Areknamés –
Love Hate Round Trip (2006)

Label:
Black Widow Records
Bandsite: www.areknames.it

Duur: 78:07
Reviewer: JoJo
Waardering:
(max. score JoJo’s)

Laat ik beginnen met wat ik normaal gesproken pas gaandeweg de recensie vermeld: met ‘Love Hate Round Trip’ van het Italiaanse Areknamés hebben we te maken met een subliem album waar iedere track iets bijzonders, onverwachts of briljants bevat. Wat een intrigerende composities, mystieke sferen en technische virtuositeit zetten de klassiek geschoolde bandleden neer. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat zij twee nominaties op zak hebben voor ‘ProgAwards 2006’ in de categorieën ‘Best Italian Album’ en ‘Best Art Work’. ProgAwards is overigens een prijs die door een jury van redacteuren/recensenten van internationale progfanzines jaarlijks wordt toegekend. De bekendmaking van de winnaar is medio december voorzien.
Vooropgesteld: u dient wel in de ‘mood’ te zijn voor de muziek van Areknamés. Het gebodene is donker en somber en gezien de complexiteit van de tracks is enige concentratie en geduld vereist. En toch word ik er op een of andere manier vrolijk van. Ik ben namelijk blij dat er weer een progband van hoge kwaliteit is opgestaan die nu eens geen eendagsvlieg lijkt te zijn. Mijn vrolijkheid blijkt ook uit het feit dat ik met ongeduld de kast benader om deze schijf wederom te beluisteren. Dat is een gevoel dat exclusief is en zich maximaal één of twee keer per jaar bij nieuwe releases voordoet.
Het album trapt sterk af met ‘The Skeletal Landscape of the World’ met veel a-tonische zang en keyboardgeweld. Bovendien doet zich direct vermoeden waar de inspiratiebron ligt van Areknamés: bij Van der Graaf Generator (VDGG). De klank en dictie van toetsenist en zanger Michele Epifani lijkt zeer op Peter Hammill. Gelijk Hammill zit er bovendien nogal wat kwaadheid en pathetiek in zijn stem. Ook de dreigende en donkere aankleding van de openingstrack associeert direct met VDGG. Maar de band laat ook invloeden horen die bij VDGG veel minder aanwezig zijn zoals jazz en jazz-rock. Bovendien heeft de progressieve rock natuurlijk sinds de hoogtijdagen van Hammill c.s. in haar ontwikkeling ook niet stilgestaan hetgeen te merken valt aan o.a. de op ‘Love Hate Round Trip’ toegepaste ‘electronics’.
Het tien minuten durende ‘Deceit’ is voor mij één van de hoogtepunten door zijn prachtige melodie, variatie en klassieke opbouw. Tweede uitschieter is het gedragen en bijna religieuze ‘Yet It Must Be Something’ dat mij kippenvel bezorgt, ook weer door de emotievolle melodie en de mystieke naar mijn inschatting analoge mellotron. Derde toptrack is ‘Ignis Fatuus’ dat elf minuten klokt en een ontdekkingsreis door de prog laat horen. Complexiteit van de opbouw en de arrangementen verlangt hier wel bezinktijd. De track geeft pas na vele luisterbeurten zijn geheimen prijs. Met het noemen van deze drie uitschieters doe ik per saldo de overige negen tracks tekort. Die zijn namelijk ook van hoog niveau. Zelfs voor de cover ‘Snails’ van Gnidrolog kan ik als rechtgeaard coverhater nog waardering opbrengen en dat wil heel wat zeggen.
‘Love Hate Round Trip’ werd ook genomineerd bij ProgAwards voor 'Best Art Work'. Daar kan ik mij nu weer minder in vinden. Hoewel de pagina’s in het boekje prachtige animaties laten zien, is de buitenzijde niet spraakmakend. Ik weet niet of het opzet is maar de foto van het huis van de ‘Funeral Service’ is ‘verkeerd’ afgedrukt. De letters staan in spiegelschrift. Terwijl de op de muur gekalkte titel van het album wèl goed staat. Dat moet er dus met het betere knip- en plakwerk later op aangebracht zijn. Nou ja, een kniesoor. Ten slotte nog een bijzonderheid: het meesterwerk ‘Love Hate Round Trip’ werd in eerste instantie uitgegeven op vinyl als dubbelaar. Als ik die nog eens tegenkom …JoJo (11-2006)

Bezetting:

Michele Epifani – vocals, organ, synth, mellotron, electric and grand piano, recorder
Piero Ranalli - electric bass
Simone Antonini - drums and percussion
Stefano Colombi - acoustic and electric guitar

Discografie:
Areknamés (2003)
Love Hate Round Trip (2006)

Wat een week ... CD

The Enid - Aerie Faerie Nonsense (1977)

Van fluisterend tot bombastisch ...


