Deluge Grander –
August in the Urals (2006)
Label: Emkog Records
Bandsite: www.delugegrander.com
Duur: 70:26
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Lovende berichten, de aantrekkelijke hoes en zo’n onbestemd voorgevoel van “dit zou weleens heel goed kunnen zijn” hadden de verwachtingen rond 'August in the Urals’ van de Canadese band Deluge Grander bij mij hoog opgeschroefd. Het album blijft echter net onder de door drie JoJo’s gedefinieerde rode streep.
Deluge Grander is gebouwd op de fundamenten van de band Cerebus Effect waarin toetsenist Dan Britton, de informele leider, en drummer Patrick Gaffney eveneens spelen. Cerebus Effect houdt zich in het hardere segment van de progrock op. De wens om meer klassiek getinte symfonische composities op te nemen kon, zo schat ik in, binnen Cerebus Effect niet voldoende vervuld worden. Vandaar de oprichting van ‘side kick’ Deluge Grander. De band bestaat uit merendeel puike muzikanten die de klassieke ´roots´ van de symfo goed kennen. Hun hier besproken debuut refereert en associeert voor mij qua sfeer met 'The Lamb Lies Down on Broadway' van Genesis en de vroege King Crimson ten tijde van 'Lizard' en 'Islands'.
'August in the Urals' is een ambitieus opgezet werkstuk door de complexiteit van de composities en de gelaagde structuur. Dit vraagt veel van de bandleden en vereist uiterste beheersing van instrument en stem. En daar ligt een kritiekpunt. De keyboards worden virtuoos gespeeld door Britton, de drums van Gaffney zijn functioneel daar waar dat nodig is en creatief en experimenteel waar het kan en bassist Bret d´Anon legt een solide basis. Toch bekruipt mij op het gehele album het gevoel dat drummer en bassist op het uiterste van hun kunnen moeten balanceren om de boel bij elkaar te houden. En dat lukt dan ook niet altijd.
Verder vind ik de zang dun en vlak maar mijn grootste kritiek betreft de gitaarpartijen van Dave Berggren. Zijn gitaargeluid is ronduit lullig. Dit is ten dele terug te voeren op de producent die de gitaar nogal bescheiden in het geluidsspectrum zet. Daarnaast vind ik dat Berggren speltechnisch ver achterblijft bij de kwaliteit van zijn kompanen en de synergie en ‘flow’ met de andere instrumenten maar zelden weet te vinden. En dat doet bijvoorbeeld in het schitterende 'Squirrel' afbreuk aan de overall kwaliteit van de track. Het klassieke soms met folkelementen en Tull-achtige passages doorspekte ‘The Solitude of Miranda’, ontspoort zelfs volledig door het rommelige gitaarspel. Het 26 minuten durende ‘Inaugural Bash’ bevalt mij nog het beste door zijn afwisseling, goede compositorische opbouw en door het feit dat de leden daar in elkaars voetsporen weten te blijven. Maar in de andere tracks is men de draad regelmatig kwijt.
Deluge Grander lijkt mij een band met enige potentie gezien de spanningsboog in de composities en de variatie in aankleding van de tracks. De band moet dan wat beter op elkaar ingespeeld raken en … tegen gitarist Berggren zeggen “we kunnen niet zonder je maar we gaan het wel proberen”. JoJo (02-2007)
Bezetting:
Dan Britton - keyboards mostly, occasional guitars and vocals
Dave Berggren - guitars
Patrick Gaffney - drums
Brett d'Anon - bass
Frank d'Anon - lots of other instruments and instrument provision
Discografie
August in the Urals (2006)
Knight Area - The Sun Also Rises (2004)
Label: The Laser's Edge
Bandsite: www.knightarea.com
Duur: 50:03
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Op 7 maart as. komt het nieuwe album van de Nederlandse symfoband Knight Area uit: 'Under A New Sign'. Ik vond het een mooie aanleiding om de eerste cd weer eens te draaien. Knight Area werd opgericht door Gerben Klazinga. In de jaren tachtig hadden Gerben en zijn tien jaar oudere broer Joop al muziek geschreven en gearrangeerd. Deze muziek werd een eerste aanzet voor 'The Sun Also Rises'. Begin 2000 begon Gerben opnieuw muziek te schrijven voor een soloproject. Toen zijn broer hoorde wat hij met de songs uit de jaren tachtig had gedaan was hij meteen enthousiast en besloot mee te doen. Het begin van Knight Area was een feit. Andere leden werden gevonden in voor mij helaas onbekende bands als Sangamo, Miracle, Cliffhanger en Toyz.
