Wat een week ... CD
Dream Theater – Six Degrees of Inner Turbulence (2002)
Authenticiteit had deze band gevonden ...
... op dit meesterwerk uit 2002 dat zijn weg toen al vond naar mijn ‘Progtop 40 Aller Tijden’ (zie Previous Post Oktober 2006) en daar nog steeds overtuigend op prijkt. Daarna volgde zwalkend beleid via de armoedige metal/hard rock van ‘Train of Thought’ en de symfokitsch van ‘Octavarium’. Terug naar de eigen bron heren, daar valt nog veel oorspronkelijkheid te tappen. JoJo (wat een week 43)
Wat een week ... CD
Anthony Phillips - Wise After the Event (1977)
Wat doet die eekhoorn toch op de hoes?
Op de schitterende hoes van Peter Cross vind je allerlei verwijzingen naar de prachtige balladachtige songs op deze tweede soloplaat van ex-Genesis gitarist Anthony Phillips. Fraaie composities vol (vooral akoestische) gitaren, keyboards en fragiele zang. Ant's stem breekt op 'Now what are they doing to my little friends?' De rillingen lopen over je rug. In 'Regrets' een orkestratie, waarmee hij vooruit loopt op zijn latere orkestwerk 'Tarka the Otter'. Op de cd-versie is het nummer 'Squirrel' (b-kant van de single uit deze periode) als bonus toegevoegd. Vandaar.
Peter Swart (wat een week 43).
Wat een week ...CD
Pure Reason Revolution – The Dark Third (2005)
De sticker zegt "London's own mini-Floyd" ....
…. maar die vergelijking gaat maar zeer zelden op. Ik hoor The Beatles en The Beach Boys maar PRR valt vooral op door eigenheid in melodieuze songs. Gelardeerd met vreemde geluiden, soundscapes, voorzichtig experiment en een kraakheldere productie. Al zijn de tracks wat eenvormig en ligt concentratieverlies op de loer JoJo (wat een week 42).
Beardfish – The Sane Day (2005)
Label: Bear
Bandsite: www.beardfish.argh.se
Duur: 56:14 + 55:52
Reviewer: JoJo
Waardering: (max. score JoJo's)
Mike is verlaten door zijn vriendin. Deze voor hem traumatische gebeurtenis brengt hem tot de dramatische keuze zoveel mogelijk in het donker te leven. In het daglicht leven immers de mensen die hij veracht. De donkerte dan wel de somberheid nemen hem terug naar zijn kinderjaren en de belevenissen die hij in die heldere tijd had. Hij gaat op reis door zijn eigen historie maar komt ook op plaatsen die hij niet kent maar die blijkbaar wel in zijn geheugen zijn opgeslagen. Zo bereikt hij het sluimerende stadje Gooberville waar een deel van de mensen rondloopt met hoofden gelijk de kop van een zeeleeuw. Hij ontmoet ook een ‘normaal’ mens’, Dwight, die hem weer aan het denken zet: ‘Life without joy is nothing’ geeft hij Mike mee. En zo is het, vindt ook hij. Want zonder plezier is het immers overal hetzelfde - een baan vinden, veel geld verdienen, er niet van genieten maar het op de bank zetten en dan vunzig rijk sterven op een bed van rozen - oftewel ‘The Sane Day of our Modern Age’. Bouw dan liever een piramide voor jezelf en begraaf je erin. En dat gegeven vormt met de track ‘The Reason of Constructing and/or Building a Pyramid’ het einde van dit fantastische conceptalbum.