... zo klonk The Enid, de Engelse symfoband die speelde als een symfonieorkest: magistrale toetsenpartijen van Robert John Godfrey, geflankeerd door de gitaren van Lickerish en Stewart. Een lust voor het oor van degene die niet vies is van klassieke muziek uit de Laat Romantiek. Het album heeft iets sprookjesachtigs: het epische nummer 'Fand' bijvoorbeeld, geïnspireerd door het Keltische liefdesverhaal over elfenkoningin Fand. De bandnaam 'Enid' vindt trouwens ook zijn oorsprong in de Keltische mythologie. Peter Swart (wat een week 47)

Wat een week … CD

Pär Lindh and Björn Johansson – Bilbo (1996)

Lieflijke tonen …


… die laat Lindh doorgaans niet horen op zijn albums. Zijn muziek kent normaal gesproken veel power, keyboardgeweld, razendsnelle breaks en onverwachte overgangen. Maar niet op het op Tolkien geïnspireerde ‘Bilbo’. Dat werkstuk wordt gekenmerkt door rustige, zorgvuldig opgebouwde composities in de traditie van bijv. Mike Oldfield. Je waant je in Tolkien’s sprookjeswereld en daar draagt de hoes ook aan bij. Zo’n hoes waar je naar kan blijven kijken en steeds weer verwacht dat er een trolletje de hoek om komt. Heerlijk album voor de herfst en de donkere winter. JoJo (wat een week 47)

Jade Warrior – Way of the Sun (1978)

Label: Eclectic Discs
Bandsite: www.radagast.org/jade-warrior

Duur: 41:27
Reviewer: JoJo
Waardering:
(uit max. 5 JoJo's)

Jade Warrior was actief in de jaren zeventig en bestond uit het centrale duo Jon Field en de inmiddels overleden Tony Duhig. Actief in de marge. Nu bleek de marge van die periode regelmatig een plek te zijn waar goede tot uitstekende progressieve en symfonische bands zich ophielden maar ook het duistere hol waar mindere bands zich gelukkig schuilhielden. Jade Warrior beschouw ik op basis van dit album als een marginaal twijfelgeval: te goed voor het hol, te matig voor de bovenwereld. De hernieuwde belangstelling voor deze band is zeer waarschijnlijk terug te voeren op de overigens mooi vormgegeven heruitgaven van de vier albums die bij Eclectic uitkwamen. Ik begrijp echter absoluut de goede tot lovende recensies van hun albums niet die ik de afgelopen tijd zo her en der in bladen en op sites las.
Way of the Sun’ wordt allerwegen beschouwd als het meest symfonische wapenfeit van Jade Warrior. Op de voorgaande albums sloeg de balans meer door naar rock, met een snuifje symfo en een grote wolk ‘latin’. Hier worden de negen instrumentale tracks, die grotendeels in elkaar overlopen, inderdaad ruimhartig voorzien van wijdlopende symfonische arrangementen die suggereren dat er een groot orkest aan te pas is gekomen. Die arrangementen getuigen naar mijn mening van een Mantovani-achtige gladheid en voorspelbaarheid. Voor de jonge lezertjes: Mantovani was de André Rieu van een aantal decennia terug die elk op klassiek lijkend akkoord gladstreek tot muzakpap die zo lekker wegslurpte in liften, restaurants en supermarkten. Zo erg is het niet op ‘Way of the Sun’ maar het komt op een significant aantal momenten op dit album verdacht veel in de buurt. Gapen is het gevolg maar ook lichte irritatie.
Gladde lammetjespap had vroeger mijn voorkeur. Als er brokken in hingen dan haakte ik als kind af. Gelukkig bevat de gladde pap van Jade Warrior zo af en toe wèl brokken want dat zijn de fragmenten die boven het maaiveld uit komen. Zo zijn de passages waarin de band up-tempo en wat harder speelt, zoals in het titelnummer, relatieve hoogtepunten. Daar laat de band horen hoe goed zij eigenlijk kan spelen en dat men ook compositorisch meer in huis heeft. Aan de andere kant vormt de up-tempo track ‘Carnival’ daarvan weer een matig voorbeeld want daar denk ik te maken te hebben met een slecht gelukte parodie op Santana.
De muziek op ‘Way of the Sun’ kan worden omschreven als cinematografisch en beeldend. Dat is ook een kwaliteit en die kwaliteit dicht ik Duhig en Field zeker toe. “Painting musical pictures”, zoals de hoestekst terecht stelt. Jammer dat de gekozen verpakking zo glad, traag en voorspelbaar is.
JoJo (11-2006)