De gebroeders Klazinga waren vooral gecharmeerd van melodieuze symfonische rockbands uit de jaren zeventig en tachtig (o.a. Camel, Genesis, Barclay James Harvest, Steve Hackett, Pink Floyd, Saga en Marillion met Fish nog als zanger). Die invloeden zijn goed te horen bij het beluisteren van 'The Sun Also Rises'.
Bij het eerste nummer 'Beyond' waan je jezelf meteen in het symfowalhalla: het majestueuze geluid van de Mellotron en een huilende gitaar donderen uit de boxen. Maar net als je er eens goed voor gaat zitten is het nummer al afgelopen (na welgeteld 27 seconden!). Gelukkig laat Knight Area deze sound regelmatig terugkeren. Mijn favoriete nummers zijn 'The Gates of Eternity', 'Conspiracy' en 'Mortal Brow', de laatste met een aangename vocale bijdrage van Stephanie Lagrande. Ook het instrumentale titelnummer is dik in orde, net als de song 'Moods Inspiring Clouds'. Dat is een nummer waar de luisteraar heerlijk op kan wegzweven.
Persoonlijk ben ik wat minder enthousiast over 'Forever Now' en 'Conviction'. Dit zijn wat conventionelere rocksongs, die echter bij concerten ongetwijfeld sfeerverhogend zullen werken. Ik houd zelf meer van de wat avontuurlijkere nummers die ik eerder noemde. Wat mij betreft gaat Knight Area met de nieuwe cd die richting op. Nu blijven de meeste nummers rond de vijf minuten. Hier en daar wat langere nummers met een onvoorspelbare opbouw zou ik zeer op prijs stellen. We zullen het binnenkort weten.
Maar hoe dan ook, 'The Sun Also Rises' is een uitstekend debuut van deze Nederlandse band. Er wordt op hoog niveau gespeeld, met hoofdrollen voor de keyboardpartijen van Gerben Klazinga en de soms Hackett-achtige lead guitar van, ik neem aan, Peter van Heijningen. Maar ook zanger Mark Smits houdt zich prima staande. Fraai artwork bovendien van Mattias Norén. Knight Area is een band om in de gaten te blijven houden.
Arjan Bom (01-2007)
Bezetting:
Gerben Klazinga - keyboards, drums, all music
Mark Smit - lead vocals
Stephanie Lagrande - additional vocals
Peter van Heijningen - lead guitar
Jeroen Hogenboom - guitar
Arjan Groenendijk - guitar
Vincent Frijdal - acoustic guitar
Ron van der Bas - bass
Gijs Koopman - bass, bass pedals
Mark van Nieuwenhuizen - drums
Kees Flameling - accordion
Joop Klazinga - flutes, lyrics
Discografie:
The Sun Also Rises (2004)
Under A New Sign (2007)
Wat een week ... CD
Mike Rutherford - Smallcreep's Day (1980)
"Working with him is really enjoyable...