Een conceptalbum. Het lijkt een wat in het ongerede geraakte stijlfiguur te zijn geworden in notabene het muzieksegment dat conceptuele muziek min of meer heeft bedacht. De Zweedse band Beardfish heeft het gelukkig weer omarmd en het verhaal neergezet op een dubbelalbum. En hoe. Het is zo’n album waarbij je denkt “jammer dat ik moet gaan slapen, het is morgen het eerste wat ik weer opzet”. Slapen als hinderlijke onderbreking van muziek beluisteren. Beardfish maakt een soort progfusion waarbij Frank Zappa, Isildur’s Bane, Parallel or 90 Degrees, Gentle Giant en Canterbury-invloed in de blender zijn gegooid met toevoeging van de typische Scandinavische ingrediënten die we kennen van bands als The Flower Kings, het vroege Kaipa en Landberk. De band voegt er ‘last but not least’ nog een dosis humor, satire en agressie aan toe. Uitschieters vormen het twaalf minuten durende ‘A Love Story’. Een zeer smaakvol, gevarieerd en verrassingsvol nummer dat de aanleiding voor het verhaal verbeeldt. En ook ‘The Gooberville Ballroom Dancer’ mag er zijn en doet mij denken aan ‘Billy the Mountain’ van Zappa & The Mothers of Invention. Met de hoge stemmetjes komen zelfs Howard Kaylan en Mark Vollman (Flo & Eddie) voorbij en het geheel is gelardeerd met die voor Zappa typische gesproken tekstflarden. Of wat te denken van de ‘distorted’ gitaarsolo, waar Zappa ook al patent op had, in het geweldige ‘Mystique of the Beauty Queen’. ‘Blue Moon’ geeft aan dat ook prog singlepotentie kan hebben. En zo gaat het maar door. Achttien tracks lang. Allen even sterk.
Beardfish heeft met ‘The Sane Day’ haar meesterbrevet van vermogen afgegeven. Ik hoop dat men dit hoge niveau vast kan houden in de toekomst. Ik ga vanavond niet slapen. Want dat zou een vervelende inbreuk vormen op het luisteren ….. Ik ga helemaal niet meer slapen want dan kan ik net zo goed in een piramide gaan liggen.
JoJo (10-2006)
Bezetting:
Rikard Sjöblom – vocals, left speaker guitar, organ, keyboards, synthesizers, percussion
David Zackrisson – right speaker guitar, synthesizer, vocals, live sfx
Robert Hansen – bass, guitar, vocals
Magnus Östgren – drums
Discografie:
The Sane Day (2005)
ProgTop 40 aller tijdendoor JoJo1 Meddle - Pink Floyd
De impact van deze plaat en dan met name het nummer ´Echoes´ op de progressieve muziek, op mij en op Pink Floyd zelf is dermate groot geweest dat ik niet anders en vrij snel kon concluderen dat dit een nummer 1 was. Voor het eerst, voor zover ik weet, besloeg 1 track een gehele plaatkant. Met die track 'Echoes' had Pink Floyd haar definitieve gedaante wel gevonden na het vertrek van Syd Barrett en op die wijze werd 'Meddle' de voorbode van 'Darkside of the Moon', 'Wish You Were Here' en 'Animals'.
1 Meddle - Pink Floyd 1971
2 The Lamb lies down on Broadway - Genesis 1974
3 In the Court of the Crimson King - King Crimson 1969
4 Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band - The Beatles 1966
5 Thick as a Brick - Jethro Tull 1972
6 Live at Leeds (incl. Tommy uitvoering) - The Who 1970
7 Clutching at Straws - Marillion 1987
8 Close to the Edge - Yes 1972
9 Five Leaves Left - Nick Drake 1970
10 One Size Fits All - Frank Zappa 1975
11 Shoot out at the Fantasy Factory - Traffic 1973
12 Once Again - Barclay James Harvest 1971
13 Tarkus - Emerson, Lake and Palmer 1971
14 Piper at the Gates of Dawn - Pink Floyd 1967
15 McDonald and Giles - McDonald and Giles 1970
16 Five Bridges - The Nice 1969
17 Hot Rats - Frank Zappa 1970
18 Octopus - Gentle Giant 1973
19 Abbey Road - The Beatles 1969
20 Coma Divine - Porcupine Tree 1998
21 III - Led Zeppelin 1971
22 Photos of Ghosts - Premiata Forneria Marconi 1973
23 Last Record Album - Little Feat 1975
24 Plastic Ono Band - John Lennon 1970
25 Subterranea - IQ 1997
26 The Rotters Club - Hatfield and the North 1971
27 The Royal Scam - Steely Dan 1976
28 One Man tell’s Another - Landberk 1994
29 Arthur - The Kinks 1969
30 In the Land of Grey and Pink - Caravan 1971
31 Paranoid - Black Sabbath 1971
32 Plays Live - Peter Gabriel 1982
33 The Division Bell - Pink Floyd 1994
34 Six Degrees of Inner Turbulence - Dream Theater 2002
35 Victor, a symphonic poem - Rigoni & Schoenherz 1975
36 UK - UK 1978
37 Ignis Fatuus - White Willow 1995
38 Nursery Cryme - Genesis 1971
39 Solution - Solution 1970
40 LA Woman - The Doors 1970
Componeren op afstand?