Bezetting:
Tony Duhig - guitars, percussion
Jon Field - percussion, flutes
Graham Morgan - drums
Bill Smith - bass
Skalia Kanga - harp
Gowan Turnbull - saxophone
Dick Cuthell - flugel horn

Discografie:
Jade Warrior (1971)
Released (1972)
Last Autumn's Dream (1972)
Floating World (1974)
Waves (1975)

Kites (1976)
Way of the Sun (1978)
Horizon (1984)
At Peace (1989)
Breathing the Storm (1992)
Distant Echoes (1993)
Elements (1995)
Eclipse (1998)
Fifth Element (1998)

Wat een week ... CD

Alquin - Mountain Queen (1973)

In een zwarte hoes ....


.... zit een volledig grijsgedraaide elpee. Momenteel is Alquin weer volop in actie en hoe 'lekker' het huidige werk ook klinkt, hun hoogtepunt blijft toch 'Mountain Queen'. Met het uit duizenden herkenbare, staccato gespeelde orgelintro van 'The Dance'. Met uitgesponnen gitaarsolo's, prachtige blaasduetten en sfeervolle zang. Swingende tijdloze prog.
Peter Swart (wat een week 46)

Wat een week … CD

Anekdoten – Waking the Dead,
Live In Japan (2005)

In de studio al geweldenaren


… maar wat ze live laten horen slaat qua emotie, ‘drive’ en hoeveelheid mellotron alles. Een puik op elkaar ingespeelde band laat een sound horen die, ondanks referenties aan het verleden, uniek is. Laat een paar akkoorden horen en je herkent Anekdoten. Eén minpunt. De prima opnames geven prijs dat er live sprake was van een kale entourage. Het lijkt alsof er een Japanner of vijftig in de zaal zat – dat sluit ik ook niet uit – die nogal lauw reageren en flauwtjes klappen. Dat irriteert mij. Verder een toprelease. JoJo (wat een week 46)



Waardering van progalbums
Score in aantallen JoJo's




De waardering van progalbums in onze dBase ProgReviews en op AFTERglow wordt uitgedrukt in aantallen JoJo´s. U kent ze wel, die doorgaans aangename maar soms ook irritante speeltjes uit uw kindertijd die af en toe doen wat u wilt maar vaker een kant opgaan die u liever niet ziet. Een ´JoJo´ is dan ook een mooie metafoor voor recensies. Want de lezer zoekt in recensies een bevestiging van wat hij of zij al wist en raakt over de rooie als de recensie daarvan afwijkt. "Ergert u niet, vermaakt u slechts" is ons devies. En zie het als een aanzet tot of juist een rem op de aankoop van een album.

Bij reviews van prog/ en symfoalbums kunt u de onderstaande scores in JoJo´s tegenkomen:

x 1 = slecht/bad In geval van LP: omsmelten tot asbak


X 2 = matig/moderate


x 3 = goed/good Een echte 'poldermodelscore'


x 4 = uitstekend/excellent


x 5 = meesterwerk/masterpiece Mag in CD-kast niet ontbreken

Wat een week ... CD

Camel - Dust and Dreams (1991)

Go West ...



Na 'Stationary Traveller' (1984) bleef het muzikaal jarenlang stil rond Camel. Er waren juridische conflicten en Andy Latimer verhuisde naar de Verenigde Staten. Hij vocht terug met het mooie 'Dust and Dreams', een conceptalbum, geinspireerd door het boek 'The Grapes of Wrath' van John Steinbeck. Over de gigantische stofstormen die in de dertiger jaren het zuidcentrale deel van de VS (de Dust Bowl) troffen. De daarop volgende armoede deed velen besluiten het geluk in het westen (California) te gaan zoeken. Prachtige gitaarmuziek, een emotioneel duet in 'Rose of Sharon' en een intrigerende verbeelding van storm en ander noodweer. Camel was weer helemaal terug. Peter Swart (wat een week 45)

Wat een week ... CD

The Devin Townsend Band - Synchestra (2006)

Een album met therapeutische waarde.