... and he's a very funny man", zegt Michael Rutherford in Armando Gallo's boek 'Genesis - I Know What I Like' over zijn vriend en ex-collega Anthony Phillips. Na de 'And Then There Were Three'-tour was Genesis vermoeid en namen de leden een time-out, waardoor er tijd ontstond voor soloprojecten. Mike vroeg Ant voor de keyboards, Simon Phillips voor de drums en Noel McCalla voor de zang. Het project gaf Mike de gelegenheid zich verder te ontwikkelen als leadgitarist en leverde een zeer fris en sfeervol album op. Op 'kant 1' het indrukwekkende titelwerk, geïnspireerd door een typisch Engels verhaal van Peter Currell-Brown. Op 'kant 2' een verzameling nummers, in stijl vergelijkbaar met Mike's voor Genesis geschreven songs. Na deze solo-uitstap voelde Rutherford zich herboren en was hij klaar voor de volgende stap met Tony en Phil.
Peter Swart (wat een week 04)
Wat een week … CD
Pain of Salvation – Scarsick (2007)
Aanvankelijk een desillusie …
… maar de nieuwste van PoS groeit inmiddels de goede kant op. ‘Remedy Lane’ uit 2002 blijft progressief gezien hun ‘finest hour’ maar ‘Scarsick’ intrigeert door de te waarderen assertieve houding in muziek en tekst naar een be- en verdorven wereld. Toch hangt het album voor mij nog als los zand aan elkaar, kent het hoogtepunten met de progmetal in het titelnummer en in ‘Spitfall’ en met de ballad ‘Cribcaged’ maar bevat het ook een aantal hinderlijke tracks. Ik onderschrijf de hatelijke tekst in ‘America’ aan het adres van ‘het bolwerk van de democratie’ en kan wel lachen om het cynisme in ‘Disco Queen’ maar per saldo zit ik toch gewoon te luisteren naar respectievelijk een beneden gemiddeld recht-toe-recht-aan rocknummer en een irritante discodreun. Toch is ‘Scarsick’ mijn WeekCD geworden omdat het album aanzet tot nadenken … al weten wij nietig gepeupel dat dat mondiaal en nationaal doorgaans weinig uithaalt. JoJo (wat een week 04)
Wat een week … CD
John Arch – A Twist of Fate (2003)
Een prachtige hoes …
… en een prachtige bezetting: Mike Portnoy (Dream Theater), Jim Matheos en Joey Vera (beide Fates Warning, OSI) en John Arch, ooit zanger van Fates Warning op de eerste drie albums en daarna niet meer actief in de muziekscene. Prima mini-album met twee tracks ‘Relentless’ (twaalf minuten) en hoogtepunt ‘Cheyenne’ (vijftien minuten) die in het idioom zijn gezet van genoemde bands: stevige progrock afgewisseld met rustiger passages. Arch heeft een goede falsettostem die refereert aan James LaBrie – hoewel deze laatste vocaal meer diepgang heeft – en die traditioneel zo goed past bij het ‘hard rock’ genre. Na ‘A Twist of Fate’ is er helaas weer doodse stilte ontstaan rond Arch … JoJo (wat een week 03)
Wat een week ... CD
Cairo - Conflicts and Dreams (1998)
Cairo is geen ELP ...