door JoJo
Verandering is vooruitgang. Verandering is soms ook verarming. Technische ontwikkelingen als internet en e-mail zijn geweldig en worden ook door mij omarmd. Aan de ene kant opent het deuren en zijn artiesten beter benaderbaar. Regelmatig mail ik met muzikanten en bands en het was in de seventies toch onvoorstelbaar dat Ian McDonald of Richard Sinclair persoonlijk zouden reageren op een brief die je ze stuurde.
Anderzijds zie ik ook negatieve kanten. Vrienden en kennissen zijn van mening dat ze de vriendschap al duurzaam onderhouden als ze af en toe een e-mail sturen. Ik vind dat daar meer voor nodig is. Vis-à-vis contact bijvoorbeeld. In de (progressieve) muziek zie ik zich een parallelle ontwikkeling voordoen. Muzikanten die in een band spelen, geografisch een eind van elkaar bivakkeren en vervolgens componeren op afstand. Partijen worden in Zweden ingespeeld, met de digitale postduif naar Detroit verstuurd, waar vervolgens een collega bandlid er zaken aan verandert, aan toevoegt en erop reageert. Waarna de digitale postduif nog een paar keer heen en weer pendelt en voor je het weet ligt er een nieuw album in de schappen. Een bedenkelijke ontwikkeling die onvermijdelijk leidt tot verarmde muziek waaraan de emotie, als daar al sprake van is, door knip-en-plakwerk geforceerd is toegevoegd.
Twee saillante aan elkaar gerelateerde illustraties van deze ontwikkeling leverde het door mij zeer gewaardeerde blad IO Pages (61/september 2005). Het blijkt dat het laatste album ‘Mindrevolutions’ van de Zweedse band Kaipa voor een belangrijk deel op digitale afstand tot stand is gekomen. In een interview met drummer Morgan Ǻgren (o.a. Kaipa, Mats & Morgan) antwoordt hij op de vraag “Hoe werd je lid van Kaipa?” met “Zo zou ik dat niet noemen. Kaipa bestaat niet als een band. Ik zou het een recordingproject noemen”. En even later: “Hoe ervaarde je de samenwerking met Roine Stolt en Jonas Reingold in Kaipa?” Ǻgren stelt “Ik heb Jonas nooit ontmoet”. Als ik zoiets lees val ik volledig van mijn stoel. De ritmesectie van een band, te weten Ǻgren en Reingold, heeft elkaar nooit ontmoet! En dan lees ik elders in het blad dat Roine Stolt onvrede heeft met de gang van zaken tijdens het maken van dat album. Niet alleen met de autoritaire houding van Hans Lundin, de voorman van Kaipa, maar ook met het opnameproces door “het gebrek aan positieve vibraties tijdens het proces”. Beste Roine, vind je het gek? Hoe kunnen er positieve vibraties ontstaan als bandleden elkaar niet eens ontmoeten en zelfs niet kennen?
Creativiteit ontstaat in de synergie tussen mensen. Eén plus eén wordt dan drie. Muzikanten die elkaar kunnen zien als ze spelen, die non-verbale signalen uitwisselen, die tegen elkaar roepen en soms zelfs schreeuwen, die elkaar aan kunnen raken, gezamenlijk een biertje drinken en tot diep in de nacht uitvoerig discussiëren over akkoordenschema’s, overgangen, gitaarpartijen. Die elkaar opjagen tot grote hoogten en die toelaten dat de beste nummers min of meer bij toeval ontstaan. Zoals ook Pink Floyd drummer Nick Mason in zijn uitstekende boek ‘Inside Out’ beschrijft. IJkpunten in de Floyddiscografie kwamen tot stand door ‘serendipity’ oftewel de gave om door toevalligheden iets te ontdekken waar men niet naar op zoek was. Wright die in de studio enigszins verveeld zit te pielen op zijn keyboards, waarop Waters de oren spitst en zegt “speel dat nog eens!” En een onderdeel van het thema van ‘Echoes’ was geboren.
