' zal zeker terug te vinden zijn in mijn eindejaarslijst. Jammer van die verschrikkelijke hoezen. JoJo (wat een week 36)
Premiata Forneria Marconi:
Liefde op het eerste en op het derde gezicht
'Premiata Forneria Marconi': het uitspreken van de naam geeft al de sensatie van melodie, ritme en poëzie. Hoewel de band die al sinds de jaren 60 bestaat zelden in één adem wordt genoemd met prog- en symfogroten als King Crimson, Pink Floyd, Genesis en Yes, wordt aller- wegen erkend dat PFM (voor intimi ...) een eervolle plaats inneemt in de weldadig rijke proghistorie.
Mijn eerste kennismaking met deze Italianen dateert uit de eerste helft van de jaren 70 van de vorige eeuw (je wordt ouder pappie ...) via het briljante werkstuk 'Photos of Ghosts' (1973). Een album zonder zwakheden en met uitsluitend hoogwaardige met name symfonische muziek. Per saldo een meesterwerk. AFTERglowmedewerker Peter Swart schreef over dit album (zie WeekCD 2007-25) "Italiaanse schoonheid die met de klassieke gitaar begint, gevolgd door de dwarsfluit, daarna het clavecimbel, dan het orgel en tenslotte barst de band los. Zie hier de opening van Premiata Forneria Marconi´s derde album, waarmee zij met succes gokte op de West-Europese en Amerikaanse markt. Nummers van hun eerste elpees bleken enigzins bewerkt en Pete Sinfield had voor Engelstalige vervanging gezorgd van de oorspronkelijk Italiaanse teksten. Invloeden van de vroege King Crimson zijn hoorbaar en de muziek leunt af en toe tegen het werk van Genesis en Camel uit die tijd. Mooi gearrangeerde en knap gespeelde symfonische rock, met hier en daar een klassieke tint. Geen wonder dat PFM nog steeds een grote schare fans achter zich weet".
Ook de aanvankelijke zoektocht van de band, neergeslagen in de albums 'Storia di un Minuto' (1972) en 'Per un Amico' (1972), kende al voldoende kwaliteit. Al was de typische PFM-stijl die met 'Photos of Ghosts' werd neergezet en daarna nog enige tijd werd doorgezet nog niet geheel gevonden.
'The World became the World' (1974) werd als opvolger een veeldraaier en ook nog eens een cultplaat in het Schiedamse subcultuurtje waarin ik mij soms wat onevenwichtig bewoog. Of je de groene (Italiaanse persing; titel 'Isola di Niente') of de blauwe hoes (UK persing) van dit album bezat was een wederkerende splijtzwam in de benevelde discussies. Je behoorde tot de 'groene' of de 'blauwe groep'. Gelukkig behoorde ik tot beide groepen want ik had ze allebei .... Logisch, want de tracklists verschilden danig. Achteraf bezien wellicht wat flauw, maar het illustreert het belang dat wij toendertijd hechtten aan deze band. In gezamenlijke luistersessies werd nog weleens een traantje weggepinkt bij 'The Mountain', 'Four Holes in the Ground' of bij de volle keyboardpartijen van 'River of Life'.
De liefde op het eerste gezicht raakte mijnerzijds lichtelijk bekoeld met de release van 'Chocolate Kings' (1976). De in mijn oren rauwe - dat is nog het minst erg - onverstaanbare en matige zang van nieuwkomer Bernado Lanzetti was daar volledig debet aan. Niet dat ik PFM daardoor volledig uit het zicht verloor - ik bleef de verrichtingen volgen - maar ik werd er niet warm of koud meer van. Los van een paar livealbums die nog teruggrepen naar tracks uit het verleden zoals 'Live in the USA' (1974), ook onder 'Cook' bekend. In de jaren 80 en 90 verdacht ik de band er zelfs van - en dat doe ik nog steeds - op zoek te zijn naar het grote commerciële succes met, vanuit progoptiek althans, een hele rij uiterst matige en compositorisch dubieuze albums.
De band keerde uiteindelijk op haar schreden terug, herformeerde zelfs een aantal jaren terug één van de eerste en ook de meest succesvolle bezettingen maar beperkte zich gelukkig niet tot gemakkelijke retro en eindeloze herhaling van succesnummers uit het verleden. Culminerend in het recente en prima album 'Stati di Immaginazione' (uit 2006; zie WeekCD 2007-12) met moderne progrock waarin de traditionele stijlelementen van de 'oude' PFM niet worden veronachtzaamd maar ook voor de band relatief nieuwe wegen worden ingeslagen door middel van gedoseerde uitstapjes naar de jazz rock. De liefde was weer terug.
Berichten en recensies tonen aan dat men ook tijdens liveoptredens het vertrouwde heilige vuur weer heeft aangestoken. Om de lezer van AFTER- glow de kans te geven een liveconcert te laten meebeleven, toont onze rubriek PROGVIDEO (click right frame) een nagenoeg integraal concert van Premiata Forneria Marconi (lengte 1.22:56) opgenomen in 2003 in de prachtige oude bezetting Franz Di Cioccio (vocals, drums, percussion), Patrick Djivas (bass), Franco Mussida (guitars, vocals) en Flavio Premoli (keyboards, vocals), aangevuld met wat gasten waaronder Mauro Pagani (flute, violin). Veel plezier met kijken en luisteren naar deze sleutelband uit de proghistorie. JoJo (09-2007)
Discografie (selectie):
Storia di un Minuto (1972)
Per un Amico (1972)
Photos of Ghosts (1973)
L'isola di Niente (1974)
The World became the World (1974)
Live in USA/Cook (1974)
Jet Lag (1977)
Suonare suonare (1980)
Performance (1982)
PFM? PFM! (1984)
Miss Baker (1987)
10 anni Live 71/81 (1996)
Ulisse (1997)
www.pfmpfm.it (1998)
Serendipity (2000)
Live in Japan (2002)
Stati di Immaginazione (2006)
Wat een week ... CD
Arena - Songs From The Lions Cage (1995)
In den beginne was er Genesis ...
... dat een inspiratiebron werd voor een nieuwe lichting symfobands onder aanvoering van Marillion. Laatstgenoemde werd weer het vertrekpunt voor de volgende generatie, waarvan Arena een belangrijke naam verwierf. Nog niet zo lang gelden vierde Arena het tienjarig jubileum met een overzichts- album. Het begon ooit in 1995 met 'Songs From The Lions Cage'. Sterk georiënteerd op Marillion, maar hoe kon het ook anders: Mick Pointer, M's drummer op 'Script For A Jester's Tear' vormde samen met toetsenist Clive Nolan het hart van de groep, M's gitarist Steve Rothery levert een fraaie bijdrage en zelfs de titel van het album heeft een taalkundige verwant- schap met M's debuut. Daarbij doet de zang van John Carson ook nog eens erg aan die van Fish denken.
Maar los van alle invloeden: ijzersterke symfonische rock. Een mooie vondst vind ik het akoestisch georiënteerde 'Crying For Help', dat in vier korte delen uiteenvalt. Deze rijgen de langere songs fraai aan elkaar. Onder beginnende symfobands van nu zullen er zeker enkele zijn die Arena als hún lichtend voorbeeld beschouwen. Peter Swart (wat een
week 35)