... al doet vooral het spel van bandleider Mark Robertson denken aan dat van Keith Emerson: zelfde instrumentarium, zelfde sound, vergelijkbare loopjes en aanslag. Duidelijk beinvloed, maar gelukkig weet Cairo toch ook een herkenbaar eigen geluid te creëren. Op 'Conflicts and Dreams' vooral dankzij het sterke gitaarwerk van Alec Fuhrman. De band dendert vanaf de opening door tot aan het eind, slechts onderbroken door het prachtige 'Image', maar dat duurt nauwelijks een minuut. Virtuoos gespeelde, stevige symforock. De vele themawisselingen maken het soms lastig de grote lijn van de lange songs vast te houden en een luisterbeurt kan je doodvermoeid achterlaten (terwijl je geeneens hebt meegespeeld). In de juiste stemming kan de muziek je echter ook een flinke stoot energie geven. 'Conflicts and Dreams' is het tweede album van de groep, op de opvolger 'Time of Legends' is gitarist Fuhrman (helaas) vervangen. Peter Swart (wat een week 03)
HoestoBlame Chapter Three
King Crimson - Power to Believe ('98)
Ontwerp: Hugh O’Donell/Art: P.J. Crook
Tien weken, tien hoezen
Nu eens niet de door velen geadoreerde hoes van ‘In the Court of the Crimson King’ van KC. Prachtig hoor maar zo vaak te pas en te onpas gebruikt dat het hoesbeeld gebrand staat op mijn netvlies. Ik krijg daardoor het gevoel dat ik heb bij Corneille of Appel. Het is geweldige kunst maar je hebt het zo vaak gezien op ansichtkaarten, in boeken, op pennen en posters en in documentaires dat je je er niet meer over verwondert. Hier dus de keuze voor ‘The Power to Believe’ waar die verwondering er wel is. Natuurlijk heeft grafisch ontwerper O’Donell hier goed werk verricht maar de lof moet gaan naar de kunstenaar P.J. Crook. Crook maakt surrealistische kunst in de stijl van Toorop en Willink maar dan nog een graadje absurder en beangstigender. De vermelding in deze 'HoezenTop10' beperkt zich tot ‘The Power to Believe’ maar ook de albums ‘Ladies of the Road’, ‘Epitaph’ en ‘Happy With What You Have To Be Happy With’ van KC zijn getooid met werken van Crook en komen evengoed voor een pluim in aanmerking. JoJo
Wat een week ... CD
Maryson - Master Magician I (1996)
Wim Stolk is Maryson ...
... één van de meest gelezen fantasy-schrijvers van Nederland. Hij is tevens een verdienstelijk componist/toetsenist en heeft met zijn band Maryson de eerste twee delen van zijn zesdelige serie 'Meester Magiër' op muziek gezet. Het ambitieuze project heeft twee cd's opgeleverd vol sfeervolle muziek met zwaar symfonische trekken. Op het eerste album zijn het met name de steviger instrumentale gedeelten die er wat mij betreft uitspringen, met daarin enkele prachtige gitaarsolo's. Een 'must' voor diegenen die de boeken op de plank hebben staan.
De samenstelling van de formatie is inmiddels gewijzigd: zonder Stolk hebben de andere leden van de oorspronkelijke band onder de naam Ice recent een goed ontvangen debuutalbum afgeleverd. Stolk zelf heeft zich omringd met nieuwe collega's, waarmee hij de draad weer heeft opgepakt. Proglog AFTERglow heeft de try-out van de nieuwe Maryson mogen bijwonen en de muziek kunnen beluisteren van het komende album. Binnenkort gaat men de studio in en het derde album zal gewoon gaan over het derde deel van de 'Meester Magiër'-cyclus. Om met album twee te spreken: "The quest goes on..." Peter Swart (wat een week 02)
Wat een week … CD
David Gilmour – Arnold Layne / Dark Globe (2006)
Tijdens de ‘On An Island’ tournee …
… overleed, zoals bekend, Pink Floyd’s medeoprichter en boegbeeld uit de vroege periode Syd Barrett. David Gilmour gaf daar tijdens zijn tour aandacht aan door het spelen van door Barrett gecomponeerde tracks. Drie uitvoeringen zijn samengebracht op deze mini-CD die tegen betaling ook kan worden gedownload. Werkelijk prachtig is het door Gilmour op akoestische gitaar en met gebroken stem uitgevoerde ‘Dark Globe’ van Barrett’s soloalbum ‘The Madcap Laughs’. In The Royal Albert Hall verscheen, tot hoorbare verrassing van het publiek, David Bowie op het toneel om ‘Arnold Layne’ te vertolken. Een prima uitvoering waarin de karakteristieke orgelsolo van Wright volledig de sfeer weet te vangen van die helaas vervlogen maar bevlogen psychedelische periode. Deze track gaat in reprise en wordt dan gezongen door Wright, zoals dat gebruik was tijdens de tour. Bekijk vooral ook de bijbehorende video’s op de site van Gilmour. Kippenvel. JoJo (wat een week 02)
K² - Book of the Dead (2004)
Label: Progrock Records
Bandsite: www.kenjaquess.com
Duur: 46:40
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
K² is een project van Ken Jaques. De bassist van de niet al te bekende band Atlantis speelt op 'Book of the Dead' ook een groot aantal keyboards (waaronder veel Mellotron!) en een 10-snarige akoestische gitaar. Daarnaast heeft hij alle muziek geschreven, gearrangeerd en geproduceerd. Ken Jaques is dus met recht de grote man achter K² maar hij is bepaald niet de enige ster. Op deze intrigerende schijf is er bijvoorbeeld ook een glansrol weggelegd voor 'oude rot' Allan Holdsworth. De stergitarist schittert regelmatig en dat geldt ook voor violiste Yvette Devereaux. Haar spel geeft de plaat een extra dimensie. En wat te denken van de bijdrage van Spock Beard's Ryo Okumoto op piano en Moog synthesizer. En dan is er nog de stem van de helaas al voor het uitkomen van deze plaat overleden zanger Shaun Guerin, die griezelig veel lijkt op de stem van Peter Gabriel. Al deze ingrediënten zorgen voor een heerlijke symfosound.