In mijn vak wordt ‘muziek' soms binnen een therapie gebruikt. ‘Synchestra' zou ‘hersenspoelend' en louterend kunnen werken bij bepaalde psychische klachten. Bij anderen ontstaan er wellicht klachten door. Niet bij mij. Het is een briljant werkstuk met een perfecte balans tussen relatieve rust en georchestreerde gekte. JoJo (wat een week 45)



Hoog aan de Wind:
een ode aan Fish





Op dit moment lees ik de verhalenbundel ‘Hoog aan de Wind’ van één van de beste Nederlandse schrijvers van dit moment: Thomas Rosenboom. Hij kiest in zijn fenomenale boeken vaak voor sleutelfiguren die volgens de boekflap “hoog aan de wind lopen en hun doel blijven nastreven ondanks tegenkrachten”. Al lezende doemde Fish op mijn netvlies op. Eén van mijn favoriete progressieve muzikanten en een mens dat hoog aan de wind loopt. Hij heeft het soort karakter dat mij aanspreekt: recht door zee, direct en duidelijk, geen gemarchandeer. Zoals het een goede Schot betaamt. En daar maak je, zo weet ik uit eigen ervaring, niet altijd vrienden mee. Veel mensen kunnen daar niet mee omgaan. Die prefereren vaagheid, ‘gepolder’ en omzichtig gemanoeuvreer om zich na enige tijd af te vragen of daar toch niet iets achter zat. En gaan vervolgens aan de wandel en aan de haal met hun eigen interpretaties, kiezen ervoor de ander thuis mokkend achter de geraniums te veroordelen en het vooral niet met de persoon in kwestie te bespreken en voor je het weet zie je ze nooit meer. Wellicht maar beter ook. Zo af en toe een naam schrappen uit het adresboek dat kan absoluut geen kwaad.
Derek W. Dick heeft in zijn inmiddels respectabele carrière veel tegenkrachten ontmoet: bobo’s van platenmaatschappijen, dubieuze managers, de media die zijn solo-albums steeds maar weer en onrechtvaardig vergeleken met het tijdperk ‘Marillion’, privébesognes en ‘last but not least’ een laatste tegenkracht: zichzelf. Want Fish maakte het zichzelf ook niet altijd even gemakkelijk door te groots opgezette shows en uitbundig uitgedoste releases die hij zich met een weliswaar respectabele maar toch altijd nog bescheiden schare fans – zo zit de progscene nu eenmaal in elkaar - per saldo niet kon permitteren. Op die momenten schoot zijn vasthoudendheid waarschijnlijk door in de valkuil ‘drammen’ en was er niemand die hem kon intomen. In die periodes zal hij vast ook wat namen in zijn adresboek hebben doorgekrast. Maar hij liet zich er niet door uit het muzikale veld slaan: met veel doorzettingsvermogen op zijn eigen koers met als kompas zijn begenadigde en niet aflatende talent als componist, muzikant en ideeënbus. En natuurlijk gesteund door een ‘pool’ van medemuzikanten die hem door alle jaren heen wèl trouw bleven en ’s mans assertiviteit prima aan konden en kunnen zoals Frank Usher, Tony Turrell, Mickey Simmonds en niet te vergeten hoesontwerper Mark Wilkinson, zijn ‘all time’ kompaan.
Wat een geluk dat Fish de kwaliteit ‘vasthoudendheid’ bezit; anders hadden we al die prachtige solowerken moeten missen. Natuurlijk zitten er ook mindere albums in zijn solocatalogus en de meeste album bevatten wel een mindere track, niet altijd even consistent zoals u wilt, maar wat te denken van:

het gehele solodebuut ‘Vigil in a Wilderniss of Mirrors’ (1989), een progklassieker;

de drie tracks van ‘Suits’ (1994) die ik altijd tezamen draai: ‘MR 1470’, ‘Lady Let It Lie’ en ‘Emperor’s Song’;

het indrukwekkende en vijfentwintig minuten durende ‘The Plague of Ghosts’ van ‘Raingods with Zippos’ (1999) dat verder ook een prima album is;

de tracks ‘3D’, ‘The Pilgrim’s Address’ en ‘Clock Moves Sideways’ van ‘Fellini Days’ (2001);

‘The Field’ en ‘Innocent Party’ van het in mijn ogen onderschatte ‘Field of Crows’ (2003);

en natuurlijk zijn meest recente project te weten de succesvolle ‘20th Anniversary Tour of Misplaced Childhood’ getiteld ‘Return to Childhood’ (2006) met prima live-opnames en een moedige terugkeer naar het mooie maar voor Fish enigszins bezwaarde verleden dat Marillion heet.