Zo ontstaat muziek in zijn meest excellente vorm: in gemeenschappelijke en emotionele interactie in de studio. Niet op klinische digitale afstand. Ik neem nu Kaipa op de korrel als dramatisch lichtend voorbeeld maar er zijn nog vele andere bands en gelegenheidsprojecten die op deze wijze werken. Zo onthult IO Pages (63/december 2005) dat Sieges Even deze aanpak ook kiest. Zanger Arno Menses antwoordt desgevraagd “Ik krijg de oefentekst per mail. Het is niet nodig om samen te oefenen, dit werkt prima”. Ook The Flower Kings volgden jarenlang deze merkwaardige werkwijze maar hebben bij het maken van ‘Paradox Hotel’ voor het eerst (!) gezamenlijk de synergie gezocht in de studio.
Een dergelijke afstandelijke werkwijze wordt soms ingegeven door een gebrek aan geld om collega’s in te vliegen en studiotijd te kopen. De progrock is nu eenmaal helaas nog steeds een ‘low-budget’ muzieksegment. Vaak wordt het echter veroorzaakt door gemakzucht of een te drukke agenda. In dat soort gevallen is de computer geduldig. Een dubieuze en zorgwekkende ontwikkeling die maar door één iemand kan worden afgestraft: de klant!
White Willow - Signal to Noise (2006)
Label: The Laser’s Edge
Bandsite: www.whitewillow.net
Duur: 51:32
Reviewer: JoJoWaardering: (uit max. 5 JoJo's)
Jacob Holm-Lupo, de ongekroonde koning van het land waar de White Willow groeit, houdt niet van stilstand. Stilstand is achteruitgang en dat is contrair aan progrock, zo is zijn devies. Progressie staat dan ook logischerwijze hoog in zijn Noorse vaandel. Maakte voorloper ‘Storm Season’ al een slag naar voren, ‘Signal to Noise’ zet deze beweging voort. Verandering niet alleen in de bezetting, Trude Eidtang verving zangeres Sylvia Erichsen en tweede gitarist Johannes Saebøe verliet de band, maar vooral in de muziek. Toegankelijker, populairder zoals u wilt. Al zijn dat maar relatieve begrippen die opgaan voor de geharde luisteraar naar prog en symfo en voor degene die de ontwikkeling van White Willow van het begin af aan heeft gevolgd. Voor de op dit punt onbeschreven luisteraar zal de muziek nog steeds complex klinken en ver afstaan van popmuziek. Toch gaat het die kant op. White Willow maakt wat dat betreft een soortgelijke ontwikkeling door als Paatos en er lijken zelfs wat compositorische parallellen door te schemeren door songstructuur en ook door de stem van de nieuwe zangeres die wat wegheeft van Paatos’ Netterhalm maar veel krachtiger is. Wat gebleven is zijn de invloeden vanuit de folk en natuurlijk het machtige gebruik van de mellotron, al is dat laatste helaas beperkt gebleven tot een enkele solo en een ondersteunende partij hier en daar. Door de relatieve toegankelijkheid is de mystiek wat op de achtergrond geraakt en dat vind ik jammer want dat was een voornaam stijlkenmerk van deze band.
Het album telt eenenvijftig minuten – een overzichtelijke LP-lengte – en is grofweg in te delen in drie soorten composities. De eerste categorie bevat de gememoreerde relatief toegankelijker tracks. ‘Joyride’ vormt daarvan een onderdeel en is wat mij betreft een zwakker nummer door zijn eendimensionale opbouw en het ‘lullige’ refreintje. ‘The Dark Road’ en ‘Dusk City’ – The Gathering komt hierin voorbij – scoren beduidend hoger door een betere balans tussen pop- en progelementen.