'Book of the Dead' opent meteen al met een epic van ruim 23 minuten: 'Chapter 1: Infinite Voyage'. Een uitstekend stuk muziek waarin alle aanwezigen meteen hun visitekaartjes afgeven. En ook daarna gaat het album zonder inzinking door. Rond het thema van het oude Egyptische dodenboek worden in totaal vijf 'hoofdstukken' geproduceerd. De muziek sluit nauw aan bij dit thema. De sound is mysterieus, spannend en meeslepend. 'Chapter 4: Aten (Window of Appearances)' is een instrumentaal buitenbeentje, maar wel degelijk de moeite waard. Ken Jaques bewijst hier dat hij een uitstekende bassist is.
Iedere keer als ik het werkstuk weer opzet beleef ik er veel plezier van. Toch krijgt de plaat niet de maximale hoeveelheid JoJo's. Dat komt omdat ik 'iets' mis: echte kippenvelmomenten. De plaat is absoluut van hoog niveau maar er zijn geen passages die je keer op keer opnieuw wilt horen. Ik weet nog goed dat ik de eerste keer de titelsong van 'Close to the Edge' draaide. Ik was al diep onder de indruk van de klasse van dit nummer maar ik was totaal van de wereld toen het fragment 'I get up I get down' (met die druppels!) langs kwam. Of wat te denken van de apotheose van 'Supper's Ready'. Dat kan ik niet vaak genoeg horen. Dit soort momenten kent 'Book of the Dead' naar mijn mening niet. Maar het is beslist een uitstekende symfoplaat. Hopelijk komt Ken Jaques binnenkort met een nieuwe cd van K². Die zal ik in ieder geval blind aanschaffen. Arjan Bom (01-2007)
Bezetting:
Ken Jaques - bass, keyboards & 10 string acoustic
Yvette Devereaux - violin
Shaun Guerin - vocals
Allan Holdsworth - guitar
Ryo Okumoto - piano/Moog
Doug Sanborn - drums
John Miner - additional guitar
Discografie:
Book of the Dead (2004)
Wat een week ... CD
Ayreon - The Human Equation (2004)
Op deze rock-opera van Arjen Lucassen ...
... schitteren weer vele gastmuzikanten, maar schittert wat mij betreft vooral Arjen zelf. Hij neemt het leeuwendeel van het gitaar- en toetsenwerk voor zijn rekening, is schrijver van het verhaal en componist van de gevarieerde en smaakvolle muziek. Dit keer geen science-fiction of fantasy maar het innerlijk gevecht van een man, die in coma is geraakt na een auto-ongeluk (suicidepoging?). Pas na geworstel met onverwerkte trauma's kan hij terugkeren in het leven. Het album sluit af met een geluidsfragment van Ayreon's werk The Dream Sequencer. Als grap bedoeld, of is er toch een verbinding met de science-fiction van deze eerdere rock-opera? De bonus-dvd (toegevoegd bij de speciale editie) geeft een onderhoudend en fascinerend beeld van de totstandkoming van het project. Peter Swart (wat een week 01)
Wat een week ... CD
For Absent Friends - Square One (2006)
Continue kwaliteit ...