Fish. Hoog aan de Wind. Mijn handlanger, ‘partner in crime’. Ik hoop dat hij nog veel prachtig werk zal afscheiden, al vraag ik mij af hoe lang hij het vol zal houden. Ook Fish zal ooit weleens moe worden van het steeds maar weer moeten weerstaan van tegenkrachten ….
JoJo

Wat een week … CD

Wicked Minds - Witchflower (2006)

Een mooie jaren 60 hoes …

met daarin Italiaanse vintage prog gedomineerd door het heerlijke karakteristieke geluid van het Hammond Organ en prima composities gespeeld met een heerlijke drive. De fenomenale opener ‘Through My Love’ staat model voor de kwaliteit van de andere elf tracks. Er is een live DVD als tweede schijf toegevoegd waarop Wicked Minds laat zien en horen ook op het toneel haar mannetje meer dan te staan. JoJo (wat een week 44)

Wat een week ... CD

Steve Hackett - Voyage of the Acolyte (1975)

Mysterieus ...



Steve heeft na zijn Genesis-tijd een rijk en gevarieerd oeuvre opgebouwd, maar mijns inziens zijn solodebuut nimmer overtroffen. Alles straalt mysterie uit: de thematiek (de muzikale verbeelding van de Tarot), het samenspel van gitaar en dwarsfluit, de Hackettiaanse solo's, Steve's eerste zangpoging op 'The Hermit', de hemelse stem van Sally Oldfield en het magistrale slotthema (met hulp van Mike en Phil). Het verwondert me niets dat de meeste opnames plaats hebben gevonden in de nachtelijke uren. Peter Swart (wat een week 44)

AFTERglow
by Tony Banks


from the album 'Wind and Wuthering'





De naam van dit ProgLog is ontleend aan de door Tony Banks geschreven track ‘Afterglow’, de afsluitende compositie op het mooie album ‘Wind and Wuthering’ (1977) van Genesis. De band die later het foute pad insloeg maar in die tijd haar goedgevulde koffer met briljante compositorische bagage bij iedere release opentrok. Later, zo rond het verschijnen van ‘Abacab’ in 1981, werd de koffer vooral opengetrokken om bakken vol met royalties op te bergen. Dat is de heren gegund maar zoals zo vaak ging dat ook hier gepaard met symfonisch en progressief kwaliteitsverlies. Een welkome en lichte opleving vormde in de catalogus het album ‘We Can’t Dance’ (1991) – de heren waren daar zelf gezien de titel ook achter gekomen - waar men schoorvoetend weer iets van de niet dansbare ‘roots’ liet horen. Daarna ging het weer bergafwaarts met als dramatisch dieptepunt ‘Calling All Stations’ (1997). Gelukkig is er nog een stuk of twaalf vroege(re) albums die nooit gaan vervelen en fier overeind staan als baken voor wie de weg kwijt raakt in de symfo- en proghistorie. De track ‘Afterglow’ vormt daarin een bescheiden maar helder lichtpunt. Zoals hopelijk ook dit ProgLog AFTERglow.
JoJo

Peter Swart’s Intro

Peter Swart is als recensent toegetreden tot het ProgLog AFTERglow. Peter Swart componeert progressieve en symfonische rock en bespeelt met name gitaar en keyboards. Hij heeft inmiddels een aantal albums op zijn naam staan (zie www.peterswart.nl) waaronder ‘The Path’ (2003; revisited edition 2006) en ‘Shades’ (2006). Op deze werken laat hij horen dat hij in al zijn genen doordrenkt is van de historie van de symfonische muziek. Daarnaast maakt hij deel uit van de symfonische band Morphosis. In het dagelijks leven is Swart psycholoog en werkzaam als docent Economie.