De drie instrumentale tracks vormen prima intermezzi tussen de twee overige soorten composities. Er wordt sterk gemusiceerd en ik vermoed zelfs geïmproviseerd, al klinkt ‘Chrome Dawn’ wat geforceerd. De laatste categorie bevat composities waarin de echo’s van het ‘oude’ White Willow’ doorklinken. Opener ‘Night Surf’ is daarvan een pregnant voorbeeld: donkere sfeer, repeterend gitaarthema, een op de achtergrond zoemende mellotron en een climax medio de track. In ‘Splinters’ zijn zelfs wat symforelikwieën te ontwaren en de track kent verwijzingen naar IQ terwijl Eidtang hier klinkt als een ‘nussende’ Sandy Denny. Het negen minuten durende gedragen, afwisselende en sterk opgebouwde ‘The Lingering’, refereert nog het meest aan het vroege geluid en bevat knallende gitaarsolo’s met veel echo en sustain en een vette solo op de ouwe getrouwe Moog. Heerlijk.
‘Signal to Noise’ vormt een nieuwe episode in het leven van White Willow. Wat ik echter mis, is de mysterieuze en bijna religieuze zetting waarin het meesterwerk en debuut ‘Ignis Fatuus’ stond en dat ook nog ‘Ex Tenebris’ sierde. Als die sfeer ook op dit nieuwe album te vinden zou zijn geweest, dan was de maximale score zeker behaald. De beweging voorwaarts valt echter te prijzen. Bands die blijven hangen in hun ontwikkeling vallen vaak uiteen of verworden tot een karikatuur van zichzelf. Daar is bij White Willow met het in een intrigerende hoes gestoken ‘Signal to Noise’ geen sprake van. Daar zorgt Jacob-Holm Lupo wel voor.JoJo (10-2006)
Bezetting:
Trude Eidtang – vocals
Lars Fredrik Frøislie – keyboards, electronics
Jacob Holm-Lupo – guitars
Ketil Vestrum Einarsen – woodwinds
Marthe Berger Walthinsen – bass guitar
Aage Moltke Schou – drums, percussion
Discografie:Ignis Fatuus (1995)
Ex Tenebris (1998)
Sacrament (2000)
Storm Season (2004)
Signal to Noise (2006)
JoJo's Intro
ProgLog AFTERglow publiceert indrukken van Harry de Vries alias 'JoJo', en andere liefhebbers en veelkopers van progressieve rock en symfonische muziek. JoJo was tot voor kort verbonden aan een andere muzieksite maar wegens een zakelijk conflict is die verbintenis verbroken en heeft hij dit ProgLog opgezet. 'Indrukken' over verschenen albums, over artiesten uit dit obscure genre, over muzieksites die aandacht geven aan deze muziek en over veranderingen en ontwikkelingen die plaats (zouden moeten) vinden in dit genre.
Aan ProgLog AFTERglow is een uitgebreide dBase ProgReviews gekoppeld (www.afterglow2.blogspot.com). In deze databank zijn rond de honderd reviews opgenomen die JoJo schreef in de periode 2003-2006 en die onrechtmatig gepubliceerd worden door een andere muzieksite (OJEMusic). In het licht van deze onrechtmatigheid heeft JoJo ervoor gekozen al zijn reviews in genoemde databank op te nemen.
Ook zullen JoJo en anderen op ProgLog AFTERglow reageren op recensies die op andere sites en in muziekbladen worden gepubliceerd. Want als er een muzieksegment is waar de kritische blik ontbreekt dan is het het segment 'prog en symfo' wel. Veel bladen en sites zijn te lief, terwijl de lezer c.q. koper en hopelijk ook de bands en artiesten het meeste hebben aan eerlijke feedback zolang die constructief is. Natuurlijk is ook onze feedback subjectief en slechts een stukje van de puzzel. Leg de vele puzzelstukjes op de goede plek en u komt erachter of een album gekocht moet worden, of een band verder moet worden onderzocht en of een concert bezocht moet worden. JoJo en consorten leveren aan deze puzzel slechts een bescheiden maar hopelijk welkome bijdrage. Ergert u niet, verbaast u of vermaakt u slechts.
ProgLog AFTERglow,
16 oktober 2006