... biedt deze Rotterdamse band ons sinds 1988. Alle FAF-albums zijn in bezit en er zit geen zwak werk tussen, al kenden ook deze haven- baronnen hun 'ups and downs'. Op koers als een stevig containerschip legden zij aan in verschillende havens: rock, symfogeoriënteerd, AOR maar einde van de reis altijd varend onder progressieve vlag. 'Square One' vormt hun nieuwste cruise en is hun meest progressieve album tot nu toe. Opener 'Hello World' is een intrigerende track en associeert met Peter Gabriel. 'Wonder' is het hoogtepunt zowel rechts in de hersenen - veel emotie - als links door de technische speelvaardigheid en de sublieme compositorische opbouw. 'Square One' kocht ik net te laat om in de 'Wat er nagloeit ... AFTERglow Jaarlijst 2006' terecht te komen. Met terugwerkende kracht doe ik dat alsnog. JoJo (wat een week 01)
Fission Trip – Volume One (2005)
Label: Voiceprint
Bandsite: www.fissiontrip.com
Duur: 57:10
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Voiceprint is een prima muzieklabel met voetangels en klemmen in de progressieve rock. En men heeft een nieuwe loot aan de volle boom van Voiceprint laten groeien: Fission Trip. Aardig om te lezen hoe deze band is geformeerd. De twee onbekende Texanen Michael Clay en Ernie Meyers, die art-rock spelen in de undergroundscene van Dallas, trekken de stoute cowboylaarzen aan en bellen Ian Wallace op. U kent hem wel van King Crimson en van The Crimson Jazz Trio (zie onder reviews ‘C’ dBase ProgReviews AFTERglow). Ze vragen Wallace of hij met hen een album op wil nemen. En wat schetst hun verbazing: hij zegt “ja”. Van de schrik bekomen vangt het werk aan en het resultaat ligt voor ons.
Volume One van Fission Trip is een bijzonder en vreemd album geworden waarbij ik het gebodene onder de noemer ‘King Crimson meets The Beatles’ zou willen brengen. Niet zo verwonderlijk als je naast Wallace ook nog Mel Collins en Beatle-liefhebber en Crimsonite Andrew Belew weet te strikken. Maar toch ook weer wèl verwonderlijk omdat het geen alledaagse combinatie van invloeden is. Het album herbergt het geheimzinnige van het progressieve ‘Abbey Road’ gelinkt aan de onvoorspelbaarheid en springerigheid van bijvoorbeeld Crimsons ‘The Power to Believe’, her en der overgoten met toegankelijker refreinen en arrangementen à la de vroege Beatles.
Opener ‘Make It All Up’ is een mooi voorbeeld van de samensmelting van deze invloeden. Een op het oor relatief gemakkelijk refrein en een in aanvang niet al te complex nummer evolueert via een door Belew (?) volledig overstuurde gitaarsolo, die verdwaalt lijkt in Beatleland, uiteindelijk naar een compact progressief geheel. Om die samensmelting en diepgang te kunnen ervaren zijn wel meerdere luisterbeurten nodig. En dat geldt voor het gehele album.
‘Something’s Going On’ geeft associaties met 10CC door de tekstuele ironie over o.a. televisie (“A thousand channels wash your brain, switch it off and start again, new race”) maar ook door de opbouw en (samen)zang. ‘Spectrum’ en ‘Silent Life’ zijn tracks die weer songmatig beginnen en in de goede zin van het woord progressief ontsporen. ‘Master’ vind ik subliem door de nauwkeurige structuur en gelaagdheid, de verrassingen, het rommelende orgel op de achtergrond en een kippenvel trekkend synth-intermezzo.
De hoogtepunten achtervolgen elkaar want ‘Going’ is adembenemend mooi: het door de piano en sax gedomineerde thema en de ingetogen zang nemen mij mee naar hogere sferen. In ‘Santa Maria’ scheurt de sax van Collins heerlijk en hebben we een climax die refereert aan ‘The Devil’s Triangle’ van King Crimson. In ‘The Valley Below’ is het alsof John Lennon zingt in een licht experimentele entourage gesplitst door weer zo’n stemmig synth-interlude. Het engagement zit in de actuele tekst: “Flaunting with pride, earth’s natural laws, temperatures rise, ice-caps thaw, Atlantis dies one more time”. ‘Better Be Right’ sluit prima af en zit in het rustiger vaarwater waar ‘Going’ ook al heerlijk ronddobberde, is aangekleed met prachtig klassiek georiënteerd pianospel van Clay en gaat voor anker bij een jazzy ‘outro’.
Ondanks dat de hoes van ‘Volume One’ perspectief biedt op nog tien ‘Volumes’, vrees ik dat het bij een eenmalige Fission Trip blijft. Dat is vaker het geval bij projecten die min of meer bij toeval tot stand komen. Het album begint en eindigt met handgeklap. Een terecht applaus dat vraagt om in ieder geval één toekomstige toegift.
JoJo (01-2007)
Bezetting:
John Billings – bass guitar
Michael Clay – piano, keys, guitar
Mel Collins – alto and tenor saxophones, flutes, bass clarinet
Ernie Meyers – lead and backing vocals, guitar
Ian Wallace – lead & backing vocals, acoustic & electric drums, percussion, keys
with:
Adrian Belew – lead guitar
Margie Pomeroy – backing vocals
Hagi Wallace – backing vocals
Discografie
Volume One (2005)
Couture, Ronald
Essential Mini-Guide to PROGRESSIVE ROCK
Forty Years Of History (1966 - 2006)
Uitgever: Eigen Beheer (?)
Bestellen: via www.progarchives.com
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Ga er maar aan staan: een veertigjarige geschiedenis schrijven van de progressieve rock vanaf half jaren 60 tot heden. Ronald Couture, grondlegger van de prima internetsite ‘Progarchives’, heeft het geprobeerd en het is maar voor een klein deel gelukt. Ik duid hem dat niet geheel euvel want het is in zichzelf een ondoenlijke onderneming. Er zijn zoveel stromingen en substromingen, ontelbare ‘upperground’ en ‘underground’ bands, een schier oneindige discografie en evenzovele definities van progressieve rock. Feitelijke fouten en omissies zijn dan ook, zeker in een eerste druk, onvermijdelijk. Ik neem de schrijver dat ook niet al te kwalijk omdat de ‘Essential Mini-Guide to Progressive Rock’ op een integere wijze en met veel liefde voor deze muzieksoort geschreven is. De adoratie druipt er in iedere zin vanaf en dat scoort, ondanks dat die verering ook hier bedrijfsblindheid veroorzaakt, bij mij enige ‘goodwill’.
Het boek is opgebouwd langs vijf lijnen: de inkadering van progressieve rock door middel van een definitie, een algemene schets van de ontwikkeling die de progrock doormaakte in de laatste vier decennia, een wat specifiekere beschrijving van die periode via het uitlichten van een aantal sleutelbands uit die tijdsspanne (van o.a. Pink Floyd & Procul Harum via King Crimson, Yes en Gentle Giant en via IQ & Marillion tot Porcupine Tree & Dream Theater), een Top20 met progalbums en ten slotte een lijst op alfabet van ‘alle’ artiesten en bands die in dit genre actief zijn (geweest).
De definitie zal ik u besparen want die is zoals vele andere arbitrair en niet dekkend. Al is de invalshoek om ‘progressief’ ook taalkundig te bezien en te relateren aan begrippen als ‘Evolution’, ‘Progression’, ‘Innovation’ en ‘Uncommercial’ mij uit het hart gegrepen. De historische schetsen lezen ongemakkelijk doordat Couture iedere alinea volstort met bandnamen (geschreven met storende kapitalen) die hij elders ook al vele malen heeft opgenomen. De toegevoegde waarde van die namen wordt dan allengs minder, de tekst wordt rommelig en het leidt de concentratie af van de beschrijving van de progtijdlijn met haar ‘highlights’ en mijlpalen.
De hoofdstukken hebben een hinderlijk afwijkende opbouw: begint de ‘Proto-History’ met een overzicht van de albums inclusief de hoezen die Couture gaat bespreken, bij de ‘first wave’ is die opbouw alweer losgelaten. De overzichtelijkheid neemt daardoor af en dat is een fors gemis bij een naslagwerk. Ten slotte zitten er fouten in die een laatste redactie had kunnen voorkomen. Lezend over de eerste wave aan prog- en symfobands valt een tussenzin “coming soon … the 2th edition 2007” ineens uit de lucht. Leuk om te weten dat er een vervolg op dit boek komt maar die zin is hopeloos verdwaald.
Couture goochelt ook met (sub)stromingen en de bands die daartoe zouden behoren. Zo wordt Gentle Giant de ene keer bestempeld als ‘symphonic rock’ (p.11) en later weer als ‘hard progressive rock’ (p.29). Porcupine Tree wordt zelfs ingedeeld bij ‘space rock’. Dat overall-label had ik nog nooit bedacht bij deze band en Couture maakt ook geenszins duidelijk waar in zijn ogen de ‘space’ huist bij Wilson cs.
En dan de ‘A-Z Listing’. In het vergelijkbare boek ‘The Progressive Rock Files’ (1998/4th ed.) van Jerry Lucky is bij iedere band een discografie opgenomen. Hoewel de houdbaarheid daarvan bij het ter perse gaan al achterhaald is, vind ik het toch een gemis dat Couture daar niet voor heeft gekozen. Meer werk, een dikker boek: wellicht had hij daar de middelen niet toe. Het zou echter wel een extra waarde aan deze gids hebben gegeven. Nu blijft het bij het noemen van de band, het bijbehorende subgenre en soms een korte waardering van de band (“Great symphonic prog”). En dat terwijl de ‘A-Z Listing’ tweederde van in totaal 176 pagina's beslaat.
Ronduit hinderlijk vind ik de artiesten die ontbreken. Fish wordt slechts als voetnoot genoemd bij Marillion en is als soloartiest niet in de lijst opgenomen. Heel vreemd, die hoort er natuurlijk in thuis, zeker als je ziet dat andere ‘goden’ zoals Tomas Bodin, Neil Morse, Jordan Rudess enz. ook solitair zijn opgenomen. Hetzelfde geldt voor Peter Gabriel: niet opgenomen in de lijst. Syd Barrett waar ben je? Devin Townsend, prog in al zijn voegen, niet gevonden. Merkwaardige omissies dan wel niet gefundeerde keuzes. Voorts worden bands als Opeth, Fates Warning en Queensryche wel als sleutelbands genoemd bij de ‘Fourth Wave’ maar zijn zij niet meer terug te vinden in de alfabetische lijst. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ronald Couture heeft zichzelf een onmogelijke missie opgelegd: een gids maken voor de progressieve rock die ook nog ‘Essential’ moet zijn. Dat laatste is hem zeker niet gelukt. Ondanks de sympathieke toon waarin het boek is gezet overheersen de kritiekpunten. Ik vraag mij ook af waarom hij voor de boekvorm heeft gekozen. Zijn uitstekende site ‘Progarchives’ is immers door de jaren heen een complete dBase voor de progliefhebber geworden die sneller te actualiseren is dan een papieren uitgave. Als ik Couture was zou ik mijn aandacht aan ‘Progarchives’ geven en een tweede editie van dit boek achterwege laten. De achterstand die hij met een boek heeft op die site haalt hij toch nooit meer in.
JoJo (01-2007)

